De gemeenteraad vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.
De voorzitter opent de zitting aansluitend op de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De voorzitter opent de zitting op 21/04/2026 om 21:00.
De beslissingen van de vergadering van de gemeenteraad van 17 maart 2026 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 17 maart 2026 omvatten de beslissingen van de gemeenteraad van 17 maart 2026 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende gewone vergadering van de gemeenteraad, zijnde de vergadering van 21 april 2026.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 17 maart 2026 goed met eenparigheid van stemmen.
De Hulpverleningszone Oost in Vlaams-Brabant verenigt de brandweerposten Aarschot, Diest, Haacht, Landen, Leuven, Overijse, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen.
Zonecommandant Dirk Decoster van de Hulpverleningszone Oost van Vlaams-Brabant geeft een toelichting inzake de werking van de brandweerzone.
De gemeenteraad dient kennis te nemen van de toelichting inzake de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad neemt kennis van de toelichting van de zonecommandant Dirk Decoster inzake de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant.
In december 2025 diende een burger een verzoek tot onderzoek in over de geplande invoering van het DIFTAR-systeem met gewogen afvalcontainers vanaf maart 2026.
Op 16 januari 2026 werd deze klacht via het digitaal loket voor Lokale Besturen aan de gemeente Overijse overgemaakt.
Het college van burgemeester en schepenen krijgt de vraag om uiterlijk na 30 dagen haar standpunt een toelichting te geven met betrekking tot een aantal aspecten waarover bezorgdheden werden geuit:
Op 16 februari 2026 bezorgde de gemeente Overijse namens het college van burgemeester en schepenen, een schrijven aan het ABB waarin werd verwezen naar de afspraak die Interrand zou hebben gemaakt met het ABB om het standpunt en de toelichting namens de drie deelnemende gemeenten van Interrand te bezorgen. In de brief, opgesteld door de Juridische dienst werd tevens gesteld dat de gemeente wenst te benadrukken dat het antwoord van Interrand niet noodzakelijkerwijs wordt onderschreven door de gemeente zelf. Het schrijven werd met het antwoord van Interrand bezorgd aan ABB.
Na onderzoek van deze klacht kwam minister Hilde Crevits op 25 maart 2026 tot de bijgevoegde conclusie. Deze beslissing werd door de gouverneur bezorgd aan de klager en de gemeente Overijse.
Conform artikel 333, 2° van het Decreet Lokaal Bestuur dient de gemeenteraad kennis te nemen van de beslissing van minister Hilde Crevits van 25 maart 2026 naar aanleiding van de klacht over de geplande invoering van het DIFTAR-systeem met gewogen afvalcontainers vanaf maart 2026.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van minister Hilde Crevits houdende het antwoord aan de klager betreffende het formele verzoek tot onderzoek en heroverweging van de invoering van het DifTar-systeem met gewogen afvalcontainers in Hoeilaart, Overijse en Tervuren door Interrand, vanaf maart 2026.
Terreinen Stichting Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen
De Stichting Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen (VVBM) is eigenaar van 3 kadastrale percelen die deel uitmaken van het ontwerp van het WAWA-park. In het verleden heeft VVBM zijn engagement aangegaan om deze terreinen mee te kunnen integreren in de ontwikkeling van de WAWA-site op voorwaarde dat er chirolokalen zouden worden voorzien in het WAWA-park en ook een polyvalente zaal die zou kunnen dienst doen als turnzaal voor de school.
Grondenruil
Er waren 2 voorstellen tot grondenruil:
1. Grondenruil op de WAWA-site zelf: naar aanleiding van het feit dat de school zelf zal instaan voor de bouw van een polyvalente zaal, dient gekeken te worden naar de meest optimale locatie op de site. Hiertoe was het opportuun om een grondenruil te realiseren tussen delen van het gemeentelijke eigendom en delen van het eigendom van de Vereniging Parochiale Werken (VPW). Op die manier worden meer logische gehelen bekomen op de site en kan de polyvalente zaal logischer ingeplant worden op de site zelf. Deze grondenruil werd voorlopig uitgewerkt door landmeter Bartholomees. Het betreft alle terreinen gelegen in hetzelfde bestemmingsgebied (RUP 11 - Zoniëntuin) en dus dezelfde waarde. Een terrein van 7a30ca zou moeten worden vervreemd van de gemeente naar de VPW. Twee terreinen, namelijk een van 7a14ca en een van 0a16ca zou eigendom worden van het gemeentebestuur. Deze grondenruil werd ondertussen gerealiseerd.
2. Grondenruil terrein Kasteelstraat: de 2 terreinen van de VPW langsheen de Witherendreef (bestemming woongebied in het RUP 11) kunnen geruild worden met een gemeentelijke eigendom langsheen de Kasteelstraat naast de kleuterschool (bestemming woonparkgebied volgens het gewestplan). Hiervoor werden de terreinen geschat, zowel door een schatter van de gemeente als een schatting van de VPW. Op basis hiervan werd een voorstel van ruil besproken. Hierin werd ook een terrein gelegen in het WAWA-park (RUP 11 - Zoniëntuin) betrokken (deel van het terrein waarop momenteel de speelheuvel ligt).
Deel 1 van de grondenruil is gerealiseerd via de beslissing van de gemeenteraad van 27 juni 2023 houdende goedkeuring van het ontwerp van de ruilakte voor de overdracht ten titel van ruil van de percelen aan de Witherendreef.
Deel 2 van de grondenruil gaat niet door. De Stichting Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen heeft aangegeven niet langer geïnteresseerd te zijn in de gronden gelegen in de Kasteelstraat. In de plaats opteren zij voor een verkoop van de 2 percelen gelegen in de Witherendreef.
De 2 percelen grond kadastraal gekend als Overijse afdeling 1 sectie N nummer 0035 H 012 02 samen met perceel 2 kadastraal gekend als Overijse afdeling 1 sectie N nummer 0035 S 011 02 zijn aansluitend geschat door de landmeter Exba voor de gemeente en landmeetkantoor Artois voor het Vicariaat.
De resultaten van beide schattingen lagen aanzienlijk uit elkaar omwille van een verschillende benadering van de percelen grond (volledige projectgrond (Artois) versus bouwgrond met tuinzone (Exba)):
Aansluitend zijn er verschillende onderhandelingsrondes geweest tussen de gemeente, het Vicariaat en met de beide schatters.
Finaal is de vraagprijs van de Stichting Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen: 510.000,00 euro voor beide percelen.
In zitting van de gemeenteraad van 27 januari 2026 heeft deze zijn principiële goedkeuring gegeven voor de aankoop van de twee percelen bouwgrond gelegen aan de Witherendreef, perceel 1 kadastraal gekend als Overijse (afdeling 1) sectie N nummer 0035 H 012 02 samen met perceel 2 kadastraal gekend als Overijse (afdeling 1) sectie N nummer 0035 S 011 02, in het kader van het project 'Horizon+' voor de prijs van 510.000,00 euro.
De aankoop van deze 2 percelen zal de gemeente in staat stellen om aan de inrichting van het WAWA-park te beginnen.
De aankoop van onroerend goed is een daad van beschikking dat op grond van artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur onder de bevoegdheid van de gemeenteraad valt.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft zijn goedkeuring aan het ontwerp van de verkoopovereenkomst voor de aankoop van twee percelen bouwgrond gelegen aan de Witherendreef, perceel 1 kadastraal gekend als Overijse (afdeling 1) sectie N nummer 0035 H 012 02 samen met perceel 2 kadastraal gekend als Overijse (afdeling 1) sectie N nummer 0035 S 011 02 voor de som van 510.000,00 euro in het kader van de realisatie van het WAWA-park.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd alle verdere nodige stappen te zetten met inbegrip van alle administratieve activiteiten en formaliteiten rond de aankoop. Het college van burgemeester en schepenen kan eveneens wijzigingen aanbrengen in de akte in de mate dat er geen substantiële wijzigingen worden aangebracht.
Artikel 3
De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd om de aktes betreffende de verkoop te ondertekenen.
De woning gelegen Eekhout 4 te Overijse werd in 2007 aangekocht met toepassing van het voorkooprecht volgens artikel 85 van de Vlaamse Wooncode.
Het college van burgemeester en schepenen keurde principieel de verkoop van de woning gelegen Eekhout 4 te Overijse goed op 7 februari 2023.
Omwille van het feit dat de woning werd aangekocht met voorkooprecht in het kader van de Vlaamse Codex Wonen met het oog op sociale huisvesting, dient ook de vervreemding te gebeuren met het toepassen van sociale voorwaarden.
De gemeenteraad heeft op 28 mei 2024 de verkoop goedgekeurd van voormelde woning. Daarbij heeft de gemeenteraad eveneens de sociale verkoop- en toewijzingsvoorwaarden inclusief randvoorwaarden vastgelegd. Verder heeft de gemeenteraad tevens de samenstelling van de beoordelingsjury goedgekeurd alsook de verkoopprijs van 261.750,00 euro.
Op 20 januari 2026 keurde het college van burgemeester en schepenen de kandidatuur van de kandidaat-koper goed.
De verkoop van een onroerend goed dient authentiek te worden vastgelegd.
De verkoop van onroerend goed is een daad van beschikking dat op grond van artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur onder de bevoegdheid van de gemeenteraad valt.
De gemeenteraad dient het ontwerp van de verkoopovereenkomst goed te keuren.
In de meerjarenplanning werd deze verkoop (samen met twee andere gebouwen) als een investeringsontvangst opgenomen onder volgende budgetsleutel:
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het ontwerp van de verkoopovereenkomst voor de woning gelegen Eekhout 4 te 3090 Overijse, goed.
Artikel 2
De gemeenteraad machtigt het college van burgemeester en schepenen om alle verdere stappen te zetten met inbegrip van alle administratieve activiteiten en formaliteiten rond de verkoop. Het college van burgemeester en schepenen kan eveneens wijzigingen aanbrengen in de akte in de mate dat er geen substantiële wijzigingen worden aangebracht.
Artikel 3
De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd om de authentieke akte betreffende de verkoop te ondertekenen.
Vanuit het Justitiehuis Brussel werd op 15 december 2014 een overleg georganiseerd waarbij het Brusselse Justitiehuis, het Parket van Asse en de burgemeesters van de toen 14 steden en gemeenten aanwezig waren. Op deze vergadering werd beslist dat de stad Halle de trekkersrol van het Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen (AGM)-project op zich zou nemen op voorwaarde dat alle gemeenten uit de regio zouden tussenkomen in de loonkosten van de AGM-medewerker en de werkingskosten van de AGM-dienst.
De stad Halle kreeg in dit kader een goedkeuring door de ministerraad via de publicatie van het Subsidie KB op 17 december 2015 in het Belgisch Staatsblad. Sinds 25 april 2016 heeft de stad Halle een AGM-dienst opgericht en een voltijdse AGM-medewerker aangeworven voor de uitvoering van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen. De regio waarbinnen de AGM-medewerker van de stad Halle actief is, bestaat uit toen 14 steden en gemeenten met name Bever, Herne, Galmaarden, Gooik, Pepingen, Lennik, Beersel, Sint-Pieters-Leeuw, Sint-Genesius-Rode, Drogenbos, Linkebeek, Overijse, Hoeilaart en Halle. De dossiers worden aangeleverd door het Nederlandstalige Justitiehuis Brussel.
De AGM-dienst bij de stad Halle is verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitvoering van werkstraffen en dienstverleningen van inwoners uit Halle en de 12 omliggende gemeenten (Bever, Pajottegem, Pepingen, Lennik, Halle, Beersel, Sint-Pieters-Leeuw, Overijse, Hoeilaart, Sint-Genesius-Rode, Linkebeek en Drogenbos).
De gemeenteraad heeft in zitting van 20 juni 2017 de samenwerkingsovereenkomst voor een periode van 4 jaar goedgekeurd. Vervolgens heeft de gemeenteraad van 11 augustus 2020 de hernieuwde samenwerkingsovereenkomst voor de periode van 6 jaar goedgekeurd. De huidige samenwerkingsovereenkomst loopt af op 24 april 2026.
Voor 2024 heeft de dienst AGM opnieuw een positieve evaluatie ontvangen. Door langdurige afwezigheid van de AGM-begeleider diende er voor het werkingsjaar 2024 geen financiële bijdrage betaald te worden door de deelnemende gemeenten voor de werking van de dienst Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen (AGM). Hierdoor vallen de werkingskosten binnen de grenzen van de toegekende subsidie.
Het ontwerp van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst werd opnieuw opgemaakt voor een periode van 6 jaar.
De stad Halle ontving op 23 februari 2026 echter een onverwacht schrijven van het Agentschap Justitie en Handhaving. De Vlaamse Regering heeft beslist om de subsidiëring van de dispatchingsdiensten stop te zetten vanaf 1 januari 2027 om alzo middelen vrij te maken om te investeren in de gesubsidieerde werkvloerprojecten. De taken van de dispatching zullen hierna door de justitiehuizen worden opgenomen, zoals dat vandaag al het geval is in verschillende justitiehuizen. Er is nog geen duidelijkheid over de praktische uitwerking van de stopzetting: wat er gebeurt met lopende trajecten (bijvoorbeeld of we vroeger moeten stoppen of in de tweede helft van het jaar geen nieuwe trajecten meer mogen opstarten, enz.). Ook is er geen duidelijkheid rond de werkplekken, en wanneer zij communicatie zullen ontvangen.
De nieuwe samenwerkingsovereenkomst blijft echter noodzakelijk om de AGM-werking na 24 april 2026 verder te zetten. Het voorstel van stad Halle is dan ook om de samenwerking alsnog goed te keuren, maar tegelijk in de nota expliciet de stopzetting per 31 december 2026 op te nemen. In de definitieve samenwerkingsovereenkomst werd Afdeling 6, artikel 10 aangepast. De nieuwe eindtermijn is 31 december 2026. Volgende tekst werd verwijderd: 'en kan per werkingsperiode van 6 jaar worden herzien na het evaluatiemoment'.
De huidige samenwerkingsovereenkomst voor de AGM-werking loopt af op 24 april 2026. In kader van continuïteit dient de samenwerkingsovereenkomst hernieuwd te worden. Door de hervorming van de werkstraffen vanaf 1 januari 2027 is de einddatum van de samenwerkingsovereenkomst vastgelegd op 31 december 2026.
Er werd een verdeelsleutel afgesproken met de 12 deelnemende gemeenten voor de opleg van personeels- en werkingskosten.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de als bijlage gevoegde samenwerkingsovereenkomst Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen (AGM) voor de periode van 25 april 2026 tot en met 31 december 2026, dat integraal deel uitmaakt van deze beslissing, goed.
Algemeen
Het Nationaal Park Brabantse Wouden wenst te werken rond lichtverduurzaming. Ze willen dit graag doen met de steun van de Provincie Vlaams-Brabant. Want niet alleen vormt permanente verlichting een soms onoverbrugbare barrière voor tal van kwetsbare diersoorten, uit onderzoek blijkt ook dat overmatig licht een onderschatte negatieve impact heeft op de gezondheid van mensen. Werken aan een duurzaam lichtbeleid heeft dus zin, voor mens en natuur. Mooi meegenomen daarbij is dat het ook resulteert in een vaak substantiële financiële winst, omdat er natuurlijk veel minder energie wordt verbruikt wanneer men overbelichting kan aanpakken. Anderzijds is elektrische verlichting één van de grote verwezenlijkingen van onze hedendaagse samenleving. Een goed doordacht beleid rond verlichting heeft natuurlijk ook tal van voordelen in het kader van verkeersveiligheid, mogelijkheid tot avondactiviteiten en een algemeen veiligheidsgevoel.
Die overwegingen met elkaar verzoenen vergt technische kennis en oplossingen op maat en een genuanceerde communicatie die ervoor zorgt dat ingrepen uitgelegd, begrepen en gedragen worden. Daar wil het project Lichtverduurzaming (Brabantse Wouden Ziet Sterretjes) werk van maken.
Doelstelling
Het doel: de lichthinder in het Nationaal Park Brabantse Wouden te verminderen. Op die manier willen we bijdragen aan een duurzamer gebruik van verlichting, een betere bescherming van de natuur, het bevorderen van de gezondheid van mens en dier en een gevoelige reductie van het energieverbuik in onze regio.
Werkwijze
In eerste instantie wordt door middel van innovatieve technieken de lichtintensiteit in de totaliteit van het Nationaal Park in kaart gebracht. Op plaatsen waarvan we weten dat ze van belang zijn voor kwetsbare soorten, worden lokaal bijkomende metingen gedaan om de technische uitdagingen in detail te kunnen definiëren.
