Het lokaal bestuur Overijse heeft als doelstelling iedere legislatuur haar reglementen te evalueren en waar nodig te herzien.
Naar aanleiding van de bestuurswissel eind 2024 is een nieuw evaluatiemoment aan de orde. De termijn van het reglement dient tevens te worden verlengd voor de komende bestuursperiode.
Deze belasting bereikt het beoogde doel. Een tariefaanpassing is nodig.
Naar aanleiding van enkele recente arresten van de Raad van State van 27 mei 2025 wordt de motivering voor deze belasting versterkt.
De gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën gaf in zitting van 25 september 2025 volgend advies met betrekking tot dit reglement:
Reglement behouden. Tarief handhaven of verder verhogen in lijn met het reglement op leegstand of bijdrage personenbelasting als ze gedomicilieerd zouden zijn.
Belangrijk instrument voor rechtvaardige bijdrage aan gemeentelijke werking en het voorkomen van misbruiken.
Reglement behouden, maar evalueren. Misbruik als uitweg voor leegstand onderzoeken. Tarief herbekijken in relatie tot leegstandsbelasting.
Vergelijking met andere gemeenten (zoals kustgemeenten) meenemen. Cijfers opvragen over domicilie van tweede verblijven.
De belasting wordt geheven ter compensatie van de aanvullende personenbelasting die de eigen inwoners betalen. Op die manier leveren tweede verblijvers in de gemeente ook een bijdrage voor de dienstverlening en de infrastructuur van de gemeente zoals bv. afvalophaling, het recyclagepark, de brandweer, de politie, de fiets- en wandelpaden, het onderhoud van de riolering en de openbare domeinen, e.d. en wordt domiciliefraude tegengegaan.
Het bestuur wil bovendien het wonen in de gemeente betaalbaar houden voor de lokale bevolking en heeft de bekommernis om de sociale cohesie binnen de gemeente te vrijwaren. Ook vormt deze belasting een middel in de strijd tegen leegstaande woningen.
De gemeente Overijse dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:
Enig artikel
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement 2026-2031 op tweede verblijven goed:
Artikel 1 - Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2 - Definitie
Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in het bevolkingsregister, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalet gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Als tweede verblijf wordt niet beschouwd:
Artikel 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het tweede verblijf. Indien er meerdere eigenaars zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Dit betekent dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
Artikel 4 - Tarief
De belasting wordt vastgesteld op 1.500,00 euro per tweede verblijf.
De belasting is ondeelbaar en voor het volledige aanslagjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 5 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6 - Betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 - Bezwaarprocedure
De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, is gemotiveerd en ondertekend. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
De indiening moet gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of binnen een termijn van 3 maanden vanaf de kennisgeving van de aanslag (eBox) of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.