Terug
Gepubliceerd op 02/12/2021

Notulen  Raad voor maatschappelijk welzijn

di 19/10/2021 - 20:00 Raadzaal - gemeentehuis

De raad voor maatschappelijk welzijn vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.

De voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn opent de zitting om 20 uur.

De voorzitter opent de zitting op 20/10/2021 om 10:51.

  • Openbaar

    • Normaal

      • Goedkeuring notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 september 2021

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Dirk Dewaet, Marcia De Wachter, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 32 en 74
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 277 en 278, §1
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 augustus 2021 houdende vaststelling van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Feiten

        De beslissingen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 september 2021 werden genotuleerd.

        Motivering

        De notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 september 2021 omvatten de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 september 2021 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijnde de vergadering van 19 oktober 2021.

        Financiële aspecten

        Geen.

        Relevante documenten
        • Notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 september 2021
        Stemming notulen
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel
        De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 september 2021 met eenparigheid van stemmen goed.

      • Goedkeuring van het reglement inzake de toekenning en het gebruik van waardebonnen van Kringwinkel ViTeS ter ondersteuning van het consumptiebudget voor kwetsbare doelgroepen

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Dirk Dewaet, Marcia De Wachter, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 78, tweede lid, 3°
        Juridische grond
        • Decreet over het Lokaal Bestuur
        • Ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en latere wijzigingen
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2020 houdende toekenning van een specifieke subsidie aan de Vlaamse gemeenten, OCMW’s en de Vlaamse Gemeenschapscommissie ter ondersteuning van het consumptiebudget voor kwetsbare doelgroepen
        Feiten

        De Vlaamse Regering besliste op 10 juli 2020 om aan de gemeenten, OCMW’s en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) een subsidie van 15 miljoen euro toe te kennen ter ondersteuning van het consumptiebudget voor kwetsbare doelgroepen. Met die financiële aanmoediging wil de Vlaamse Regering:

        • de koopkracht verhogen van huishoudens die omwille van de coronacrisis ernstig inkomensverlies leden en die zich daardoor in een specifieke noodsituatie bevinden;
        • de lokale economie, die evenzeer sterk is getroffen door de coronacrisis, via een krachtige lokale impuls versterken.

        Onder kwetsbare doelgroepen worden begrepen:

        • personen met een leefloon of gelijkgestelde steun;
        • personen die een collectieve schuldenregeling lopende hebben of in budgetbeheer zijn bij het OCMW van Overijse;
        • personen die een maandelijkse aanvullende steun krijgen van het OCMW.

        De gemeente Overijse heeft een subsidiedossier ingediend in december 2020. Na positieve waardering van de bevoegde overheid heeft de gemeente Overijse 10.000 euro ontvangen. Ons lokaal bestuur wilde in eerste instantie met deze subsidie inzetten op de verdeling van een waardebon voor EHBO-materialen. Deze bon heeft een waarde van 60 euro voor een gezin en 40 euro voor een alleenstaande persoon en een geldigheidsduur van 6 maanden. De waardebon kan besteed worden bij apotheken met vestiging op het grondgebied van de gemeente. De bedoeling is om met de waardebon geneesmiddelen en producten te kopen voor het huishoudelijke medicijnkastje. Producten om coronabesmetting te voorkomen zoals alcoholgel en mondmaskers komen ook in aanmerking.

        Daar er nog subsidiemiddelen ter beschikking zijn, kan er nog een bijkomend reglement ingediend worden. Hiervoor komen aankoopbonnen bij de Kringwinkel ViTeS in aanmerking.

        Motivering

        Gezien de dalende koopkracht en de hogere kosten door corona is het voor kwetsbare gezinnen momenteel bijzonder moeilijk om maandelijks rond te komen. In het kader van armoedebestrijding en door de impact van corona is een aankoopbon bij de Kringwinkel ViTeS een initieel middel om binnen een kwetsbaar gezin tegemoet te komen aan minimale noden om een menswaardig bestaan te leiden.

        Aangezien Voedselhulp Druivenstreek vzw geen kleding, huisgerief of speelgoed meer zal verdelen, worden hun afnemers naar de Kringwinkel doorverwezen. Het OCMW heeft al een samenwerking met de Kringwinkel op vlak van tewerkstelling. Naar aanleiding van de afbouw van Voedselhulp Druivenstreek vzw zal er in de toekomst nog intenser samengewerkt worden op vlak van de verdeling van goederen. Deze actie is hiertoe al een eerste aanzet.

        Financiële aspecten
        • Jaar: 2021
        • Raming: MJP001811
        • Budgetsleutel (ARK/BV): 6481000/0900
        • Naam begunstigde: Kringwinkel ViTeS Overijse
        • Bedrag incl. btw: 5.000 euro
        Publieke stemming
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel

        De gemeenteraad keurt het reglement inzake de toekenning en het gebruik van waardebonnen van Kringwinkel ViTeS ter ondersteuning van het consumptiebudget voor kwetsbare doelgroepen als volgt goed.

        Artikel 1
        Naar aanleiding van de coronacrisis geeft het OCMW van Overijse, ter ondersteuning van het consumptiebudget voor kwetsbare doelgroepen en van de lokale economie, een waardebon uit. Deze bon krijgt de naam ‘waardebon ViTeS’.
        Dit reglement regelt de uitgifte en bijhorende modaliteiten van de waardebon.

        Artikel 2
        Onder kwetsbare doelgroepen worden begrepen:

        • personen met een leefloon of gelijkgestelde steun;
        • personen die een collectieve schuldenregeling lopende hebben of in budgetbeheer zijn bij het OCMW van Overijse;
        • personen die een maandelijkse aanvullende steun krijgen van het OCMW.