Samen met verschillende technische en wetenschappelijke partners wordt een ontzorgingstraject aangeboden aan de relevante actoren (gemeenten, bovenlokale spelers zoals Fluvius en de Werkvennootschap, private bedrijven met lichtimpact, ...) waarbij voor strategische sites expertise wordt aangeboden ter verduurzaming van het lichtbeleid op die plekken. Dit kan door verlichting aan te passen, adaptief te maken, de lichtkleur of -intensiteit te wijzigen, of in bepaalde gevallen zelfs de verlichting uit te schakelen en ze bv. te vervangen door fluorescerende wegindicaties. Ondersteuning bij de opmaak van een nieuw, duurzaam lichtplan biedt daarenboven houvast om ook op lange termijn terreinrealisaties uit te voeren met een positieve impact.
Tevens is het de bedoeling om het draagvlak voor een duurzaam lichtbeleid te verbreden. Er bestaan nog heel veel misverstanden rond een duurzaam lichtbeleid. Met dit project willen we ook dat gesprek aangaan en het voeden met de genuanceerde informatie die nodig is voor inzicht in en draagvlak voor deze complexe materie. Het is immers geen debat van 'aan' of 'uit': vandaag bestaan er heel veel technische tussenoplossingen die ervoor kunnen zorgen dat veiligheid en zichtbaarheid voor menselijke gebruikers gewaarborgd blijven, terwijl er toch een serieuze reductie in lichtintensiteit en -duur kan worden gerealiseerd.
Uiteindelijk zullen er naast de ondersteuning door experts en de energetische besparingen ook terreinrealisaties worden verwezenlijkt.
De onderzoeksfase van het project loopt gedurende 1 jaar en is gestart op 1 september 2025. In het tweede jaar van het project (vanaf 1 september 2026) volgt de uitvoeringsfase.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 29 juli 2025 kennis van de goedkeuring van de subsidieaanvraag 'Slimme regio' voor het lichtverduurzamingsproject 'Brabantse Wouden Ziet sterretjes'.
Het project Lichtverduurzaming is een interessant project om in te stappen omdat het enerzijds zorgt voor een duurzame afstemming tussen verlichting, ecologie en gezondheid. Werken aan een duurzaam lichtbeleid heeft positieve gevolgen, zowel voor mens als voor natuur, maar resulteert tegelijkertijd ook in een financiële winst.
Tevens biedt het project de mogelijkheid om ons 'brandregime' structureel aan te passen, rekening houdend met de verschillende noden en ambities (verkeersveiligheid, veiligheidsgevoel, enz.).
Deze wetenschappelijke onderbouwing en technische expertise wordt kostenvrij aangeboden. De terreinrealisaties moeten wel door de gemeente financieel worden ondersteund.
In de intentieovereenkomst werd opgenomen dat Overijse 100.000,00 euro zou kunnen voorzien. Deze intentieovereenkomst hield geen enkele verbintenis in.
Er is budget voorzien voor de verledding van het openbaar verlichtingspark. Dit budget kan ook worden aangesproken in het kader van dit project.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de bijgaande samenwerkingsovereenkomst Slimme Regio Project 'Nationaal Park Brabantse Wouden Ziet Sterretjes' tussen gemeente Overijse, het Nationaal Park Brabantse Wouden Vlaanderen vzw, Leve(n) de nacht vzw, Stad Leuven en Stad Halle, goed.
Artikel 2
De burgemeester en de algemeen directeur van de gemeente Overijse worden gemachtigd om de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Sinds 4 december 2018 is het lokaal bestuur eigenaar van de terreinen en gebouwen gelegen langsheen de Kapucijnendreef 30 en 32 te Overijse.
Door de projectcoördinatie van Horizon+ werden verschillende ontwerpplannen opgemaakt voor het WAWA-park. Uiteindelijk werd een ontwerp door het college van burgemeester en schepenen principieel goedgekeurd in zitting van 1 oktober 2024.
Parallel met het opmaken van deze ontwerpplannen werd ook werk gemaakt van de verwerving van de noodzakelijke terreinen. Zo keurde de gemeenteraad in zitting van 27 januari 2026 de aankoop van 2 percelen bouwgrond, die deel uitmaken van het project WAWA-park, principieel goed.
Ondertussen bestaat het strategisch project Horizon+ niet meer, waardoor er naar oplossingen moet worden gezocht om het project verder richting realisatie te laten evolueren.
Conform het masterplan Jezus-Eik en de structuurvisie rond het Zoniënwoud, wenst het lokaal bestuur de WAWA-site in te richten als één van de onthaalpoorten tot het Zoniënwoud. Hierbij is het belangrijk om de uniformiteit, zowel op het vlak van de lopende projecten in de omgeving als de andere poorten tot het Zoniënwoud te bewaken. De Werkvennootschap is op dit ogenblik bezig met de realisatie van verschillende projecten in de omgeving van Jezus-Eik.
Het is een opportuniteit om beroep te doen op het Studieteam dat werd aangesteld door De Werkvennootschap om de realisatie van het WAWA-park, conform de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst, op zich te laten nemen. Op die manier wordt enerzijds de uniformiteit bewaakt. Anderzijds maakt dit het project ook realiseerbaar doordat deze samenwerking een ontlasting betekent van de gemeentelijke diensten.
Teneinde de afspraken met de Werkvennootschap te formaliseren dient deze samenwerkingsovereenkomst te worden goedgekeurd.
De studiekosten worden geraamd op 83.350,72 euro.
Er is budget voorzien voor de realisatie van het WAWA-park.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de als bijlage gevoegde samenwerkingsovereenkomst tussen de Werkvennootschap en de gemeente Overijse en de bijakte 2, die integraal deel uitmaken van deze beslissing, goed.
Artikel 2
De burgemeester en de algemeen directeur van de gemeente Overijse worden gemachtigd om de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Vlaanderen en de lokale besturen slaan door middel van het Lokaal Energie- en Klimaatpact sinds 2021 de handen in elkaar om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken.
Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact wordt een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt, welk na voorlegging aan de gemeenteraad, bij het Agentschap Binnenlands Bestuur moet worden ingediend. Als bijlage werd het inhoudelijk rapporteringsdocument voor het jaar 2025 alsook de financiële rapportering 2025 toegevoegd.
Deze rapportage is ook voor iedereen vrij te raadplegen op https://www.lokaalklimaatpact.be.
De ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact en de latere bijstellingen zijn een noodzakelijke stap naar een ambitieus klimaatbeleid, waarin ook lokale burgerinitiatieven een belangrijke rol spelen. De jaarlijkse rapportering geeft een beeld van de vooruitgang die de gemeente maakt met het oog op de vooropgestelde doelstellingen.
De ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) brengt geen specifieke financiële verplichtingen met zich mee. De gemeenten die het Lokaal Energie- en Klimaatpact ondertekenen krijgen wel financiële ondersteuning van Vlaanderen bij de uitvoering ervan.
De financiële ondersteuning vanuit Vlaanderen voor het LEKP wordt afgebouwd in 2026 en zal volledig verdwijnen in 2027. Vanaf dan zal er enkel nog een inspiratie- en communicatieportaal overblijven zonder financiële impulsen of rapporteringsverplichtingen.
De uitfasering van het LEKP verloopt in verschillende stappen:
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de als bijlage gevoegde inhoudelijke en financiële rapportering Lokaal Energie- en Klimaatpact 2025 voor gemeente Overijse.
Artikel 2
Een afschrift van deze kennisneming wordt opgeladen op het digitaal loket van Agentschap Binnenlands Bestuur.
De convenant 'Toeristische werking in de regio Groene Gordel 2020-2025' liep af op 31 december 2025. Op basis van deze convenant werd een nieuw convenant voor de periode 2026-2031 opgesteld.
Toerisme Vlaams-Brabant vzw heeft tot doel het toerisme in Vlaams-Brabant uit te bouwen door het aantrekken en gastvrij onthalen van externe bezoekers (dag- en verblijfstoeristen) om daar economische, culturele en sociale voordelen uit te halen voor Vlaams-Brabant als bestemming, met respect voor de eigenheid en de draagkracht van de natuur, de cultuur, het landschap en de mensen.
Toerisme Vlaams-Brabant vzw heeft tot doel een overkoepelende en coördinerende rol te spelen waarin de provincie Vlaams-Brabant, Toerisme Vlaanderen, de gemeenten en de bovenlokale toeristisch-recreatieve organisaties participeren.
De bijdrage van de gemeenten en steden in het nieuwe convenant toerisme bedraagt 0,35 euro per inwoner (zelfde basis als het vorige convenant), maar wordt gebaseerd op het inwonersaantal van 1 januari 2024 (in plaats van 2019) voor de periode 2026 tot en met 2031. Dit bedrag zal jaarlijkse geïndexeerd worden met 2% vanaf 2027.
Voor de gemeente Overijse bedraagt de bijdrage 9.089,50 euro voor 2026 (25.970 inwoners per 1 januari 2024 x 0,35 euro).
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het als bijlage gevoegde convenant 'Overeenkomst tussen Toerisme Vlaams-Brabant vzw en de gemeente of stad betreffende de toeristische werking 2026-2031', goed.
Voor de uitrol van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) zijn de Vlaamse beleidsprioriteiten dat Overijse als lokaal bestuur:
Op 3 februari 2026 gaf Agentschap Opgroeien een online presentatie om het wijzigingsbesluit BOA van 23 januari 2026 toe te lichten aan de lokale besturen. Hierin werd toegelicht dat de datum voor de aanvraag van de inkorting van de overgangstermijn om als lokaal bestuur vervroegd te starten op 1 januari 2026 van 31 oktober 2025 werd aangepast naar 15 februari 2026 en dit volgend op het advies van de Raad van State van 9 januari 2026.
Aanvankelijk werd er in Overijse niet gekozen om vervroegd op te starten op 1 januari 2026 omwille van de tijdsdruk en ook omdat sommige zaken dan zouden uitgewerkt zijn zonder zeker te zijn van de juridische basis vanuit Vlaanderen. Aangezien deze juridische basis intussen door het wijzigingsbesluit BOA van 23 januari 2026 uitgeklaard was, de toelichting hierover had plaatsgevonden tijdens een webinar op 3 februari 2026 en de deadline voor indienen van een aanvraag werd verlaat naar 15 februari 2026, werd er door het college van burgemeester en schepenen - gezien de strikte deadline vanuit Vlaanderen - een voorafname gedaan op een besluit van de gemeenteraad om alsnog de aanvraag in te dienen tot inkorting van de overgangstermijn teneinde te proberen ± 135.000,00 euro extra aan BOA-subsidie van de Vlaamse Overheid te verkrijgen.
Op 18 februari 2026 kwam er vanuit het Agentschap Opgroeien een positieve beslissing als antwoord op de aanvraag voor vervroegde stopzetting van de overgangstermijn BOA onder voorbehoud van goedkeuring regelgeving.
Logischerwijs volgt hiervan een gemeenteraadsbeslissing waarin gevraagd wordt de vervroegde stopzetting en de opstart van het BOA-beleid inwerking te laten treden, retroactief vanaf 1 januari 2026. Het Agentschap Opgroeien spreekt in dit kader van een groeipad voor de lokale besturen, waarbij ze aangeven dat de reglementering doorheen de maanden en jaren verder vorm zal moeten krijgen en waar nodig bijgestuurd.
Omdat de tijdlijn geen ruimte liet voor een voorafgaand gemeenteraadsbesluit, werd ervoor gekozen om achteraf te regulariseren via een bekrachtiging.
Door de vervroegde stopzetting van de tijdelijke maatregel en de opstart van het BOA-beleid vanaf 1 januari 2026 krijgt het lokaal bestuur meer subsidies. Daar tegenover staat dat we het BOA-beleid implementeren, waarbij Agentschap Opgroeien spreekt over een groeipad: het BOA-beleid is niet standvastig en het is de bedoeling om op regelmatige basis te evalueren en wanneer nodig bij te sturen.
De gemeenteraad dient over het bovenstaande een beslissing te nemen.
Door de vervroegde stopzetting van de tijdelijke maatregel en de opstart van het BOA-beleid vanaf 1 januari 2026 wordt er voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 augustus 2026 een subsidie toegekend van 226.569,88 euro.
Dit heeft als gevolg dat de subsidies van Agentschap Opgroeien voor IBO stopt:
De totale BOA-subsidies zijn:
Enig artikel
De gemeenteraad bekrachtigt de vervroegde stopzetting van de tijdelijke maatregel met betrekking tot het beleid Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) en opstart van het BOA-beleid vanaf 1 januari 2026.
Voor de uitrol van het BOA-decreet zijn de Vlaamse beleidsprioriteiten dat Overijse als lokaal bestuur:
Tijdslijn
Inzake het concretiseren van het erkenningskader werd er aan het college van burgemeester en schepenen op 16 december 2025 een presentatie gegeven met een schets van voorlopige krijtlijnen voor het erkenningskader en een draft om tot een financieel kader te komen. Vervolgens werden de aanvullingen en bedenkingen die hierop werden gegeven, verwerkt tot een eerste uitgeschreven versie van het erkenningskader en van een financieel kader.
Op 13 januari 2026 werd er een infomoment voor de schooldirecties van de basisscholen uit Overijse georganiseerd om, enerzijds de verdere uitwerking van het BOA-decreet toe te lichten, en anderzijds ook de 1ste klanken van hen mee te krijgen op het voorgestelde erkenningskader en financieel kader.
Op 22 januari 2026 kwam het Lokaal Samenwerkingsverband (LSV), bestaande uit betrokken ouders, verenigingen, schooldirecties, interne medewerkers en mandatarissen, alsook andere externe geïnteresseerden voor een allereerste keer samen om eveneens het BOA-traject van Overijse toe te lichten en feedback te verkrijgen op voorlopige kaders.
Gezien de veelheid aan info was het zowel voor de schooldirecteurs als voor de leden van het LSV onmogelijk om hier meteen een advies op te formuleren. Er werd dan ook gekozen om de verder uitgewerkte (voorlopige) documenten op een later tijdstip meer in de diepte te bespreken.
Tijdens de klankbordgroep op 12 februari 2026 werd het erkenningskader en financieel kader verder verfijnd en mondde dit uit in een voorlopig erkenningsreglement en financieel kader.
Op 4 en 6 maart 2026 kregen respectievelijk de gemeentelijke en niet-gemeentelijke schooldirecties een toelichting over het erkenningsreglement en financieringskader. Zij vallen voor het erkenningsreglement en subsidiereglement onder categorie 2 (voor- en naschoolse opvang).
Op 12 maart 2026 vond de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën plaats en op 16 maart kwam het LSV voor een tweede keer samen. Zowel tijdens de gemeenteraadscommissie als bij het LSV werden er adviezen geformuleerd, zodat het BOA-beleid breder gedragen wordt.
Erkenningsreglement
Het erkenningsreglement kadert binnen het BOA-decreet en heeft als doel het helder vastleggen van de voorwaarden, procedures en kwaliteitscriteria voor de erkenning van aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten in de gemeente. Het lokaal bestuur wil hiermee een kwaliteitsvol, toegankelijk en veilig aanbod voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar garanderen. Organisaties die opvang en/of activiteiten aanbieden binnen het lokaal beleidskader op het grondgebied van Overijse kunnen erkend worden. De erkenning kan aanleiding geven tot het toekennen van subsidies, het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst, het plaatsen van een overheidsopdracht voor specifieke diensten en/of andere vormen van ondersteuning. In het erkenningsreglement worden algemene voorwaarden bepaald waaraan moet worden voldaan om erkend te kunnen worden. Daarnaast zijn er categorieën uitgewerkt waaraan telkens specifieke voorwaarden van erkenning zijn toegekend.
Adviezen van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën en LSV
Groeipad
Agentschap Opgroeien benadrukt dat de uitrol van het BOA-decreet en dus de implementatie van het BOA-beleid een groeipad is, wat betekent dat het erkenningsreglement en financieringskader niet standvastig is. Het is de bedoeling en zeker ook nodig om regelmatig te evalueren en bij te sturen. Vandaar dat het huidig erkenningsreglement voorligt ter goedkeuring dat toepasbaar wordt voor het schooljaar van 2026-2027. De bedoeling is om tijdens dit schooljaar een eerste evaluatie en eventuele bijsturing door te voeren.
De schooldirecteurs, de gemeenteraadscommissie Mens, Interne zaken en Financiën, en het lokaal samenwerkingsverband hebben adviezen geformuleerd op het erkenningsreglement. Deze adviezen zijn meegenomen in de uiteindelijke uitwerking van het erkenningsreglement, zodat de adviezen leiden tot een meer gedragen BOA-beleid.
De adviezen met volgende motiveringen zijn:
Verhouding kinderen-begeleiders: op het LSV werd opgemerkt dat de erkenningsvoorwaarden rond medewerkersbeleid bij categorie 1 strenger waren dan bij categorie 2, waar niet verplicht wordt om te werken met gekwalificeerd personeel. De redenering was dat het logischer was om de ratio medewerker-kind net lager te zetten bij niet geschoold personeel.
Rol Lokaal Samenwerkingsverband: de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën gaf het advies om de rol van het lokaal samenwerkingsverband te verduidelijken op basis van het decreet en ook expliciet op te nemen in de verwerking van individuele erkenningsaanvragen.
