De gemeenteraad vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.
De voorzitter opent de zitting aansluitend op de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De voorzitter opent de zitting op 23/01/2024 om 20:10.
De beslissingen van de vergadering van de gemeenteraad van 19 december 2023 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 19 december 2023 omvatten de beslissingen van de gemeenteraad van 19 december 2023 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende gewone vergadering van de gemeenteraad, zijnde de vergadering van 23 januari 2024.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 19 december 2023 met eenparigheid van stemmen goed.
De hulpverleningszone Oost in Vlaams-Brabant verenigt de brandweerposten Aarschot, Diest, Haacht, Landen, Leuven, Overijse, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen.
Burgemeester Inge Lenseclaes, voorzitter van de zoneraad van de Hulpverleningszone Oost van Vlaams-Brabant geeft een toelichting inzake de werking van de brandweerzone.
De gemeenteraad dient kennis te nemen van de toelichting inzake de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad neemt kennis van de toelichting van burgemeester Inge Lenseclaes inzake de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant.
Op 29 september 2023 werd bij de gemeente Overijse een omgevingsaanvraag ingediend voor de sloop van de bestaande bebouwing en het bouwen van een supermarkt met omgevingsaanleg met betrekking tot de percelen gelegen langs gelegen Schransdreef 6 en 16 en Brusselsesteenweg 412, 412+, 416 en 416+, kadastraal gekend als (afdeling 1) sectie N 44 E34, 44 F34, 44 H37, 44 L37, 44 K37, 44 G4 en 44 F4. Indiener van de omgevingsaanvraag betreft: Lidl Belgium GmbH und Co.KG, met postadres Guldensporenpark 90 te 9820 Merelbeke.
De voorziene rooilijn langs de Schransdreef is gelegen op 5,00m uit de as van de weg.
Aangezien de Brusselsesteenweg een gewestweg is (N4) wordt de rooilijn daar bepaald door het Agentschap Wegen en Verkeer.
Op het inplantingsplan werd de rooilijn langs de Brusselsesteenweg en langs de Schransdreef ingetekend, echter zonder maataanduiding, en zouden rooilijn en perceelsgrens samenvallen.
Wat betreft de Schransdreef is dit niet correct. Een deel van de percelen is gelegen voor de voorziene rooilijn.
Voorafgaandelijk aan de eventuele aflevering van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de sloop van de bestaande bebouwing en het bouwen van een supermarkt met omgevingsaanleg, dient de gemeenteraad zich uit te spreken over de overname in het openbaar domein van de strook gelegen voor de voorziene rooilijn van de Schransdreef. Deze strook dient kosteloos afgestaan te worden door de eigenaar, om zodoende het wegenistracé van de Schransdreef te wijzigen en de rooilijn voor deze straat vast te leggen op 5,00m uit de as van de weg ter hoogte van de percelen (afdeling 1) sectie N 44 F4 en 44 H37.
Geen.
Artikel 1
De gemeenteraad verklaart zich akkoord om over te gaan tot de kosteloze overname van de percelen gelegen voor de voorziene rooilijn van de Schransdreef, te nemen uit de onroerende goederen gelegen Schransdreef 6 en Brusselsesteenweg 412, kadastraal gekend als (afdeling 1) sectie N 44 F4 en 44 H37.
Artikel 2
De eigenaar van het perceel gelegen voor de rooilijn (=afstanddoener) moet hiervan een proces-verbaal van opmeting laten opmaken door een landmeter-expert en het grondplan moet opgenomen worden in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie.
Artikel 3
De afstanddoener moet een ontwerpakte met betrekking tot de gratis grondafstand laten opmaken bij een notaris naar keuze. De akte dient verleden te worden binnen het jaar na het bekomen van de omgevingsvergunning met betrekking tot de sloop van de bestaande bebouwing en het bouwen van een supermarkt met omgevingsaanleg, bij een notaris in Overijse of in het administratief centrum De Vuurmolen. Het deel dat afgestaan wordt aan de gemeente moet vrij zijn van constructies en beplanting.
Artikel 4
Alle kosten met betrekking tot de gratis grondafstand zijn ten laste van de afstanddoener.
Artikel 5
De overname gebeurt met de bedoeling de voormelde grond toe te voegen aan het gemeentelijk openbaar domein om reden van openbaar nut, zijnde de verbreding van het wegenistracé van de Schransdreef en de vastlegging van de rooilijn in de Schransdreef op 5,00m uit de as van de weg ter hoogte van de percelen kadastraal gekend als (afdeling 1) sectie N 44 F4 en 44 H37.
Artikel 6
Het college van burgemeester en schepenen, vertegenwoordigd door burgemeester Inge Lenseclaes en algemeen directeur Dieter Vanderhaeghe, wordt gemachtigd om alle administratieve handelingen te stellen in het kader van de uitvoering van deze akte.
Artikel 7
Het college van burgemeester en schepenen, vertegenwoordigd door burgemeester Inge Lenseclaes en algemeen directeur Dieter Vanderhaeghe, wordt gemachtigd de authentieke akte te ondertekenen.
Op 8 november 2023 werd bij de gemeente Overijse een aanvraag ingediend voor het creëren van 2 bebouwbare loten langs de Alf. Dekeyserstraat met betrekking tot de percelen gelegen Brusselsesteenweg 196, 198+ en Brusselsesteenweg ZN, kadastraal gekend als (afdeling 4) sectie 327 Z2, 327 L3 en D 327 M3.
De percelen Brusselsesteenweg 196 en Brusselsesteenweg ZN grenzen namelijk aan de Alf. Dekeyserstraat. In de Alf. Dekeyserstraat zijn de aangelanden van de pare kant van de straat momenteel nog steeds eigenaar van de wegbedding.
Landmeter-expert Erika van Orshoven stelde op 27 september 2023 een verkavelingsontwerp op. Op dit ontwerp werd de voorziene rooilijn in de Alf. Dekyserstraat langs de onpare kant getekend op 5,00m uit de as van de straat.
Voorafgaandelijk aan de eventuele aflevering van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot het creëren van 2 bebouwbare loten langs de Alf. Dekeyserstraat, dient de gemeenteraad zich uit te spreken over de overname in het openbaar domein van de strook gelegen voor de voorziene rooilijn van de Alf. Dekeyserstraat. Deze strook dient kosteloos afgestaan te worden door de eigenaar, om zodoende het wegenistracé van de Alf. Dekeyserstraat te wijzigen en de rooilijn voor deze straat vast te leggen op 5,00m uit de as van de weg ter hoogte van de percelen (afdeling 4) sectie D 327 Z2 en 327 M3.
Geen.
Artikel 1
De gemeenteraad verklaart zich akkoord om over te gaan tot de kosteloze overname van een perceel met een oppervlakte van ongeveer één are en vier centiare (+/-1a 4ca) gelegen langs de Alf. Dekeyserstraat zoals aangeduid met lot 4 en in gele kleur op het verkavelingsontwerp opgemaakt door landmeter-expert Erika Van Orshoven op 27 september 2023 en te nemen uit de onroerende goederen kadastraal gekend als (afdeling 4) sectie D 327 Z2 en 327 M3.
Artikel 2
De eigenaar van het perceel gelegen voor de rooilijn (=afstanddoener) moet hiervan een proces-verbaal van opmeting laten opmaken door een landmeter-expert en het grondplan moet opgenomen worden in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie.
Artikel 3
De afstanddoener moet een ontwerpakte met betrekking tot de gratis grondafstand laten opmaken bij een notaris naar keuze. De akte dient verleden te worden binnen het jaar na het bekomen van de omgevingsvergunning voor het creëren van een bebouwbaar lot bij een notaris in Overijse of in het administratief centrum De Vuurmolen.
Artikel 4
Alle kosten met betrekking tot de gratis grondafstand zijn ten laste van de afstanddoener.
Artikel 5
De overname gebeurt met de bedoeling de voormelde grond toe te voegen aan het gemeentelijk openbaar domein om reden van openbaar nut, zijnde de verbreding van het wegenistracé van de Alf. Dekeyserstraat en de vastlegging van de rooilijn op 5,00m uit de as van de weg ter hoogte van de percelen kadastraal gekend als (afdeling 4) sectie D 327 Z2 en 327 M3.
Artikel 6
Het college van burgemeester en schepenen, vertegenwoordigd door burgemeester Inge Lenseclaes en algemeen directeur Dieter Vanderhaeghe, wordt gemachtigd om alle administratieve handelingen te stellen in het kader van de uitvoering van deze akte.
Artikel 7
Het college van burgemeester en schepenen, vertegenwoordigd door burgemeester Inge Lenseclaes en algemeen directeur Dieter Vanderhaeghe, wordt gemachtigd de authentieke akte te ondertekenen.
1. Inleiding
Het lokaal bestuur van Overijse engageerde zich in de meerjarenplanning van 2020-2025 om gedurende twee jaar een intensief traject af te leggen begeleid door Bataljong met als doel ons beleid kindvriendelijker te maken. Een kindvriendelijke gemeente is een gemeenschap die zich ertoe verbindt de rechten van het kind te realiseren en toe te passen op alle beleidsdomeinen. Kindvriendelijk beleid ziet het kind als volwaardige actor, niet alleen als er een nieuwe speeltuin wordt aangelegd. Ook op gebied van welzijn en zorg, mobiliteit, onderwijs, wonen, veiligheid, milieu, cultuur, ...
Het traject bestond uit 3 grote fases die we doorlopen hebben: analyse, belevingsonderzoek en strategievorming. Het resultaat is een lijvig rapport van heel dat traject en een strategische nota met een visie, strategische doelstellingen en concrete acties om Overijse kindvriendelijker te maken. Verschillende van die acties zijn zelfs al lopende. De kindvriendelijke reflex die nu al aan het groeien is bij de gemeentelijke diensten dankzij het draagvlak van het traject zorgde ervoor dat kansen die zich voordeden gegrepen werden. Op 21 februari 2024 wordt het strategisch actieplan ingediend bij een jury met als doel erkend te worden als kindvriendelijke gemeente tot en met 2029.
2. Voortraject
2.1 Analyse
In de eerste fase werd een nulmeting gemaakt van de kindvriendelijkheid van het beleid op dat moment. Dat hebben we gedaan door zoveel mogelijk objectieve data te verzamelen en door een bevraging af te nemen bij kinderen en volwassenen in het voorjaar van 2022. Meer dan 450 respondenten gaven hun mening over de kindvriendelijkheid van Overijse op alle mogelijke beleidsdomeinen. De opvallendste resultaten van de data-analyse en de bevraging werden in de loop van september 2022 uitgediept door focusgroepen met gemeentediensten, met jongeren, met actoren uit het middenveld en met de gemeenteraadscommissie Mens en Interne Zaken.