        Onder lokale kringwinkel wordt begrepen:

        • de Kringwinkel ViTeS met haar vestiging op het grondgebied van de gemeente Overijse, Brusselsesteenweg 290.

        Artikel 3
        De waardebon ViTeS heeft een waarde van 6 euro. Het OCMW levert een bijdrage ter waarde van 5 euro en de Kringwinkel legt er 1 euro bovenop.

        Artikel 4
        De waardebon ViTeS is inwisselbaar aan toonder voor de tegenwaarde van de gedane aankopen van goederen of diensten. Hij is niet inwisselbaar voor contanten of een ander betaalmiddel, zelfs niet gedeeltelijk, noch bij het OCMW, noch bij de Kringwinkel ViTeS Overijse. De Kringwinkel ViTeS mag geen contanten teruggeven, indien de waarde van het aangekochte product of de verstrekte dienst lager zou zijn dan de waarde van de bon.

        Artikel 5
        Elke meerderjarige inwoner van Overijse die is ingeschreven in de gemeentelijke bevolkingsregisters en die behoort tot een kwetsbare doelgroep, vermeld in artikel 2, ontvangt 5 waardebonnen ViTeS van respectievelijk 6 euro.
        Elke minderjarige die ten laste is van bovengenoemde meerderjarige inwoner van Overijse die behoort tot een kwetsbare doelgroep, vermeld in artikel 2, ontvangt 3 waardebonnen ViTeS van respectievelijk 6 euro.
        De waardebonnen worden aan de kwetsbare doelgroepen automatisch toegekend door het OCMW. De bonnen worden aan de kwetsbare doelgroepen verdeeld door het versturen van de bonnen per reguliere briefwisseling. De bonnen kunnen niet worden verkocht aan derden.

        Artikel 6
        Het OCMW koopt de waardebonnen aan bij de kringwinkel ViTeS. Het OCMW koopt bonnen aan ter waarde van minimaal 5 euro en de Kringwinkel legt er 1 euro bovenop. Totale waarde van de bonnen komt zo op 6 euro.

        Artikel 7
        Het OCMW kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de kwaliteit van de producten of diensten die werden geleverd na betaling met de waardebon, noch aangesproken worden tot voldoening van de rechten voorzien in de artikelen 1649bis-octies van het Burgerlijk Wetboek. 

        Artikel 8
        In geval van betwistingen of discussies over de toepassing van het reglement neemt het vast bureau een gemotiveerde beslissing.

        Artikel 9
        Deze beslissing wordt kenbaar gemaakt op de gemeentelijke website.

        Artikel 10
        Dit reglement treedt in werking op 1 november 2021 en loopt ten einde op 31 december 2021.

        Artikel 11
        Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.

      • Goedkeuring reglement fietsmobiliteit en bijhorende wijziging rechtspositieregeling

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Dirk Dewaet, Marcia De Wachter, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 186
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, en latere wijzigingen
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarde voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeente, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 januari 2009 tot implementatie van de rechtspositieregeling, en latere wijzigingen
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 november 2015 houdende de vaststelling van de rechtspositieregeling versie 'voltallig personeel van gesubsidieerde diensten en instellingen van het OCMW Overijse', en latere wijzigingen
        • Beslissing van het vast bureau van 28 september 2021 betreffende de goedkeuring om beroep te doen op de dienstverlenende vereniging Haviland Intercommunale als aankoopcentrale voor afname van de raamovereenkomst voor fietsleasing voor gemeente en OCMW
        • Beslissing van het vast bureau van 5 oktober 2021 houdende voorbereiding van de beslissing van de OCMW-raad betreffende de goedkeuring reglement fietsmobiliteit en bijhorende wijziging rechtspositieregeling
        Feiten

        De Vlaamse Regering creëerde op 12 maart 2021 de mogelijkheid om als lokaal bestuur leasefietsen aan te bieden naar aanleiding van een aanpassing aan het Besluit van de Vlaamse Regering Rechtspositieregeling (hierna BVR RPR). Werknemers kunnen een fiets leasen mits een inhouding op de eindejaarspremie of het inzetten van vakantiedagen of het inzetten van de fietsvergoeding. Dit is juridisch verankerd in art. 137, art. 164 en art. 176 BVR RPR.

        Beleidsdoelstelling 1 in het meerjarenplan 2020-2025 van het lokaal bestuur Overijse luidt 'Voetgangers en fietsers staan centraal in een slim en veilig mobiliteitsnetwerk'.

        Het vast bureau besliste op 28 september 2021 om beroep te doen op de dienstverlenende vereniging Haviland Intercommunale als aankoopcentrale voor afname van de raamovereenkomst voor fietsleasing voor de gemeente en het OCMW

        Het reglement fietslease en de bijhorende wijziging aan de rechtspositieregeling werd besproken op het vakbondsoverleg van 13 oktober 2021.

        Motivering

        Het lokaal bestuur Overijse wenst het gebruik van de fiets als vervoersmiddel zoveel mogelijk te stimuleren. 'Voetgangers en fietsers centraal stellen in een slim en veilig mobiliteitsnetwerk' is immers één van haar beleidsdoelstellingen. Door het aanbieden van dienstfietsen en de mogelijkheid te creëren om leasefietsen aan te bieden aan het personeel van OCMW en gemeente neemt het bestuur als werkgever hierin alvast een voorbeeldrol op.