De gemeenteraad dient over het erkenningsreglement een beslissing te nemen.
Geen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgend erkenningsreglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) goed:
Artikel 1 - Inleiding en doelstellingen
Dit reglement kadert binnen het BOA-decreet en heeft als doel het helder vastleggen van de voorwaarden, procedures en kwaliteitscriteria voor de erkenning van aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten in de gemeente. Het lokaal bestuur wil hiermee een kwaliteitsvol, toegankelijk en veilig aanbod voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar garanderen.
De organisaties die opvang en/of activiteiten aanbieden op het grondgebied van Overijse kunnen erkend worden binnen het lokaal beleidskader. De erkenning kan aanleiding geven tot het toekennen van subsidies, het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst, het plaatsen van een overheidsopdracht voor specifieke diensten en/of andere vormen van ondersteuning.
Artikel 2 - Lokaal Samenwerkingsverband
Om de decretaal vastgestelde opdrachten te vervullen, stelt het lokaal bestuur een lokaal samenwerkingsverband samen uit actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten dat minimaal volgende taken vervuld:
Artikel 3 - Erkenningscategorieën
De voorwaarden voor erkenning worden opgedeeld in drie categorieën:
Artikel 4 - Algemene voorwaarden
Voor elk van de hierboven omschreven categorieën gelden volgende voorwaarden:
- Er is een duidelijke opvangverantwoordelijke als centraal aanspreekpunt voor de ouders, medewerkers en het lokaal bestuur.
- De organisator hanteert een sociaal tarief voor financieel kwetsbare gezinnen en voor gezinnen met meerdere kinderen gelijktijdig in de opvang.
- De organisatie communiceert met het lokaal bestuur Overijse over de inhoud en organisatie en staat toe dat het lokaal bestuur deze informatie verspreidt.
- De organisatie communiceert het aanbod op een toegankelijke manier via de eigen communicatiekanalen.
- De organisatie heeft minstens één keer per jaar contact met het lokaal samenwerkingsverband of met de BOA-coördinator van lokaal bestuur Overijse.
Artikel 5 - Specifieke bepalingen
- De opvangaanbieder heeft rechtspersoonlijkheid en voert een financieel gezond beleid en kan dat aantonen op basis van een uitgewerkt businessplan voor de opvangactiviteiten.
- De opvangaanbieder organiseert opvang op minstens de helft van de schoolvakanties en woensdagnamiddagen waar voor minstens 80% van het beschikbaar aanbod kleuters en lagereschoolkinderen terecht kunnen.
- De opvanglocatie en spelmaterialen zijn aangepast aan de noden van de kinderen en jongeren (met ruimte voor spel en rust) en bieden voldoende garanties om de opvang en activiteiten op een veilige manier te laten doorgaan.
De opvangaanbieder heeft een uitgeschreven pedagogische visie die aansluit bij de BOA-visie van Lokaal bestuur Overijse.
- De opvangaanbieder streeft naar een norm van 14 opvangplaatsen per medewerker. Tijdens piekmomenten kan de voormelde grens overschreden worden, op voorwaarde dat een begeleider die alleen werkt in een opvanglocatie, nooit meer dan 25 kinderen gelijktijdig opvangt.
- Minstens 70% van de medewerkers heeft een vorming afgewerkt om de basiscompetenties van een kinderbegeleider (als bijlage aan dit besluit gehecht) te verwerven, een attest van animator in het jeugdwerk of heeft een ervaringsbewijs van minstens 120 begeleidingsuren.
- De opvangaanbieder geeft gedetailleerde informatie over de omvang en de inhoud van het vormingsprogramma en kan motiveren dat dit voldoende aansluit bij de geformuleerde competenties.
- Een begeleider beschikt steeds over een duidelijke functiebeschrijving en richtlijnen en procedures in het kader van noodsituaties, grensoverschrijdend gedrag en brandveiligheid.
- De opvangverantwoordelijke staat in voor gestructureerde reflectie- en feedbackmomenten en periodieke vormingen om de competenties van de medewerkers blijvend te ontwikkelen en versterken.
- De opvangaanbieder volgt het retributiereglement zoals vastgelegd door de gemeenteraad.
- De opvangaanbieder voorziet in het inschrijfbeleid een voorrangsregeling voor instappers, kleuters en kinderen met een bijzondere zorg- of opvangnood. Daarbij wordt gestreefd naar een gezonde mix die rekening houdt met de draagkracht van het opvangteam.
- De opvangaanbieder treedt regelmatig in overleg met de zorg- en welzijnspartners om de zorg voor kinderen met een specifieke ondersteuningsnood en de toegankelijkheid van het aanbod voor kwetsbare gezinnen te verbeteren.
Om in aanmerking te komen voor een erkenning, moet er zowel voor als na de lestijden op de schoollocatie minstens 25 minuten onbeperkt kosteloos toezicht georganiseerd worden voor alle kleuter en leerlingen. De hiernavolgende minimale erkenningsvoorwaarden gelden enkel na afloop van deze periode:
- De school of opvangaanbieder organiseert voor- en naschoolse opvang in samenwerking met een kleuter- of lagere school in Overijse (minstens vanaf 7.30 uur en tot 18 uur op gewone schooldagen en tot 13 uur op woensdag).
- De school of opvangaanbieder voorziet duidelijke noodprocedures en een back-upsysteem zodat er steeds snel kan opgetreden worden in geval van problemen.
- De opvang heeft duidelijke en neergeschreven omgangsafspraken tussen opvangmedewerkers, kinderen en ouders.
- De medewerkers krijgen regelmatig coaching en feedback over de interacties met de kinderen tijdens de opvang.
- De opvangorganisator voorziet in een jaarlijks vormingsprogramma van minstens 2 sessies van 2 uur voor alle begeleiders.
De opvangaanbieder streeft naar een norm van 25 kinderen per medewerker en nooit meer dan 30 kinderen per begeleider. Tijdens het piekmoment in de namiddag (maximum 1 uur na de start van de betalende opvang) kan de voormelde grens overschreden worden, op voorwaarde dat een begeleider nooit meer dan 45 kinderen gelijktijdig opvangt.
- De opvangaanbieder volgt het retributiereglement zoals vastgelegd door de gemeenteraad.
- Het opvangaanbod staat minstens open voor alle kinderen van de school.
- De school en/of opvangaanbieder doen aantoonbare inspanningen om kinderen uit kwetsbare gezinnen en met een specifieke zorgbehoefte toe te leiden naar de opvang.
Sport-, jeugd en socio-culturele organisaties die al een erkenning van het lokaal bestuur Overijse of een bovenlokale erkenning hebben, worden automatisch erkend als aanbieder van buitenschoolse activiteiten op voorwaarde dat ze zich bereid verklaren om de verplichtingen in dit reglement na te leven.
- De aanbieder realiseert minstens 50 uren activiteitenaanbod per kalenderjaar.
- De organisatie beschikt over een duidelijk beleid voor ongepast gedrag van kinderen en begeleiders (vb. grensoverschrijdend gedrag, pesten, gebruik van alcohol en drugs) dat gekend is door alle begeleiders en ouders.
De aanbieder vertrekt vanuit een duidelijke visie op de sociale of persoonlijke ontwikkeling van de kinderen bij de uitwerking van het activiteitenaanbod.
- De aanbieder streeft naar maximaal 14 plaatsen per begeleider en er zijn nooit meer dan 25 kinderen per begeleider. Er zijn duidelijke afspraken over de overname van de groep bij een noodsituatie.
- De begeleiders beschikken over een competentie- of ervaringsbewijs dat aansluit bij het activiteitenaanbod.
- De aanbieder doet inspanningen om het aanbod integraal toegankelijk te maken voor alle inwoners van Overijse, met een bijzondere aandacht voor gezinnen met een bijzondere ondersteuningsnood en gezinnen met een financiële kwetsbaarheid (werken met de UiTPAS).
- De aanbieder organiseert activiteiten die naadloos aansluiten op het aanbod van scholen of andere opvangaanbieders.
Artikel 6 - Procedure van erkenning
De aanvraag, beoordeling en beslissing volgen de onderstaande stappen:
Artikel 7 - Automatische erkenning
Aanbod dat gerealiseerd wordt door de diensten van het lokaal bestuur of al een erkenning hebben van het lokaal bestuur of een andere overheid, zijn automatisch erkend op voorwaarde dat het aanbod:
Dit aanbod wordt vrijgesteld van de erkenningsprocedure en kan gefinancierd worden conform de bestedingsprincipes van de Vlaamse overheid op voorwaarde dat het Lokaal Samenwerkingsverband hierover geconsulteerd werd en dat de toewijzing transparant wordt gerapporteerd via de beleids- en beheerscyclus (BBC).
Om de neutraliteit te waarborgen, worden:
Alle automatisch erkende aanbieders die aanbod willen realiseren in Overijse vullen een verklaring op eer in waarin ze zich engageren om de voorwaarden van dit reglement na te leven.
Artikel 8 - Informatieverwerking
het lokaal bestuur Overijse verwerkt persoonsgegevens in overeenstemming met het decreet van 3 mei 2019.
Artikel 9 - Verplichtingen van erkende aanbieders
Erkende aanbieders:
Artikel 10 - Opvolging, toezicht en evaluatie
Het lokaal bestuur volgt de kwaliteit en naleving van het reglement op via periodieke evaluaties, inspecties en feedback van ouders en kinderen. Bij signalen van tekortkomingen kan een herbeoordeling volgen.
Artikel 11 Opschorting of intrekking van erkenning
Bij vaststelling van ernstige of herhaalde tekortkomingen ten opzichte van de voorwaarden in dit reglement kan de erkenning tijdelijk worden opgeschort of definitief ingetrokken. Daarbij wordt volgende procedure gehanteerd:
Er is een mogelijkheid tot bezwaar binnen de 15 dagen na ontvangst van de beslissing en heraanvraag na correctie ten vroegste na 30 dagen na schorsing of na intrekking van de erkenning.
Het lokaal bestuur kan een externe partij aanstellen om de handhaving van de voorwaarden opgenomen in dit reglement te controleren en handhaven.
Artikel 12 - Disclaimer
De erkenning dient als kwaliteitslabel voor de opvang- en activiteitenaanbieders op het grondgebied van Overijse. Het kwaliteitslabel kan gebruikt worden in externe communicatie. De erkenning neemt de eindverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid niet over van de aanbieders. Elke organisator dient zelfstandig in te staan voor de nodige verzekeringen en maatregelen om op een verantwoorde manier hun aanbod te realiseren.
Artikel 13 - Slotbepalingen
Dit reglement treedt in werking 5 dagen na de bekendmaking. Bestaande aanbieders krijgen een overgangstermijn om aan de voorwaarden te voldoen. Voor vragen kan contact opgenomen worden met het lokaal contactpunt BOA.
Artikel 2
Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286, §1 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Voor de uitrol van het BOA-decreet zijn de Vlaamse beleidsprioriteiten dat Overijse als lokaal bestuur:
Tijdslijn
Inzake het concretiseren van het erkenningskader werd er aan het college van burgemeester en schepenen op 16 december 2025 een presentatie gegeven met een schets van voorlopige krijtlijnen voor het erkenningskader en een draft om tot een financieel kader te komen. Vervolgens werden de aanvullingen en bedenkingen die hierop werden gegeven, verwerkt tot een eerste uitgeschreven versie van het erkenningskader en van een financieel kader.
Op 13 januari 2026 werd er een infomoment voor de schooldirecties van de basisscholen uit Overijse georganiseerd om, enerzijds de verdere uitwerking van het BOA-decreet toe te lichten, en anderzijds ook de 1ste klanken van hen mee te krijgen op het voorgestelde erkenningskader en financieel kader.
Op 22 januari 2026 kwam het Lokaal Samenwerkingsverband (LSV), bestaande uit betrokken ouders, verenigingen, schooldirecties, interne medewerkers en mandatarissen, alsook andere externe geïnteresseerden voor een allereerste keer samen om eveneens het BOA-traject van Overijse toe te lichten en feedback te verkrijgen op voorlopige kaders.
Gezien de veelheid aan info was het zowel voor de schooldirecteurs als voor de leden van het LSV onmogelijk om hier meteen een advies op te formuleren. Er werd dan ook gekozen om de verder uitgewerkte (voorlopige) documenten op een later tijdstip meer in de diepte te bespreken.
Tijdens de klankbordgroep op 12 februari 2026 werd het erkenningskader en financieel kader verder verfijnd en mondde dit uit in een voorlopig erkenningsreglement en financieel kader.
Op 4 en 6 maart 2026 kregen respectievelijk de gemeentelijke en niet-gemeentelijke schooldirecties een toelichting over het erkenningsreglement en financieringskader. Zij vallen voor het erkenningsreglement en subsidiereglement onder categorie 2 (voor- en naschoolse opvang).
Op 12 maart 2026 vond de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën plaats en op 16 maart kwam het LSV voor een tweede keer samen. Zowel tijdens de gemeenteraadscommissie als bij het LSV werden er adviezen geformuleerd, zodat het BOA-beleid breder gedragen wordt.
Van erkenningsreglement naar subsidiereglement
Het erkenningsreglement kadert binnen het BOA-decreet en heeft als doel het helder vastleggen van de voorwaarden, procedures en kwaliteitscriteria voor de erkenning van aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten in de gemeente. Ook het subsidiereglement kadert binnen het BOA-decreet. Dit heeft als doel het eenduidig vastleggen van de voorwaarden voor het krijgen van subsidies binnen de categorieën vermeldt in het erkenningsreglement.
Verdeling middelen onder scholen
Binnen het flankerend onderwijs is het verplicht om de sociale voordelen die aan gemeentelijke scholen worden toegekend ook toe te kennen aan niet-gemeentelijke scholen.
In de verdeling van de BOA-middelen aan de scholen wordt er gewerkt met 3 aandelen: het aantal locaties, het aantal kinderen op de school en een impulssubsidie.
Vanuit de omgevingsanalyse van BOA is gebleken dat zowel de kinderen als de ouders groot belang hechten aan de gedecentraliseerde voor- en naschoolse opvang. Om de scholen aan te moedigen de opvang gedecentraliseerd te blijven organiseren, wordt hieraan 20% van de subsidies gekoppeld. Daarnaast wordt het aantal kinderen per school ten opzichte van het totaal aantal lagereschoolkinderen in Overijse meegenomen om 60% van de subsidies te verdelen. Hierbij krijgt elke school wel een minimum van 7.500,00 euro, waarna de rest van dit aandeel wordt verdeeld volgens leerlingenaantal ingeschreven op 1 februari.
Tot slot is er ook een impulssubsidie die in verhouding van het aantal kinderen op de school ten opzichte van het totaal aantal lagereschoolkinderen in Overijse wordt verdeeld wanneer er aan specifieke voorwaarden wordt voldaan.
De verdeling zal zeker evaluatie en mogelijks bijsturing vragen in de komende jaren. Zo lijkt het interessant om op termijn te evalueren of er rekening moet worden gehouden met het totaal aantal kinderen in een school - zoals nu uitgewerkt - of dat het accurater is om te vertrekken van het aantal kinderen dat effectief gebruik maakt van de voor- en naschoolse opvang. Dit zal dan ook zeker onderdeel uitmaken van een noodzakelijke evaluatie van zowel het erkenningsreglement als subsidiereglement, wat onderdeel uitmaakt van het groeipad zoals beschreven door het Agentschap Opgroeien.
Adviezen van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën en LSV
Inzet boost-subsidie: op het LSV werd het advies gegeven dat er betere keuzes gemaakt kunnen worden om de boost-subsidie in te zetten. Er werd opgemerkt dat er een gemiste kans is om in te zetten op extra kwaliteit. Enkele suggesties die aan bod kwamen: investeer in kwaliteit en bevraag de aanbieders wat zij nodig hebben of investeer in pedagogisch materiaal voor alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarnaast werd er opgemerkt dat er maar een deeltje van het budget naar de regierol gaat, terwijl aanbieders ook ondersteuning kunnen gebruiken.
Inzet reguliere subsidie voor categorie 2: het LSV merkte op dat de verdeelsleutel voor- en naschoolse opvang is gebaseerd op het aantal leerlingen. Idealiter is dit van in het begin gebaseerd op het aantal leerlingen in de opvang, aangezien het aantal totale leerlingen op een school niets zegt over het aantal leerlingen die van de opvang gebruik maken.