Op basis van al die input werden er 4 prioritaire uitdagingen geformuleerd die moeten worden aangepakt als we Overijse structureel kindvriendelijker willen maken:
2.2 Belevingsonderzoek
In het voorjaar van 2023 voerden we een belevingsonderzoek bij kinderen en jongeren onder de naam Klap. Vanaf de krokusvakantie tot en met de paasvakantie trokken we met Klap naar vakantiewerkingen, speelterreinen, evenementen en alle scholen in Overijse om kinderen en jongeren te bevragen. We vroegen hen zelf hoe ze bovenstaande uitdagingen zouden aanpakken. Zij zijn zelf expert van hun leefwereld. Zij zijn dus het best geplaatst om invulling te geven aan deze prioritaire uitdagingen voor het lokaal bestuur.
We hebben in totaal 425 kinderen en jongeren van alle leeftijden tussen 2 en 18 jaar bevraagd en we zijn in elke hoek van Overijse langsgegaan. Het doel was niet om een statistisch representatief onderzoek te voeren maar een diepgaand, kwalitatief onderzoek waarin we de ervaring van de jeugd naar boven willen brengen. Afhankelijk van de plaats, de groep en het onderwerp verliep de bevraging telkens anders en werden verschillende medewerkers binnen de administratie betrokken. De gebruikte methodieken en de resultaten van de bevraging staan uitvoerig gedocumenteerd in het rapport kindvriendelijke gemeente pagina's 117-164.
2.3 Strategievorming
In de zomer van 2023 schreef het strategisch platform kindvriendelijkheid (zie onder) een visie voor kindvriendelijkheid die tegemoet moet komen aan de noden en suggesties die zijn opgespoord in het belevingsonderzoek. Vanuit die visie werden ook strategische doelstellingen geformuleerd die noodzakelijk zijn om naar die visie toe te werken.
Vervolgens werden er twee strategievormingssessies gehouden waarin alle afdelingen binnen de administratie (met uitzondering van de ondersteunende diensten) vertegenwoordigd waren en waarop het college van burgemeester en schepenen ook uitgenodigd werd. Tijdens die sessies werd er enerzijds een inventaris gemaakt van de lopende acties in de meerjarenplanning die kaderen binnen de beoogde doelstellingen en anderzijds gebrainstormd over nieuwe acties die ondernomen kunnen worden om de doelstellingen te bereiken. Gaandeweg werden de resultaten ook geselecteerd op basis van de haalbaarheid en de impact op kinderen en jongeren. Het eindresultaat is het strategisch actieplan hieronder.
3. Mandaten voor het bewaken van de strategie
Het verloop van het traject werd twee jaar lang opgevolgd door het strategisch platform kindvriendelijkheid. Dat is een collectief van medewerkers uit de gemeentelijke administratie en mandatarissen uit het college van burgemeester en schepenen. Concreet bestaat de vergadering uit een vertegenwoordiger van elke dienst binnen de afdelingen Mens, Zorg en Grondgebiedzaken, een vertegenwoordiger van de dienst communicatie, de schepen van jeugd, de schepen van onderwijs en kinderopvang en de burgemeester.
Om de uitvoering van de strategische acties op te volgen zal het strategisch platform in dezelfde samenstelling blijven bestaan en zal het voortaan halfjaarlijks samenkomen. Bovendien heeft de vergadering als doel om grote projecten met impact op kinderen en jongeren in de gemeente te bespreken en opportuniteiten om dienstoverschrijdende samenwerkingen te benutten. Het strategisch platform heeft ook het mandaat om de strategie kindvriendelijkheid inhoudelijk bij te sturen. Daarnaast zijn er enkele medewerkers met de rol van bewakers van de strategie.
De beleidsverantwoordelijke jeugd van de dienst evenementen roept het strategisch platform halfjaarlijks samen, bepaalt de agenda en zorgt voor opvolging wanneer er vertegenwoordigers van de diensten wegvallen. De beleidsverantwoordelijke jeugd heeft het mandaat om de strategische acties projectmatig op te volgen, tenzij die rol wordt gedelegeerd aan medewerkers van andere diensten. De verschillende diensten worden ook geresponsabiliseerd door de beleidsverantwoordelijke jeugd om de voorziene budgetten waarin de strategische acties kaderen, ook gericht voor kindvriendelijke doelen in te zetten. De deskundige publiekswerking bewaakt het voortdurende bijsturen van de strategie door middel van verschillende vormen van participatie met kinderen en jongeren. Het afdelingshoofd Mens bewaakt het draagvlak van de strategie op managementniveau, alsook de maximale implementatie van de strategie in de meerjarenplanning van 2025-2029. Het is noodzakelijk dat de drie bewakers de nodige tijd krijgen binnen hun takenpakket om dat te bewerkstelligen.
Onze visie op kindvriendelijkheid
In Overijse mogen kinderen en jongeren er zijn. Ze kunnen en mogen zich zelfstandig bewegen in de openbare ruimte. Ze voelen zich veilig en ontspannen in de schoolomgeving en in het traject tussen school, vrijetijdsplekken en thuis.
Iedereen heeft toegang tot veilige en uitdagende plekken in de buurt om te spelen, tot rust te komen en om elkaar te ontmoeten. Ook kinderen met een fysieke beperking. In elke hoek van Overijse zijn er zowel informele groene speelplekken als formele wijkspeeltuinen die compleet, divers en goed onderhouden zijn. Er wordt voluit gegaan voor groene en spelstimulerende openbare ruimte in heel de gemeente.
De gemeente neemt de regierol op in een gevarieerd vrijetijdsaanbod waaraan elk kind kan deelnemen om zijn vrije tijd zinvol in te vullen naar believen. Het is een nabij, laagdrempelig en betaalbaar aanbod. Verdoken kansarmoede bij kinderen en jongeren wordt gedetecteerd en aangepakt op maat.
Er vinden regelmatig evenementen plaats voor en door kinderen en jongeren. Organisaties, verenigingen en particuliere jongeren krijgen daarin de nodige ondersteuning. Spelende kinderen en jeugdevenementen worden niet per definitie beschouwd als overlast, evenmin als jongeren die hangen of elkaar ontmoeten in de openbare ruimte.
Overijse is een gemeente waar kinderen en jongeren graag zijn en waar ze zich veilig voelen in de ruime zin van het woord. Ze voelen zich geborgen, ze kunnen hun mening uiten en ze kunnen zichzelf zijn. Gezinnen worden omkaderd zodat ieder kind zich thuis gesteund en geliefd voelt.
Kinderen, jongeren en hun ouders weten waar ze terecht kunnen voor hulp bij kleine en grote problemen. Daarbij is er de keuze tussen lokale of bovenlokale, bekende of anonieme en digitale of intermenselijke hulpverlening. Er wordt ingezet op de aanwezigheid en op de vorming van vertrouwenspersonen in elke context waar kinderen en jongeren zich kunnen bevinden. Jongeren voelen zich voldoende weerbaar om de uitdagingen op hun pad aan te gaan en elkaar te ondersteunen.
Onze jeugd wordt gehoord en betrokken als evenwaardige partner in elk project dat hun leefwereld aanbelangt. Het beleid, de gemeentelijke diensten en het lokale middenveld hebben de reflex om bij elke beslissing de kindvriendelijke bril op te zetten. Kinderen worden ook geïnformeerd en gestimuleerd om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen en krijgen de kans om impact te hebben in de gemeente.
Toelichting bij de elementen in het strategisch actieplan
Het is niet evident om een duurzame strategie te formuleren aan het einde van een beleidsperiode. Daarom is er bewust voor gekozen om onder elke doelstelling acties te zoeken die snel realiseerbaar zijn, met andere woorden acties die nog ondernomen kunnen worden in 2023-2024. Dat kan omdat het nodige draagvlak, de nodige tijd, en het nodige budget aanwezig is binnen de geplande acties van de huidige meerjarenplanning. De overige acties zijn grotere, strategische acties. Ze vergen samenwerking tussen verschillende diensten, overleg met partners, participatietrajecten met kinderen en jongeren, extra budget, … Daarom is het ook noodzakelijk dat die acties maximaal geïmplementeerd worden in de meerjarenplanning van de volgende legislatuur om gerealiseerd te kunnen worden.
Het actieplan is opgehangen aan zes strategische beleidsdoelstellingen. Deze doelen beantwoorden aan de prioritaire uitdagingen die we onszelf bij de start van het traject gegeven hebben. De uitdagingen rond speel-en ontmoetingsruimte, participatie en vertrouwenspersonen komen duidelijk terug in de gekozen doelen. Het bestrijden van kansarmoede daarentegen, is een uitdaging die op actieniveau in elk van de doelstellingen terugkomt. Kansarmoede is geen op zichzelfstaand thema, het moet op alle mogelijke vlakken aangepakt worden.
Geen. De korte termijn acties die uitgerold zullen worden in de huidige legislatuur haken in op bestaande acties in de meerjarenplanning en vragen geen extra budget.
De budgetten voor de lange termijn acties zullen voorzien moeten worden in de volgende meerjarenplanning.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt volgend 'Strategisch actieplan kindvriendelijkheid' goed:
1. Kinderen worden beschouwd als evenwaardige partner in elk gemeentelijk project. Ze voelen zich gehoord, betrokken en geborgen in Overijse.
Korte termijn
1.1 Elke gemeentelijke dienst (met uitzondering van de ondersteunende diensten) krijgt een kindvriendelijke ambassadeur. Deze persoon wordt afgevaardigd voor het strategisch platform kindvriendelijkheid dat halfjaarlijks samenkomt om grote projecten binnen de gemeente te bespreken met impact op kinderen en jongeren en kansen om dienstoverschrijdende samenwerkingen te benutten. Ook het college van burgemeester en schepenen wordt uitgenodigd.
1.2 De projectfiches die vanuit de administratie worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepen krijgen een verplichte paragraaf ‘impact op kinderen en jongeren’ met verwijzing naar het kinderrechtenverdrag.
1.3 Kinderen en jongeren worden als specifieke doelgroep betrokken in elk inspraaktraject (bv. rond de Markthal, sportsite, burgerplatform Klap). Ze worden ook vindplaatsgericht bevraagd en dat gebeurt minstens jaarlijks.
Lange termijn
1.4 We starten een begeleidingstraject bij Bataljong om een nieuw adviesorgaan voor kinderen en jongeren uit te rollen dat gericht is op beleidsparticipatie en activering zoals bv. een jongerenbegroting. Het gaat verder dan de klassieke jeugdraad waar vooral het jeugdwerk vertegenwoordigd wordt.
1.5 Alle bestaande communicatiekanalen van ons gemeentelijk jeugdaanbod worden aangepakt om leefwereldgericht naar kinderen en jongeren te communiceren: Alles kids brochure, De Overijsenaar en Programmatie CC Den Blank.
