Terug
Gepubliceerd op 25/10/2024

Besluit  Raad voor maatschappelijk welzijn

ma 21/10/2024 - 20:00

Goedkeuring van het reglement minder mobielen centrale (MMC)

Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Martine Haegeman, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Dirk Devroey, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
Afwezig: Brigitte Braeckelaere, Fabienne Monbaliu, leden raad voor maatschappelijk welzijn
Bevoegdheid
  • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 77
Juridische grond
  • Decreet betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 19 december 2008
  • Decreet betreffende het lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018, artikel 7, §2
  • Beslissing van de gemeenteraad van 20 september 2022 houdende goedkeuring van het reglement minder mobielen centrale (MMC)
  • Beslissing van het vast bureau van 24 september 2024 houdende voorbereiding van de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn houdende goedkeuring van het aangepast reglement minder mobielen centrale (MMC)
Feiten

Het doel van de minder mobielen centrale is mensen met een beperkt inkomen die problemen ondervinden om zich te verplaatsen, vervoeren en hen op die manier uit hun sociaal isolement te halen.

Het gaat meestal om mensen die omwille van ziekte of ouderdom geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. De dienst is niet bedoeld als ziekenvervoer. Het vervoer gebeurt hoofdzakelijk om sociale redenen.

De kilometervergoeding voor de vrijwilligers van de minder mobielen centrale in het huidig reglement bedraagt 0,41 euro/km en is niet meer actueel.

Motivering

De vrijwilligers geven aan dat de brandstofprijs de laatste jaren gevoelig is gestegen en deze vergoeding de lading niet meer dekt. Als reactie hierop werd de overkoepelende organisatie Mpact gecontacteerd om hierin advies te vragen. Mpact geeft aan dat de vrijwilligers officieel de vergoeding voor het overheidspersoneel mogen ontvangen. Mpact heeft de reële kosten ook berekend en bevestigd dat de vaste kosten: aanschaf, verzekering en taksen, worden gedekt met de vergoeding van 0,44 euro/km. De kilometervergoeding wordt vanaf 1 december 2024 verhoogd tot 0,44 euro/km en dit tot en met 30 juni 2025.

Financiële aspecten

Geen.

Publieke stemming
Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Martine Haegeman, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Dirk Devroey, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, Dieter Vanderhaeghe
Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Martine Haegeman, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Dirk Devroey, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgend reglement minder mobielen centrale (MMC) met ingang vanaf 1 december 2024 tot en met 30 juni 2025 als volgt goed:

Doelstelling
Het doel van de minder mobielen centrale is mensen vervoeren met een beperkt inkomen die problemen ondervinden om zich te verplaatsen en hen op die manier uit hun sociaal isolement te halen. Het gaat meestal om mensen die omwille van ziekte of ouderdom geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. De dienst is niet bedoeld als ziekenvervoer. Het vervoer gebeurt hoofdzakelijk om sociale redenen.

Voorwaarden om lid te worden

Aanvragers moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 

  • gedomicilieerd zijn in Overijse;
  • minimum 60 jaar zijn, uitgezonderd mensen met een ziekte, handicap of die in een sociale noodsituatie verkeren;
  • minder mobiel zijn;
  • geen openbaar vervoer voorhanden of openbaar vervoer is niet toegankelijk;
  • het netto belastbaar inkomen mag niet hoger liggen dan twee maal het leefloon.

Onder inkomsten dienen te worden verstaan:

  1. Beroepsinkomsten
    Voor loontrekkenden:
    Het gemiddelde netto maandinkomen over de laatste 3 maanden
    en/of het belastbaar inkomen vermeld op de laatste belastingbrief, verminderd met de onroerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing en vermeerderd of verminderd met terug- of bijbetaling van de personenbelasting gedeeld door 12.
    Voor zelfstandigen
    :
    Het netto-inkomen, bekomen door het bruto belastbaar inkomen vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting, te verminderen met de onroerende voorheffing, bedrijfsvoorheffing, voorafbetalingen en bijbetalingen, en te vermeerderen met de terugbetalingen. Dit eindbedrag wordt gedeeld door 12.

    Indien de financiële situatie van de gebruiker een sterke wijziging ondergaat (werkloosheid, faillissement, scheiding, ...) moet de bijdrage aangepast worden aan de veranderde situatie. In dergelijke gevallen kan men zich baseren op het inkomen van de laatste maand.
    In geval van gecombineerde inkomstenbronnen (vb. bediende met bijberoep als zelfstandige) dient ook een gecombineerde berekeningswijze te worden uitgevoerd.

  2. Roerende inkomsten
    Intresten van belegde kapitalen, aandelen, obligaties en dergelijke, over een heel jaar geteld en gedeeld door 12.

  3. Inkomsten uit onroerende goederen
    Deze inkomsten zijn opgenomen in de berekening van de personenbelasting.
    Indien de berekening gebeurt op basis van het netto maandinkomen geldt volgende regeling: het totale geïndexeerde kadastraal inkomen van alle onroerende goederen, uitgezonderd dat van de eigen woning, wordt gedeeld door 12 en gevoegd bij het maandelijks inkomen.
    Uitzonderingen
    :
  • het kadastraal inkomen van de eigen woning moet wel in aanmerking genomen worden bij gedeeltelijke verhuring van die eigen woning. In dit geval houdt men rekening met bijvoorbeeld 1/2de, 1/3de of een andere verdeling van het kadastraal inkomen, volgens het verhuurde gedeelte;
  • indien de eigen woning verhuurd wordt en men huurt een andere woning, houdt men rekening met het verschil van het kadastraal inkomen tussen beide woningen, in zoverre dit van de eigen woning hoger is. 
  1. Sociale uitkeringen
    Alle vervangingsinkomens en sociale tegemoetkomingen dienen in rekening te worden gebracht zonder enige uitzondering. Ook hier wordt een gemiddelde genomen van de laatste drie maanden.