Geen inzet van reguliere subsidie voor categorie 3: het LSV merkte op dat er geen subsidies worden voorzien voor de aanbieders van buitenschoolse activiteiten, terwijl er wel engagement en samenwerking wordt verwacht, zoals aandacht voor kinderen met een zorgbehoefte en gezinnen in een kwetsbare situatie. Daarbij wordt er geen rekening gehouden met de extra inzet van de aanbieder (vb. subsidie bij gebruik van een inclusiecoach of bij specifieke aanpassingen voor kinderen met een zorgnood). Er wordt tegelijkertijd aangehaald dat er niet zozeer nood is aan een subsidie per aanbieder, maar op z’n minst wel aan een breed gedragen beleid waar ondersteuning is vanuit het lokaal bestuur (bvb. multi-inzetbaarheid van infrastructuur, ondersteuning in de vorm van opleiding, het coördineren van een studentenpool, ...).
De tarieven voor- en naschoolse opvang is niet volledig dekkend: scholen moeten teren op andere middelen. Zo is het tarief bij voorschoolse opvang 1,00 euro, of je nu om 7u toekomt of om 8u14. Is er geen mogelijkheid om de ouderbijdrage te verhogen?
Groeipad
Agentschap Opgroeien benadrukt dat de uitrol van het BOA-decreet en dus de implementatie van het BOA-beleid een groeipad is, wat betekent dat het erkenningsreglement en het financieringskader niet standvastig is. Het is de bedoeling en zeker ook nodig om regelmatig te evalueren en bij te sturen. Vandaar dat het huidig erkenningsreglement voorligt ter goedkeuring dat toepasbaar wordt voor het schooljaar van 2026-2027. De bedoeling is om tijdens dit schooljaar een eerste evaluatie en eventuele bijsturing door te voeren.
De schooldirecteurs, de gemeenteraadscommissie Mens, Interne zaken en Financiën, en het Lokaal Samenwerkingsverband hebben adviezen geformuleerd op het financieel kader. Deze adviezen zijn meegenomen in de uiteindelijke uitwerking van het subsidiereglement, zodat de adviezen leiden tot een meer gedragen BOA-beleid.
De adviezen met volgende motiveringen zijn:
Inzet boost-subsidie: op het LSV werd het advies gegeven dat er betere keuzes gemaakt kunnen worden om de boost-subsidie in te zetten. Er werd opgemerkt dat er een gemiste kans is om in te zetten op extra kwaliteit.
Enkele suggesties die aan bod kwamen: investeer in kwaliteit en bevraag de aanbieders wat zij nodig hebben of investeer in pedagogisch materiaal voor alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarnaast werd er opgemerkt dat er maar een deeltje van het budget naar de regierol gaat, terwijl aanbieders ook ondersteuning kunnen gebruiken.
Feedback: het bestuur had gekozen voor een aantal investeringen die rechtstreeks en onrechtstreeks de buitenschoolse opvang en activiteiten ten goede komen. Dit gaat onder andere over extra speeltuigen, picknickbanken, een traplift in BKO om de toegankelijkheid voor kinderen te verbeteren, een voetbalpleintje, ... Door een aantal verschuivingen en kosten die lager uitvallen dan ingeschat (vb. traplift in plaats van lift bij BKO), is er nog een financiële marge bij de BOA boost-middelen. Er wordt nog bekeken hoe deze op de meest optimale manier kunnen worden ingezet, ook rekening houdende met deze opmerking vanuit het LSV.
Conclusie: er zijn nog middelen ter beschikking binnen de BOA-boost. Noden vanuit aanbieders kunnen hierin worden bekeken. Hierbij wordt ook zeker rekening gehouden met de mogelijkheden van externe aanbieders die dankzij hun aanbod de actorrol vanuit het lokaal bestuur kunnen verkleinen.
Feedback: deze bedenking werd ook vanuit de administratie gemaakt en besproken met de schooldirecteurs. Zich baseren op het aantal ingeschreven kinderen op een bepaalde datum zorgt ervoor dat de scholen weten aan welk bedrag van subsidie ze zich mogen verwachten. Ook zorgt dit voor minder administratie. Toch lijkt een verdeling op basis van het effectief aantal kinderen in de opvang correcter. Hierbij is er dan wel weer de bedenking dat een verschil van een 10-tal kinderen in de opvang soms maakt dat er toch met hetzelfde aantal toezichters moet worden gewerkt, maar dan zouden de scholen dus wel minder subsidies ontvangen.
Conclusie: op dit moment is er gekozen om te werken met het aantal kinderen ingeschreven in de school op 1 februari. Dit onderdeel wordt zeker meegenomen in de evaluatie en indien nodig bijgestuurd in de toekomst.
Feedback: er gaat een grote som van de subsidies naar de voor- en naschoolse opvang op de scholen, zodat er hier extra kan ingezet worden op kwaliteit. Daarnaast is er, gezien de actorrol die momenteel door het lokaal bestuur wordt opgenomen zowel door het organiseren van IBO, speelpleinen als vakantiekampen, voor gekozen om hier dus ook subsidies voor in te zetten zodat dit zeker kan blijven worden gegarandeerd. Momenteel is er vertrokken van de subsidies voorzien in 2026. Vanuit 2027 zijn er meer subsidies, dewelke nog kunnen verdeeld worden. Op dit moment zijn er nog geen concrete voorstellen gekomen vanuit externe aanbieders waarbij de actorrol van het lokaal bestuur kan afnemen, noch zijn er expliciete voorstellen gedaan om gericht de subsidies te verdelen onder de externe aanbieders, die ook niet allemaal gekend zijn.
Conclusie: dit maakt zeker onderdeel uit van het groeipad waar ook Opgroeien zeer actief naar verwijst. In de toekomst zijn hier zeker nog andere mogelijkheden die kunnen worden geëxploreerd en vorm worden gegeven. In de loop van het schooljaar 2026-2027 wordt hier verder aan gewerkt.
Conclusie: de tarieven maken onderdeel uit van het retributiereglement. Dit advies wordt meegenomen wanneer dit retributiereglement wordt geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Dit staat nog gepland in 2026.
BOA-rapport van 2 april 2026
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) goed:
Artikel 1 - Doel
De Vlaamse overheid beoogt met het BOA-decreet (decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen. Hiervoor krijgt het lokaal bestuur Overijse een structurele financiering vanuit de Vlaamse overheid die het voor minstens 75% dient aan te wenden voor de realisatie van erkend opvang- en activiteitenaanbod. Het lokaal bestuur Overijse wil via dit reglement een deel van deze middelen verdelen onder de erkende opvang- en activiteitenorganisatoren om toe te groeien naar kwalitatievere opvang en een meer gevarieerd activiteitenaanbod.
Daarnaast worden in dit subsidiereglement de bepalingen van het decreet flankerend onderwijsbeleid (30 november 2007) meegenomen, dat gemeenten toelaat sociale voordelen toe te kennen aan scholen en daarbij verplicht tot een gelijke behandeling van alle schoolbesturen op het grondgebied. Dit reglement vormt het juridische kader waarbinnen de middelen voor de realisatie van voor- en naschoolse opvang gelijk worden verdeeld onder alle schoolbesturen op het grondgebied.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
Dit reglement biedt ondersteuning aan erkende organisatoren van buitenschools opvang- en activiteitenaanbod, zoals vastgelegd door de gemeenteraad op 21 april 2026 in volgende categorieën:
Categorie 1 'buitenschoolse opvang op woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en schoolvakanties' wordt niet in dit reglement opgenomen, aangezien de buitenschoolse opvang op woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en schoolvakanties wordt georganiseerd door het lokaal bestuur in de actorrol met IBO en speelplein.
De ondersteuning die geboden wordt via dit reglement is niet van toepassing op en kan niet aangewend worden voor opvang en activiteiten die buiten de afbakening van het erkenningskader wordt georganiseerd (vb. middagtoezicht, extra ondersteuning bij huiswerk, ...).
Om in aanmerking te komen voor ondersteuning, dient de organisator te allen tijde te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden zoals opgenomen in het erkenningsreglement zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Wanneer blijkt dat de voorwaarden uit het erkennings- of subsidiereglement geschonden worden, kan de ondersteuning geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden van de opvang of activiteitenaanbieder.
Artikel 3 - Definities
Wanneer een onderwijsinstelling niet zelf instaat voor de organisatie van het opvangaanbod wordt bij de subsidieaanvraag een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en organisator gevoegd.
Onderwijsinstellingen en buitenschoolse opvangaanbieders zijn vrij om hun middelen vanuit deze subsidie te combineren met elkaar om (deels) overkoepelend te werken aan kwaliteit of om in te zetten op gedeeld spelmateriaal/infrastructuur.
De middelen die conform deze verdeelsleutel gegenereerd worden voor opvangaanbod dat gerealiseerd wordt door het lokaal bestuur, worden ingezet voor personeels-, werkings- en infrastructuurkosten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opvanglocaties.
7.2 Categorie 3: buitenschools activiteitenaanbod
Er wordt via dit reglement geen aanvullende financiering voorzien voor buitenschools activiteitenaanbod. Eventuele financiële ondersteuning kan wel geïntegreerd worden in andere erkennings- en subsidiereglementen van het lokaal bestuur.
Daarnaast kan het activiteitenaanbod rekenen op ondersteuning van het lokaal bestuur in de vorm van:
Artikel 8 - Aanvraagprocedure
Deze subsidie dient jaarlijks aangevraagd te worden voor 15 juli van het kalenderjaar. De aanvraag dient online te gebeuren via het aanvraagformulier dat beschikbaar gesteld wordt op de website van lokaal bestuur Overijse.
De aanvraag bestaat uit een overzicht van de reeds gerealiseerde opvang (vanaf januari tot en met juni) en een inschatting van de opvang van het lopende kalenderjaar (vanaf juli tot en met december).
Artikel 9 - Uitbetaling
De indieners ontvangen, na eventuele extra informatie en goedkeuring van de aanvraag, zo snel mogelijk een overzicht van de toegekende subsidies. De subsidie wordt in de loop van september in de vorm van een voorschot van 80 % uitbetaald.
Aan het einde van het kalenderjaar wordt het saldo van de subsidies uitbetaald of teruggevorderd op basis van de reële prestaties en aanvullende subsidies in het kader van de impulssubsidies.
Het Lokaal bestuur betaalt de toegekende subsidie uit op het rekeningnummer van de indiener zoals vermeld op het aanvraagformulier.
Artikel 10 - Controle
In kader van de impact van het project wil het lokaal bestuur zicht hebben op beschikbare, geanonimiseerde data zoals aantal leerlingen en de leeftijd dat bereikt werd, aantal opvangmomenten waarop een koppeling gemaakt wordt met het vrijetijdsaanbod, ... De rapportage gebeurt op kwartaalbasis op basis van een vooraf aangeleverd sjabloon door de BOA-coördinator.
De medewerkers van het lokaal bestuur evalueren het traject zowel financieel als inhoudelijk.
In toepassing van de wet van 14 november 1983, betreffende de toekenning en aanwending van subsidies, is de begunstigde van de subsidie ertoe gehouden:
Bij niet naleving van deze bepalingen, bij onvoldoende besteding of wanneer door de administratie onregelmatigheden worden vastgesteld, kan het lokaal bestuur overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de betrokken subsidie.
Indien indieners een deel van hun subsidie combineren met elkaar om overkoepelend te werken op bijvoorbeeld buurtniveau, is iedere onderwijsinstelling apart verplicht om inzage te geven in hun aandeel van de gemaakte kosten.
Artikel 11 - Communicatie
Alle communicatie met betrekking tot de promotionele activiteiten rond het verbeteren (van de invulling) van de opvang gebeurt in het Nederlands. Bovendien worden affiches, uitnodigingen en andere communicatiemiddelen voorzien van een logo van de gemeente en van de vermelding 'Met steun van de Gemeente Overijse'. De voertaal bij de uitvoering van de opvang of activiteiten is Nederlands.
Artikel 12 - Betwisting
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van onderhavig reglement. Alle betwistingen onder de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen. Betwistingen moeten, binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de aanvraag van de subsidie aan de subsidieaanvrager, per aangetekende brief of afgifte tegen ontvangstbewijs gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen. De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan een beroep tot vernietiging bij de Raad van State worden ingesteld. Dit beroep dient bij aangetekend schrijven binnen een termijn van 60 dagen, met ingang van de datum van ontvangst van de kennisgeving van deze beslissing aan de Raad van State te worden ingediend.
Artikel 13 - Inwerkingtreding
Onderhavig reglement treedt in werking 5 dagen na de bekendmaking ervan en loopt tot, behoudens vroegere aanpassing, vervanging, of afschaffing, tot 1 september 2031.
Artikel 2
Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286, §1 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Besturen in het onderwijs krijgen de mogelijkheid om op een fiscaal gunstige manier hun personeelsleden via het gebruik van een deel of het geheel van de bruto eindejaarstoelage fietsleasing aan te bieden. Dit kan vanaf de eindejaarstoelage voor het kalenderjaar 2025. Personeelsleden krijgen hierdoor de mogelijkheid om de gehele of een deel van de bruto eindejaarstoelage om te zetten in een flexbudget en dit te besteden aan fietsleasing. Het systeem van fietsleasing stimuleert personeelsleden hun woon-werkverplaatsingen geheel of gedeeltelijk met de fiets te doen en draagt zo bij aan een duurzamere mobiliteit.
Het reglement fietsbeleid werd via mailverkeer voorgelegd aan de vakorganisaties. Er is nog geen ondertekend protocol.
Het is wenselijk om werknemers van gemeentelijke scholen de mogelijkheid te bieden een fiets te leasen, mits inhouding op (een deel van) de bruto eindejaarstoelage. Het reglement fietsbeleid brengt verduidelijking voor wat betreft onder meer de bepaling van het leasebudget, wie in aanmerking komt, keuze van de fiets, de bestellingsvoorwaarden, de gebruiksvoorwaarden, ...
Een reglement fietsbeleid waarin het lokaal bestuur de afspraken vastlegt rond het instappen in de fietslease en gebruik van de fiets door het personeelslid dient te worden goedgekeurd door de gemeenteraad als inrichtende macht van de gemeentelijke scholen.
De fietsleasing voor het personeel van de gemeentelijke scholen wordt georganiseerd via een systeem van vrijwillige omzetting van de gehele of een deel van de bruto eindejaarstoelage in een flexbudget en dit te besteden aan fietsleasing-loonruil waarbij de leasetermijnen worden gefinancierd door inhouding op het brutoloon of andere looncomponenten van de betrokken personeelsleden.
Aangezien de wedden van het onderwijzend personeel worden uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, brengt dit voor het lokaal bestuur geen bijkomende structurele personeelskost binnen onderwijs met zich mee. De maatregel is op dat vlak budgettair neutraal voor het lokaal bestuur. Toch zijn hiervoor kredieten in het meerjarenplan nodig (uitgaven en ontvangsten) omdat de gemeente de factuur van de leasefietsen rechtstreeks aan de leverancier betaalt en deze kost jaarlijks zal terugvorderen bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Deze invoering vereist bijgevolg ook een extra inzet van personeel voor de administratieve opvolging van de individuele dossiers door de ondersteunende diensten (Centrale Aankoopdienst, dienst Personeel en Financiën). Dit gebeurt binnen de bestaande personeelsmiddelen.
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld (ramingen bijkomend te voorzien in eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan):
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgend reglement fietsbeleid voor het personeel van de gemeentelijke scholen toegevoegd als bijlage aan het arbeidsreglement, goed:
Artikel 1 - Inleiding
Dit fietsbeleid is van toepassing binnen het schoolbestuur van Overijse, hierna genoemd de werkgever.
De werkgever heeft binnen zijn onderneming de mogelijkheid tot fietsleasing geïmplementeerd waarbij een personeelslid een leasefiets kan verkrijgen. In het voorliggende fietsbeleid zijn alle praktische modaliteiten van de fietsleasing voorzien.
Het personeelslid dat kiest voor een leasefiets, verklaart zich uitdrukkelijk akkoord om de bepalingen zoals uiteengezet in onderhavig fietsbeleid strikt na te leven. De werkgever behoudt zich het recht voor om de voorwaarden en de keuzemogelijkheden eenzijdig te wijzigen (behoudens de maandelijkse huurprijs), in functie van bijvoorbeeld een aanpassing van het personeelsbeleid of de wijziging van de fiscale of sociale wetgeving die een substantiële impact zou hebben op het fietsbeleid of de (para)fiscale behandeling van de leasefiets.
Artikel 2 - Begrippenlijst
Voor de toepassing van dit fietsbeleid hebben onderstaande begrippen de volgende betekenis, ongeacht of zij in enkelvoud of meervoudsvorm worden gebruikt:
Artikel 3 - Personeelsleden die in aanmerking komen voor een leasefiets
De toetreding tot fietsleasing gebeurt volledig op vrijwillige basis en is slechts mogelijk als het bestuur, waardoor het personeelslid wordt tewerkgesteld, beslist heeft om fietsleasing aan te bieden. Elk personeelslid dat voldoet aan de hieronder vermelde voorwaarden, kan steeds vrij en autonoom beslissen om al dan niet in te stappen in fietsleasing.