1.6 Het onthaalbeleid wordt afgestemd op maat van kinderen en jongeren. Daaronder valt zowel het (digitale) onthaal voor algemene vragen als het onthaal van nieuwe inwoners.
1.7 Er wordt een gemeente brede strategie uitgewerkt om pesten tegen te gaan. Die wordt stelselmatig vormgegeven en uitgerold in de scholen, de verenigingen en ten slotte voor alle burgers.
1.8 De gemeente faciliteert een gezinscoach, al dan niet in samenwerking met derden, om gezinnen op een laagdrempelige manier te ondersteunen.
1.9 Een inclusief communicatieplan met een overkoepelende visie maakt werk van taboedoorbrekende communicatie via al onze gemeentelijke kanalen.
1.10 De bibliotheek biedt talige ondersteuning en oefenkansen Nederlands aan voor kinderen en hun ouders. Zij nemen ook de regierol op in het middenveld om diezelfde kansen te bieden in vakantiewerkingen.
2. De gemeente neemt de regierol op in een gevarieerd, laagdrempelig en betaalbaar vrijetijdsaanbod.
Korte termijn
2.1 De regionale werking van de UiT-pas met kansentarief wordt uitgebreid van ons eigen gemeentelijk aanbod naar het aanbod van verenigingen en van derden.
2.2 Met een communicatiecampagne op maat brengen we de UiT-pas met kansentarief nog meer tot bij kwetsbare burgers.
2.3 De Alles kids brochure met het aanbod aan vakantiewerkingen en activiteiten wordt nog verder uitgebreid met het aanbod van derden.
2.4 We zetten in op extra pop-up sport- en spelinstallaties in de openbare ruimte door budget te verschuiven van de sportinitiatiereeksen naar vrijetijdsinfrastructuur. Jongeren worden daarin actief bevraagd.
2.5 In het subsidiereglement voor verenigingen wordt een impulssubsidie opgenomen voor verenigingen die acties ondernemen om hun werking inclusiever te maken.
2.6 In samenwerking met het JAC (Jongeren aanbod van het CAW) wordt Overijse Ontspant uitgerold. Een laagdrempelig vrijetijdsaanbod voor tieners op woensdagnamiddag waar ook ruimte is voor gesprek en eventuele hulpvragen.
Lange termijn
2.7 Het BOA-traject (Buitenschoolse opvang en activiteiten) wordt aangewend om ook het vakantie-aanbod van derden betaalbaar en nabij te maken voor iedereen.
2.8 We faciliteren de uitbouw van een buurtwerking op gebied van vrije tijd met links naar welzijnsthema’s en betrokkenheid van de inwoners.
2.9 We onderzoeken de mogelijkheid om zomersport aan te bieden met een openbare zwemvijver en vrij toegankelijke water- en buitensporten.
2.10 We rusten alle jeugdlokalen uit met een automatisch brandmeldingssysteem en voorzien nieuwe gebouwen voor de chiro van Jezus-Eik. Zodoende worden alle erkende jeugdverenigingen evenwaardig ondersteund en kosteloos gefaciliteerd met gemeentelijke lokalen die degelijk en veilig zijn.
3. Kinderen, jongeren en ouders weten waar ze terecht kunnen voor hulp bij kleine of grote problemen.
Korte termijn
3.1 De samenwerkingsovereenkomst met het JAC wordt verlengd om een vindplaatsgerichte jeugdwelzijnswerker in te zetten.
3.2 In samenwerking met het JAC vinden er veerkrachtsworkshops plaats in het 6de leerjaar van alle lagere scholen in Overijse.
3.3 Er wordt budget voorzien in de toelages voor het JAC om scholen en jeugdverenigingen een pakket vraaggestuurde vorming op maat aan te bieden.
3.4 We organiseren een regionale vrijwilligersavond voor monitoren van jeugdverenigingen, speelpleinwerkingen en vakantiekampen met vorming rond thema’s als inclusie van kinderen met een beperking, grensoverschrijdend gedrag, laagdrempelig werken voor kwetsbare gezinnen, omgang met alcohol en drugs, enz.
3.5 In het subsidiereglement voor verenigingen wordt een impulssubsidie opgenomen voor verenigingen die een vertrouwenspersoon aanduiden en opleiden.
Lange termijn
3.6 Uitbouw van een breder netwerk van alle lokale partners die rond het welzijn van kinderen werken. Het doel daarbij is om de flow van doorverwijzingen van zorgcoördinatoren op scholen naar sociale dienst, JAC, vakantie-aanbod, PTC (psychotherapeutisch centrum), ... op punt te stellen.
3.7 Het lokale welzijnsaanbod wordt op een visueel aantrekkelijke manier op maat van jongeren breed gecommuniceerd. Ook de thuiszorg wordt daarin meegenomen. Er wordt ook campagnemateriaal verspreid van minder gekende bovenlokale jeugdhulpkanalen zoals Wat Wat op scholen, jeugdhuizen en ontmoetingsplaatsen.
3.8 We bieden op lokaal niveau een gratis vorming voor vertrouwenspersonen binnen verenigingen aan met extra aandacht voor het opsporen van (verdoken) kansarmoede.
3.9 Brugfigurenproject van Huis van het Kind en het Rode Kruis wordt aangesterkt door meer vrijwilligers te werven en hen extra te ondersteunen.
3.10 We onderzoeken de mogelijkheid om een vrijwilligerswerking uit te bouwen van kindertalentenfluisteraars.
4. Kinderen en jongeren van alle leeftijden voelen zich veilig en ontspannen om zelfstandig te bewegen in de openbare ruimte.
Korte termijn
4.1 Er wordt (opnieuw) een aanvraag ingediend bij het Agentschap Wegen en Verkeer voor het inrichten van oversteekplaatsen op de Terhulpensesteenweg-N253 (tegenover Park Michiels) en de Brusselsesteenweg-N4 (tegenover McDonald’s).
4.2 Scholen worden aangemoedigd en gefaciliteerd om mee te stappen in bovenlokale campagnes zoals High-Five, Helm op en Fluo top.
4.3 Samen met vrijwilligers en vzw Trage wegen brengen we de trage wegen in kaart en promoten we ze naar jonge weggebruikers voor zowel functioneel als recreatief gebruik.
4.4 We plaatsen extra overdekte fietsenstallingen op plaatsen die kinderen en jongeren frequenteren.
Lange termijn
4.5 De gemeente faciliteert alle scholen van Overijse in de opmaak van een actieplan schoolomgeving in samenwerking met de politie en de Vlaamse Stichting Verkeerskunde.
4.6 We hebben de ambitie om ervoor te zorgen dat alle jeugdwerkinfrastructuur zich in een zone 30 bevindt.
4.7 Er wordt ingezet op de verderzetting van de modal shift en duurzame deelmobiliteit met behulp van deelwagens en een fietsbib met als doel minder wagens door Overijse te laten rijden en meer mensen mobiel te maken.
4.8 Er worden extra fietsinitiaties georganiseerd voor kinderen van de eerste en tweede graad lagere school en specifiek voor jonge nieuwkomers.
4.9 We zoeken naar incentives om alle scholen aan te moedigen om gemachtigde opzichters in te zetten.
5. Iedereen heeft toegang tot veilige, uitdagende en nette plekken in de buurt om te spelen, tot rust te komen en om elkaar te ontmoeten.
Korte termijn
5.1 Het reglement rond speelstraten wordt toegankelijker gemaakt om het inrichten van vaste en tijdelijke speelstraten aan te moedigen.
5.2 Er wordt een permanent blote voetenpad ingericht.
5.3 Burgers, scholen en verenigingen worden aangemoedigd om speelplaatsen en private groene zones zoveel mogelijk open te stellen en te delen met anderen.
5.4 De openbare speelterreinen en vrijetijdssites worden rookvrij gemaakt.
5.5 Het beleid rond de plaatsing van vuilnisbakken op openbare speelterreinen en vrijetijdssites wordt geëvalueerd met afvalintercommunale Interrand met als doel zwerfvuil tegen te gaan.
Lange termijn
5.6 Er wordt een ambassadeurswerking op poten gezet rond zwerfvuil waarin kinderen en jongeren geactiveerd worden. Daarbij worden voldoende middelen voorzien voor de aankoop van extra materialen.
5.7 Het lokaal bestuur zorgt voor de inrichting van een open, groene parkzone.
5.8 Er worden één of meerdere ontmoetingsplaat(sen) ingericht voor en door tieners, aangepast aan hun wensen en noden.
5.9 We maken werk van een sterk groen speelweefsel in heel de gemeente.
5.9.1 Met behulp van burgers wordt in kaart gebracht welke speelplekken en groene ruimte op dit moment bezocht worden.
5.9.2 Het bestaande speelweefsel wordt geanalyseerd en geëvalueerd met de input van kinderen en jongeren. Kinderen met een beperking en jonge peuters worden als specifieke doelgroep betrokken.
5.9.3 Het lokaal bestuur ontwikkelt een visie en plan van het gewenst speelweefsel.
5.9.4 Concrete acties op het terrein moeten zorgen voor completere speelplekken en een sterker, toegankelijker speelweefsel. Er wordt voldoende budget voorzien om die acties te kunnen realiseren.
6. Jongerenactiviteiten en -evenementen worden aangemoedigd en ondersteund
Korte termijn
6.1 Wanneer er klachten of meldingen binnenkomen over vergunde jeugdevenementen zonder inbreuken op het lokaal politiereglement of de Vlaamse milieuwetgeving, neemt het lokaal bestuur het standpunt in naar de burgers dat ze dergelijke initiatieven aanmoedigt.
6.2 Er wordt een communicatieplan opgemaakt om de gemeentelijke ondersteuning bij evenementen en de uitleendienst breder bekend te maken.
6.3 Een veiligheidssubsidie moet ervoor zorgen dat jeugdverenigingen die gevraagd worden om security in te zetten bij hun evenement deze kost gedeeltelijk terugbetaald kunnen krijgen.
6.4 Er wordt jaarlijks een fuifcoachopleiding georganiseerd voor jeugdverenigingen en particuliere jongeren die inhoudelijk wordt bijgestuurd op vraag van de deelnemers.
6.5 Via een inspraaktraject worden kinderen en jongeren bevraagd over de programmatie en de verdere invulling van de Druivenfeesten.
Lange termijn
6.6 Er wordt een communicatieplan opgemaakt om via onze gemeentelijke kanalen een positieve campagne te voeren rond het recht op rondhangen.
6.7 In het centrum van Overijse wordt een modulaire fuifzaal voorzien die op een laagdrempelige manier gebruikt kan worden voor kleine en grote jeugdevenementen.
6.8 In het centrum van Overijse wordt een nieuwe locatie vrijgegeven als jeugdhuis die voldoet aan de noden om aan hedendaags open jeugdwerk te doen.
