Het lokaal bestuur Overijse heeft als doelstelling iedere legislatuur haar reglementen te evalueren en waar nodig te herzien.
Naar aanleiding van de bestuurswissel eind 2024 is een nieuw evaluatiemoment aan de orde. De termijn van het reglement dient tevens te worden verlengd voor de komende bestuursperiode.
De gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën gaf in zitting van 25 september 2025 volgend advies met betrekking tot dit reglement:
Reglement behouden, maar expliciet evalueren. Onderzoeken of verlaging mogelijk is. Evaluatie opnemen als actiepunt in het MJP.
Door in het nieuwe meerjarenplan haar uitgaven structureel te beperken, zorgt het bestuur voor de nodige marge om een tariefverlaging met 25 opcentiemen te kunnen doorvoeren.
De gemeente Overijse dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
De belastingdruk moet voor de Overijsenaar beperkt worden waar mogelijk. Hiertoe wordt het aantal opcentiemen verlaagd.
Het reglement dient opnieuw door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:
Enig artikel
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement 2026-2031 opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) goed:
Artikel 1 - Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de gemeente 585 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Artikel 2 - Wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 3 - Bestuurlijk toezicht
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 4 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het belastingreglement 2023-2025 opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 20 december 2022 wordt vanaf 1 januari 2026 vervangen door dit besluiten wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2031 om de ambtshalve inkohiering met betrekking tot voorgaande aanslagjaren gedurende de maximale termijn van 5 jaar toe te laten.