Voorwaarden om te kunnen instappen:
Artikel 4 - Budgetcreatie
4.1 - Algemeen
Het personeelslid creëert een flexbudget dat kan worden aangewend voor het verwerven van een leasefiets in het kader van fietsleasing, door een tussen de werkgever en het personeelslid overeengekomen tijdelijke stopzetting van het recht op (een deel van) de eindejaarstoelage als netto uitbetaling, hierna genoemd de inruil van eindejaarstoelage. Het flexbudget moet voor de opbouw van de eindejaarstoelage schriftelijk worden vastgelegd door het personeelslid door te beslissen welk aandeel bruto eindejaarstoelage het omzet in flexbudget in een intentieverklaring.
De werkgever stelt een leasefiets ter beschikking aan het personeelslid op voorwaarde dat deze voldoende budget heeft gecreëerd door de inruil van eindejaarstoelage, eventueel vermeerderd met de persoonlijke bijdrage (zie artikel 4.5).
De inruil van eindejaarstoelage is van toepassing voor de duur van de terbeschikkingstelling van de leasefiets. De inruil van eindejaarstoelage en de keuze voor een leasefiets zal worden vastgelegd in een schriftelijk addendum. Het personeelslid aanvaardt dat zijn/haar keuzes gemaakt in het kader van fietsleasing geen verworven rechten doen ontstaan.
De werkgever behoudt zich het recht voor om te allen tijde de terbeschikkingstelling van de leasefiets eenzijdig stop te zetten, in welk geval de inruil van eindejaarstoelage die werd overeengekomen met het oog op het creëren van het vereiste keuzebudget, evenzeer zal worden stopgezet.
Een leasefiets kan niet in veelvoud worden gekozen: het personeelslid kan slechts aanspraak maken op één leasefiets tegelijk in het kader van fietsleasing.
4.2 - Voorwaarden bij de creatie van een keuzebudget
Het personeelslid is vrij om deel te nemen aan fietsleasing, in de mate dat de wettelijke en/of reglementair opgelegde beperkingen steeds worden gerespecteerd. Voorwaarden om een keuzebudget te kunnen creëren:
4.3 - Verwerking en gevolgen van het keuzebudget op de eindejaarstoelage
De inruil van de eindejaarstoelage gaat in vanaf de dag waarop de terbeschikkingstelling van de leasefiets een aanvang neemt en is van toepassing gedurende een periode gelijk aan de huurtermijn, behoudens afwijkende bepalingen in dit fietsbeleid. Het eventuele saldo van de eindejaarstoelage waarop het personeelslid recht blijft hebben, en dat niet werd omgezet in flexbudget in de intentieverklaring, wordt uitbetaald op de gebruikelijke wijze als de netto eindejaarstoelage. Als het ingezette flexbudget groter blijkt te zijn dan de leasingkosten voor de fiets, dan zal het resterend saldo flexbudget als premie worden uitbetaald.
Bij een terbeschikkingstelling van een leasefiets wijzigt de eindejaarstoelage van het personeelslid. Dit heeft, of kan gevolgen hebben op alle onderstaande componenten die worden berekend op basis van de eindejaarstoelage:
4.4 - Dienstonderbrekingen in de loop van de referteperiode en effecten op de budgetcreatie
Bezoldigde dienstonderbrekingen (dit is met behoud van loon) geven recht op een eindejaarstoelage. Wanneer deze afwezigheden zich voordoen tijdens de referteperiode voor de berekening van de eindejaarstoelage, dan hebben zij geen invloed op de berekening ervan. Voorbeeld: bezoldigd ziekteverlof, bevallingsverlof, VVP ziekte, verlof wegens (bijzondere) opdracht. De fietslease blijft in deze gevallen doorlopen volgens de in het addendum vastgelegde voorwaarden.
Hetzelfde principe geldt bij dienstonderbrekingen die door de overheid niet bezoldigd worden, maar wel -zonder impact- in aanmerking worden genomen voor de berekening van de eindejaarstoelage. Het gaat onder meer om het onbezoldigd bevallingsverlof en het onbezoldigd ziekteverlof voor tijdelijke personeelsleden. Ook in dat geval blijft de fietslease volgens de overeengekomen voorwaarden verder lopen.
In geval van onbezoldigde dienstonderbrekingen die geen recht geven op een eindejaarstoelage (voorbeeld: VVP, AVP, zorgkrediet, politiek verlof, gedeeltelijke loopbaanonderbreking 50/55+, loopbaanonderbreking specifieke stelsels), gelden volgende modaliteiten:
- betalen van een netto bijpassing op het einde van het jaar, met behoud van de leasefiets;
- afkopen van de leasefiets van de huurmaatschappij. Het personeelslid koopt de fiets over aan de overnameprijs, zoals beschreven in artikel 8.2 Vroegtijdig einde huurtermijn;
- inleveren van de leasefiets bij de huurmaatschappij, mits betaling van de verbrekingsvergoeding, zoals beschreven in artikel 8.2.3 voorzien vroegtijdig einde huurtermijn. De werkgever zal in voorkomend geval het fietscontract stopzetten.
Het schoolbestuur zal een schriftelijke bijlage opmaken waarin deze afspraken worden vastgelegd. Het personeelslid moet deze afspraken bevestigen door het ondertekenen van een schriftelijke bijlage binnen de maand na aanvang van de dienstonderbreking. Bij gebrek aan dergelijke bijlage, zal het personeelslid geacht worden te hebben gekozen voor de onmiddellijke verbreking met betaling van de verbrekingsvergoeding wanneer de afspraken niet worden nagekomen. De verbrekingsvergoeding zal in dit geval berekend worden volgens de berekeningswijze van het voorzien einde contract (2.3) onder punt 8.2.
4.5 - Persoonlijke bijdrage
Het personeelslid is vrij een persoonlijke bijdrage te doen rechtstreeks aan de huurmaatschappij om de leaseprijs te doen dalen, zodat deze binnen het beschikbare flexbudget past, en/of de benodigde inruil van de eindejaarstoelage te laten dalen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat je op je persoonlijke bijdrage geen fiscaal voordeel geniet.
Artikel 5 - Bestellingsvoorwaarden
5.1 - Fiets
Het personeelslid heeft een vrije keuze van type fiets, fietsmerk en fietshandelaar binnen de mogelijkheden van de huurmaatschappij o2o Bicycle Leasing en dient rekening te houden met volgende voorwaarden bij de keuze van de fiets:
5.2 - Opties en accessoires
De werknemer neemt verschillende opties en accessoires voordelig mee in lease, op voorwaarde dat deze noodzakelijk zijn voor een vlot woon-werkverkeer. Om vrijgesteld te zijn van 'voordeel alle aard' is het wel belangrijk dat de noodzaak kan aangetoond worden. Zo is een helm steeds mogelijk.
Bij volgende zaken is de noodzaak niet aantoonbaar en deze zijn hierdoor uitgesloten (niet-limitatieve lijst): niet-fietsgerelateerde items zoals een montagestandaard, koptelefoon, sportvoeding, sporthorloge, tweede wielset, ...
Artikel 6 - Gebruiksvoorwaarden
6.1 - Gebruik van de fiets
De keuze van het personeelslid voor een loonpakket met leasefiets zal worden vastgelegd in een addendum. Na ondertekening van deze bijlage kan de gekozen fiets besteld worden.
Zodra de leasefiets is besteld, gaat het personeelslid een bindend engagement aan voor de duur van de terbeschikkingstelling van de fiets, tenzij het personeelslid beslist om de fiets vroegtijdig over te nemen in enkele specifieke gevallen. Conform de huidige wetgeving zal er geen voordeel alle aard aangerekend worden wanneer de fiets op regelmatige basis wordt aangewend voor woon-werkverkeer, noch voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing, noch voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.
De werkgever heeft te allen tijde het recht om na te gaan of het personeelslid de leasefiets effectief gebruikt voor het woon-werkverkeer. Indien de leasefiets nooit of slechts zeer sporadisch (vb. een aantal keer per jaar) gebruikt wordt voor woon-werkverkeer, dient deze als een sociaal en belastbaar voordeel te worden beschouwd. Dit voordeel van alle aard wordt bepaald op basis van de werkelijke waarde in hoofde van het personeelslid.
De werkgever volgt steeds de actuele wetgeving rond de bepaling van het voordeel alle aard. Mocht de wetgeving hierrond dus ooit veranderen, dan zal deze steeds toegepast worden. Indien deze wijziging een loonverlies voor het personeelslid tot gevolg heeft, zal de werkgever dit verlies nooit ten hare laste nemen, noch zal het personeelslid hiervoor op enige manier worden gecompenseerd.
Het personeelslid verbindt zich er expliciet toe om bij de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting niet de werkelijke beroepskosten te gaan bewijzen, maar hierbij wel telkens de forfaitaire beroepskosten aan te geven. Indien het personeelslid dit toch doet dan zal deze integraal instaan voor eventuele nadelige financiële gevolgen.
Het personeelslid mag de leasefiets voor beroepsdoeleinden, voor woon-werkverkeer of voor zuivere privé-verplaatsingen gebruiken, met uitsluiting van het gebruik voor (sport)wedstrijden, koerierdiensten, professioneel vervoer van personen of voor rekening van derden.
Het personeelslid mag inwonende gezinsleden en collega’s van de werkgever toestaan om met de leasefiets te rijden. Een speed pedelec elektrische fiets (tot 45 km/u) mag enkel gebruikt worden wanneer de bestuurder in het bezit is van een geldig rijbewijs (minimum AM-rijbewijs). De gebruiker moet ook altijd in het bezit zijn van de boorddocumenten. Meer info over 'Wat te doen bij het verlies van speed pedelec documenten' vind je in de Servicefiche Speed pedelec services die door o2o Bicycle Leasing wordt aangeboden.
6.2 - Naleving van de wegcode
Het personeelslid verbindt zich ertoe de leasefiets te gebruiken conform de wegcode. Bekeuringen voor overtredingen van de wegcode, administratieve sancties en andere kosten ingevolge van onwettelijk of onveilig rijgedrag zijn de verantwoordelijkheid van en uitsluitend ten laste van het personeelslid. Hij/zij moet deze binnen de vereiste termijn betalen. Indien de bekeuring niet betaald wordt, verklaart het personeelslid zich er mee akkoord dat de werkgever het recht heeft om de bekeuring en eventuele administratieve kosten die zij desgevallend voor rekening van het personeelslid betaalde, terug te vorderen via een onkostennota.
6.3 - Gebruik met zorg
De ter beschikking gestelde leasefiets blijft eigendom van de huurmaatschappij o2o gedurende de hele contractduur en zolang de fiets niet is overgekocht. De leasefiets staat ter beschikking van het personeelslid, in opdracht van de werkgever, gedurende de huurtermijn.
Het personeelslid verbindt zich ertoe om de leasefiets met zorg te gebruiken en te onderhouden. Dit houdt onder meer in dat:
De werknemer mag geen wijzigingen aan de technische specificaties van de leasefiets aanbrengen. Dit verbod omvat:
Bij beschadiging of ongeval is het personeelslid aansprakelijk voor alle daaruit voortvloeiende schade aan derden. De werkgever raadt het personeelslid aan hiervoor een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
Bij zware inbreuken op het fietsbeleid of de verkeersregels door het personeelslid kunnen de huurmaatschappij of de werkgever discretionair beslissen om deze terbeschikkingstelling te schorsen of te beëindigen. In voorkomend geval zal het personeelslid de contractuele verbrekingsvergoeding moeten betalen overeenkomstig artikel 8.2 van dit fietsbeleid. De verbrekingsvergoeding zal in dit geval berekend worden volgens de berekeningswijze van het voorzien einde contract (2.3).
Artikel 7 - Procesverloop: Hoe bestel ik een fiets
7.1 - Simuleer je bruto eindejaarstoelage
Via de simulatietool van AGODI simuleer je je beschikbare bruto eindejaarstoelage die je kan inzetten als flexbudget voor het bestellen van een leasefiets. Je kan simuleren op basis van een tewerkstellingsregime uit het verleden, of je kan simuleren op basis van een nieuwe, toekomstige situatie.
7.2 - Maak een myo2o Biker account aan
Met deze bedrijfslogincode (GBO, GBSJE, GKLS, GITO en BKO) maak je een persoonlijk myo2o Biker account aan op www.o2o.be. Heb je je account aangemaakt? Dan kan je voortaan inloggen met jouw e-mailadres en zelfgekozen wachtwoord.
7.3 - Bepaal je benodigde budget
Via je myo2o Biker account kan je naar hartenlust simulaties maken om je benodigde budget te bepalen. Je hoeft hiervoor nog niet meteen een concrete offerte van de fietshandelaar te hebben. Aan de hand van enkele simulaties krijg je inzicht in welke prijsrange past bij je beschikbare bruto eindejaarstoelage die je simuleerde in stap 1.
Via deze link kan je een stappenplan volgen en meer info terugvinden over het bepalen van je flexbudget.
7.4 - Intentieverklaring doorgeven
In deze stap geef je in een intentieverklaring je intentie om volgend kalenderjaar een fiets te leasen door aan je schoolbestuur. Je geeft eveneens door welk bedrag van je beschikbare bruto eindejaarstoelage je hiervoor wenst in de zetten. Dit dient een concreet bedrag te zijn, geen percentage.
Let op: geef dit door vóór 31 augustus.
7.5 - Ga concreet aan de slag: Ontdek de voordelen en praktische werking van fietsleasing
In de kick-off zone krijg je heel wat praktische informatie: je vindt er een demovideo over wat fietsleasing allemaal inhoudt en je kan er ten allen tijde dit fietsbeleid checken. myo2o Biker helpt je op weg naar de ideale fiets: je ontdekt welk fietstype je bent met de fietswijzer, je vindt een fietshandelaar bij jou in de buurt met onze handige zoektool en je vraagt vlot een digitale offerte op bij je favoriete fietshandelaar.
7.6 - Vraag een fietsofferte aan bij de fietshandelaar of online merk
Heb je je fiets, opties en accessoires gekozen? Vraag dan een fietsofferte aan bij je fietshandelaar of het online merk. Nog geen idee welke fiets het best bij jou past? Geen nood! myo2o Biker helpt je bij het vinden van de ideale tweewieler met de fietswijzer. Je kan ook steeds bij de fietshandelaar terecht die je bijstaat bij je keuze.
7.7. - Dien een fietslease-aanvraag in via myo2o biker
Aan de hand van de ontvangen fietsofferte dien je in enkele klikken een fietslease-aanvraag in via myo2o Biker. En dit zonder verrassingen! Je weet onmiddellijk de geschatte nettokost voor je fiets.
7.8 - Goedkeuring door o2o, werkgever en personeelslid
o2o controleert de leaseaanvraag binnen de 2 werkdagen en stuurt een mail naar jou en je werkgever met de bevestiging van de fietslease-aanvraag.
7.9 - Over naar de fietshandelaar
Is de fietslease-aanvraag goedgekeurd? Dan wordt de bestelling van je ideale fiets automatisch geplaatst bij je favoriete fietshandelaar. In myo2o Biker kan je de bestelling en verwachte leveringsdatum makkelijk opvolgen. Vanaf de geplande leveringsdatum kan je je fiets afhalen bij je fietshandelaar en start je fietsleasecontract.
Artikel 8 - Termijn van de terbeschikkingstelling
De keuze van de huurtermijn wordt vastgelegd in het schriftelijk document en bedraagt 36 maanden. Hiervan kan enkel in uitzonderlijke omstandigheden, overeenkomstig dit fietsbeleid, worden afgeweken. Deze duur gaat in vanaf de dag van de levering van de leasefiets.
8.1 - Einde overeenkomst door afloop huurtermijn
Normaliter neemt de huurmaatschappij bij einde van de huurtermijn de fiets inclusief de gekozen opties en accessoires terug. De huurmaatschappij contacteert het personeelslid voor de organisatie van het inleveren van de artikelen. Het personeelslid waakt erover dat de leasefiets zich in goede staat bevindt, overeenkomstig het hierna vermelde artikel 8.3.
Ingeval het personeelslid de fiets inclusief de gekozen opties en accessoires wenst over te nemen, kan dit onder de volgende voorwaarden:
Meer informatie omtrent de voorwaarden en werking hieromtrent, zijn te vinden online via myo2o Biker.
8.2 - Vroegtijdig einde huurtermijn
De huurtermijn kan steeds vroegtijdig stopgezet worden. Dit kan te wijten zijn aan een keuze van het personeelslid (vb. ontslag door het personeelslid), maar kan ook het gevolg zijn van de beslissing van de huurmaatschappij en/of de werkgever, bijvoorbeeld wanneer het personeelslid wordt ontslagen, zware inbreuken op het fietsbeleid worden gepleegd, de verkeersregels worden overtreden, wanbetaling, of wanneer er wordt afgeweken van de gemaakte afspraken uit punt 4.4 (niet limitatieve opsomming). In voorkomend geval zal het personeelslid de contractuele verbrekingsvergoeding moeten betalen overeenkomstig artikel 8.2 van dit fietsbeleid.
Hierbij heeft het personeelslid de keuze tussen de fiets over te kopen dan wel in te leveren bij de huurmaatschappij. De voorwaarden in welk geval dit meerkosten voor het personeelslid met zich meebrengt, kunnen teruggevonden worden in het hoofdstuk budgetcreatie (artikel 4).
Let op: de bepalingen met betrekking tot een vroegtijdig einde van de huurtermijn zijn reeds van toepassing vanaf de definitieve bestelling van de leasefiets, dus desgevallend voorafgaand aan de levering ervan.
8.2.1 - Overnameprijs
De overnameprijs wordt berekend als de som van: de restwaarde van de leasefiets, inclusief de opties en accessoires, op het ogenblik dat deze wordt overgenomen. De restwaarde wordt berekend door middel van de lineaire afschrijving van de initiële catalogusprijs van de leasefiets, inclusief de opties en accessoires, bij de start van de huurtermijn, naar de residuele waarde ervan op het einde van de voorziene huurtermijn. De lineaire afschrijving verloopt over een termijn die gelijk is aan de initieel voorziene huurtermijn.
Indien van toepassing, wordt de persoonlijke bijdrage van het personeelslid, die betaald werd bij de opstart van het fietscontract, van de initiële catalogusprijs afgetrokken.
De residuele waarde bij afloop van de voorziene huurtermijn bedraagt 15,1 % van de initiële catalogusprijs van de artikelen zonder vermindering van een eventuele persoonlijke bijdrage. Tussen de dag van definitieve bestelling en de dag van levering blijft de totale catalogusprijs eventueel verminderd met de reeds betaalde persoonlijke bijdrage aangehouden.
Het teveel/te weinig opgenomen servicebudget (conform het hierna vermelde artikel 10 van dit fietsbeleid en indien van toepassing). Dit bedrag wordt bepaald als het verschil tussen het opgenomen servicebudget minus het servicebudget waarop het personeelslid recht had, bepaald pro rata volgens de effectieve huurtermijn.
Rekenvoorbeeld overnameprijs; voor dit rekenvoorbeeld gaan we uit van een fiets (inclusief opties en accessoires) van 5.000,00 euro en een leasecontract van 36 maanden. Het contract komt ten einde na 2 jaar (24 maanden). We maken hierbij abstractie van het openstaand saldo onderhoudsbudget, een mogelijke persoonlijke bijdrage, ...
Als het personeelslid de fiets wenst over te nemen, is de algemene regel dat de fiets lineair wordt afgeschreven naar de restwaarde op dat moment.
Dat zou nog 43,4 % van de catalogusprijs zijn, zijnde 2.170,00 euro.
8.2.2 - Verbrekingsvergoeding
Als de fietser de fiets bij vroegtijdige verbreking niet overneemt, moet er een verbrekingsvergoeding betaald worden. Afhankelijk van de situatie en de reden van vroegtijdige verbreking, gelden andere berekeningswijzen. We lichten ze hieronder toe:
8.2.2.1 - Onvoorzien vroegtijdig einde te wijten aan ontslag of ziekte
Indien het vroegtijdig einde van het leasecontract te wijten is aan ontslag (gedwongen of vrijwillig) of ziekte van de medewerker is de forfaitaire verbrekingsvergoeding afhankelijk van het tijdstip binnen de volledige leasetermijn waarop het leasecontract wordt beëindigd. De verbrekingsvergoeding wordt verrekend met het resterende servicebudget dat een negatief of een positief bedrag kan zijn.
| Maand van verbreking |
Verbrekingsvergoeding |
| Maand 1 - 3 |
10 x maandelijkse huurprijs |
| Maand 4 - 6 |
8 x maandelijkse huurprijs |
| Maand 7 - 12 |
6 x maandelijkse huurprijs |
| Maand 13 - 24 |
4 x maandelijkse huurprijs |
| Maand 25 - 48 |
2 x maandelijkse huurprijs |
Kanttekening: soms kan een vroegtijdig einde vermeden worden. Bijvoorbeeld in geval van ontslag. Indien je nieuwe werkgever ook een actieve raamovereenkomst heeft met o2o, kan het contract overgedragen worden naar de nieuwe werkgever op voorwaarde dat:
Rekenvoorbeeld verbrekingsvergoeding volgens de procedure van een onvoorzien vroegtijdig einde: voor dit rekenvoorbeeld gaan we eveneens uit van een fiets (inclusief opties en accessoires) van 5.000,00 euro en een leasecontract van 36 maanden. Het contract komt ten einde na 2 jaar (24 maanden). We maken hierbij abstractie van het openstaand saldo onderhoudsbudget, een mogelijke persoonlijke bijdrage, ...
Als het personeelslid de fiets wenst terug te geven aan o2o, is de algemene regel dat X keer de maandelijkse huurprijs betaald moet worden. X is afhankelijk van het tijdstip binnen de volledige leasetermijn dat het contract beëindigd wordt.
Volgens de tabel hierboven zou dat om 4 x de maandelijkse huurprijs gaan, zijnde 4 x +- 135,00 euro = 540,00 euro.
8.2.2.2 - Onvoorzien vroegtijdig einde bij overlijden
Bij een overlijden wordt het fietsleasecontract stopgezet op de datum van het overlijden. Er is geen verbrekingsvergoeding van toepassing. De fiets kan kosteloos teruggegeven worden aan o2o. Indien gewenst kunnen de nabestaanden de fiets overnemen aan de restwaarde.
8.2.2.3 - Voorzien vroegtijdig einde
In het geval van:
verloopt de berekening van de verbrekingsvergoeding volgens de reële resterende waarde (zie hieronder).
De berekening van de verbrekingsvergoeding wanneer het vroegtijdig einde voorzien kon worden, hangt af van de resterende looptijd van het leasecontract. Dit impliceert dat de verbrekingsvergoeding zal berekend worden op basis van de reële resterende waarde van de fiets, opties, accessoires en servicebudget op het moment van verbreking, als de som van:
De restwaarde van de leasefiets, opties en accessoires: we lichten graag toe hoe we deze restwaarde op het moment van teruggave berekenen. De initiële catalogusprijs* wordt door middel van een lineaire afschrijving teruggebracht tot de residuele waarde*, waarbij de lineaire afschrijving loopt over de voorziene huurtermijn van het fietscontract.
Samengevat: de restwaarde van de leasefiets, opties en accessoires wordt als volgt berekend:
((initiële catalogusprijs - eventuele persoonlijke bijdrage) - (residuele waarde)) * [resterende looptijd/ totale looptijd] + residuele waarde van de opties en accessoires.
*Initiële catalogusprijs = de prijs op de offerte van de leasefiets, inclusief de opties en accessoires bij de start van de huurtermijn.
*Residuele waarde = op basis van de gekozen parameters in het fietsbeleid 15,1 % van de initiële catalogusprijs op het einde van de voorziene huurtermijn, zonder vermindering van een eventuele persoonlijke bijdrage.
De looptijd wordt bepaald in volle dagen.
Servicebudget: het teveel/te weinig opgenomen servicebudget (conform het hierna vermelde artikel 10 van dit fietsbeleid en indien van toepassing). Dit bedrag wordt bepaald als het verschil tussen het opgenomen servicebudget minus het servicebudget waarop het personeelslid recht had, bepaald pro rata volgens de effectieve huurtermijn. Indien er te weinig budget is opgenomen, wordt dit dus afgehouden van het totaalbedrag, indien er te veel budget is opgenomen, wordt dit erbij opgeteld.
In conclusie, bedraagt de verbrekingsvergoeding:
[((initiële catalogusprijs - eventuele persoonlijke bijdrage) - (residuele waarde)) * resterende looptijd/totale looptijd + residuele waarde van de opties en accessoires] +/- Servicebudget.
Rekenvoorbeeld verbrekingsvergoeding volgens de procedure van een voorzien vroegtijdig einde: voor dit rekenvoorbeeld gaan we eveneens uit van een fiets (inclusief opties en accessoires) van 5.000,00 euro en een leasecontract van 36 maanden. Het contract komt ten einde na 2 jaar (24 maanden). We maken hierbij abstractie van het openstaand saldo onderhoudsbudget, een mogelijke persoonlijke bijdrage, ...
Als het personeelslid de fiets wenst terug te geven aan o2o, en de medewerker bevindt zich in het scenario van het voorzien vroegtijdig einde, dan is de algemene regel dat de fiets lineair afgeschreven wordt naar de restwaarde op dat moment (zie grafiek met de afschrijvingspercentages)) MIN de restwaarde bij een normaal einde (15,1 %). In dit geval dient het personeelslid 43,4 % van de catalogusprijs te betalen (restwaarde na 24 maanden) MIN 15,1 % (restwaarde bij een normaal einde) = 2.170,00 euro - 755,00 euro = 1.415,00 euro.
De verbrekingsvergoeding kan nooit negatief zijn.
De gehuurde fiets, inclusief opties en accessoires, slot en sleutels, dienen op een afgesproken tijdstip en locatie thuis, bij de werkgever of in een Decathlon winkel aanwezig te zijn. Decathlon controleert de staat van de gehuurde artikelen en zorgt voor de ophaling ervan. Je dient zelf aanwezig te zijn op het moment van ophaling. Is dit niet mogelijk? Dan kan je je ook laten vertegenwoordigen door een vertegenwoordiger.
Je ontvangt vervolgens een factuur om de Verbrekingsvergoeding rechtstreeks aan o2o te betalen.
8.3 - Staat van de fiets bij terugname door de huurmaatschappij bij het beëindigen van de terbeschikkingstelling
De leasefiets, inclusief slot en sleutels, opties en accessoires, dient op het afgesproken tijdstip op de afgesproken locatie aanwezig te zijn, in volgende staat:
Ingeval de fiets op het ogenblik van teruggave niet voldoet aan bovenvermelde afspraken, zullen de hieraan gerelateerde kosten ten laste van het personeelslid zijn.
Meer informatie over het einde van de huurtermijn, de vereisten in geval van teruggave en de gevolgen indien niet aan de voorwaarden is voldaan, zijn online te vinden via myo2o Biker.
Artikel 9 - Diensten tijdens het gebruik van de fiets
Bij de huur van een fiets zijn volgende diensten standaard geactiveerd:
Onderstaande diensten kunnen geactiveerd worden door het personeelslid bij de plaatsing van de bestelling:
*Opgelet: De werkgever raadt ten sterkste aan dat personeelsleden, die kiezen voor een speed pedelec als fietslease, beschikken over een burgerlijke aansprakelijkheid voor speed pedelecs. Echter vermits vele familiale verzekeringen dit standaard in hun polis voorzien biedt de werkgever de burgerlijke aansprakelijkheid voor speed pedelecs optioneel aan. Het is de persoonlijke verantwoordelijkheid van de werknemer om na te gaan of zijn/haar familiale verzekering voorziet in een burgerlijke aansprakelijkheid voor speed pedelecs en op basis daarvan zijn/haar keuze te maken.
Meer informatie omtrent deze diensten, de algemene voorwaarden en eventuele wijzigingen aan de diensten vind je terug in myo2o Biker (www.o2o.be/bike-services/conditions). o2o heeft het recht om deze algemene voorwaarden te wijzigen en de recentste versie staat steeds in myo2o Biker.
Artikel 10 - Nieuwe fiets
Ingeval het personeelslid tijdens het lopend fietscontract een nieuwe leasefiets bestelt, mag het personeelslid de nieuwe leasefiets ten vroegste op de dag van het einde van het lopende fietscontract in ontvangst nemen. Het personeelslid meldt deze vroegst mogelijke datum van ontvangst aan de fietshandelaar bij het opvragen van een offerte.
Indien het personeelslid de nieuwe leasefiets nog tijdens het lopende fietscontract in ontvangst neemt, wordt het lopende contract vroegtijdig beëindigd met als einddatum de datum van ontvangst van de nieuwe leasefiets. De voorwaarden van vroegtijdig einde contract zijn dan van toepassing (artikel 8.2). Bij teruggave van de fiets van het reeds lopende contract is berekeningswijze 2.1 van toepassing.
Artikel 11 - Eindbepaling
Indien een of meerdere bepalingen van dit fietsbeleid ongeldig of niet toepasbaar zouden zijn, heeft dit niet de ongeldigheid of niet-toepasbaarheid van het gehele fietsbeleid tot gevolg. In voorkomend geval zal te goeder trouw onderhandeld worden om de getroffen bepalingen te vervangen door andere, die de inhoud ervan zo veel mogelijk benaderen en zo goed mogelijk aansluiten bij de inhoud en doelstellingen van het fietsbeleid.
Het personeelslid verbindt zich ertoe alle bepalingen van het fietsbeleid stipt na te leven. In geval van enige schade voor de werkgever als gevolg van het niet-naleven van de bepalingen van onderhavig fietsbeleid, wordt dit beschouwd als een zware fout in de zin van artikel 17bis/1 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, waarvoor het personeelslid aansprakelijk is.
De fietsleasing, en het voorliggend fietsbeleid dat de praktische modaliteiten hiervan bevat, treedt in werking 5 dagen na de bekendmaking van deze beslissing. De werkgever behoudt zich het recht voor fietsleasing – in het kader waarvan het Personeelslid een leasefiets kan verwerven – eenzijdig stop te zetten. In voorkomend geval zal het personeelslid die over een leasefiets beschikt, deze kunnen behouden tot het einde van de voorziene huurtermijn. Na afloop zal evenwel geen nieuwe leasefiets meer kunnen worden verworven.
Artikel 2
Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286, §1 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
De gemeente Overijse en het OCMW van Overijse zijn sinds 1 januari 2022 aangesloten bij OFP Prolocus voor het aanvullend pensioenstelsel van de contractuele personeelsleden (tweede pensioenpijler).
Vorig jaar werden tijdens de algemene vergadering van OFP Prolocus een aantal wijzigingen aan de juridische basisteksten van het OFP goedgekeurd. Teneinde dit zogenaamde ‘revisietraject’ af te ronden dienen deze teksten (sleuteldocumenten) nog formeel bekrachtigd en ondertekend te worden op lokaal niveau, door elke bijdragende entiteit.
Concreet betreft het de wijzigingen aan het Bijzonder Reglement, aan de beheersovereenkomst en aan het financieringsplan van OFP Prolocus voor het aanvullend pensioenstelsel van de contractuele personeelsleden. Meer informatie betreffende de wijzigingen kan teruggevonden worden in de presentatie 'memorie van toelichting bij de wijzigingen sleuteldocumenten OFP Prolocus' (bijlage 2.a).
De gemeenteraad dient zich akkoord te verklaren met de wijzigingen aan het Bijzonder Reglement, aan de beheersovereenkomst en aan het financieringsplan van OFP Prolocus voor het aanvullend pensioenstelsel van de contractuele personeelsleden (tweede pensioenpijler).
De kosten voor het aanvullend pensioenstelsel van de contractuele personeelsleden (tweede pensioenpijler) zijn voorzien in de exploitatiebudgetten. De kostenregeling voor de bijdragende entiteiten van de groep VVSG wordt met deze wijzigingen transparanter en goedkoper gemaakt.
1. Sleuteldocumenten
2. Toelichting bij de sleuteldocumenten
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed.
Artikel 3
De gemeenteraad stemt in met de bijlage bij de toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Artikel 4
De gemeenteraad geeft aan de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur het mandaat om de bijlage bij de toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen.
Artikel 5
De nodige documenten worden overgemaakt aan OFP Prolocus.
In functie van de beleidsdoelstellingen vereist de personeelsinzet aanpassingen.
Om een aantal doelstellingen versneld te kunnen realiseren keurde de gemeenteraad op 23 juni 2025 en 16 december 2025 wijzigingen aan het organogram en de formatie van gemeente en OCMW Overijse reeds goed.
In parallel liep een meer diepgaandere denkoefening om een aantal wijzigingen in de personeelsinzet concreet vorm te geven in het organogram en de formatie, opdat de achterliggende beleidsdoelstellingen maximaal gerealiseerd kunnen worden.
Het voorstel tot wijzigingen aan het organogram en de formatie in het voorjaar van 2026 is het resultaat van verschillende trajecten die samenkomen. Hieronder een overzicht van die verschillende trajecten en hun impact op het organogram alsook wijzigingen op het niveau van de afdelingen.
Herstructureren facilitaire en logistieke taken
Om in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan de vele facilitaire en logistieke opdrachten binnen het lokaal bestuur dient organisatiebreed gekeken te worden naar de mogelijkheden. Ons huidige organisatie en personeelsbestand zal immers niet volstaan om alle opdrachten te kunnen uitvoeren en naar een systeem van periodiek onderhoud te kunnen streven. Daarom is er een oefening doorlopen om te bekijken hoe we de krachten kunnen bundelen van alle diensten binnen het lokaal bestuur die facilitaire en logistieke opdrachten uitvoeren.