        Het is wenselijk om gebruik te maken van de mogelijkheid, gecreëerd door de Vlaamse Regering in het BVR RPR, om werknemers van gemeenten en OCMW's een fiets te laten leasen, mits inhouding op (een deel van) de eindejaarspremie en/of maximaal 2 vakantiedagen.
        Dit dient te worden verankerd via een artikel in de rechtspositieregeling waarin gerefereerd wordt naar een reglement fietsmobiliteit.
        Daarom is het wenselijk artikel 219bis hieraan toe te voegen met volgende beschrijving:

        "Op het vlak fietsmobiliteit kan het personeelslid op vrijwillige basis volgende zaken inruilen tegen voordelen ter bevordering van de fietsmobiliteit:
        - eindejaarstoelage die per kalenderjaar wordt toegekend (volledig of gedeeltelijk);
        - maximum 2 vakantiedagen.
        De verdere modaliteiten worden bepaald in het reglement fietsmobiliteit."

        Het reglement fietsmobiliteit brengt verduidelijking voor wat betreft onder meer de bepaling van het leasebudget, wie in aanmerking komt, keuze van de fiets, de leaseovereenkomst, pechbijstand, wat te doen bij schade of ongeval...
        Bijkomend zijn in dit reglement fietsmobiliteit ook enkel aspecten opgenomen rond het gebruik van dienstfietsen, die voor de medewerkers worden ter beschikking gesteld met het oog op de uitvoering van opdrachten in het belang van het bestuur.

        Financiële aspecten

        Wanneer medewerkers voor de fietslease kiezen voor een inhouding van (een deel van) hun eindejaarstoelage zal dit geen kost met zich meebrengen voor het lokaal bestuur. Immers op de eindejaarstoelage dient het bestuur patronale bijlage te betalen waar dit op de fietslease niet het geval is en waardoor de medewerker dus een nettovoordeel doet bij de keuze voor fietslease.

        Wanneer medewerkers voor de fietslease kiezen voor het inleveren van maximaal 2 vakantiedagen brengt dit een beperkte kost mee voor het bestuur. Al staat daar tegenover dat de werknemer die dagen ook output genereert voor het bestuur. Immers onafhankelijk of een medewerker vakantie neemt of werkt, loopt het loon van de medewerker door maar wanneer de medewerker over een leasefiets beschikt, betaalt het bestuur wel het verschuldigde leasebedrag.
        Ruim gerekend kan men stellen dat een vakantiedag gemiddeld 115 euro waard is. In geval op jaarbasis 20 medewerkers kiezen om 2 vakantiedagen in te leveren brengt dit voor het bestuur een kost van 4.600 euro met zich mee. Daar staat echter tegenover dat er 40 dagen meer werden gepresteerd door het personeel.

        Relevante documenten
        • Reglement fietsmobiliteit
        • Rechtspositieregeling (hierna RPR) voor gemeente en OCMW
        • RPR voor het personeel van de gesubsidieerde diensten en instellingen OCMW Overijse
        Publieke stemming
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1
        De OCMW-raad keurt de rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en OCMW en de rechtspositieregeling voor gesubsidieerde diensten en instellingen van het OCMW zoals toegevoegd in bijlage goed.

        Artikel 2
        De OCMW-raad
        keurt het reglement fietsmobiliteit zoals hieronder beschreven goed:


        Reglement fietsmobiliteit

         

        Inleiding

        Het lokaal bestuur Overijse wenst het gebruik van de fiets als vervoersmiddel zoveel mogelijk te stimuleren. 'Voetgangers en fietsers centraal stellen in een slim en veilig mobiliteitsnetwerk' is één van haar beleidsdoelstellingen. Door het aanbieden van dienstfietsen en de mogelijkheid te creëren om leasefietsen aan te bieden aan het personeel van het OCMW en de gemeente neemt het bestuur als werkgever daarin alvast een voorbeeldrol op.

        De mogelijkheid om als lokaal bestuur leasefietsen aan te bieden werd gecreëerd naar aanleiding van een aanpassing aan het Besluit van de Regering Rechtspositieregeling (hierna BVR RPR). Werknemers kunnen een fiets leasen mits een inhouding op de eindejaarspremie en/of het inzetten van vakantiedagen en/of het inzetten van de fietsvergoeding. Dit is juridisch verankerd in art. 137, art. 164 en art. 176 BVR RPR.

        Bijkomend voorziet artikel 218 van de RPR een fietsvergoeding per kilometer toegekend (het maximumbedrag per kilometer, vrijgesteld van belasting en sociale bijdragen), wanneer de fiets gebruikt wordt in het kader van het woon-werkverkeer. Daarnaast worden dienstverplaatsingen per fiets vergoed aan een bedrag per kilometer (dat jaarlijks op 1 juli wordt aangepast).

        Het aanbieden van dienstfietsen heeft tot doelstelling om personeelsleden te stimuleren om, waar mogelijk, verplaatsingen in het kader van opdrachten voor het werk via de fiets te doen.

         

        De fietsvergoeding

        Elk personeelslid kan een aanvraagformulier fietsvergoeding in het kader van woon-werkverkeer indienen. Een fietsvergoeding wordt in principe maandelijks aangevraagd, ook voor dienstverplaatsingen die met de eigen fiets of leasefiets worden gedaan.

         

        Dienstfietsen

        Het ter beschikking stellen van (elektrische) dienstfietsen gebeurt steeds met het oog op de uitvoering van opdrachten in het belang van het bestuur, en niet om een persoonlijk belang te verstrekken of na te streven. Het is niet toegelaten om de (elektrische) dienstfietsen voor privédoeleinden tijdens of na de werktijd te gebruiken.

        Een fiets kan gereserveerd worden via het secretariaat volgens de werkwijze beschreven op het intranet.

