Voor de uitrol van het BOA-decreet zijn de Vlaamse beleidsprioriteiten dat Overijse als lokaal bestuur:
Tijdslijn
Inzake het concretiseren van het erkenningskader werd er aan het college van burgemeester en schepenen op 16 december 2025 een presentatie gegeven met een schets van voorlopige krijtlijnen voor het erkenningskader en een draft om tot een financieel kader te komen. Vervolgens werden de aanvullingen en bedenkingen die hierop werden gegeven, verwerkt tot een eerste uitgeschreven versie van het erkenningskader en van een financieel kader.
Op 13 januari 2026 werd er een infomoment voor de schooldirecties van de basisscholen uit Overijse georganiseerd om, enerzijds de verdere uitwerking van het BOA-decreet toe te lichten, en anderzijds ook de 1ste klanken van hen mee te krijgen op het voorgestelde erkenningskader en financieel kader.
Op 22 januari 2026 kwam het Lokaal Samenwerkingsverband (LSV), bestaande uit betrokken ouders, verenigingen, schooldirecties, interne medewerkers en mandatarissen, alsook andere externe geïnteresseerden voor een allereerste keer samen om eveneens het BOA-traject van Overijse toe te lichten en feedback te verkrijgen op voorlopige kaders.
Gezien de veelheid aan info was het zowel voor de schooldirecteurs als voor de leden van het LSV onmogelijk om hier meteen een advies op te formuleren. Er werd dan ook gekozen om de verder uitgewerkte (voorlopige) documenten op een later tijdstip meer in de diepte te bespreken.
Tijdens de klankbordgroep op 12 februari 2026 werd het erkenningskader en financieel kader verder verfijnd en mondde dit uit in een voorlopig erkenningsreglement en financieel kader.
Op 4 en 6 maart 2026 kregen respectievelijk de gemeentelijke en niet-gemeentelijke schooldirecties een toelichting over het erkenningsreglement en financieringskader. Zij vallen voor het erkenningsreglement en subsidiereglement onder categorie 2 (voor- en naschoolse opvang).
Op 12 maart 2026 vond de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën plaats en op 16 maart kwam het LSV voor een tweede keer samen. Zowel tijdens de gemeenteraadscommissie als bij het LSV werden er adviezen geformuleerd, zodat het BOA-beleid breder gedragen wordt.
Van erkenningsreglement naar subsidiereglement
Het erkenningsreglement kadert binnen het BOA-decreet en heeft als doel het helder vastleggen van de voorwaarden, procedures en kwaliteitscriteria voor de erkenning van aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten in de gemeente. Ook het subsidiereglement kadert binnen het BOA-decreet. Dit heeft als doel het eenduidig vastleggen van de voorwaarden voor het krijgen van subsidies binnen de categorieën vermeldt in het erkenningsreglement.
Verdeling middelen onder scholen
Binnen het flankerend onderwijs is het verplicht om de sociale voordelen die aan gemeentelijke scholen worden toegekend ook toe te kennen aan niet-gemeentelijke scholen.
In de verdeling van de BOA-middelen aan de scholen wordt er gewerkt met 3 aandelen: het aantal locaties, het aantal kinderen op de school en een impulssubsidie.
Vanuit de omgevingsanalyse van BOA is gebleken dat zowel de kinderen als de ouders groot belang hechten aan de gedecentraliseerde voor- en naschoolse opvang. Om de scholen aan te moedigen de opvang gedecentraliseerd te blijven organiseren, wordt hieraan 20% van de subsidies gekoppeld. Daarnaast wordt het aantal kinderen per school ten opzichte van het totaal aantal lagereschoolkinderen in Overijse meegenomen om 60% van de subsidies te verdelen. Hierbij krijgt elke school wel een minimum van 7.500,00 euro, waarna de rest van dit aandeel wordt verdeeld volgens leerlingenaantal ingeschreven op 1 februari.
Tot slot is er ook een impulssubsidie die in verhouding van het aantal kinderen op de school ten opzichte van het totaal aantal lagereschoolkinderen in Overijse wordt verdeeld wanneer er aan specifieke voorwaarden wordt voldaan.
De verdeling zal zeker evaluatie en mogelijks bijsturing vragen in de komende jaren. Zo lijkt het interessant om op termijn te evalueren of er rekening moet worden gehouden met het totaal aantal kinderen in een school - zoals nu uitgewerkt - of dat het accurater is om te vertrekken van het aantal kinderen dat effectief gebruik maakt van de voor- en naschoolse opvang. Dit zal dan ook zeker onderdeel uitmaken van een noodzakelijke evaluatie van zowel het erkenningsreglement als subsidiereglement, wat onderdeel uitmaakt van het groeipad zoals beschreven door het Agentschap Opgroeien.