    In geval van ziekte- of werkloosheidsuitkeringen wordt het dagbedrag vermenigvuldigd met 26.
     

  1. Andere inkomens
    Bijvoorbeeld: ongevallenvergoeding, renten van levensverzekeringen, lijfrenten en dergelijke (niet limitatieve lijst): al deze inkomsten moeten worden meegerekend.

    Onderhoudsgelden moeten voor de ontvangende partij opgeteld worden bij het inkomen. Voor de betalende partij wordt het niet als inkomen beschouwd en moet het afgetrokken worden van het netto maandinkomen.

  1. Komen niet in aanmerking als inkomen:

    • de wettelijke gezinsbijslagen;
    • de studiebeurzen;
    • de toelagen voor het bijhouden van pleegkinderen;
    • mantelzorg- en thuiszorgpremies en/of toelagen, toegekend door lokale en/of provinciale overheden, ziekenfondsen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.


Betalingen
Elke gebruiker dient een lidmaatschapsbijdrage te betalen. Deze bedraagt voor 1 persoon: 12,00 euro per jaar of 6,00 euro na 30 juni; voor een koppel/samenwonenden 18,00 euro per jaar of 9,00 euro na 30 juni. Personen die onder andere omstandigheden samenwonen (zussen, broers, vrienden) worden niet als samenwonenden beschouwd en dienen elk afzonderlijk lidgeld te betalen.

De gebruiker ontvangt jaarlijks een overschrijving van het OCMW voor de lidmaatschapsbijdrage. Na de betaling ontvangt de gebruiker een lidkaart. De helft van het lidgeld komt toe aan het OCMW, de andere helft wordt doorgestort naar Mpact. 

Voor de rit zelf betaalt de gebruiker aan de vrijwilliger een kilometervergoeding. Deze kilometervergoeding bedraagt vanaf 1 december 2024: 0,44 euro per kilometer. Het aantal kilometers wordt geteld vanaf de woning van de vrijwilliger tot hij/zij weer thuis is. Indien de vrijwilliger ter plaatse 30 minuten of langer moet wachten, wordt er ook een wachtvergoeding aangerekend. Dit houdt het volgende in: 

  • het eerste halfuur wachten: geen wachtvergoeding;
  • vanaf een halfuur wachten: 2,50 euro wachtvergoeding;
  • vanaf 45 minuten wachten, komt er 0,50 euro bij: 3,00 euro wachtvergoeding;
  • vanaf 1 uur wachten, komt er nogmaals 0,50 euro bij: 3,50 euro wachtvergoeding;
  • vanaf 1 uur 15 minuten wachten: 4,00 euro wachtvergoeding.

De wachtvergoeding kan maximum 4,00 euro bedragen. Na afloop van de rit, betaalt de gebruiker de som van de vergoedingen contant aan de chauffeur en ontvangt hiervoor een betalingsbewijs.
Het OCMW betaalt jaarlijks 0,038 euro per gereden kilometer aan Mpact, bestemd voor de omniumverzekering van de chauffeurs. 


Bijzonder comité voor de sociale dienst

Elke nieuwe aanvraag wordt individueel onderzocht door de OCMW – maatschappelijk werker. Het dossier wordt voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst dat een beslissing neemt. Deze beslissing wordt aan de gebruiker betekend. 

Praktische werking

Vervoer aanvragen:

  • alle ritten worden rechtstreeks bij de minder mobielen centrale aangevraagd elke werkdag tussen 8u15 tot 11u45 en dit ten laatste 3 werkdagen op voorhand;
  • alle afspraken gebeuren via de centrale. Chauffeurs mogen zelf geen afspraken maken met de gebruikers;
  • de gebruiker kan nooit eisen dat een welbepaalde chauffeur een rit uitvoert;
  • bij de aanvraag wordt de naam, dag, uur, bestemming, duur van de wachttijd, tijdstip van de terugrit duidelijk afgesproken;
  • wanneer de gebruiker de minder mobielen centrale niet tijdig verwittigt dat de rit geannuleerd mag worden, zal de rit aangerekend worden;
  • een aangevraagde rit kan tot ten laatste 1 uur voorafgaand aan het bepaalde vertrekuur kosteloos geannuleerd worden;
  • indien de minder mobielen centrale geen chauffeur ter beschikking heeft, wordt de aanvrager onmiddellijk verwittigd. 

Afspraken:

  • wanneer er meer dan één gebruiker meerijdt, worden de kosten gedeeld;
  • parkeerkosten worden aan de gebruiker aangerekend;
  • indien de chauffeur door onvoorziene omstandigheden niet kan rijden, wordt de aanvrager verwittigd en wordt indien nodig samen naar een andere oplossing gezocht;
  • wanneer de gezondheidstoestand (psychisch of fysisch) van de gebruiker een bedreiging vormt voor de (verkeers)veiligheid, mag een chauffeur de rit weigeren;
  • het vervoeren van huisdieren is verboden;
  • roken in de wagen is verboden;
  • de dienstverlening van het MMC verloopt in het Nederlands.


Verzekering
Zowel de gebruiker als de chauffeur worden door de MMC verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid. Deze verzekering dekt de wederzijdse schade aan derden die zou kunnen toegebracht worden tijdens het in- en uitstappen en tijdens het verloop van de rit. Mpact heeft voor alle vrijwillige chauffeurs een omniumverzekering afgesloten. Deze dekt alle schade aan het voertuig van de chauffeur zelf bij een ongeluk dat door hemzelf werd veroorzaakt. Het OCMW van Overijse verzekert elke vrijwilliger voor lichamelijke schade.

Artikel 2
Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286, §2 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.