        De fiets wordt binnen de afgesproken termijn slotvast gestald op de locatie van vertrek.

        Bij het terugbrengen van de fiets let het personeelslid erop:
        - dat de fiets in goede staat binnengebracht wordt;
        - dat de fiets opgeladen wordt, indien het elektrische fietsen betreft;
        - dat de sleutel van het slot teruggegeven wordt.

        Als er zich een probleem voordoet met de fiets, geeft het personeelslid dit door aan de dienst Facilitair Beheer zoals beschreven op het intranet.

         

        Leasefietsen

        Het lokaal bestuur Overijse maakt het de personeelsleden mogelijk om zelf over een fiets te beschikken. De modaliteiten en voorwaarden waarop dit mogelijk is worden hieronder gestipuleerd.

        Via een leaseovereenkomst

        De fietsen worden aan het personeelslid ter beschikking gesteld via een leaseovereenkomst (operationele leasing). Het bestuur heeft hiertoe een overeenkomst afgesloten met Joule nv (via een raamovereenkomst met Haviland). Zij staan in voor het beheer van het fietspark en blijven bijgevolg eigenaar van de fiets. Het is echter het bestuur dat aan de leasemaatschappij de opdracht zal geven om een bepaalde fiets ter beschikking te stellen.

        Het bestuur kan opteren om eenzijdig een andere leasemaatschappij aan te stellen of samen te werken met andere leasemaatschappijen.

        Vaststelling maandelijks te betalen bedrag

        Artikel 219bis van de Rechtspositieregeling (RPR) voorziet dat het personeelslid vrijwillig (een deel van) de eindejaarspremie en/of maximaal 2 vakantiedagen kan inruilen tegen een budget ter bevordering van de fietsmobiliteit.

        Maandelijks zal er een bijdrage dienen betaald te worden aan de leasemaatschappij voor de gekozen fiets. Het bestuur betaalt de bijdrage aan de leasemaatschappij en houdt deze in op de vakantiedagen en/of eindejaarspremie van het personeelslid. Welke bijdrage maximaal mogelijk is en wat het totale budget is, wordt door de personeelsdienst individueel vastgelegd.

        Wanneer de personeelsdienst het totale mogelijke theoretische budget bepaalt, dient zij de berekening te maken op basis van volgende maatstaven:

        - Eindejaarspremie:
        Het budget voor de eindejaarspremie dient vastgesteld te worden vooraleer de referentieperiode voor de vaststelling ervan aanvat (zie bijlage 'Reglement Fietsmobiliteit', deel 'Voorbeelden vaststelling budget (onder voorbehoud beslissing comité C1)' op blz. 10).

        - Vakantiedagen:
        Maximaal 2 vakantiedagen kunnen ingezet worden (a rato bepaald voor medewerkers in een deeltijdse tewerkstelling). Daarnaast dient de keuze vastgesteld te worden vooraleer het vakantierecht wordt opgebouwd. Dat wil zeggen dat het budget voor volgend vakantiejaar bepaald moet worden voor de start van dat jaar (zie bijlage 'Reglement Fietsmobiliteit', deel 'Voorbeelden vaststelling budget (onder voorbehoud beslissing comité C1)' op blz. 10).

        Gezien de hoogte van het beschikbare theoretische budget afhankelijk is van verschillende parameters worden voor personeelsleden enkele cijfervoorbeelden beschikbaar gesteld op basis waarvan zij een beeld kunnen vormen wat dit betekent hun persoonlijke situatie.

        Voor wie?

        Een fietsleaseovereenkomst wordt aangegaan voor een duurtijd van 36 maanden. Deze mogelijkheid wordt aangeboden aan alle personeelsleden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of met een statutaire aanstelling die minstens zes maanden in dienst zijn.

        Volgende personeelsleden worden uitgesloten van de mogelijkheid om een leaseovereenkomst aan te gaan en zullen bijgevolg geen budgetraming kunnen laten opmaken:
        - personeelsleden met een contract van bepaalde duur;
        - personeelsleden met loonbeslag, collectieve schuldenregeling, loonoverdracht en budgetbeheer;
        - personeelsleden in een opzegperiode.

        De personeelsleden die in aanmerking komen, kunnen een keuze maken uit de door de leasemaatschappij voorgestelde fietsen.

        Het maandelijks leasebedrag blijft gedurende de gehele leaseperiode gelijk en zal niet aangepast worden bij een wijziging van het theoretisch budget (bijv. wijziging prestatiebreuk, …).

        Keuze van de fiets

        De keuze van fiets is vrij, (elektrische) fiets, speed pedelec,… uit de door de leasemaatschappij voorgestelde fietsen, maar er dient verplicht een slot van het type AXA of Trelock voorzien te worden. Verder dient men rekening te houden dat ook de kosten van het jaarlijks onderhoud en de verzekeringen dienen begroot te worden. Binnen het theoretisch budget kunnen ook accessoires toegevoegd worden.

        Accessoires zijn alle elementen die op een fiets bevestigd kunnen worden, maar ook los van de fiets gebruikt kunnen worden (bijv. navigatie, fietstas, kinderzitje, tashouder,…).

        De accessoires die niet inbegrepen zijn in deze leaseovereenkomst dienen op de fiets geplaatst te worden zonder schade te berokkenen aan de fiets. Bij teruggave van de fiets aan de leasemaatschappij dienen deze ook verwijderd te worden.

        Het leasebudget bestaat uit volgende elementen:
        - de financiële huur van de fiets, en accessoires;
        - periodiek onderhoud;
        - omnium verzekering voor diefstal en schade;
        - abonnement pechbijstand;
        - herstellingsvoucher (facultatief).

