De regelmatige leerling betaalt het decretaal vastgelegde inschrijvingsgeld elk schooljaar voor elk domein waarvoor hij zich inschrijft, ten laatste op 31 oktober. Het inschrijvingsgeld is een vast bedrag, ongeacht het aantal wekelijkse lestijden dat de leerling les volgt.
De regelmatige leerlingen tellen mee voor de omkaderingsberekening en zijn dus financierbaar door de hogere overheid.
Dit inschrijvingsgeld wordt doorgestort aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI).
Het AGODI bepaalt autonoom de tarieven voor het inschrijvingsgeld. Voor het academiejaar 2023-2024 is er een tariefverhoging voorzien.
Er zijn vier tarieven voor het inschrijvingsgeld:
Volwassen leerlingen betalen het verminderd tarief als zij zelf behoren tot, of ten laste zijn van iemand die behoort tot volgende categoriën:
Leerlingen jonger dan 18 jaar betalen het verminderd tarief als:
De leerlingen met een UiTPAS met kansentarief (aan te vragen bij de stad of gemeente waar de leerling woont) hoeven geen bijkomende documenten voor te leggen. Deze leerlingen betalen slechts 20% of 25% van het toegangsgeld voor een museum, theater, concert enz. Ook voor het deeltijds kunstonderwijs zelf, betaalt de leerling dan maximaal 20% of 25% van het inschrijvingsgeld zoals vastgelegd door de gemeenteraad in de criteria solidaire kostendeling, de doelgroepcriteria en het aanbod in het kader van de implementatie van de UiTPAS met de projectvereniging IGS vrijetijdsregio Druivenstreek.
Naast de regelmatige leerlingen kunnen ieder schooljaar in de gemeentelijke academie leerlingen zich aanbieden die door het departement Onderwijs worden aanzien als niet regelmatige leerlingen. Het gaat om leerlingen die zich later dan de uiterste inschrijvingsdatum van 31 oktober inschrijven.
De academie wil - in de mate van het mogelijke en wanneer de normale werking van de academie niet geschaad wordt - aan de wensen van deze leerlingen voldoen door ze als ‘vrije leerlingen’ in te schrijven.
Artikel 96 van het decreet op het deeltijds kunstonderwijs stelt: een schoolbestuur kan de bijdrage van niet regelmatige leerlingen [...] vrij bepalen, op voorwaarde dat het bedrag niet hoger ligt dan het bedrag dat een regelmatige leerling voor zijn inschrijving in een domein zou betalen. Voor hen dient er een inschrijvingstarief te worden bepaald.
De Vlaamse Overheid betaalt het gros van de personeelskosten voor het deeltijds kunstonderwijs en geeft werkingsmiddelen. Deze middelen zijn niet voldoende om de kosten te dekken. Het gemeentelijk schoolbestuur investeert op haar beurt in diverse kosten: schoolinfrastructuur, didactisch materiaal, inzet van administratief en onderhoudspersoneel enz.
Door de inflatie en hogere personeels- en energiekosten zijn de uitgaven voor de gemeente bijkomend gestegen.
Decretaal is er bepaald dat een schoolbestuur aan een leerling bij de inschrijving een bijdrage kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld. Deze bijdrage mag de participatiekans niet in het gedrang brengen.
Om verder kwalitatief onderwijs te kunnen geven is het aangewezen een retributie te heffen op de inschrijving. Dit ter dekking van de organisatiekosten, de kosten voor de aankoop van gemeenschappelijk materiaal dat door alle ateliers kan worden gebruikt en voor de financiering van specifieke atelierinfrastructuur.
Inwoners van de gemeente leveren via hun gemeentebelastingen reeds een bijdrage aan deze kosten. Daarom is het aangewezen een verhoogde retributie voor niet-inwoners vast te leggen.
Een korting of vrijstelling van de retributie voor leerlingen met UiTPAS is nog niet mogelijk. Hiervoor is er eerst een gemeenteraadsbeslissing nodig over de UiTPAS in de 5 gemeentebesturen (Bertem, Overijse, Tervuren, Hoeilaart en Huldenberg) om het toepassingsgebied uit te breiden.
Ook de leerlingen die recht hebben op verminderd tarief voor het inschrijvingsgeld betalen de volledige gemeentelijke retributie.
Er kan evenwel een sociaal tarief toegekend worden. In uitzonderlijke gevallen kan dit tot 50% van de beschreven retributie zijn. Dit is mogelijk voor gezinnen die daar behoefte aan hebben ten gevolge van een uitzonderlijke financiële situatie. Het OCMW neemt op basis van het individueel administratief onderzoek van de sociale dienst een gemotiveerde beslissing.