Adviezen van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën en LSV
Inzet boost-subsidie: op het LSV werd het advies gegeven dat er betere keuzes gemaakt kunnen worden om de boost-subsidie in te zetten. Er werd opgemerkt dat er een gemiste kans is om in te zetten op extra kwaliteit. Enkele suggesties die aan bod kwamen: investeer in kwaliteit en bevraag de aanbieders wat zij nodig hebben of investeer in pedagogisch materiaal voor alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarnaast werd er opgemerkt dat er maar een deeltje van het budget naar de regierol gaat, terwijl aanbieders ook ondersteuning kunnen gebruiken.
Inzet reguliere subsidie voor categorie 2: het LSV merkte op dat de verdeelsleutel voor- en naschoolse opvang is gebaseerd op het aantal leerlingen. Idealiter is dit van in het begin gebaseerd op het aantal leerlingen in de opvang, aangezien het aantal totale leerlingen op een school niets zegt over het aantal leerlingen die van de opvang gebruik maken.
Geen inzet van reguliere subsidie voor categorie 3: het LSV merkte op dat er geen subsidies worden voorzien voor de aanbieders van buitenschoolse activiteiten, terwijl er wel engagement en samenwerking wordt verwacht, zoals aandacht voor kinderen met een zorgbehoefte en gezinnen in een kwetsbare situatie. Daarbij wordt er geen rekening gehouden met de extra inzet van de aanbieder (vb. subsidie bij gebruik van een inclusiecoach of bij specifieke aanpassingen voor kinderen met een zorgnood). Er wordt tegelijkertijd aangehaald dat er niet zozeer nood is aan een subsidie per aanbieder, maar op z’n minst wel aan een breed gedragen beleid waar ondersteuning is vanuit het lokaal bestuur (bvb. multi-inzetbaarheid van infrastructuur, ondersteuning in de vorm van opleiding, het coördineren van een studentenpool, ...).
De tarieven voor- en naschoolse opvang is niet volledig dekkend: scholen moeten teren op andere middelen. Zo is het tarief bij voorschoolse opvang 1,00 euro, of je nu om 7u toekomt of om 8u14. Is er geen mogelijkheid om de ouderbijdrage te verhogen?
Groeipad
Agentschap Opgroeien benadrukt dat de uitrol van het BOA-decreet en dus de implementatie van het BOA-beleid een groeipad is, wat betekent dat het erkenningsreglement en het financieringskader niet standvastig is. Het is de bedoeling en zeker ook nodig om regelmatig te evalueren en bij te sturen. Vandaar dat het huidig erkenningsreglement voorligt ter goedkeuring dat toepasbaar wordt voor het schooljaar van 2026-2027. De bedoeling is om tijdens dit schooljaar een eerste evaluatie en eventuele bijsturing door te voeren.
De schooldirecteurs, de gemeenteraadscommissie Mens, Interne zaken en Financiën, en het Lokaal Samenwerkingsverband hebben adviezen geformuleerd op het financieel kader. Deze adviezen zijn meegenomen in de uiteindelijke uitwerking van het subsidiereglement, zodat de adviezen leiden tot een meer gedragen BOA-beleid.
De adviezen met volgende motiveringen zijn:
Inzet boost-subsidie: op het LSV werd het advies gegeven dat er betere keuzes gemaakt kunnen worden om de boost-subsidie in te zetten. Er werd opgemerkt dat er een gemiste kans is om in te zetten op extra kwaliteit.
Enkele suggesties die aan bod kwamen: investeer in kwaliteit en bevraag de aanbieders wat zij nodig hebben of investeer in pedagogisch materiaal voor alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarnaast werd er opgemerkt dat er maar een deeltje van het budget naar de regierol gaat, terwijl aanbieders ook ondersteuning kunnen gebruiken.
Feedback: het bestuur had gekozen voor een aantal investeringen die rechtstreeks en onrechtstreeks de buitenschoolse opvang en activiteiten ten goede komen. Dit gaat onder andere over extra speeltuigen, picknickbanken, een traplift in BKO om de toegankelijkheid voor kinderen te verbeteren, een voetbalpleintje, ... Door een aantal verschuivingen en kosten die lager uitvallen dan ingeschat (vb. traplift in plaats van lift bij BKO), is er nog een financiële marge bij de BOA boost-middelen. Er wordt nog bekeken hoe deze op de meest optimale manier kunnen worden ingezet, ook rekening houdende met deze opmerking vanuit het LSV.
Conclusie: er zijn nog middelen ter beschikking binnen de BOA-boost. Noden vanuit aanbieders kunnen hierin worden bekeken. Hierbij wordt ook zeker rekening gehouden met de mogelijkheden van externe aanbieders die dankzij hun aanbod de actorrol vanuit het lokaal bestuur kunnen verkleinen.