        Het personeelslid dient rekening te houden met mogelijke aanpassingen in de wetgeving en aangepaste leasevoorwaarden. In een dergelijke situatie zal het personeelslid van de aanpassingen op de hoogte gebracht worden.

        De start van de leaseovereenkomst

        Het personeelslid bezorgt de prijsofferte van de gekozen fiets aan de personeelsdienst die verifieert of er aan alle modaliteiten voldaan wordt en of de gekozen fiets past binnen het vastgestelde budget. Bij groen licht dient het personeelslid formeel te bevestigen dat hij/zij wenst in te stappen in de leaseovereenkomst. Dit doet men door ondertekening van de offerte en de afsprakennota. In deze afsprakennota wordt bovendien omschreven hoe men het vastgestelde budget in rekening zal brengen bij het personeelslid.

        Door in te stappen in de leaseovereenkomst gaat het personeelslid een bindend engagement aan gedurende de duurtijd van de leaseperiode. De duurtijd wordt vastgelegd op 36 maanden.

        Dit bindend engagement situeert zich op volgende vlakken:

        • Men gaat akkoord dat, overeenkomstig de budgetraming, de fietsleasing bekostigd zal worden door inhoudingen op de eindejaarstoelage en/of vakantiedagen. Deze inhoudingen zullen maandelijks gebeuren.
        • Indien er geen of te weinig inhoudingen mogelijk zijn, omwille van eender welke reden, zal dit geen effect hebben op de leasing en zullen de kosten door het personeelslid gedragen dienen te worden.
        • De gekozen fiets dient op jaarbasis minstens 20% van de tijd gebruikt te worden voor (een gedeelte van) het woon-werk traject. Het personeelslid engageert zich daartoe op eer. De fiets mag ook gebruikt worden voor andere (privé-)verplaatsingen.
        • Het personeelslid dient de fiets als een goede huisvader te gebruiken en te bewaren. Dit impliceert minstens de fiets zijn periodiek onderhoud krijgt en dat de fiets op slot gedaan wordt (verankerd aan een vast punt), wanneer de fiets niet gestald wordt in een afgesloten ruimte.
        • Het personeelslid verklaart kennis genomen te hebben van het fietsreglement en te handelen overeenkomstig deze bepalingen.

        Het bestuur tekent op haar beurt de offerte en bezorgt deze aan de leasemaatschappij. Hierdoor wordt de leaseovereenkomst bekrachtigd en wordt de bestelling van de fiets geplaatst.

        Het bestuur stelt gedurende de leaseperiode de fiets ter beschikking van het personeelslid. De leaseperiode start op de moment waarop de fiets geleverd wordt aan het personeelslid.

        Het personeelslid tekent de leveringsbon waarmee bevestigd wordt dat  men de fiets ontvangen heeft en dat deze fiets overeenstemt met de offerte en in goede staat verkeert.

        Het gebruik van de fiets

        Eens de fiets in gebruik genomen, zal het personeelslid deze met de nodige zorgvuldigheid hanteren. Zo dient men zelf in te staan voor het dagelijks onderhoud (bandenspanning, ketting smeren, nazicht remmen, reinigen fiets,...) en het nodige te doen bij defecten.

        In het geval van een elektrische fiets dient de batterij afgekoppeld te worden wanneer men de fiets niet gebruikt.

        Wat bij onvolledige arbeidsprestaties?

        Het is in principe zo dat men vrij kan blijven beschikken over de fiets tijdens een onderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties gedurende de duurtijd van de leaseovereenkomst. Langdurige afwezigheden kunnen er echter voor zorgen dat het gebudgetteerde bedrag niet gehaald wordt. Dit is mogelijk bij volgende afwezigheden: disponibiliteit, federale thematische verloven, Vlaams zorgverlof, onbetaald verlof,...

        In dat geval heeft het personeelslid de mogelijkheid om het resterende of volledige effectieve leasebedrag persoonlijk te voldoen of de leaseovereenkomst te beëindigen.

        Beëindiging van de leaseovereenkomst

        Gedurende de looptijd van de leaseovereenkomst blijft de leasemaatschappij eigenaar van de fiets. Op het einde van de leaseovereenkomst krijgt het personeelslid de keuze om de fiets over te nemen of in te leveren. Het is bovendien mogelijk om een nieuwe fietsleaseovereenkomst aan te gaan als het personeelslid nog aan de voorwaarden voldoet.

        In volgende gevallen zal er automatisch een einde gesteld worden aan de leaseovereenkomst:
        - bij uitdiensttreding van het personeelslid;
        - bij pensionering;
        - bij overlijden;
        - bij diefstal of een totale beschadiging van de fiets;
        - indien de arbeidsovereenkomst langer dan 12 maanden wordt geschorst.

        Wanneer de fiets overgenomen wordt, op het einde van de leaseperiode, zal de leasemaatschappij de restwaarde die werd vastgelegd in de leaseovereenkomst rechtstreeks aanrekenen aan het personeelslid (zonder administratieve kost).

        Bij een voortijdige beëindiging van de leaseovereenkomst zijn er twee mogelijkheden:
        - ofwel komt de fiets vervroegd naar de werkgever terug en betaalt de werknemer een verbrekingsvergoeding (= een wederbeleggingsvergoeding van 3 maanden huur en een administratieve vergoeding van 80 euro (excl. btw);
        - ofwel neemt het personeelslid de fiets zelf over aan de overnameprijs (restwaarde) die de leasemaatschappij bepaalt aan de hand van de volgende tabel en een administratieve kost van 80 euro (excl. btw).