De leerlingen of ouders die het moeilijk hebben om het inschrijvingsgeld en/of de bijdragen te betalen kunnen zich wenden tot de financieel directeur die in samenspraak met de leerling of ouders een van volgende afwijkingen op de betaling kan toestaan: spreiding van betaling of uitstel van betaling.
Omdat vrije leerlingen (niet regelmatige leerlingen) niet gefinancierd worden door de hogere overheid, maar wel gebruik maken van de beschikbare faciliteiten en personeelskosten genereren, is het aangewezen dat het gemeentebestuur naast de forfaitaire bijdrage ook een retributie op de inschrijving vraagt om deze kosten mee te dekken.
De niet regelmatige leerlingen (vrije leerlingen) betalen hetzelfde tarief als leerlingen die zich als regelmatige leerling inschrijven. Dit zet de kandidaat-leerlingen ertoe aan toch voor een volledige opleiding te kiezen of tijdig in te schrijven en zo financierbaar te worden.
Inschrijven na 1 januari van het lopende schooljaar kan in sommige gevallen te verdedigen zijn als dit een stimulans vormt om het volgende schooljaar tijdig aan te melden. Daarom wordt voorgesteld om voor leerlingen die na 1 januari als niet regelmatige leerlingen worden toegelaten sowieso het verminderd tarief aan te rekenen. De gemeentelijke retributie op de inschrijving is volledig te betalen.
Deze retributie op de inschrijving wordt op dezelfde manier geïnd als de inschrijvingsgelden van de regelmatige leerlingen. De sommen dienen echter niet te worden doorgestort naar het Ministerie van Onderwijs.
De academie moet alle bijdragen, bovenop het inschrijvingsgeld, aan de leerlingen meedelen vóór de inschrijving. De inschrijvingen in de academie starten op 15 mei.
De gemeenteraad dient het retributiereglement op inschrijving bij de Academie voor Beeldende en Audiovisuele Kunsten Overijse (BKO) goed te keuren.
De opbrengsten van deze retributie worden begroot onder MJP001649 (ARK:7040000/ BV:0820).
Enig artikel
De gemeente keurt het retributiereglement op de inschrijving als leerling bij de Academie voor Beeldende en Audiovisuele Kunsten Overijse (BKO) als volgt goed:
Termijn en toepassingsgebied
Artikel 1
Met ingang van 15 mei 2023 (inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024) wordt ten behoeve van de gemeente een retributie gevestigd op de inschrijving van leerlingen aan de Academie voor Beeldende en Audiovisuele Kunsten Overijse (BKO).
Retributieplicht
Artikel 2
De retributie is verschuldigd op het moment van de inschrijving door de natuurlijke persoon (leerling of ouder) die om de inschrijving vraagt. De retributie is zowel van toepassing op de regelmatige leerling (ingeschreven uiterlijk op 31 oktober en gefinancierd door de overheid) als de vrije leerling (latere inschrijving).
Tarieven
Artikel 3
De tarieven voor de inschrijving van leerlingen aan de Academie voor Beeldende en Audiovisuele Kunsten Overijse (BKO) worden als volgt vastgesteld:
§1. Forfaitaire bijdrage per leerling:
De forfaitaire bijdrage is volledig te betalen ongeacht het tijdstip waarop de leerling zich inschrijft.
§2. Benodigdheden of toegangsgelden die noodzakelijk zijn voor het volgen van de opleiding.
De benodigdheden of toegangsgelden die noodzakelijk zijn voor het volgen van de opleiding (deelname aan pedagogisch-didactische uitstappen, deelname aan projecten, schetsboek, fixatief, klei, grijs karton, printerinkt, fotopapier) worden tegen kostprijs aangerekend.
Jaarlijks wordt voor de start van de inschrijvingen een lijst met uitgaven die tijdens het betrokken academiejaar gevraagd kunnen worden, bekendgemaakt via de website van de academie. Voor uitgaven waarvan de kostprijs nog niet duidelijk kan worden vastgelegd, wordt een benaderende of richtprijs opgegeven.
§3. Inschrijvingsgeld voor de vrije leerling (ingeschreven na 31 oktober) in de academie (bovenop de forfaitaire bijdrage opgenomen in §1) .
Sociaal tarief
Artikel 4
Er kan een sociaal tarief toegekend worden. In uitzonderlijke gevallen kan dit tot 50% van de beschreven prijzen zijn. Dit is mogelijk voor gezinnen die daar behoefte aan hebben ten gevolge van een uitzonderlijke financiële situatie. Het OCMW neemt op basis van het individueel administratief onderzoek van de sociale dienst een gemotiveerde beslissing.
Wijze van betaling
Artikel 5
De retributie dient contant betaald te worden. Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 4
Deze beslissing wordt bekend gemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.