6.9 Het lokaal bestuur faciliteert, al dan niet in samenwerking met derden, een open atelierruimte voor jonge makers en kunstenaars.
6.10 Bij de inrichting van gemeentelijke evenementen en openbare gebouwen wordt ervoor gezorgd dat baby’s, peuters en hun ouders over de nodige faciliteiten beschikken om comfortabel te kunnen deelnemen.
De wet op de kansspelen van 7 mei 1999 voorziet sinds 2011 dat de wedkantoren in het bezit moeten zijn van een vergunning klasse F2 die uitgereikt wordt door de Kansspelcommissie. Deze vergunning laat toe om een wedkantoor uit te baten.
De vergunning van Ladbrokes.be verloopt op 5 mei 2024.
Op 21 november 2023 werd door Ladbrokes.be aan de burgemeester gevraagd om in het kader van een hernieuwing vergunning F2 voor de uitbating van een vaste kansspelinrichting klasse IV, een advies af te leveren voor Ladbrokes.be gelegen Brusselsesteenweg 316 te 3090 Overijse.
De aanvrager dient het typedocument ‘Advies burgemeester inzake kansspelinrichtingen' in te dienen.
Bij de beoordeling van de aanvraag werd rekening gehouden met het advies van de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant en het advies van Politiezone Druivenstreek.
Op 12 december 2023 heeft de burgemeester een positief advies verleend aan Derby NV voor het verkrijgen van een vergunning F2 voor de kansspelinrichting klasse IV voor Ladbrokes.be gelegen te Overijse, Brusselsesteenweg 316.
Vanaf 25 mei 2021 dienen uitbaters van een vaste kansspelinrichting klasse IV een convenant met de gemeente toe te voegen bij de aanvraag tot vergunning of hernieuwing.
Dit convenant is een soort van afsprakennota die wordt opgesteld door de uitbater en het bestuur van de gemeente of stad waar de inrichting is gelegen. De opzet van de nieuwe convenantregeling is om ervoor te zorgen dat de steden en gemeenten meer inspraak en slagkracht krijgen met betrekking tot het beschermen van jongeren en andere kwetsbare groepen tegen de mogelijke nadelige effecten van kansspelen in kansspelinrichtingen klasse IV.
De regel is dat wedkantoren niet (langer) gevestigd mogen worden in de nabijheid van scholen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren bezocht worden.
Op grond van een uitdrukkelijke en omstandige motivering kan de lokale overheid afwijken van deze bepalingen indien in het convenant dat zij met de inrichting gesloten heeft echter voldoende beschermingsmaatregelen zijn opgenomen ten aanzien van de potentiële speler. Dankzij dit convenant krijgen de gemeenten dus daadwerkelijk zeggenschap in deze vergunning en wordt een deel van de controle op deze kansspelinrichtingen in handen van de gemeente gegeven. Alle afspraken kunnen door het opmaken van een convenant vervolgens ook gecontroleerd en gehandhaafd worden door het gemeentebestuur.
Geen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het convenant, in overeenstemming met artikel 43/5 van de wet van 7 mei 1999, gewijzigd door de wet van 2019, opgesteld tussen de uitbaters van de vaste kansspelinrichting klasse IV Derby NV (Ladbrokes.be) en de gemeente Overijse, goed.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de aanvrager, de Politiezone Druivenstreek en de Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant.
Tussen de gemeentebesturen van Huldenberg, Oud-Heverlee en Overijse werd een intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst zonder rechtspersoonlijkheid afgesloten in de vorm van een interlokale vereniging voor de vorming van een scholengemeenschap basisonderwijs voor de schooljaren 2020 tot en met 2026.
Deze scholengemeenschap heeft de benaming 'Interlokale vereniging HATWEEJO'.
Volgens voorgaande samenwerkingsovereenkomst dient de gemeenteraad van Overijse 1 effectief lid en 1 plaatsvervangend lid te voorzien in het beheerscomité van de scholengemeenschap dat de bevoegdheden van de scholengemeenschap uitoefent.
In zitting van de gemeenteraad van 24 november 2020 werden de heren Dirk Devroey en Sven Willekens aangeduid als respectievelijk effectief lid en plaatsvervangend lid.
Naar aanleiding van het ontslag van Dirk Devroey als schepen heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 12 december 2023 voorgesteld om de nieuwe schepen, mevrouw Martine Haegeman, aan te duiden als effectief lid in de scholengemeenschap HATWEEJO.
Info:
* Aantal vergaderingen: minimum 1 per trimester.
* Onbezoldigd.
* Moet lid van het college van burgemeester en schepenen zijn (lid en plaatsvervangend lid).
* Aanstelling tot einde legislatuur 2019-2024.
Overeenkomstig artikel 41, 4° van het Decreet Lokaal Bestuur behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen tot deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming.
Geen.
Stemming
De geheime stemming betreffende de aanstelling van schepen Martine Haegeman in de hoedanigheid van effectief lid in het beheerscomité van de scholengemeenschap HATWEEJO geeft volgende uitslag:
Artikel 1
De gemeenteraad duidt mevrouw Martine Haegeman, wonend te Overijse, Kouterstraat 122, schepen, aan als effectief lid in het beheerscomité van de interlokale vereniging scholengemeenschap HATWEEJO tot het einde van de legislatuur 2019-2024 behoudens andersluidend gemeenteraadsbeslissing.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de scholengemeenschap HATWEEJO en aan het aangeduide lid.
Tussen de gemeentebesturen van Brussel, Machelen, Overijse en Vilvoorde werd een intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst zonder rechtspersoonlijkheid afgesloten in de vorm van een interlokale vereniging voor de vorming van een scholengemeenschap secundair onderwijs voor de schooljaren 2020 tot en met 2026.
Deze scholengemeenschap heeft de benaming 'Interlokale vereniging Scholengemeenschap Brussel-Vlaams Brabant'.
Volgens voorgaande samenwerkingsovereenkomst dient de gemeenteraad van Overijse 1 effectief lid en 1 plaatsvervangend lid te voorzien in het beheerscomité van de scholengemeenschap dat de bevoegdheden van de scholengemeenschap uitoefent.
In zitting van de gemeenteraad van 20 oktober 2020 werden de heer Dirk Devroey en mevrouw Inge Lenseclaes aangeduid als respectievelijk effectief lid en plaatsvervangend lid in de beheerscomité van de scholengemeenschap Brussel-Vlaams Brabant.
Naar aanleiding van het ontslag van Dirk Devroey als schepen heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 12 december 2023 voorgesteld om de nieuwe schepen, mevrouw Martine Haegeman, aan te duiden als effectief lid in de scholengemeenschap Brussel-Vlaams Brabant.
Info:
* Aantal vergaderingen: wordt vastgelegd bij het begin van het schooljaar door het beheerscomité.
* Onbezoldigd.
* Moet lid van het college van burgemeester en schepenen zijn (lid en plaatsvervangend lid).
* Aanstelling tot einde legislatuur 2019-2024.
Overeenkomstig artikel 41, 4° van het Decreet Lokaal Bestuur behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen tot deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming.
Geen.
Stemming
De geheime en afzonderlijke stemming betreffende de aanstelling van schepen Martine Haegeman in de hoedanigheid van effectief lid in het beheerscomité van de scholengemeenschap Brussel-Vlaams Brabant geeft volgende uitslag:
Artikel 1
De gemeenteraad duidt mevrouw Martine Haegeman, wonend te Overijse, Kouterstraat 122, schepen, aan als effectief lid in het beheerscomité van de scholengemeenschap Brussel-Vlaams Brabant tot het einde van de legislatuur 2019-2024 behoudens andersluidend gemeenteraadsbeslissing.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de scholengemeenschap Brussel-Vlaams Brabant en aan het aangeduide lid.
Info:
* Aantal vergaderingen: minimum 1 per jaar.
* Onbezoldigd.
* Moet lid van het college van burgemeester en schepenen of raadslid zijn.
* Aanstelling tot einde legislatuur 2019-2024.
Overeenkomstig artikel 41, 4° Decreet Lokaal Bestuur behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen tot deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming.
Geen.
Stemming
De geheime stemming betreffende de aanstelling van schepen Martine Haegeman in de hoedanigheid van afgevaardigde in de algemene vergaderingen van de OVSG geeft volgende uitslag:
Artikel 1
De gemeenteraad duidt mevrouw Martine Haegeman wonend te Overijse, Kouterstraat 122, schepen, aan als afgevaardigde in de algemene vergaderingen van de OVSG tot het einde van de legislatuur 2019-2024 behoudens andersluidende gemeenteraadsbeslissing.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de OVSG en aan de aangeduide afgevaardigde.
De gemeente Overijse heeft een lidmaatschap in de vzw Logo Zenneland en in zitting van de gemeenteraad van 26 maart 2019 werd de heer Dirk Devroey aangesteld als effectief lid en mevrouw Myriam Vanderlinden als plaatsvervangend effectief lid in de algemene vergaderingen van de vzw Logo Zenneland voor de legislatuur 2019-2024.
Het OCMW van Overijse heeft ook een lidmaatschap in de vzw Logo Zenneland en heeft de mandaten van 'toegetreden lid' en 'plaatsvervangend toegetreden lid' in de vzw Logo Zenneland toegewezen aan respectievelijk mevrouw Martine Haegeman en aan mevrouw Ingrid Degand. Het toegetreden lid of plaatsvervangend toegetreden lid heeft geen stemrecht.* Aantal vergaderingen: min. 1x/jaar.
* Onbezoldigd.
* Het effectief lid of plaatsvervangend effectief lid heeft stemrecht.
Overeenkomstig artikel 41, 4° Decreet Lokaal Bestuur behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen tot deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming.
Geen.
Stemming
De geheime stemming betreffende de aanstelling van schepen Martine Haegeman in de hoedanigheid van effectief lid in de algemene vergaderingen van de vzw Logo Zenneland geeft volgende uitslag:
Artikel 1
De gemeenteraad duidt mevrouw Martine Haegeman wonend te Overijse, Kouterstraat 122, schepen, aan als effectief lid in de algemene vergaderingen van de vzw Logo Zenneland tot het einde van de legislatuur 2019-2024 behoudens andersluidende gemeenteraadsbeslissing.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de vzw Logo Zenneland en het aangeduid lid.
In zitting van 17 oktober 2023 keurde de gemeenteraad de statuten van een nieuwe Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO) goed.
Ingevolge artikel 1.3.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is de gemeenteraad verplicht over te gaan tot de benoeming van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangers en de vaste secretaris van de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO).
De benoeming van een nieuwe commissie dringt zich op. Het is belangrijk om deze commissie nu al opnieuw samen te stellen en niet te wachten op de verkiezingen want dan kan er pas in 2025 aan de slag worden gegaan.