        De restwaarde zoals hierboven bepaald, wordt als volgt berekend:
        - 100% van de catalogusprijs bij contractbreuk binnen het eerste half jaar;
        - 86,67% van de catalogusprijs bij contractbreuk na het eerst half jaar en binnen het jaar;
        - 73,34% van de catalogusprijs bij contractbreuk na het eerst jaar en binnen het jaar en een half;
        - 60,00% van de catalogusprijs bij contractbreuk na het eerst jaar en een half en binnen het 2de jaar;
        - 46,67% van de catalogusprijs bij contractbreuk na het 2de jaar en binnen het 2de jaar en een half;
        - 33,33% van de catalogusprijs bij contractbreuk na het 2de jaar en een half en binnen het 3de jaar;
        - 16% van de catalogusprijs bij einde contract van 3 jaar (in dit geval is geen administratieve kost verschuldigd).

        Wanneer de fiets niet overgenomen wordt, dient deze ingeleverd te worden zoals deze door de fietshandelaar ter beschikking werd gesteld (met inbegrip van alle accessoires inbegrepen in de leaseovereenkomst). Op het ogenblik van de teruggave moet de fiets gereinigd zijn en zich in goede staat bevinden (= een toestand die beantwoordt aan een normaal gebruik, verkeersveilig en vrij van schade).

        De fiets wordt uiterlijk op de laatste dag van de leaseovereenkomst ingeleverd bij het bestuur, waarna de fiets zal gecontroleerd worden. Wanneer men ernstige schade vaststelt die niet gedekt wordt door de verzekering tegen diefstal of schade, de garantievoorwaarden of het periodiek onderhoud, zal deze worden doorgerekend aan het personeelslid. Onoverkomelijke schade door gebruikssporen en normaal te verwachten slijtage worden niet aangerekend.

        Wanneer de fiets niet tijdig wordt ingeleverd, zal de leasemaatschappij de fiets zonder formaliteit en met behoud van andere rechten, mogen terugnemen, waar die zich ook bevindt. De kosten en schadeloosstelling worden aangerekend aan het personeelslid. Indien de fiets niet teruggenomen kan worden, zal het personeelslid aansprakelijk zijn voor alle schade en kosten voor het verlies van de fiets.

        Onderhoud van de fiets

        Het is belangrijk dat de fietsen optimaal onderhouden worden. Daarom voorziet het leasebudget een periodiek onderhoud (3 geplande onderhoudsbeurten gedurende de leaseperiode). Het personeelslid zal gecontacteerd worden voor elk periodiek onderhoud van de fiets. Het personeelslid dient hierop te reageren, zodat het onderhoud kan uitgevoerd worden en de fiets in goede staat blijft.

        Het schema op blz. 6 (zie bijlage 'Reglement Fietsmobiliteit') geeft weer wanneer deze onderhouden plaatsvinden en welke onderdelen nagekeken en vervangen worden.

        Onderhoudskosten die binnen dit onderhoudscontract vallen, worden uitgevoerd zonder aparte facturatie.

        Herstellingen aan de fiets en bijkomende onderhoudsbeurten zijn voor rekening van het personeelslid. Voor bijkomende onderhoudsbeurten kan het personeelslid zich wenden tot de mobiele onderhoudsploeg van de leasemaatschappij of tot zijn lokale fietshandelaar.

        Wanneer de Mobiele Fietsenmaker eventuele andere onderdelen moet vervangen tijdens de geplande of ongeplande onderhouden, wordt dit gezien als uitzonderlijk en zullen deze apart gefactureerd worden aan het personeelslid.

        Voor bepaalde fietsen met hogere kans op slijtage (zoals een mountainbike) is er de facultatieve mogelijkheid om gebruik te maken van een herstellingsvoucher. Daarbij wordt er een maandelijks bedrag als onderdeel van de leaseopdracht vastgelegd. Deze kan ingezet worden voor geplande of ongeplande onderhouden.

        Schade of diefstal

        Een omniumverzekering tegen schade en diefstal maakt deel uit van de leaseovereenkomst. De verzekering dekt:

        • materiële schade aan de verzekerde fiets door: valpartij, botsing, toevallig contact (laden/lossen), omvallen, botsing, vandalisme, brand of natuurkrachten;
        • diefstal of poging tot diefstal van de verzekerde fiets: diefstal, diefstal met geweld, diefstal door middel van braak of diefstal buiten.

        De fiets is verzekerd tegen eigen schade en diefstal, niet voor schade die bij het gebruiken van de fiets aan derden toegebracht wordt.
        De vrijstelling bij schade en diefstal bedraagt 25 euro (incl. btw) per schadegeval.

        Procedure:

        Bij elk ongeval, elke diefstal of andere schade :

        • moet het personeelslid meteen het nummer van de leasemaatschappij bellen: 050 89 26 89 en de personeelsdienst op de hoogte stellen;
        • moet het personeelslid alle redelijke maatregelen nemen om de gevolgen van de schade te beperken;
        • moet het personeelslid zo snel mogelijk foto’s nemen en de schade/diefstal en de exacte omstandigheden, de oorzaken, de omvang ervan en de identiteit van de tegenpartijen, slachtoffers en mogelijke getuigen melden aan de personeelsdienst;
        • moet het personeelslid meewerken aan de afhandeling van het schadegeval en alle informatie en nuttige documenten aan de personeelsdienst bezorgen (bijv. offerte voor de reparatie, nummer strafdossier, foto’s van de schade enz.);
        • bij diefstal moet het personeelslid bovendien meteen aangifte doen bij de politie en de 2 sleutels terugbezorgen aan de personeelsdienst.

        Wat is niet verzekerd?