Feedback: deze bedenking werd ook vanuit de administratie gemaakt en besproken met de schooldirecteurs. Zich baseren op het aantal ingeschreven kinderen op een bepaalde datum zorgt ervoor dat de scholen weten aan welk bedrag van subsidie ze zich mogen verwachten. Ook zorgt dit voor minder administratie. Toch lijkt een verdeling op basis van het effectief aantal kinderen in de opvang correcter. Hierbij is er dan wel weer de bedenking dat een verschil van een 10-tal kinderen in de opvang soms maakt dat er toch met hetzelfde aantal toezichters moet worden gewerkt, maar dan zouden de scholen dus wel minder subsidies ontvangen.
Conclusie: op dit moment is er gekozen om te werken met het aantal kinderen ingeschreven in de school op 1 februari. Dit onderdeel wordt zeker meegenomen in de evaluatie en indien nodig bijgestuurd in de toekomst.
Feedback: er gaat een grote som van de subsidies naar de voor- en naschoolse opvang op de scholen, zodat er hier extra kan ingezet worden op kwaliteit. Daarnaast is er, gezien de actorrol die momenteel door het lokaal bestuur wordt opgenomen zowel door het organiseren van IBO, speelpleinen als vakantiekampen, voor gekozen om hier dus ook subsidies voor in te zetten zodat dit zeker kan blijven worden gegarandeerd. Momenteel is er vertrokken van de subsidies voorzien in 2026. Vanuit 2027 zijn er meer subsidies, dewelke nog kunnen verdeeld worden. Op dit moment zijn er nog geen concrete voorstellen gekomen vanuit externe aanbieders waarbij de actorrol van het lokaal bestuur kan afnemen, noch zijn er expliciete voorstellen gedaan om gericht de subsidies te verdelen onder de externe aanbieders, die ook niet allemaal gekend zijn.
Conclusie: dit maakt zeker onderdeel uit van het groeipad waar ook Opgroeien zeer actief naar verwijst. In de toekomst zijn hier zeker nog andere mogelijkheden die kunnen worden geëxploreerd en vorm worden gegeven. In de loop van het schooljaar 2026-2027 wordt hier verder aan gewerkt.
Conclusie: de tarieven maken onderdeel uit van het retributiereglement. Dit advies wordt meegenomen wanneer dit retributiereglement wordt geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Dit staat nog gepland in 2026.
BOA-rapport van 2 april 2026
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) goed:
Artikel 1 - Doel
De Vlaamse overheid beoogt met het BOA-decreet (decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen. Hiervoor krijgt het lokaal bestuur Overijse een structurele financiering vanuit de Vlaamse overheid die het voor minstens 75% dient aan te wenden voor de realisatie van erkend opvang- en activiteitenaanbod. Het lokaal bestuur Overijse wil via dit reglement een deel van deze middelen verdelen onder de erkende opvang- en activiteitenorganisatoren om toe te groeien naar kwalitatievere opvang en een meer gevarieerd activiteitenaanbod.
Daarnaast worden in dit subsidiereglement de bepalingen van het decreet flankerend onderwijsbeleid (30 november 2007) meegenomen, dat gemeenten toelaat sociale voordelen toe te kennen aan scholen en daarbij verplicht tot een gelijke behandeling van alle schoolbesturen op het grondgebied. Dit reglement vormt het juridische kader waarbinnen de middelen voor de realisatie van voor- en naschoolse opvang gelijk worden verdeeld onder alle schoolbesturen op het grondgebied.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
Dit reglement biedt ondersteuning aan erkende organisatoren van buitenschools opvang- en activiteitenaanbod, zoals vastgelegd door de gemeenteraad op 21 april 2026 in volgende categorieën:
Categorie 1 'buitenschoolse opvang op woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en schoolvakanties' wordt niet in dit reglement opgenomen, aangezien de buitenschoolse opvang op woensdagnamiddag, schoolvrije dagen en schoolvakanties wordt georganiseerd door het lokaal bestuur in de actorrol met IBO en speelplein.
De ondersteuning die geboden wordt via dit reglement is niet van toepassing op en kan niet aangewend worden voor opvang en activiteiten die buiten de afbakening van het erkenningskader wordt georganiseerd (vb. middagtoezicht, extra ondersteuning bij huiswerk, ...).
Om in aanmerking te komen voor ondersteuning, dient de organisator te allen tijde te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden zoals opgenomen in het erkenningsreglement zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Wanneer blijkt dat de voorwaarden uit het erkennings- of subsidiereglement geschonden worden, kan de ondersteuning geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden van de opvang of activiteitenaanbieder.