Impact op het organogram:
Reorganisatie onthaalwerking lokaal bestuur
Het lokaal bestuur Overijse kiest voor de centralisering van zijn onthaalwerking. Dit centraal onthaal vormt de ruggengraat van een klantgericht en efficiënt werkende organisatie. Door de onthaalfuncties van het lokaal bestuur te bundelen in één duidelijke, herkenbare en goed georganiseerde frontoffice, verhogen we niet alleen de interne efficiëntie, maar vooral de kwaliteit van de dienstverlening voor elke inwoner, bezoeker of partner die contact opneemt.
Impact op het organogram:
Bestendiging zienswijze statutaire aanstellingen
Het lokaal bestuur kiest er reeds geruime tijd voor om in de praktijk enkel voor diensthoofden, afdelingshoofden en decretale graden de mogelijkheid te creëren deze statutair aan te stellen. Om de leesbaarheid van het organogram te verhogen en deze werkwijze te bestendigen voorziet de formatie nu enkel nog de mogelijkheid tot statutaire aanstelling voor deze functies. Voor de andere functies wordt deze mogelijkheid nu ook visueel in het organogram en formatie niet meer voorzien. Dit neemt niet weg dat de rechtspositieregeling (RPR) nog de mogelijkheid voorziet tot het behoud van het statuut voor instromers die komen van een andere overheid in een vastbenoemd statuut. De huidige groep statutaire medewerkers (niet diensthoofd, afdelingshoofd en decretale graad) behouden hun statuut ten persoonlijke titel.
Een statutaire tewerkstelling biedt extra garanties: stabiliteit, onafhankelijkheid en continuïteit in de uitoefening van een functie. Het statuut biedt de nodige waarborgen voor een objectieve en neutrale invulling, los van externe druk, en draagt zo bij tot een professionele en integere dienstverlening. Daarnaast bevordert het de retentie van de medewerkers en hun expertise en kennis. Gezien de wijzigingen aan het aantal statutaire tewerkstellingen ook een impact heeft op de responsabiliseringsbijdragen, zal dit financieel verder onderzocht worden om met een volledig beeld de aanpak te evalueren.
Wijzigingen afdeling Mens
De trajecten herstructureren facilitaire en logistieke taken en reorganisatie onthaalwerking lokaal bestuur, hebben impact op de organisatie van de verschillende diensten binnen de afdeling Mens. Dit, in combinatie van bijgestuurde verwachtingen op de dienstverlening in het kader van de meerjarenplanning, heeft gemaakt dat de structuur van de afdeling Mens is doorgelicht en aangepast.
Impact op het organogram:
Wijzigingen afdeling Grondgebiedzaken
Wijzigingen afdeling Zorg
Wijzigingen afdeling Interne Zaken
Deze wijzigingen werden op 19 maart 2026 voorgelegd aan de vakorganisaties.
Teneinde de personeelsinzet verder af te stemmen op het realiseren van de beleidsdoelstelling is het wenselijk de wijzigingen aan het organogram en de formatie, zoals toegevoegd als bijlage en beschreven in de formatie, te kunnen doorvoeren.
Een aantal wijzigingen aan het voorgelegde organogram en formatie waren in de praktijk reeds van toepassing. Het betreft daarbij voornamelijk het schrappen van een aantal functies die in de praktijk reeds langere tijd niet waren ingevuld en dus niet meer opgenomen waren in de personeelsbudgetten.
Volgende geschatte jaarkost is extra voorzien in de personeelsbudgetten bij de meerjarenplanning om de nieuwe wijzigingen aan organogram en formatie te kunnen invullen:
Enig artikel
De gemeenteraad gaat akkoord met de als bijlage gevoegde personeelsformatie en het eengemaakt organogram OCMW en gemeente Overijse.
Jaarlijks wordt een lijst van nominatieve toelagen aan verenigingen, andere overheden of vzw's vastgesteld, die niet via reglement of afzonderlijke beslissing werden toegekend. Dit kunnen werkingstoelagen of investeringstoelagen zijn. Ze zijn niet onderworpen aan een gemeentelijk subsidiereglement.
De recente herziening van alle subsidiereglementen had onder meer een inperking van het aantal nominatieve toelagen tot doel, wat nu merkbaar is aan de uitgedunde lijst. Het merendeel van de gemeentelijke toelagen worden voortaan immers via een subsidiereglement toegekend.
Niettegenstaande de lijst van nominatieve subsidies geen verplicht onderdeel meer uitmaakt van het meerjarenplan, zijn de nodige kredieten wel voorzien in het beleidsrapport. In de documentatie bij het meerjarenplan werd tevens een overzicht opgenomen van de toegestane werkings- en investeringssubsidies, waaronder ook de nominatief toegekende toelagen behoren. Dat overzicht houdt echter niet langer een beslissing in, maar is louter informatief. De documentatie maakt geen deel uit van het meerjarenplan en moet enkel ter beschikking worden gesteld aan de raadsleden.
De bevoegdheid voor het toekennen van nominatieve toelagen komt toe aan de gemeenteraad. De gemeenteraad moet een besluit nemen tot nominatieve toekenning van elke subsidie afzonderlijk. Om niet elk dossier apart voor te leggen aan de gemeenteraad, wordt thans globaal een lijst van nominatief toe te kennen toelagen voorgelegd voor uitbetaling in 2026. Wanneer bij de toekenning van deze bedragen zou afgeweken worden of wanneer een nieuwe nominatieve toelage zou toegekend worden aan een begunstigde die niet in deze overzichtslijst is opgenomen én deze binnen de grenzen van de globale exploitatie of investeringen blijft, dient dat betreffend dossier afzonderlijk aan de gemeenteraad voorgelegd te worden voor goedkeuring, zonder dat een aanpassing van het meerjarenplan vereist is.
De gemeenteraad geeft hiermee de opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve toelagen uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde zoals opgenomen in de bijlage. Een nominatieve toelage wordt uitgekeerd op basis van een (dotatie)besluit of een subsidieaanvraag.
Deze uitgaven zijn voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW.
Enig artikel
De gemeenteraad stelt de als bijlage toegevoegde lijst van nominatieve gemeentelijke toelagen 2026 vast.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus Overijse-centrum werd vastgesteld door de kerkraad op 4 maart 2026 en ingediend bij het lokaal bestuur Overijse door het Centraal Kerkbestuur op 11 maart 2026.
De jaarrekening 2025 werd door de kerkraad als volgt afgesloten:
|
|
EXPLOITATIE |
INVESTERINGEN |
| ontvangsten: uitgaven: overboekingen: |
+11.204,98 euro -27.480,81 euro -0,00 euro |
+161.736,72 euro -161.736,72 euro +0,00 euro |
| = saldo eigen boekjaar overschot / tekort vorig jaar: gemeentetoelage: |
-16.275,83 euro +40.177,74 euro +13.496,15 euro |
0,00 euro 0,00 euro / |
| = overschot/tekort |
+37.398,06 euro |
0,00 euro |
De jaarrekening 2025 werd zowel in exploitatie als in investeringen positief afgesloten.
De jaarrekening 2025 mag derhalve gunstig geadviseerd worden.
Gemeentelijke exploitatietoelage van 13.496,15 euro.
Deze gemeentelijke tussenkomst voor het jaar 2025 werd voorzien in de meerjarenplanning onder:
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus Overijse-centrum.
Artikel 2
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Jezus-Eik werd vastgesteld door de kerkraad op 11 februari 2026 en ingediend bij het lokaal bestuur Overijse door het Centraal Kerkbestuur op 11 maart 2026.
De jaarrekening 2025 werd door de kerkraad als volgt afgesloten:
|
|
EXPLOITATIE |
INVESTERINGEN |
| ontvangsten: uitgaven: overboekingen: |
+2.038,05 euro -8.577,92 euro -0,00 euro |
0,00 euro 0,00 euro 0,00 euro |
| = saldo eigen boekjaar overschot / tekort vorig jaar: gemeentetoelage: |
-6.539,87 euro +8.376,56 euro +6.199,19 euro |
0,00 euro 0,00 euro / |
| = overschot/tekort |
+8.035,88 euro |
0,00 euro |
De jaarrekening 2025 werd zowel in exploitatie als in investeringen positief afgesloten.
De jaarrekening 2025 mag derhalve gunstig geadviseerd worden.
Gemeentelijke exploitatietoelage van 6.199,19 euro.
Deze gemeentelijke tussenkomst voor het jaar 2025 werd voorzien in de meerjarenplanning onder:
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Jezus-Eik.
Artikel 2
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek H. Maria Magdalena Eizer werd vastgesteld door de kerkraad op 16 januari 2025 en ingediend bij het lokaal bestuur Overijse door het Centraal Kerkbestuur op 11 maart 2026.
De jaarrekening 2025 werd door de kerkraad als volgt afgesloten:
|
|
EXPLOITATIE |
INVESTERINGEN |
| ontvangsten: uitgaven: overboekingen: |
+3.289,42 euro -15.824,66 euro -899,25 euro |
160.000,00 euro -160.899,25 euro 899,25 euro |
| = saldo eigen boekjaar overschot / tekort vorig jaar: gemeentetoelage: |
-13.434,49 euro +19.026,38 euro +12.187,83 euro |
0,00 euro 0,00 euro / |
| = overschot/tekort |
+17.779,72 euro |
0,00 euro |
De jaarrekening 2025 werd zowel in exploitatie als in investeringen positief afgesloten.
De jaarrekening 2025 mag derhalve gunstig geadviseerd worden.
Gemeentelijke exploitatietoelage van 12.187,83 euro.
Deze gemeentelijke tussenkomst voor het jaar 2025 werd voorzien in de meerjarenplanning onder:
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek H. Maria Magdalena Eizer.
Artikel 2
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Michiel Terlanen werd vastgesteld door de kerkraad op 20 januari 2026 en ingediend bij het lokaal bestuur Overijse door het Centraal Kerkbestuur op 11 maart 2026.
De jaarrekening 2025 werd door de kerkraad als volgt afgesloten:
|
|
EXPLOITATIE |
INVESTERINGEN |
| ontvangsten: uitgaven: overboekingen: |
+16.989,95 euro -8.781,70 euro 0,00 euro |
0,00 euro 0,00 euro 0,00 euro |
| = saldo eigen boekjaar overschot / tekort vorig jaar: gemeentetoelage |
+8.208,25 euro +59.898,11 euro 0,00 euro |
0,00 euro 0,00 euro 0,00 euro |
| = overschot/tekort |
+68.106,36 euro |
0,00 euro |
De jaarrekening 2025 werd zowel in exploitatie als in investeringen positief afgesloten.
De jaarrekening 2025 mag derhalve gunstig geadviseerd worden.
Er is geen gemeentelijke tussenkomst voor het jaar 2025 voorzien in de meerjarenplanning.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Michiel Terlanen.
Artikel 2
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Bernardus Tombeek werd vastgesteld door de kerkraad op 10 januari 2026 en ingediend bij het lokaal bestuur Overijse door het Centraal kerkbestuur op 11 maart 2026.
De jaarrekening 2025 werd door de kerkraad als volgt afgesloten:
|
|
EXPLOITATIE |
INVESTERINGEN |
| ontvangsten: uitgaven: overboekingen: |
+10.915,39 euro -26.146,32 euro -2.000,00 euro0 |
0,00 euro -2.000,00 euro +2.000,00 euro |
| = saldo eigen boekjaar overschot / tekort vorig jaar: gemeentetoelage: |
-17.230,93 euro +8.811,93 euro +20.189,48 euro |
0,00 euro 0,00 euro / |
| = overschot/tekort |
+11.770,48 euro |
0,00 euro |
De jaarrekening 2025 werd zowel in exploitatie als in investeringen positief afgesloten.
De jaarrekening 2025 mag derhalve gunstig geadviseerd worden.
Gemeentelijke exploitatietoelage van 20.189,48 euro.
Deze tussenkomst voor het jaar 2025 werd voorzien in de meerjarenplanning onder:
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Bernardus Tombeek.
Artikel 2
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
De jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Joost Maleizen werd vastgesteld door de kerkraad op 19 januari 2026 en ingediend bij het lokaal bestuur Overijse door het Centraal Kerkbestuur op 11 maart 2026.
De jaarrekening 2025 werd door de kerkraad als volgt afgesloten:
|
|
EXPLOITATIE |
INVESTERINGEN |
| ontvangsten: uitgaven: overboekingen: |
+2.003,38 euro -15.970,96 euro -244,13 euro |
0,00 euro -244,13 euro +244,13 euro |
| = saldo eigen boekjaar overschot / tekort vorig jaar: gemeentetoelage: |
-14.211,71 euro +14.076,68 euro +13.333,47 euro |
0,00 euro 0,00 euro / |
| = overschot/tekort |
+13.198,44 euro |
0,00 euro |
De jaarrekening 2025 werd zowel in exploitatie als in investeringen positief afgesloten.
De jaarrekening 2025 mag derhalve gunstig geadviseerd worden.
Gemeentelijke exploitatietoelage van 13.333,47 euro.
Deze tussenkomst voor het jaar 2025 werd voorzien in de meerjarenplanning onder:
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies aan de jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Joost Maleizen.
Artikel 2
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
Op 19 maart 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Rudi Coel van Leefbaar Overijse:
'In toepassing van artikel 14 van het huishoudelijk reglement had ik graag volgende vraag/tussenkomst geagendeerd op de gemeenteraad van 21 april 2026.
Prostitutie, (mogelijke) mensenhandel en illegaliteit in Overijse.
Niets belet u deze punten reeds op te nemen in de agenda die u samen met de oproeping van de gemeenteraad verstuurt conform artikel 3 § 4 en 3 § 5.'
Aan gemeenteraadslid Rudi Coel werd gevraagd om zijn specifieke vraag kenbaar te maken rond voormeld thema.
Op 24 maart 2026 heeft gemeenteraadslid Rudi Coel het volgende meegedeeld:
'Zoals u weet ben ik niet verplicht mondelinge vragen toe te lichten, noch ben ik zelfs verplicht die vooraf door te spelen.
Dit geschreven zijnde, het gaat om twee concrete adressen in Overijse, die ongetwijfeld bekend zijn.
Ik zal dat kortelings stofferen zodat dat het bestuur voorbereid is.
Ik kies ervoor dit op de gemeenteraad te brengen.'
Op 25 maart 2026 heeft gemeenteraadslid Rudi Coel volgende bijkomend info meegedeeld:
'Mijn vraag zal gaan over twee Thaise 'massage'-gelegenheden in Overijse
Burgemeester Inge Lenseclaes antwoordt:
‘Ik ga kort antwoorden, als er daarna nog bijkomende vragen zijn, kunnen die zeker schriftelijk worden gesteld. Ja, wij zijn op de hoogte en er heeft inspectie door de politie en de arbeidsinspectie plaatsgevonden. Er is contact met de nieuwe eigenaar want 1 pand is verkocht en deze eigenaar gaat hier zelf wonen. Dit heeft tot gevolg dat de huidige activiteit zal stopgezet worden. De akte wordt verleden in mei. Er zijn vanuit de inspectie geen inbreuken vastgesteld.’
Het gemeenteraadslid heeft op basis van artikel 31 van het Decreet Lokaal Bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025 het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over gemeentelijke aangelegenheden. Voor het stellen van een vraag, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
De vraag van gemeenteraadslid Rudi Coel voldoet aan voorgaande regelgeving.
Geen.
Enig artikel
De vraag wordt besproken.
Op 2 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Rudi Coel van Leefbaar Overijse:
'In toepassing van artikel 14 van het huishoudelijk reglement had ik graag volgende vraag geagendeerd op de gemeenteraad van 21 april 2026.
Ik heb een vraag over de recycle app, die inwoners kunnen 'downloaden op hun gsm waarbij wekelijks de dag voor ophaling de nodige info geboden wordt over welke fracties er opgehaald worden'.
Niets belet u dit punt reeds op te nemen in de agenda die u samen met de oproeping van de gemeenteraad verstuurt conform artikel 3 § 4 en 3 § 5.'
Het gemeenteraadslid heeft op basis van artikel 31 van het Decreet Lokaal Bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025 het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over gemeentelijke aangelegenheden. Voor het stellen van een vraag, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
De vraag van gemeenteraadslid Rudi Coel voldoet aan voorgaande regelgeving.
Geen.
Enig artikel
De vraag wordt niet besproken gezien gemeenteraadslid Rudi Coel de vraag wenst in te dienen voor de volgende gemeenteraadszitting.
Op 9 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Rudi Coel van Leefbaar Overijse:
'In toepassing van artikel 14 van het huishoudelijk reglement had ik graag volgende vraag geagendeerd op de gemeenteraad van 21 april 2026.
Ik heb een vraag over onderstaand antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur Vlaanderen m.b.t het huishoudelijk reglement van de gemeente Overijse
Niets belet u dit punt reeds op te nemen in de agenda die u samen met de oproeping van de gemeenteraad verstuurt overeenkomstig artikel 3 § 4 en 3 § 5.'