        Het betreft onder meer (maar niet beperkt tot) volgende materiële schade:

        • schade veroorzaakt door slijtage van de verzekerde fiets of door gebreken of mankementen te wijten aan interne oorzaken;
        • schade die ontstaat tijdens deelneming aan betaalde wedstrijden;
        • schade enkel aan bepaalde accessoires;
        • schade aan de kleding en accessoires van de fietser.

        Bij diefstal betreft het onder meer (maar niet beperkt tot):

        • Diefstal van de verzekerde fiets die buiten is geparkeerd en niet met een referentieslot van minimum 60 euro (incl. btw), of volgende sloten(combinaties) is vastgemaakt aan een vast bevestigingspunt of die niet is gestald in een afgesloten, afgedekt en vergrendeld lokaal:
          • Ringslot + Trelock ZR355;
          • Ringslot + AXA insteekketting;
          • Diefstal van losse onderdelen (met uitzondering van volledige diefstal) en van sommige accessoires.

        Voor alle waarborgen:

        • Schade/diefstal/pech veroorzaakt of verergerd door een opzettelijke daad of een ernstige fout (zoals dronkenschap, opzettelijke slagen of verwondingen, fraude en/of oplichting, misbruik van vertrouwen, diefstal, geweld, agressie of vandalisme) van de huurder of verzekerde;
        • Schade/diefstal/pech veroorzaakt door de fiets, waarvan de elektrische ondersteuning snelheden van meer dan 45 km/u toelaat;
        • Schade/diefstal/pech toe te schrijven aan weddenschappen, vechtpartijen, snelheids- of behendigheidswedstrijden of manifest roekeloos gedrag, zelfmoord of poging tot zelfmoord.

        Bij diefstal of totale beschadiging van de fiets neemt de leaseovereenkomst automatisch een einde op de dag van de diefstal of de beschadiging, tenzij er een eventuele wachttermijn werd bepaald in het verzekeringscontract. Dan dient men hiermee rekening te houden.

        Pechbijstand

        De fiets is gedekt door een abonnement pechhulp. Bij pech of ongeval waardoor de fiets geïmmobiliseerd is, kan het personeelslid rechtstreeks de pechbijstand contacteren via het telefoonnummer van Joule nv (terug te vinden via intranet). De fiets wordt idealiter ter plaatse hersteld. Indien dit niet mogelijk is, wordt deze getakeld naar Joule's onderhoud en wordt het personeelslid naar zijn vertrekpunt of de geplande aankomst gebracht.

        Deze pechbijstand geldt in België voor zover het personeelslid zich op minimum 1 km van zijn huis en tot 30 km buiten de Belgische landsgrenzen bevindt.

        Pechbijstand is niet verzekerd bij onder meer:

        • kosten gemaakt zonder de voorafgaande toestemming van de leasemaatschappij;
        • nood aan bijstand als de verzekerde fiets zich op een weg bevindt die niet voor een voertuig toegankelijk is;
        • behoefte aan bijstand ten gevolge van een onvoldoende opgeladen batterij;
        • behoefte aan bijstand wanneer de bestuurder zich in een staat van dronkenschap of alcoholintoxicatie bevindt.

        Zie ook 'alle waarborgen' hierboven.
        De bijstand is beperkt tot maximaal twee tussenkomsten per jaar bij pech.
        Het personeelslid brengt de personeelsdienst op de hoogte van de interventie van zodra dit mogelijk is.

         

        Gemeenschappelijke bepalingen voor dienstfietsen en leasefietsen

        Algemeen

        Bij gebruik van een dienst- of leasefiets word het volgende benadrukt:
        - Het verkeersreglement dient gerespecteerd te worden.
        - Wanneer er bijzondere voorschriften worden opgelegd in verband met het gebruik van de fiets en/of het onderhoud dienen deze gevolgd te worden.
        - Het personeelslid dient steeds na te gaan of de fiets voldoet aan de wettelijke technische voorschriften. Indien dit niet het geval is, dient deze hiertoe de nodige acties te ondernemen.
        - De fiets dient steeds op slot gedaan te worden met slot (AXA of Trelock) aan een vast bevestigingspunt, indien de fiets niet gestald is in een afgesloten, afgedekt en vergrendeld lokaal.
        - Er mag geen reclame of bestickering toegevoegd worden aan de fiets.
        - Rijden onder invloed van verdovende middelen, alcohol of drugs is niet toegelaten.
        - De fiets mag niet gebruikt worden in het kader van illegale praktijken, wedstrijden of in het kader van tewerkstelling bij een andere werkgever.
        - De fiets mag niet verkocht, in pand gegeven of verhuurd worden aan derden.

        Verkeershandhaving

        Verkeersboetes en retributies zijn ten laste van het personeelslid. Eventuele nalatigheidskosten die zouden worden aangerekend aan het bestuur of de leasemaatschappij zullen volledig worden verhaald op het personeelslid. Ook wanneer de fiets in beslag genomen wordt, zullen de kosten om deze fiets terug te halen aangerekend worden aan het personeelslid.

        Diefstal

        In geval van diefstal van de fiets moet het personeelslid hiervan onmiddellijk aangifte doen bij de politie. Hij dient zo vlug mogelijk een kopie van het proces-verbaal aan de personeelsdienst over te maken.

