Het lokaal bestuur Overijse heeft als doelstelling iedere legislatuur haar reglementen te evalueren en waar nodig te herzien.
Naar aanleiding van de bestuurswissel eind 2024 is een nieuw evaluatiemoment aan de orde. Het is gewenst om het belastingreglement ook in de nieuwe bestuursperiode verder te zetten.
Deze belasting bereikt het beoogde doel. Er zijn geen inhoudelijke bijsturingen vereist.
De gemeenteraadscommissie Grondgebiedzaken en Mobiliteit gaf in zitting van 16 september 2025 volgend advies met betrekking tot dit reglement:
Akkoord met verlenging zonder inhoudelijke wijziging tot nieuwe DIFTAR reglement.
De gemeente Overijse dient over de nodige financiële middelen te beschikken om de haar opgelegde taken naar behoren te kunnen vervullen.
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:
Enig artikel
De gemeenteraad keurt volgend belastingreglement op het gebruik van het recyclagepark goed:
Artikel 1 - Belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen in het recyclagepark.
Artikel 2 - Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
1° personenwagen:
2° bestelwagen:
3° aanhangwagen:
4° MTM:
5° tariefgroep 1:
6° tariefgroep 2:
7° tariefgroep 3:
8° tariefgroep 4:
Artikel 3 - Belastingschuldige
De belasting is verschuldigd door de aanbieder van afvalstoffen in het recyclagepark.
Artikel 4 - Tarief
Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
§1. Voor de aangeleverde afvalstoffen vermeld in tariefgroep 1:
1. te voet, per fiets, met een kar, met een kruiwagen of met een personenwagen:
2. met een personenwagen trekkende een niet geremde aanhangwagen met een MTM ≤ 750 kg:
3. met een personenwagen trekkende een geremde aanhangwagen met een MTM > 750 kg:
4. met een bestelwagen:
§2. Voor de aangeleverde afvalstoffen vermeld in tariefgroep 2:
1. te voet, per fiets, met een kar of met een kruiwagen:
2. met een personenwagen:
3. met een niet geremde aanhangwagen met een MTM ≤ 750 kg:
4. met een personenwagen trekkende een niet geremde aanhangwagen met een MTM ≤ 750 kg:
5. met een bestelwagen:
6. met een geremde aanhangwagen met een MTM > 750 kg:
7. met een personenwagen trekkende een geremde aanhangwagen met een MTM > 750 kg:
§3. Voor de aangeleverde afvalstoffen vermeld in tariefgroep 3 (bouwafval):
1. te voet, per fiets, met een kar of met een kruiwagen:
2. met een personenwagen:
3. met een niet geremde aanhangwagen met een MTM ≤ 750 kg:
4. met een personenwagen trekkende een niet geremde aanhangwagen met een MTM ≤ 750 kg:
5. met een bestelwagen:
6. met een geremde aanhangwagen met een MTM > 750 kg:
7. met een personenwagen trekkende een geremde aanhangwagen met een MTM > 750 kg:
§4. Voor de aangeleverde afvalstoffen vermeld in tariefgroep 4 (grofvuil)
1 per persvolume van 2,5 m³: 30,00 euro;
2. per eenheid:
§5. Elke bezoeker die gelijktijdig afvalstoffen van de tariefgroepen 1, 2 en/of 3 aanvoert, dient de belasting te betalen voor de duurste tariefgroep.
§6. Elke bezoeker die gelijktijdig afvalstoffen van de tariefgroepen 1, 2 en/of 3 samen aanvoert met afvalstoffen van tariefgroep 4 (grofvuil), dient de som te betalen van de belasting voor de duurste tariefgroep 1, 2 of 3 en de belasting voor tariefgroep 4 (grofvuil).
Artikel 5 - Vrijstellingen
Er is geen belasting verschuldigd door de bezoeker van het recyclagepark voor:
1. het afhalen van enkel houtsnippers, zonder aanvoer van afvalstoffen;
2. het enkel bezoeken van de demoplaats voor 'thuis composteren', zonder aanvoer van afvalstoffen;
3. het aanleveren van AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparaten);
4. het aanleveren van hechtgebonden asbest tot maximaal:
5. het aanleveren van matrassen van huishoudelijke oorsprong.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting dient contant betaald te worden op het recyclagepark door middel van een bankkaart, tegen aflevering van een ontvangstbewijs (betaalticket). Bij gebreke van contante betaling wordt de belasting ingekohierd.
Artikel 7 - Bezwaarprocedure
De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, is gemotiveerd en ondertekend. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
De indiening moet gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of binnen een termijn van 3 maanden vanaf de kennisgeving van de aanslag (eBox) of vanaf de datum van de contante inning. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 8 - Verwijzing naar het W.I.B.
De vestiging en de invordering van de belasting, alsook de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 9 - Bestuurlijk toezicht
Onderhavig belastingreglement wordt toegezonden aan de intercommunale Interrand, die het recyclagepark exploiteert.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 10 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het belastingreglement 2021-2025 op het gebruik van het recyclagepark, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 23 februari 2021, wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit besluit.