Het profiel van de GECORO-leden
De deskundigheid van de leden hangt af van factoren zoals opleiding, diploma, specifieke kennis of ervaring, huidig lidmaatschap en vertrouwdheid met Overijse.
Alle leden engageren zich om actief bij te dragen aan constructieve adviezen. Het is belangrijk dat de leden voeling hebben met Overijse, maar in de gemeente wonen is geen vereiste.
Jaarlijks vinden er een 5-tal vergaderingen plaats.
De commissie is bij voorkeur zoveel mogelijk een afspiegeling van de lokale samenleving qua leeftijd, afkomst en sociale klasse. Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat binnen een overlegstructuur hoogstens 2/3 van de leden van hetzelfde geslacht mogen zijn. Die regel is van toepassing op alle adviesraden, dus ook op de GECORO.
Samenstelling van de GECORO
Het aantal leden is volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) afhankelijk van het inwonersaantal van de gemeente en telt minimum 9 en maximum 13 leden voor een gemeente met meer dan 10.000 en niet meer dan 30.000 inwoners. Het bevolkingsaantal van de gemeente Overijse bedroeg in januari 2023, 25.962 inwoners.
Ieder GECORO-lid, met uitzondering van de voorzitter, heeft een plaatsvervanger. Er wordt voorgesteld om een GECORO samen te stellen die naast de voorzitter - die een deskundige is - twaalf leden en hun plaatsvervangers bevat.
De GECORO moet bestaan zowel uit deskundigen als uit vertegenwoordigers van specifieke doelgroepen of sectoren in de samenleving.
Minimum 1/4 van de leden moeten deskundigen zijn in het ruime vakgebied van de ruimtelijke ordening. In een gemeente met meer dan 10.000 en niet meer dan 30.000 inwoners moeten minstens 4 verschillende maatschappelijke geledingen opgeroepen worden. Het is aangewezen dat beide groepen, deskundigen en maatschappelijke geledingen, gelijkwaardig vertegenwoordigd zijn.
Representatief kader
In functie van beleidsplanning is een multidisciplinaire samenstelling van de GECORO noodzakelijk. Niet alleen ruimtelijke planning en omgeving, maar ook natuur - ecologie - milieu - transitie - energie - duurzaamheid - landbouw - mobiliteit - juridisch ruimtelijke aspecten en participatie zijn domeinen die in ruimtelijke beleidsplanning steeds belangrijker worden. Door deze samenstelling is de GECORO als groep beter in staat om de ruimtelijke ontwikkelingsnoden van de gemeente Overijse in een bredere context te plaatsen en kan ze hiermee omgaan op een duurzame wijze.
DESKUNDIGEN (6 + 1 voorzitter)
De deskundige kan zowel als ervaringsdeskundige binnen de GECORO optreden, dan wel in de hoedanigheid van een onafhankelijk, geschoolde vakkundige of adviseur. In beide gevallen zal de expert/deskundige een actieve bijdrage leveren tot de kennisopbouw in de GECORO.
Een deskundige heeft expertise in één of meerdere van volgende domeinen:
Elke kandidatuurstelling dient te worden begeleid door een persoonlijke motivatiebrief waarmee de deskundige zijn kandidatuur kracht bijzet.
VOORZITTER EN ONDERVOORZITTER(S)
De voorzitter en ondervoorzitter(s) worden gekozen uit de groep van deskundigen. Indien er voldoende kandidaten zouden zijn dan is er de mogelijkheid om 2 ondervoorzitters aan te stellen waardoor de verantwoordelijkheden in een driekoppig team kunnen opgenomen worden.
Indien de kandidaat-expert/deskundige zich wenst kandidaat te stellen voor het voorzitterschap, dient hij/zij dit ook expliciet in de begeleidende motivatiebrief aan te geven.
Profiel:
MAATSCHAPPELIJKE GELEDINGEN (6)
Een groep (deskundige) vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen. Ze zijn onder meer actief in één of meer verenigingen. De gemeenteraad bepaalde dat onderstaande verenigingen hiertoe werden aangeschreven:
Leden en plaatsvervangers van de maatschappelijke geledingen
Aan de door de gemeenteraad aangeduide maatschappelijke geledingen is op 20 oktober 2023 gevraagd om vertegenwoordigers aan te duiden. De voordrachten zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Als vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen worden, na voordracht door de verenigingen, aangesteld:
| Effectief lid: |
||
| Open ruimte, milieu, natuur | Natuurpunt Druivenstreek | De heer Jean Pierre Maervoet |
| Werkgevers, zelfstandigen, handelaars | Voka | De heer Amaury Verstraete |
| Landbouwers | Bedrijfsgilde Druivenstreek | Mevrouw Rita Dreesen |
| Sociaal wonen, doelgroepenwonen | Woontrots | De heer Björn Mallants |
| Trage weggebruikers | Fietsersbond Druivenstreek | De heer Patrick Jacobs |
| Socio-Cultureel, erfgoed, toerisme | Toeristisch ambassadeur en natuurgids | Mevrouw Brigitte D'haese |
| Plaatsvervangend lid: |
||
| Open ruimte, milieu, natuur | Nationaal Park Brabantse Wouden | De heer Jan Horemans |
| Werkgevers, zelfstandigen, handelaars | Unizo | De heer Jonathan Coenen |
| Landbouwers | Bedrijfsgilde Druivenstreek | De heer Guy Craps |
| Sociaal wonen, doelgroepenwonen | De Kerselaar vzw | De heer Rens Vanderkelen |
| Trage weggebruikers | Fietsersbond Druivenstreek | De heer Johan Demol |
| Socio-Cultureel, erfgoed, toerisme | De Beierij van Ijse | De heer Gilbert Dehertog |
Aan elke maatschappelijke geleding werd een verzoek gericht tot voordracht van geschikte kandidaten. Voor elke geleding zullen er een effectief lid en een plaatsvervangend lid zetelen. Wanneer er per maatschappelijke geleding kandidaten zijn van twee verenigingen dan werken beide leden samen als een tandem, en niet zozeer in de hiërarchie van een effectief lid en plaatsvervangend lid. Beide leden spreken per zitting af, afhankelijk van beschikbaarheden maar ook thema, wie de zitting zal bijwonen. In de hoedanigheid van plaatsvervanger is een lid altijd welkom om aan de vergadering deel te nemen, behoudens aan de beraadslaging en de stemming.
Reservelijst kandidaten vanuit de maatschappelijke geledingen:
Van de overige kandidaten worden de volgende 2 personen, in alfabetische volgorde gerangschikt, opgenomen op de reservelijst. Bij het wegvallen van leden uit de maatschappelijke geleding 'Socio-Cultureel, erfgoed, toerisme', worden deze kandidaturen heringevuld uit de reservelijst:
Deskundige leden en hun plaatsvervangers
Voor de oproep van de deskundigen van de GECORO werden berichten geplaatst op de gemeentelijke website, op Facebook en via LinkedIn. De huidige GECORO-leden kregen een persoonlijke uitnodiging.
De oproep liep van 20 oktober tot 9 december 2023.
Bij de samenstelling van de groep deskundigen is het samengaan van een aantal criteria doorslaggevend. Er wordt verwacht dat de deskundigen een positieve, constructieve en actieve ondersteuning kunnen bieden aan de werking van de GECORO. Er wordt rekening gehouden met deskundigheid die kan gemotiveerd worden door opleiding, diploma, specifieke kennis of ervaring in een multidisciplinair kader inzake ruimtelijke planning/stedenbouw, milieu/natuur/duurzaamheid/ecologie/energie/transitie, landbouw, mobiliteit, publieke ruimte, wonen, erfgoed, burgerparticipatie in het ruimtelijk beleid, sociaal ruimtelijk beleid, ... Er wordt rekening gehouden met professionele activiteiten in verband met relevante ruimtelijke projecten en realisaties. Daarnaast moet een kennis van de hedendaagse ruimtelijke problematieken en methodieken (beleidsplanning, stedenbouwkundig ontwerpen, procesplanning, strategische projectwerking, ...) en een vertrouwdheid met de ruimtelijke ontwikkelingscontext van Overijse blijken. Er wordt gestreefd om een bepaalde diversiteit in deskundigheid bij de verschillende kandidaten zoveel als mogelijk aan bod te laten komen en om, in zekere mate, een vergelijkbare deskundigheid tussen het effectieve lid en de plaatsvervanger na te streven. Er wordt rekening gehouden met de regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen conform artikel 304, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur bij de benoeming van de effectieve leden (deskundigen én maatschappelijk geledingen te samen). Er wordt in de mate van het mogelijke gestreefd om deskundigen te benoemen die reeds in de GECORO zetelden en die zich onderscheiden hebben door hun actieve en deskundige inbreng in het debat. Tegelijkertijd wordt er gestreefd om nieuwe leden op te nemen die een frisse wind kunnen doen waaien om zo de GECORO vakkundig en multidisciplinair uit te bouwen.
Weerhouden deskundigen - effectief lid
Uit de gegevens opgenomen in de kandidaatstellingen worden, rekening houdend met hoger vermelde criteria, volgende 7 kandidaten (6 leden + voorzitter) weerhouden als effectief deskundig lid. De kandidaten worden opgelijst in alfabetische volgorde:
Weerhouden deskundigen - plaatsvervanger
Uit de gegevens opgenomen in de kandidaatstellingen worden, rekening houdend met hoger vermelde criteria, volgende 6 kandidaten weerhouden als plaatsvervangend deskundig lid. De kandidaten worden opgelijst in alfabetische volgorde:
Reservelijst van kandidaat deskundigen
Van de overige kandidaten worden de volgende 3 personen, in alfabetische volgorde gerangschikt, opgenomen op de reservelijst. Deze kandidaten voldoen niet aan alle hogervermelde criteria. Bij het wegvallen van deskundigen uit de GECORO, worden deze kandidaturen heroverwogen:
Aan te stellen effectieve deskundigen met hun respectieve plaatsvervangers:
| Effectieve deskundigen: |
Plaatsvervangende deskundigen: |
| De heer Peter Van Lierde |
|
| Mevrouw Barbara Van Acker |
Mevrouw Patricia Van Overbeke |
| Mevrouw Veerle Vanderlinden |
De heer Geert Buelens |
| De heer Quinten Foccaert |
De heer Josse Verlinden |
| De heer Paul Nuyts | De heer Richard Dewit |
| Mevrouw Carmen Brankaer |
De heer Shavkat Egamberdiev |
| De heer Jo Decoster |
De heer Dino Aerts |
Benoeming voorzitter en ondervoorzitters
Uit de ingezonden en weerhouden kandidaturen heeft zich niemand schriftelijk kandidaat voorzitter of ondervoorzitter gesteld.
Op basis van de ingeschreven profielen en na telefonisch overleg draagt het college van burgemeester en schepenen in zitting van 9 januari 2024 volgende kandidaat-voorzitter van de GECORO voor aan de gemeenteraad: de heer Peter Van Lierde.
Alle drie de kandidaten voldoen aan het gewenste profiel van (onder)voorzitter van de GECORO, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 3 oktober 2023.
Evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen
Artikel 304, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat ten hoogste twee derde van de leden van de raden en de overlegstructuren, van hetzelfde geslacht is. Als dat niet het geval is, kan niet op rechtsgeldige wijze advies worden uitgebracht.
Aantal effectieve leden: 13.
Aantal vrouwen: 5.
Aantal mannen: 8.
De samenstelling voldoet aan dit principe.
Politieke vertegenwoordiging
De GECORO-vergaderingen zijn in principe besloten.
Naast de leden van de GECORO is ook een politieke vertegenwoordiging aanwezig bij de toelichting en bespreking van de dossiers. De commissie nodigt voor elke vergadering een vertegenwoordiger uit van elke politieke fractie in de gemeenteraad. Deze personen kunnen de toelichtingen bijwonen en de eventuele bespreking van het onderwerp, maar mogen de beraadslaging over het advies van de commissie en de stemming erover niet bijwonen.
Onkostenvergoeding
Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering rond de samenstelling, organisatie en werkwijze van de GECORO stelt dat aan de leden van de provinciale, intergemeentelijke en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening presentiegelden, reis- en verblijfsvergoedingen worden toegekend. Het bedrag van die vergoedingen wordt vastgesteld door de provincieraad, respectievelijk de gemeenteraad of de gemeenteraden van de gemeenten die aan de intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening deelnemen.
Deze presentiegelden, reis- en verblijfskosten komen ten laste van de werkingsmiddelen die de provincieraad, respectievelijk de gemeenteraad of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, overeenkomstig artikel 1.3.2, § 9, respectievelijk artikel 1.3.3, § 9, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening aan de commissie ter beschikking stelt.
Er wordt daarom voorgesteld om een onkostenvergoeding in te voeren voor de leden van deze decretale adviesraad. Een effectief uitgeoefend lidmaatschap vereist niet alleen het bijwonen van de vergaderingen, maar ook de voorbereiding ervan, met inbegrip, indien noodzakelijk, van plaatsbezoeken om zich een beter inzicht te vormen van de voorgelegde problematiek. Dossierkennis is primordiaal. Dossiers worden immers voorafgaand aan de vergadering op de server gezet en van de leden wordt verwacht dat zij deze grondig voorbereiden. De GECORO heeft vanuit de Vlaamse Codex een grote verantwoordelijkheid bij het uitvoeren van haar decretale taken. Ze moet in het kader van een beleidsplan, een RUP, een aanvraag tot planologisch attest en een stedelijke verordening in verschillende stadia adviezen verlenen en het openbaar onderzoek coördineren binnen vastgelegde termijnen. Bij een openbaar onderzoek houdt dit in dat zij een beoordeling geeft bij alle adviezen, alle bezwaren ontvangt, behandelt, nagaat hoe deze zich situeren ten opzichte van het plan en oordeelt of een bezwaar wordt aanvaard of weerlegd. Het advies moet een afdoend, in een begrijpelijke taal gesteld antwoord geven op het ingediende bezwaarschrift. Daarnaast brengt ze ook haar eigen advies uit. Als het openbaar onderzoek nieuwe inzichten oplevert, die aanleiding geven tot de wijziging van het plan, moet dit bovendien duidelijk uit het advies blijken. Voor deze taken kan het later op te maken huishoudelijk reglement bepalen dat er een werkgroep wordt opgericht waarin deze adviezen door enkele commissieleden worden voorbereid.
Een onvoldoende weerlegging van bezwaren kan na een procedure bij de Raad van State aanleiding geven tot de volledige vernietiging van een ruimtelijk uitvoeringsplan, beleidsplan of verordening.
De onkostenvergoeding wordt forfaitair vastgelegd op 50,00 euro per zitting. Dit is dan slechts een fractie van het uurloon van een deskundige uit de sector (normen KVIV). Het maatschappelijk engagement blijft dus primeren op de vergoeding.
Het lijkt gepast dat de voorzitter (en ondervoorzitter indien vervangend), die bovendien een deskundige moet zijn, een vergoeding zou ontvangen die zich spiegelt aan het uurloon van een deskundige uit de sector. Er moet rekening worden gehouden met de vaststelling dat de voorzitter niet alleen de vergadering leidt en modereert, maar ze ook samen met gemeentediensten voorbereidt. De onkostenvergoeding wordt forfaitair vastgelegd op 100,00 euro per zitting.
Benoeming van het secretariaat
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 9 januari 2024 mevrouw Ann Hellemans, projectleider Ruimtelijke Planning, voorgedragen als secretaris en mevrouw Edith Catry, diensthoofd Omgevingsdienst - architect, en de heer Tim Houben, afdelingshoofd Grondgebiedzaken, als plaatsvervangend secretaris van de GECORO van de gemeente Overijse. Deze zijn niet stemgerechtigd.
Verder verloop van de opstart
De gemeenteraad dient de benoeming van een nieuwe GECORO goed te keuren.
De GECORO is een adviesraad die decretaal geregeld wordt. Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuwe commissie. De nieuwe commissie treedt pas aan nadat de gemeenteraad de leden ervan heeft benoemd en nadat de toezichttermijn, vermeld in artikel 332 van het Decreet Lokaal Bestuur, is verstreken. De oude commissie blijft zolang aan. De leden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden benoemd voor zes jaar. Hun benoeming is hernieuwbaar.
Het is aangewezen, mits het latere akkoord van het nieuwe bestuur uiteraard, om begin van volgende legislatuur de pas opgerichte commissie te herbenoemen.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming.
Raming onkostenvergoeding leden: 50,00 euro incl. btw per zitting, ongeveer 5 vergaderingen per jaar, 12 leden: 3.000,00 euro per werkjaar.
Raming onkostenvergoeding voorzitter: 100,00 euro incl. btw per zitting, ongeveer 5 vergaderingen per jaar: 500,00 euro per werkjaar.
Artikel 1
De gemeenteraad benoemt de volgende personen als leden en respectievelijk plaatsvervangende leden van de GECORO namens de maatschappelijke geledingen:
| Effectief lid: |
||
| Open ruimte, milieu, natuur | Natuurpunt Druivenstreek | De heer Jean Pierre Maervoet |
| Werkgevers, zelfstandigen, handelaars | Voka | De heer Amaury Verstraete |
| Landbouwers | Bedrijfsgilde Druivenstreek | Mevrouw Rita Dreesen |
| Sociaal wonen, doelgroepenwonen | Woontrots | De heer Björn Mallants |
| Trage weggebruikers | Fietsersbond Druivenstreek | De heer Patrick Jacobs |
| Socio-Cultureel, erfgoed, toerisme | Toeristisch ambassadeur en natuurgids | Mevrouw Brigitte D'haese |
| Plaatsvervangend lid: |
||
| Open ruimte, milieu, natuur | Nationaal Park Brabantse Wouden | De heer Jan Horemans |
| Werkgevers, zelfstandigen, handelaars | Unizo | De heer Jonathan Coenen |
| Landbouwers | Bedrijfsgilde Druivenstreek | De heer Guy Craps |
| Sociaal wonen, doelgroepenwonen | De Kerselaar vzw | De heer Rens Vanderkelen |
| Trage weggebruikers | Fietsersbond Druivenstreek | De heer Johan Demol |
| Socio-Cultureel, erfgoed, toerisme | De Beierij van Ijse | De heer Gilbert Dehertog |
Artikel 2
De gemeenteraad benoemt de volgende personen als effectieve en respectievelijk plaatsvervangende deskundige leden van de GECORO:
| Effectieve deskundigen: |
Plaatsvervangende deskundigen: |
| De heer Peter Van Lierde |
|
| Mevrouw Barbara Van Acker |
Mevrouw Patricia Van Overbeke |
| Mevrouw Veerle Vanderlinden |
De heer Geert Buelens |
| De heer Quinten Foccaert |
De heer Josse Verlinden |
| De heer Paul Nuyts | De heer Richard Dewit |
| Mevrouw Carmen Brankaer |
De heer Shavkat Egamberdiev |
| De heer Jo Decoster |
De heer Dino Aerts |
Wanneer er per maatschappelijke geleding kandidaten zijn van twee verenigingen dan werken beide leden samen als een tandem, en niet zozeer in de hiërarchie van een effectief lid en plaatsvervangend lid. Beide leden spreken per zitting af, afhankelijk van de beschikbaarheden maar ook van thema, wie de zitting zal bijwonen. In de hoedanigheid van plaatsvervanger is een lid altijd welkom om aan de vergadering deel te nemen, behoudens deelname aan de beraadslaging en de stemming.
Artikel 3
Stemming
De geheime stemming betreffende de aanstelling van de heer Peter Van Lierde in de hoedanigheid van voorzitter van de GECORO geeft volgende uitslag:
De geheime stemming betreffende de aanstelling van de heer Quinten Foccaert in de hoedanigheid van ondervoorzitter van de GECORO geeft volgende uitslag:
De geheime stemming betreffende de aanstelling van de heer Paul Nuyts in de hoedanigheid van ondervoorzitter van de GECORO geeft volgende uitslag:
De gemeenteraad stelt, behoudens andersluidende gemeenteraadsbeslissing, volgende personen aan:
Artikel 4
De gemeenteraad stelt mevrouw Ann Hellemans, projectleider Ruimtelijke Planning, aan als secretaris en mevrouw Edith Catry, diensthoofd Omgevingsdienst - architect en de heer Tim Houben, afdelingshoofd Grondgebiedzaken, aan als plaatsvervangend secretaris van de GECORO.
Inleiding
Een van de actieplannen bij de opmaak van het meerjarenplan is 'AP05 Overijse voert een ruimtelijk beleid waarbij wordt ingezet op het vrijwaren en versterken van de open ruimte, kwalitatieve verdichting op de juiste plaatsen met een duidelijke en veilige mobiliteitsinfrastructuur en publieke ruimte'.
Hieronder vallen verschillende acties, zoals 'Inzetten op een brede visie rond ruimtelijke ordening' en het 'Uitwerken van een instrumentenpakket om op ruimtelijk vlak regie te voeren'.
De opmaak van een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+' en parallel hiermee een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening vallen onder deze acties en hebben als voornaamste doel om meer uniformiteit te brengen in de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn in Overijse.
Het strategisch project Horizon+ is een samenwerkingsverband met volgende kernpartners: de gemeenten Tervuren, Overijse, Hoeilaart en Sint-Genesius-Rode, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse overheid. Het project is ontstaan doordat er zich nieuwe ruimtelijke vraagstukken stelden op vlak van toenemend ruimtegebruik en verhardingsgraad, ruimtelijke versnippering, landschapsgebruik en recreatieve ontsluiting in de regio nabij het Zoniënwoud.