Het door Rudi Coel vermeld antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur bevindt zich in de toegevoegde mail van Rudi Coel van 9 april 2026.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur bezorgde op 9 april 2026 aan het gemeentebestuur een aanbevelingsmail houdende het huishoudelijk reglement en de kopie van de mail gericht aan gemeenteraadslid Rudi Coel.
Naar aanleiding van de vraag van de voorzitter van de gemeenteraad aan gemeenteraadslid Rudi Coel om zijn vraag te specificeren, heeft de heer Coel op 10 april 2026 volgende bijkomende info meegedeeld:
'Zoals u weet hoef ik mijn vragen volgens het huidig reglement niet toe te lichten. Dat is meteen een van de mankementen aan dit reglement. Toch specifieer ik naar aanleiding van uw beleefd verzoek dat de vraag die is naar een reactie van het gemeentebestuur. Dat er gewerkt wordt aan het huishoudelijk reglement kan deel uitmaken van die reactie.'
Gemeenteraadsvoorzitter Vera De Man antwoordt:
‘Vermits het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn mij toebehoort, ga ik reageren. Wij hebben de aanbevelingen goed ontvangen, wat u hebt voorgelezen hebben wij ook gelezen. We zijn hiermee al aan de slag, u was ook uitgenodigd en aanwezig op het overleg met alle fractievoorzitters. Daar is goed geluisterd naar iedereen. Er zijn een aantal zaken die momenteel worden afgetoetst op juridisch vlak om dit juridisch correct in een reglement gegoten te krijgen. We passen ons zoveel mogelijk aan aan de wettelijke bepalingen opgenomen in het Decreet Lokaal Bestuur voor ons huishoudelijk reglement. We zitten hier volgende week opnieuw over samen met als doel te komen tot een zo goed mogelijk gedragen huishoudelijk reglement door oppositie en meerderheid en richten ons hierbij op de raden van juni.’
Het gemeenteraadslid heeft op basis van artikel 31 van het Decreet Lokaal Bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025 het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over gemeentelijke aangelegenheden. Voor het stellen van een vraag, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
De vraag van gemeenteraadslid Rudi Coel voldoet aan voorgaande regelgeving.
Geen.
Enig artikel
De vraag wordt besproken.
Op 10 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Rudi Coel:
'In toepassing van artikel 14 van het huishoudelijk reglement had ik graag volgende vraag geagendeerd op de gemeenteraad van 21 april 2026.
Op maandagnamiddagen staat de rondrijdende kippenkraam Rôtisserie Victor op de terreinen van Färm langs de Brusselsesteenweg.
Dergelijke rondrijdende ambulante handelaars moeten blijkens de gemeentelijke internetbladzijde (https://www.overijse.be/ambulante-activiteiten-op-het-openbaar-domein) een toelating vragen aan het gemeentebestuur, vergezeld van een schriftelijke toelating van de eigenaar van het perceel wanneer hij zich wil plaatsen op privéterrein grenzend aan het openbaar domein. In onderhavig geval was ook een advies nodig van het Agentschap Wegen en Verkeer.
Uit briefwisseling van het gemeentebestuur van 2 juli 2025 blijkt dat er tot op die datum geen vergunningsaanvraag was ingediend bij de gemeente.
Op 14 juli adviseerde het Agentschap Wegen en Verkeer: "In sé is dit een onveilige situatie of wordt er een meer onveilige situatie gecreëerd. Door vooraan het perceel te staan (ook al is het privé), zorgt dit ervoor dat autobestuurders snel even willen stoppen om daarna terug de gewestweg op te rijden. Ter hoogte van de gewestweg gaan dus voertuigen meermaals manoeuvreren. Door ambulante handel op dit stukje perceel toe te laten, zorgen we ervoor dat de situatie onveiliger wordt. We laten deze handel dichtbij de gewestweg niet toe. Omwille van verkeersveiligheid zouden we deze handel ENKEL toelaten indien ze helemaal achteraan het perceel staan (als dat ook toegelaten wordt door de eigenaar ervan) en zo het gemanoeuvreer van de wagens naar achter het terrein te verplaatsen."
Het Agentschap adviseerde de gemeente om "de politie naar de locatie te sturen en hen te dwingen om de handel stil te leggen omwille van geen vergunning of hen aan te manen dit aan te vragen."
Op 30 maart 2026, bijna negen maanden na het advies van het Agentschap, stond de kraam er nog steeds, vooraan op het perceel.
Ik had graag geweten hoe dit kan? Heeft de gemeente de politie gestuurd, zoals geadviseerd? Heeft de kraam een vergunning aangevraagd? Heeft de kraam deze bekomen, en onder welke voorwaarden?
Indien niet, had ik graag geweten hoe de gemeente een eind gaat stellen aan deze onvergunde handel.
Niets belet u dit punt reeds op te nemen in de agenda die u samen met de oproeping van de gemeenteraad verstuurt overeenkomstig artikel 3 § 4 en 3 § 5.'
Schepen Leo Van den Wijngaert antwoordt:
‘Ik ga proberen te antwoorden. Het is zo dat meneer Coel grotendeels gelijk heeft. Er werd door de dienst Publieke Ruimte een aangetekende brief verstuurd maar tot op heden zonder reactie. Hierin staat ook vermeld wat de andere voorwaarden zijn: bvb. Nederlands praten. Dit is een deel van ondernemen en lokale economie en binnen een 10-tal dagen begint er een specialist lokale economie. Het is de bedoeling dat er dan ook een reglement volgt op ambulante handel en er hier ook op kan gehandhaafd worden.’
Het gemeenteraadslid heeft op basis van artikel 31 van het Decreet Lokaal Bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025 het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over gemeentelijke aangelegenheden. Voor het stellen van een vraag, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
De vraag van gemeenteraadslid Rudi Coel voldoet aan voorgaande regelgeving.
Geen.
Enig artikel
De vraag wordt besproken.
Op 16 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Miranda Cornet:
'De aanmeldingsperiode voor de inschrijvingen in het lager onderwijs werden afgesloten op 17 maart en de toewijzijng is momenteel lopende (afsluiting op 23 april).
Kunnen we een overzicht krijgen van het aantal aanmeldingen per school (als 1e, 2e en 3e keuze) en meer bepaald voor GBSJE ? Kunnen deze cijfers vergeleken worden met die van de afgelopen 3 jaar ?
Daarnaast kregen we graag op de volgende gemeenteraad een overzicht van de toegewezen plaatsen per school.
Schepen Joke Lenseclaes antwoordt:
‘Het klopt inderdaad dat de aanmeldingen zijn afgesloten op 17 maart. Momenteel worden er nog steeds fouten uit het systeem gehaald. Fouten houdt in: enerzijds fouten die er gekomen zijn door een verkeerde woonplaats doorgegeven door de ouders. De diensten hebben gemerkt dat sommige ouders onterecht Overijse hebben aangegeven als woonplaats en dus nu wordt dit bij iedereen nagekeken op basis van rijksregisternummer en adres. Sommige ouders van kinderen in de 3de kleuterklas hebben hun kind aangemeld voor de huidige school, wat niet nodig is. Deze fouten worden er ook uitgehaald. Dit maakt dat er nog een definitieve lijst moet worden opgemaakt.’
Het gemeenteraadslid heeft op basis van artikel 31 van het Decreet Lokaal Bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025 het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over gemeentelijke aangelegenheden. Voor het stellen van een vraag, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
De vraag van gemeenteraadslid Miranda Cornet voldoet aan voorgaande regelgeving.
Geen.
Enig artikel
De vraag wordt besproken.
Op 16 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Myriam Vanderlinden:
'Ik had graag de volgende vraag gesteld op de gemeenteraad van dinsdag 21 april 2026:
De omwonenden van Eizer kregen een brief in de bus met de melding dat de werken aan de Duisburgsesteenweg pas eind mei (in plaats van eind maart) zullen gedaan zijn.
Schepen Filip Boon antwoordt:
‘Het gaat over de rioleringswerken in Eizer uitgevoerd door Aquafin. Er is enerzijds vertraging door weerverlet, meer dan 40 dagen weerverlet. Anderzijds bleek dat er vele nutsleidingen in de weg lagen voor de aanleg van de riolering. Er zijn wat leidingen moeten verplaatst worden waardoor de rioleringswerken vertraging hebben opgelopen. Dit kon niet op voorhand voorzien worden omdat de juiste ligging van de leidingen niet duidelijk was aangegeven op de liggingsplannen.
Wat u daarnet zei over buizen die verkeerd zijn aangelegd en opnieuw moesten worden aangelegd, had u vooraf niet in de vraag gesteld en kan ik dus geen antwoord op geven. Als er geen bijkomende vertraging optreedt, zou de doorgang terug open kunnen eind mei. Op dat moment zal niet alles af zijn (voetpaden, parkeerplaatsen), maar wel mogelijkheid voor doorgaand verkeer.’
Het gemeenteraadslid heeft op basis van artikel 31 van het Decreet Lokaal Bestuur en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025 het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen over gemeentelijke aangelegenheden. Voor het stellen van een vraag, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
De vraag van gemeenteraadslid Myriam Vanderlinden voldoet aan voorgaande regelgeving.
Geen.
Enig artikel
De vraag wordt besproken.
Op 14 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Peter Lombaert namens Team 3090 met volgend aanvullend agendapunt:
'De Aziatische hoornaar is een nefaste invasieve soort. Graag kreeg ik wat uitleg over het bestrijdingsplan van de gemeente Overijse.'
Schepen Jan De Broyer antwoordt:
‘Bij Agentschap Natuur en Bos kunnen we lezen: ‘de soort is momenteel het vestigingsstadium van de invasie gepasseerd en wordt door het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) momenteel als opkomend gecategoriseerd binnen het Vlaams Gewest (D’Hondt et al. (2022) PrIUS). Uitroeien is geen realistische optie meer. Als gevestigde soort valt de verdelging niet meer onder de verantwoordelijkheid van de Vlaamse overheid, maar onder die van iedere terreineigenaar of -beheerder. Desondanks zal de overheid bepaalde taken blijven opnemen om de impact van de soort te verminderen en de aanpak te ondersteunen. Daarom is er een beheerregeling opgemaakt waarin de doelstellingen, de verantwoordelijkheden en de methodes voor het beheer in Vlaanderen zijn vastgelegd.’
De gemeente hanteert een gerichte en lokale aanpak voor de bestrijding van de Aziatische hoornaar (vespa velutina). Gezien de algemene en wijdverspreide aanwezigheid ligt de focus op het beperken van lokale overlast en risico’s, vooral in gevoelige omgevingen. De bestrijding richt zich in hoofdzaak op het gericht opsporen en neutraliseren van nesten die een reëel risico vormen voor de openbare veiligheid of kwetsbare functies (zoals scholen, kinderopvang, publieke gebouwen).
Voor nesten op privaat domein ligt de verantwoordelijkheid bij de private eigenaar. Eigenaars worden gestimuleerd om tijdig actie te ondernemen door eventuele nesten te melden via VespaWatch en beroep te doen op gespecialiseerde verdelgers wanneer dat nodig blijkt.
De gemeente bekijkt, in samenspraak met de andere gemeenten binnen onze brandweerzone, welke aanvullende maatregelen in de toekomst haalbaar en wenselijk zijn:
De gemeente volgt hierbij de Vlaamse aanbevelingen en kiest voor een realistische, proportionele en doelgerichte aanpak.’
Burgemeester Inge Lenseclaes antwoordt:
'Dit wordt besproken op de zoneraad van 22 april 2026 maar we kunnen wel cijfergegevens geven van VespaWatch.
De Aziatische hoornaars zijn voor de eerste keer gemeld in 2017; drie nesten in West-Vlaanderen, binnenkomend van Frankrijk. De provincies Antwerpen en Limburg hebben het minste last en Vlaams-Brabant ligt daartussen. In 2024 waren er 8.424 meldingen bij VespaWatch, in 2025 zijn er 25.525 meldingen. De stijging is exponentieel en is niet meer tegen te houden, de prognose is gemiddeld 10 nesten per km² wat wilt zeggen in Vlaanderen 126.000 nesten in 2026.
Het is onmogelijk om al deze nesten weg te nemen of te bestrijden. Er moet ingezet worden op de eerste primaire nesten in het voorjaar. Vallen kunnen effectief zijn. Zelf in elkaar geknutselde vallen, waarin ook andere nuttige insecten zoals bijen en wespen worden gevangen, kunnen schade toebrengen aan de natuur. We moeten de juiste vallen hebben. Samen met de Hulpverleningszone zijn we op dit moment alles in kaart aan het brengen en is er nauw contact met de gemeenten om elkaar kunnen versterken. Ook privéondernemers specialiseren zich in de bestrijding van de Aziatische hoornaar want dit vraag speciale apparatuur en pakken. Er wordt doorverwezen naar deze externen als mensen een nest in hun tuin vaststellen.'
Geen.
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Op 16 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Alan Pauwels met volgend aanvullend agendapunt:
'Tegen 2042 komen er in Vlaanderen tot 56.000 extra sociale woningen bij. Dat heeft de Vlaamse regering recent beslist.
Voor de gemeente Overijse zou daarbij een indicatieve doelstelling van 288 bijkomende sociale woningen gelden.
Schepen Jan De Broyer antwoordt:
'Inderdaad een 3-tal weken terug heeft de gemeente de bevestiging ontvangen van het vermoedelijk definitief cijfer maar de Raad van State moet nog advies geven en het bestuurswijzigingsproces moet nog worden uitgerold.
Het zijn de woonmaatschappijen die het programma van de verschillende gemeenten indienen. Al de vragen gaan over iets wat nu moet starten.
Wij gaan ermee aan de slag op eerste Lokaal Woonoverleg (hierin zitten het departement Wonen, de provincie, Woontrots, de mandatarissen, het OCMW, Omgevingsdienst) onder regie van IGO.
Voor de eerste schijf zelf hebben we het een ander in de pijplijn. De rest zal deel uitmaken van het overleg dat komend half jaar zal gebeuren. Ook het financieel aspect maakt deel uit van het proces dat moet worden afgerond. Het huiswerk moet de komende maanden gebeuren.'
Geen.
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Op 16 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Tim Vloebergh namens FEL OVERIJSE met volgend aanvullend agendapunt:
'Welke toekomstvisie heeft het gemeentebestuur voor het gebouw en de directe omgeving van de gemeentelijke basisschool in Jezus-Eik? Zijn er concrete plannen of een tijdslijn in de maak, en zo ja, wanneer mogen we hierover een toelichting verwachten?'
Schepen Jeroen Van San antwoordt:
‘Heel concreet gaan wij de komende weken en maanden hieromtrent samenzitten om hier in de aMJP van dit najaar, duidelijkheid over te kunnen bieden. Dit betreft niet enkel het gebouw van de gemeentelijke basisschool Jezus-Eik, maar ook ruimer voor andere gebouwen.’
Geen.
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Op 16 april 2026 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Tim Vloebergh namens FEL OVERIJSE met volgend aanvullend agendapunt:
'Als gemeenteraadsleden stellen wij vast dat we bijzonder weinig inzicht krijgen in de personeelsbezetting en -evolutie binnen het gemeentebestuur. Zo vernamen wij via een Facebookadvertentie van een externe partij dat de gemeente op zoek is naar een nieuw diensthoofd Communicatie, informatie die ons niet proactief werd meegedeeld. In andere gemeenten weten we dat dit wel gangbaar is.
Daarom twee concrete vragen. Ten eerste: waarom wordt dit soort informatie niet standaard geagendeerd of meegedeeld aan de raad? Ten tweede: is het mogelijk om voortaan een beknopt kwartaaloverzicht te voorzien met de belangrijkste wijzigingen in de personeelsbezetting?'
Burgemeester Inge Lenseclaes antwoordt:
‘Het openstellen van functies en aanstellen van personeel is de bevoegdheid van het vast bureau en het college van burgemeester en schepenen, behalve voor decretale graden. Alle andere vacatures en aanwervingen kunnen jullie volgen via de notulen van het vast bureau en het college van burgemeester en schepenen. Zo kan u de ambtsneerlegging lezen in de zitting van het college van burgemeester en schepenen van 17 maart 2026 en op 24 maart 2026 de vacantverklaring. Enkel bij tijdelijke vervangingen is dit niet zichtbaar in de notulen, want dit is de bevoegdheid van de algemeen directeur. Een vacature wordt sowieso ook gepubliceerd op de website van de gemeente en doorgaans ook via Facebook-post.
Bij de voorstelling van de jaarrekening wordt jaarlijks een overzicht meegegeven van de personeelsinzet. Dit is een foto op 31 december. Ik stel voor om te bekijken of dit voldoende antwoord biedt op jouw vragen, anders kan dit nadien nog worden bekeken.’
Geen.
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Vervolgens verklaart de voorzitter de vergadering voor gesloten.
Namens de gemeenteraad