        Verkeersongeval

        In geval van verkeersongeval of beschadiging, moet het personeelslid alle formaliteiten vervullen en onmiddellijk de personeelsdienst verwittigen.
        Indien er gewonden zijn of als er twijfel bestaat over de juiste  toedracht, neemt het personeelslid steeds contact op met de politie en laat hij/zij een proces verbaal opstellen.
        Indien de schade is ontstaan door eigen fout is het personeelslid enkel aansprakelijk voor de schade aan de fiets wanneer dit bij hem/haar eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
        Het personeelslid is aansprakelijk voor zijn/haar gedrag in het verkeer. Het personeelslid is volledig aansprakelijk voor persoonlijke verliezen en/of boetes als resultaat van een proces verbaal of andere gerechtelijke veroordeling.

        Uitsluitingen

        Het personeelslid kan uitgesloten worden uit de mogelijkheden tot het aangaan van een fietsleaseovereenkomst of het gebruik van de dienstfietsen omwille van volgende redenen:
        - wegens het herhaaldelijk niet, niet tijdig en/of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen vervat in dit reglement, mits hier schriftelijk op gewezen te zijn;
        - wegens herhaaldelijke zware schade aan de fiets door eigen fout;
        - wegens het beëindigen van de verzekering door de verzekeraar omwille van fouten van het personeelslid (enkel bij fietslease);
        - wegens het veroorzaken van een ongeval waarbij de bestuurder in staat van dronkenschap of onder invloed van verdovende middelen is;
        - na twee volledige beschadigingen van de fiets waarbij men zelf in fout gesteld werd.

        Wijzigingen aan het fietsreglement

        Dit reglement kan gewijzigd worden door het bestuur in het kader van de verdere ontwikkeling van het personeelsbeleid of gewijzigde fiscale of sociale regelgeving.

    • Extra

      • Aanvullend agendapunt 01- Behoeftenonderzoek Kinderopvang

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Sven Willekens, Jan De Broyer, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Patricia Meerts, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Carol Guns, Brigitte Braeckelaere, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Dirk Dewaet, Marcia De Wachter, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 21 en 74
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 74
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 augustus 2021 houdende vaststelling van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
        • Beslissing van het vast bureau van 19 oktober 2021 houdende kennisneming van de aanvullende agendapunten voor de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 oktober 2021
        Feiten

        Op 14 oktober 2021 ontving het OCMW een e-mail van raadslid Danny De Kock namens CD&V met volgend aanvullend agendapunt:

        'Een tijd geleden hebben we de vraag gesteld naar de relatie tussen de geboortecijfers en de beschikbare kinderopvang. Is in het kader van het stijgend geboortecijfer een behoeftenonderzoek gedaan en hoe evolueren de huidige cijfers van de kinderopvang in Overijse in verhouding.'

         

        Schepen Dirk Devroey antwoordt:

        'Uit de rondvraag die we gedaan hebben binnen de kinderopvang blijkt dat er inderdaad nood is aan een kwalitatieve kinderopvang.
        Vanaf 2024 zullen er bijkomende kwaliteitsnormen in voege treden.
        Als je de kwaliteit van de kinderopvang verhoogt, zal een aantal aanbieders van kinderopvang uit de boot vallen. VVSG heeft laten weten dat de deadline van 2024 mogelijks uitgesteld wordt. Verder kan ik u ook meegeven dat de kinderopvang kampt met een groot personeelstekort.
        De opvanginitiatieven geven aan nood te hebben aan meer studenten die uitstromen binnen de richting kinderzorg in de eigen regio.
        We kunnen eens kijken naar de cijfers die beschikbaar zijn van de afgelopen jaren, waarbij we een onderscheid maken tussen gezinsopvang met inkomenstarief (IKT), groepsopvang met IKT, groepsopvang met vrije prijs en gezinsopvang met vrije prijs.

        In 2019 zaten we met 56 plaatsen in de IKT (inkomstentarief). Vorig jaar een kleine daling naar 49. Dit jaar opnieuw aan 56.
        De gezinsopvang met vrije prijs is een kleinere groep die over de jaren heen stabiel is (24 plaatsen).
        In de groepsopvang inkomsten-gerelateerd (IKT), waren er 149 plaatsen en dit jaar zitten we aan 218 beschikbare plaatsen.
        De groepsopvang met vrije prijs bood 231 plaatsen en 236 sinds dit jaar. Er is wel degelijk meer ruimte voor opvang van jonge kinderen.
        De leeftijdsgroep 0-3 jaar werd in kaart gebracht. Voor dit jaar zijn er nog geen cijfers beschikbaar, maar voor de voorbije jaren waren er in Overijse 65 plaatsen (2019) en 62 plaatsen (2020) per 1000 kinderen tussen 0-3 jaar.
        Als we onze cijfers vergelijken met de zorgregio zien we dat er maar 51 plaatsen per 1000 kinderen ingevuld zijn, waar wij in Overijse nog 62 plaatsen aanbieden.
        Als we naar heel Vlaanderen kijken, zien we dat er slechts 45 plaatsen per 1000 kinderen ingevuld zijn, met andere woorden we doen het als Overijse eigenlijk zeer goed.
        Er is wel een probleem inzake het vinden van geschikt personeel en het aanpassen aan de nieuwe kwaliteitsnormen vanaf 2024.
        We gaan nooit genoeg plaatsen kunnen hebben voor iedereen. Daarom werd ook het Loket Kinderopvang (LOK) uitgebouwd, waarbij er samengewerkt wordt met de buurtgemeenten om kinderopvang te vinden in de regio.'

        Relevante documenten
        • E-mail van 14 oktober 2021 van raadslid Danny De Kock namens CD&V
        Besluit

        Enig artikel
        Het aanvullend agendapunt wordt besproken.

Vervolgens verklaart de voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn de vergadering voor gesloten.

Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,

Dieter Vanderhaeghe
algemeen directeur

Joke Lenseclaes
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn