Het lokaal bestuur Overijse heeft als doelstelling iedere legislatuur haar reglementen te evalueren en waar nodig te herzien.
Naar aanleiding van de bestuurswissel eind 2024 is een nieuw evaluatiemoment aan de orde.
Deze belasting bereikt het beoogde doel. Er zijn voorlopig geen inhoudelijke bijsturingen vereist. Het is gewenst om het belastingreglement ook in de nieuwe bestuursperiode verder te zetten.
In 2026 is er een algemene herziening van de reglementen voor de dienst Omgeving ingepland.
De gemeenteraadscommissie Grondgebiedzaken en Mobiliteit gaf in zitting van 16 september 2025 volgend advies met betrekking tot dit reglement:
'Akkoord met verlenging zonder inhoudelijke wijziging.
Doel: inhoudelijke evaluatie van alle reglementen met een stedenbouwkundig aspect in 2026.'
De gemeente Overijse dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
Op 19 november 2025 heeft raadslid Rudi Coel, met toepassing van artikel 18 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, volgend amendement ingediend:
‘Het voorgestelde artikel 10 wordt vervangen door wat volgt.
Artikel 10 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het belastingreglement 2023-2025 op bouwen, verbouwen en herbouwen, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 21 maart 2023, wordt met ingang van 1 januari 2026 vervangen door dit besluit en opgeheven op 1 juli 2026.
Motivering
De voorliggende tekst spreekt van een belastingsreglement goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 december 2023. Toen was het helemaal geen gemeenteraad. Het onderhavige reglement werd goedgekeurd op 21 maart 2023.’
Ingevolge artikelen 18 en 20 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, wordt eerst beraadslaagd en gestemd over het voorgelegde amendement en nadien over de hoofdvraag.
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:
Artikel 1
De gemeenteraad keurt met eenparigheid van stemmen het amendement goed ingediend door raadslid Rudi Coel.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt met 15 stemmen voor (Vera De Man, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Joke Lenseclaes, Jan De Broyer, Jeroen Van San, Filip Boon, Danny De Kock, Leen Gillis, Stefan Vanderlinden, Joris Kelchtermans, Jan Van Brabant, Kryne Dekock, Tom Hanssens, Nele Demartelaere), 13 stemmen tegen (Sven Willekens, Peter Lombaert, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Myriam Vanderlinden, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Alan Pauwels, Martine Haegeman, Charles de Groot, Tim Vloebergh, Miranda Cornet, Alexandra Claeys, Rudi Coel) volgend belastingreglement 2026-2031 op bouwen, verbouwen en herbouwen goed:
Artikel 1 - Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een contantbelasting geheven op het bouwen, verbouwen en herbouwen van gebouwen.
Artikel 2 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de melder (bij meldingsplichtige handelingen) of de houder van de vergunning (bij vergunningsplichtige handelingen). De eigenaar van het gebouw is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In geval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het gebouw hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3 - Tarief
De grondslag is de kubieke inhoud van de gebouwde gedeelten.
De belasting wordt berekend naar rato van het totaal overdekte volume van het gebouw, met inbegrip van de bruikbare ondergrondse gedeelten, doch met uitsluiting van de eigenlijke grondvesten. De gemene muren worden slechts voor de helft van hun dikte in aanmerking genomen.
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
Elk gedeelte van een kubieke meter wordt beschouwd als een gehele kubieke meter. De gebouwen opgericht op de grenslijn van twee gemeenten, worden belast voor het gedeelte dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 4 - Vrijstelling
Zijn vrijgesteld van de belasting:
Artikel 5 - Wijze van inning
Zodra de belastingplichtige de toelating heeft verkregen tot bouwen of herbouwen, dient hij een bedrag gelijk aan de belasting in consignatie te geven aan de financieel directeur of aan zijn afgevaardigde, onafgezien van de gebeurlijke vrijstellingen voorzien bij dit belastingreglement.
Artikel 6
Wanneer het gebouw onder dak is, moet de belasting contant worden betaald na toezending van de factuur. Bij gebreke van betaling, wordt de belasting ingekohierd en is deze onmiddellijk opeisbaar.
Artikel 7 - Bezwaarprocedure
De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, is gemotiveerd en ondertekend. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
De indiening moet gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of binnen een termijn van 3 maanden vanaf de kennisgeving van de aanslag (eBox) of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 8 - Verwijzing naar het W.I.B.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 9 - Bestuurlijk toezicht
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 10 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het belastingreglement 2023-2025 op bouwen, verbouwen en herbouwen, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 21 maart 2023, wordt met ingang van 1 januari 2026 vervangen door dit besluit en opgeheven op 1 juli 2026.