Artikel 3 - Definities
Wanneer een onderwijsinstelling niet zelf instaat voor de organisatie van het opvangaanbod wordt bij de subsidieaanvraag een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en organisator gevoegd.
Onderwijsinstellingen en buitenschoolse opvangaanbieders zijn vrij om hun middelen vanuit deze subsidie te combineren met elkaar om (deels) overkoepelend te werken aan kwaliteit of om in te zetten op gedeeld spelmateriaal/infrastructuur.
De middelen die conform deze verdeelsleutel gegenereerd worden voor opvangaanbod dat gerealiseerd wordt door het lokaal bestuur, worden ingezet voor personeels-, werkings- en infrastructuurkosten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opvanglocaties.
7.2 Categorie 3: buitenschools activiteitenaanbod
Er wordt via dit reglement geen aanvullende financiering voorzien voor buitenschools activiteitenaanbod. Eventuele financiële ondersteuning kan wel geïntegreerd worden in andere erkennings- en subsidiereglementen van het lokaal bestuur.
Daarnaast kan het activiteitenaanbod rekenen op ondersteuning van het lokaal bestuur in de vorm van:
Artikel 8 - Aanvraagprocedure
Deze subsidie dient jaarlijks aangevraagd te worden voor 15 juli van het kalenderjaar. De aanvraag dient online te gebeuren via het aanvraagformulier dat beschikbaar gesteld wordt op de website van lokaal bestuur Overijse.
De aanvraag bestaat uit een overzicht van de reeds gerealiseerde opvang (vanaf januari tot en met juni) en een inschatting van de opvang van het lopende kalenderjaar (vanaf juli tot en met december).
Artikel 9 - Uitbetaling
De indieners ontvangen, na eventuele extra informatie en goedkeuring van de aanvraag, zo snel mogelijk een overzicht van de toegekende subsidies. De subsidie wordt in de loop van september in de vorm van een voorschot van 80 % uitbetaald.
Aan het einde van het kalenderjaar wordt het saldo van de subsidies uitbetaald of teruggevorderd op basis van de reële prestaties en aanvullende subsidies in het kader van de impulssubsidies.
Het Lokaal bestuur betaalt de toegekende subsidie uit op het rekeningnummer van de indiener zoals vermeld op het aanvraagformulier.
Artikel 10 - Controle
In kader van de impact van het project wil het lokaal bestuur zicht hebben op beschikbare, geanonimiseerde data zoals aantal leerlingen en de leeftijd dat bereikt werd, aantal opvangmomenten waarop een koppeling gemaakt wordt met het vrijetijdsaanbod, ... De rapportage gebeurt op kwartaalbasis op basis van een vooraf aangeleverd sjabloon door de BOA-coördinator.
De medewerkers van het lokaal bestuur evalueren het traject zowel financieel als inhoudelijk.
In toepassing van de wet van 14 november 1983, betreffende de toekenning en aanwending van subsidies, is de begunstigde van de subsidie ertoe gehouden:
Bij niet naleving van deze bepalingen, bij onvoldoende besteding of wanneer door de administratie onregelmatigheden worden vastgesteld, kan het lokaal bestuur overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de betrokken subsidie.
Indien indieners een deel van hun subsidie combineren met elkaar om overkoepelend te werken op bijvoorbeeld buurtniveau, is iedere onderwijsinstelling apart verplicht om inzage te geven in hun aandeel van de gemaakte kosten.
Artikel 11 - Communicatie
Alle communicatie met betrekking tot de promotionele activiteiten rond het verbeteren (van de invulling) van de opvang gebeurt in het Nederlands. Bovendien worden affiches, uitnodigingen en andere communicatiemiddelen voorzien van een logo van de gemeente en van de vermelding 'Met steun van de Gemeente Overijse'. De voertaal bij de uitvoering van de opvang of activiteiten is Nederlands.
Artikel 12 - Betwisting
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van onderhavig reglement. Alle betwistingen onder de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen. Betwistingen moeten, binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de aanvraag van de subsidie aan de subsidieaanvrager, per aangetekende brief of afgifte tegen ontvangstbewijs gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen. De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan een beroep tot vernietiging bij de Raad van State worden ingesteld. Dit beroep dient bij aangetekend schrijven binnen een termijn van 60 dagen, met ingang van de datum van ontvangst van de kennisgeving van deze beslissing aan de Raad van State te worden ingediend.
Artikel 13 - Inwerkingtreding
Onderhavig reglement treedt in werking 5 dagen na de bekendmaking ervan en loopt tot, behoudens vroegere aanpassing, vervanging, of afschaffing, tot 1 september 2031.
Artikel 2
Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286, §1 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.