De partners van het strategisch project Horizon+ werken aan een toekomstgericht en duurzaam ruimtelijk beleid waarbij het wonen, werken, voorzieningen zijn, geconcentreerd in goed uitgeruste en duurzaam bereikbare woonkernen. Buiten de kernen ligt de focus op de afstemming van het wonen en de bebouwing op de openruimtestructuren: landbouwgebieden, valleien, bosstructuren. In de gebieden met woonbestemming buiten de woonkernen wordt groei van het wonen niet gestimuleerd.
Vanaf 2018 werd in het kader van het strategisch project Horizon+ gewerkt aan een strategische visie. In 2022 werd er beslist om de strategische visie verder uit te werken aan de hand van verschillende instrumenten en plannen.
Het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP) 'Afbakening woonkernen Horizon+' en de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Woonkernen Horizon+' met bijhorende plan-milieueffectenrapportscreening bevinden zich in ontwerpfase en doorlopen de goedkeuringsprocedure.
Het Bomenbeleidsplan (BBP) heeft de intentie om de boomdekking te bewaren en te versterken. De identiteit van het landschap dient hierbij als basis. De visie vertaalt de robuuste verbindingen tussen het Hallerbos, Zoniënwoud en Meerdaalwoud op schaal van Horizon+. Aan de hand van principes en inspirerende beelden worden de mogelijkheden tot behoud en verhoging van de boomdekking in beeld gebracht. Dit met als doel de biodiversiteit te verhogen, zowel op het publiek als het privaat domein. Het BBP wordt aan de gemeenteraad voorgelegd in het voorjaar van 2024.
Het Beeldkwaliteitsplan (BKP) heeft als doel dat beleid zichtbaar te maken en ruimtelijke kwaliteiten te identificeren die niet enkel met beleidsinstrumenten vast te nemen zijn. Het bestaat uit een samenhangend pakket van aanbevelingen en/of richtlijnen voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit als complement aan en ter ondersteuning van het vergunningenbeleid en als gids bij de kwaliteitsbewaking en opvolging van uitvoeringsprojecten. In die zin is het geen klassiek beeldkwaliteitsplan dat enkel gaat over beeldkwaliteit, maar stippelt het ruimtelijk beleid uit.
In parallel met de opmaak van deze drie plannen, werkt Aquafin aan een intergemeentelijk hemelwaterplan (HWP) met als doel een rationeel en duurzaam beleid rond hemelwater te creëren. De hemelwaterdoelstellingen zullen hun uitvoering hebben op het (tuin)perceel, de straat en op wijkniveau evenals op de schaal van een vallei.
Verhouding tussen het BKP, het BBP, het HWP en het PRUP
Hoewel elk plan een eigen statuut en juridische gronden heeft, is de samenhang tussen de plannen cruciaal. Doorheen de opmaak van deze plannen stond wisselwerking en kruisbestuiving centraal. Er werd gezocht naar een gemeenschappelijk vocabularium en een gezamenlijke procesvoering. Het BKP voedt in die zin de andere twee plannen en vice versa. Het BKP kijkt voornamelijk naar de bebouwde ruimte en haar kenmerken, terwijl het BBP focust op landschappen en het groen.
Binnen het BKP, het BBP maar ook het HWP werd dan ook ondersteunend onderzoek gevoerd waarvan principes werden meegenomen in het PRUP en in de voorschriften van de stedenbouwkundige verordening.
Dit beeldkwaliteitsplan is geen eindpunt. Het is maar een begin van een gebiedstransformatie en een nieuw doortastend ruimtelijk beleid. Het vraagt een continue opvolging en kwaliteitsbewaking in het vergunningenbeleid. Het beeldkwaliteitsplan is dus in de eerste plaats een visie die grondig afgetoetst is aan de context, de lopende projecten en de verwachtingen van verschillende gemeentebesturen. Het is ook deels een regelgevend kader waarbinnen een aantal mogelijkheden bestaan om met concrete projecten, architectuur en inrichtingsvoorstellen via beleidsmatig gewenste ontwikkeling een eigen accent te leggen. De visie van zowel het BKP, PRUP en BBP moet immers een hele tijd meegaan en ook over enkele jaren een kader blijven bieden. De uitrol van dit beeldkwaliteitsplan heeft verschillende onderdelen en snelheden. Voor private kavels biedt het beeldkwaliteitsplan een kader om boomdekking op peil te houden en de verhardingsgraad niet te verhogen, terwijl voor publieke ruimtevoorstellen de gemeenten zelf het voortouw kunnen nemen.
Uit het beeldkwaliteitsplan:
Een beeldkwaliteitsplan met vijf weefsels:
Woonparken 2.0
Eigenschappen
Woonparken zijn bosrijke woonwijken die we vaak terugvinden rondom het Zoniënwoud. Kenmerkend zijn hun hoge boomdekking en groene karakter. Veel van de wijken zijn DNA-bepalend voor de beeldkwaliteit van de wooncontexten rondom het woud. Ze bestaan typisch uit grotere kavels met eengezinswoningen en villa’s. In het PRUP worden de te weerhouden woonparken als 'groene woonwijken' benoemd.
Uitdagingen
In dit soort wijken zit potentieel een verdichtingsdruk omdat in de praktijk grote kavels kunnen worden opgesplitst in meerdere kleine kavels. Hierdoor merken we ook dat de boomdekking achteruit gaat. Op de meeste kavels zien we ook een relatief hoge verhardingsgraad. Daarnaast hebben sommige woonparken wel het statuut maar niet de kenmerken van een bosrijke woonomgeving.
Strategieën
Voor dit onderdeel zal het beeldkwaliteitsplan focussen op de private kavels. Daar zullen de grootste winsten te behalen zijn. We werken daarom een sluitend kader uit om verdichting te kanaliseren, ontbossing tegen te gaan en de verhardingsgraden te beperken. Het BBP gaat aan de slag met de publieke ruimte.
Steenwegen
Eigenschappen
Het diverse landschap rond het Zoniënwoud wordt doorkruist door steenwegen. Het gaat om historische lineaire figuren die doorheen de tijd meer en meer verstedelijkten. We vinden er hybride bebouwde contexten terug, met handelszaken, grootwarenhuizen, industrie, eengezinswoningen en meergezinswoningen en af en toe landschappelijke fragmenten.
Uitdagingen
De meeste steenwegen kampen met verschillende opgaves: een mobiliteitsverzadiging, utilitaire publieke ruimte en woonverdichting. Al sinds de jaren ‘70 is er een appartementisering aan de gang. De woonkwaliteit is er eerder laag met beperkte buitenruimte.
Strategieën
Door middel van ontwerpend onderzoek formuleren we strategieën om ongewenste verdichting tegen te gaan en de buitenruimte rondom steenweg-ontwikkelingen efficiënter in te zetten en zo te kunnen ontharden.
Het herinrichten van de steenweg zelf voor diverse modi maakt geen deel uit van het BKP omdat het individueel onderzocht wordt in andere dossiers.
Linten
Eigenschappen
Lintbebouwing is een fenomeen dat we ook terugvinden rond het Zoniënwoud. Doorheen de jaren kwamen er woningen bij langsheen de lokale verbindingswegen die het agrarische gebied doorkruisten. Veel van die woningen hebben een lange perceelsstructuur met hier en daar nog serres. Het resultaat is kilometerslange lintbebouwing.
Uitdagingen
Lintbebouwing is niet alleen een zeer inefficiënte en dure bebouwingsstructuur, in het gevarieerde landschap van Horizon+ vormen de linten ook vaak obstructies in het watersysteem en de landschappelijke verbindingen. Tenslotte is er de uitdaging van de oplopende verhardingsgraad doordat opritten en tuinen steeds meer verhard worden en de opvulregel verdere verlinting stimuleren.
Strategieën
We bekijken een aantal cases, waarin we op basis van observaties en recente bouwaanvragen ontwerpend onderzoek inzetten. We formuleren beeldkwaliteitsprincipes om zichten te vrijwaren, te ontharden en de verdichting te beperken, die als kader kunnen dienen bij toekomstige ontwerpgesprekken en vergunningsaanvragen.
Centra
Eigenschappen
De dorpscentra zijn compacte, historische kernen met een hoge beeldkwaliteit. Ze zijn in bijna alle gevallen gelegen in een beekvallei. Dat maakt de meeste centra watergevoelig. De bebouwde structuur bestaat uit aaneengesloten bebouwing, meergezinswoningen, handelszaken, historische gebouwen, ...
Uitdagingen
De centra hebben vaak te maken met een hoge woonontwikkelingsdruk. Vanuit verschillende overheden wordt erop aangestuurd dat woonverdichting en kernversterking plaatsvindt in de centra, maar in realiteit krijgen we te maken met laagkwalitatieve ontwikkelingen die bijdragen aan een verdichting van de kern, maar niet per se de kern versterken.
Strategieën
We gaan op zoek hoe verdichting kan ingezet worden om andere meerwaarden zoals ontharding of duurzame mobiliteitsoplossingen te bekomen. Daarvoor nemen we het centrum van Tervuren onder de loep en tonen hoe per type bouwblok andere doelstellingen, dichtheden en gebouwtypes voor een hogere woonkwaliteit kunnen zorgen.
Woonwijken
Eigenschappen
Vanaf de jaren ‘70 werd het landschap rond het Zoniënwoud sterk verkaveld. In elke gemeente vinden we monofunctionele woonwijken terug. Ze bestaan uit eengezinswoningen die telkens op dezelfde wijze zijn ingeplant met een beperkt aanbod publieke ruimte en een overaanbod aan autogerichte straten.
Uitdagingen
De meeste woonwijken zijn bedacht vanuit de logica van de wagen. De publieke ruimte is bijgevolg overgedimensioneerd. Daar liggen kansen om in te zetten op ontharding en vergroening van de publieke ruimte. Daarnaast zien we hier en daar een kleine verdichtingsdruk door opsplitsing van kavels, al is die eerder beperkt. De louter residentiële functies zijn afhankelijk zijn van andere plekken voor voorzieningen.
Strategieën
Inzetten op ontharding van de overgedimensioneerde publieke ruimte als onderdeel van de klimaatsstrategieën voor het gebied.. De andere uitdagingen worden al aangekaart in de projecten ‘Pilootwijken’ rondom het Zoniënwoud (Strategisch Project Horizon+) en op Vlaams niveau in lopende studies Leefbuurten en Verkavelingswijken (Vlaams Bouwmeester).
Groenblauwe cartografie
Groenblauwe verbindingskaart
Binnen het beeldkwaliteitsplan werd cartografisch onderzoek gedaan. De groenblauwe verbindingskaarten brengen de belangrijkste ecologische en landschappelijke verbindingen in kaart, samen met zoekzones voor bosuitbreiding. We baseerden ons daarvoor op bestaande visiedocumenten, zoals het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, de verbindingskaarten van de Brabantse Wouden, de strategische visie of Bouwmeesterscans, als die voorhanden waren. Deze verbindingen werden telkens met de gemeentes afgestemd. Voor de ecologische verbindingen maakten we een onderscheid tussen primaire en secundaire verbindingen. De primaire ecologische verbindingen zijn meestal:
De zoekzones voor bosuitbreiding zijn gebaseerd op de zoekzones voor bosuitbreiding van de Brabantse Wouden en verder afgestemd met de gemeentes.
Deze kaarten kunnen niet los worden gezien van het bomenbeleidsplan of het RUP. De kaarten ontstonden immers door de wisselwerking tussen die verschillende plannen. Het is een up-to-date gebiedsdekkend overzicht van de Horizon+ doelstellingen per gemeente.
Blauwe netwerkkaart
Naast de groenblauwe verbindingskaarten, werden ook blauwe netwerkkaarten opgesteld. De regio kreeg immers de laatste tijd wel vaker te maken met wateroverlast. De blauwe netwerkkaarten tonen de lokale topografie en de watergevoelige zones, gebaseerd op de impactkaarten van de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM). De blauwe overdruk toont de waterdiepte bij pluviale wateroverlast bij het hoog impact klimaatscenario. Sommige zones kunnen daardoor wel tot twee meter hoog onder water te komen staan. Op de kaart duidden we ‘kritieke punten’ aan. Dat zijn punten waar wateroverlast wordt geprojecteerd binnen de bebouwde context. Die kritieke punten werden ook afgestemd met het hemelwaterplan, dat parallel in opmaak was tijdens het opstellen van dit beeldkwaliteitsplan.
Op de kaart vinden we ook ‘watervoerende straten’ terug. Dat zijn straten die loodrecht op de hoogtelijnen liggen en in een dal zijn gelegen. Bij hevige regenval zullen deze straten vectors van regenwater worden. Voorbeelden ervan zijn de Veeweidestraat in Tervuren, die historisch gezien als een lintbebouwing is ontstaan, of de Marnixlaan in Overijse, een stuk verkaveling uit de jaren ‘70, waarvan het stratenpatroon deels gebaseerd is op de lokale topografie. Dat soort straten verzamelen het regenwater en dus is het er zaak om er voldoende ruimte te voorzien om regenwater bij te houden en trager te laten afvoeren.
Deze kaartenset is niet volledig. De contourenkaart van het RUP of een mobiliteitsplan per gemeente zouden de atlas vervolledigen. In het BKP focussen we op die domeinen waar de strategsiche visie wil op inzetten, ook al erkennen we hoe de mobiliteitsplannen ook heel wat uitdagingen in zich dragen.
Beeldkwaliteitsplan en bomenbeleidsplan, opgemaakt vanuit het strategisch project Horizon+
Het Beeldkwaliteitsplan (BKP), als analysewerk en onderbouwing van PRUP en stedenbouwkundige verordening, wordt samen met het ontwerp van de verordening aan de gemeenteraad van januari voorgelegd. Tijdens dezelfde zitting zal de gemeenteraad advies geven bij het ontwerp van PRUP.
In het voorjaar van 2024 zal ook het andere product uit het Horizon+ project, het Bomenbeleidsplan, aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het is belangrijk om alle informatie in een gericht en gedoseerd communicatie en participatieproces mee te nemen.
De gemeenteraad dient het Beeldkwaliteitsplan 'Horizon+' principieel goed te keuren.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het bijgevoegd Beeldkwaliteitsplan 'Horizon+' principieel goed.
Het college van burgemeester en schepenen gaf in de zitting van 25 juli 2023 advies bij het voorontwerp en de scopingnota van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsprogramma (PRUP) 'Afbakening woonkernen Horizon+'. Op 9 augustus 2023 vond de plenaire vergadering plaats. Op 19 september 2023 bepaalde het team milieueffectrapportage van het departement Omgeving op basis van de MER-screening dat er geen plan-m.e.r. opgesteld hoeft te worden. Op 28 september 2023 vond in De Vuurmolen een infomoment plaats over het voorontwerp van PRUP. De gemeente Overijse werkt via het Horizon+ project tevens principevoorschriften uit in Beleidsmatig Gewenste Ontwikkelingen (BGO) als voorafname op een Stedenbouwkundige Verordening die parallel wordt opgemaakt en die aanvullende en verdiepende voorschriften bij het PRUP gemeentelijk zal opnemen. Het was belangrijk om PRUP en BGO te koppelen in dit infomoment.
Het voorontwerp van het ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+' werd aangepast naar aanleiding van de adviezen, uitgebracht voor of tijdens de plenaire vergadering.
Momenteel ligt het ontwerp van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+' voor.
Het ontwerp bestaat uit een toelichtingsnota, stedenbouwkundige voorschriften, drie grafische plannen, drie plannen voorkooprecht en drie plannen met op te heffen voorschriften. De procesnota is een aparte, op zichzelf staande nota die het verloop van het volledige planningsproces omschrijft, zowel hoe het proces wordt gepland als hoe het daadwerkelijk verlopen is. Het is dus een evolutief document dat aangroeit naarmate het proces vordert.
Inleiding
Een van de actieplannen bij de opmaak van het meerjarenplan is 'AP05 Overijse voert een ruimtelijk beleid waarbij wordt ingezet op het vrijwaren en versterken van de open ruimte, kwalitatieve verdichting op de juiste plaatsen met een duidelijke en veilige mobiliteitsinfrastructuur en publieke ruimte'.
Hieronder vallen verschillende acties, zoals 'Inzetten op een brede visie rond ruimtelijke ordening' en het 'Uitwerken van een instrumentenpakket om op ruimtelijk vlak regie te voeren'.
De opmaak van een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+' en parallel hiermee een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening vallen onder deze acties en hebben als voornaamste doel om meer uniformiteit te brengen in de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn in Overijse.
Het strategisch project Horizon+ is een samenwerkingsverband met volgende kernpartners: de gemeenten Tervuren, Overijse, Hoeilaart en Sint-Genesius-Rode, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse overheid. Het project is ontstaan doordat er zich nieuwe ruimtelijke vraagstukken stelden op vlak van toenemend ruimtegebruik en verhardingsgraad, ruimtelijke versnippering, landschapsgebruik en recreatieve ontsluiting in de regio nabij het Zoniënwoud.
De partners van het strategisch project Horizon+ werken aan een toekomstgericht en duurzaam ruimtelijk beleid waarbij het wonen, werken, voorzieningen zijn, geconcentreerd in goed uitgeruste en duurzaam bereikbare woonkernen. Buiten de kernen ligt de focus op de afstemming van het wonen en de bebouwing op de openruimtestructuren: landbouwgebieden, valleien, bosstructuren. In de gebieden met woonbestemming buiten de woonkernen wordt groei van het wonen niet gestimuleerd.
Op 23 juni 2022 besliste de deputatie om het planproces voor de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+' op te starten en een delegatie van planningsbevoegdheid aan te vragen met daarbij een principieel akkoord voor de opstart van de formele PRUP-procedure aan de betrokken gemeentebesturen voor de opmaak van dit ruimtelijk uitvoeringsplan. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse besliste tot delegatie van haar planningsbevoegdheid aan het provinciebestuur en principieel akkoord voor de opstart van de PRUP-procedure in zitting van het college van burgemeester en schepenen van 14 juni 2022.
Ontwerp van Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+'
Voorliggend Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan heeft als doel om een gedifferentieerd ruimtelijk beleid te voeren voor de ontwikkelingen in de zones met een woonbestemming of een residentiële overdruk. Daarbij worden er woonkernen afgebakend en in de woonkernen zelf worden er zones afgebakend waar een verdere selectieve en kwalitatieve verdichting van het bestaande woonweefsel kan worden nagestreefd met het oog op het verhogen van het ruimtelijk rendement.
Daarnaast én complementair daaraan heeft dit ruimtelijk uitvoeringplan als doel een ander ruimtelijk beleid mogelijk te maken voor de woongebieden buiten de kernen en voor delen van de woonkernen waar een sterke groei van het wonen niet is aangewezen omwille van het beperkte uitrustingsniveau van de kern. Hier is woonverdichting immers niet wenselijk omwille van de perifere ligging ten opzichte van het openbaar vervoersnetwerk en het lage voorzieningenniveau in de omgeving. Binnen deze gebieden staat het versterken van de relatie met de omliggende open ruimte voorop.
Dit Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan heeft dus als doel het aspect inzake de mogelijke verhoging van het ruimtelijk rendement te verduidelijken en te specifiëren door zones af te bakenen waarbinnen deze rendementsverhoging al of niet beleidsmatig wenselijk is.
Daarenboven zijn er zones waar ook binnen de bebouwde of voor wonen bestemde zones specifieke landschapsdoelstellingen worden nagestreefd. Dit heeft tot gevolg dat hier een andere bouwwijze en inrichting wordt nagestreefd: behoud en versterking van het groene karakter, goede afstemming op de aanpalende open ruimte, herstructurering van de bebouwing in functie van bv. waterbeheer of groene verbindingen, … Hier kan ook een specifiek grondbeleid aangewezen zijn. Om dit specifieke beleid waar te kunnen maken kunnen specifieke overdrukken worden toegevoegd.
Het is niet de bedoeling van dit Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan om gebieden te herbestemmen van een woonbestemming naar bijvoorbeeld een openruimtebestemming of omgekeerd. Het is ook niet de bedoeling van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan om woonuitbreidingsgebieden te behandelen.
Het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan geeft uitvoering aan de ruimtelijke principes zoals opgenomen in het Beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant (19 september 2023).
Het plan geeft ook uitvoering aan het ruimtelijk structuurplan Vlaams-Brabant* zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 6 november 2012:
* Er was bij de goedkeuring van het voorontwerp van voorliggend RUP nog geen definitief provinciaal beleidsplan vastgesteld door de provincieraad; deze procedure was nog lopende. Het provinciaal ruimtelijk structuurplan, het Ruimtelijke Structuurplan Vlaams-Brabant (RSVB) was in deze fase dus nog van kracht als geldend provinciaal beleidsplan. Tussen de goedkeuring van het voorontwerp en ontwerp van voorliggend RUP werd echter het Beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant wél definitief vastgesteld (provincieraad, 19 september 2023). We behouden hier ter info de bespreking van de relatie tussen het structuurplan Vlaams-Brabant en het voorontwerp van voorliggend RUP.
Het ruimtelijk uitvoeringsplan geeft daarenboven ook uitvoering aan de beleidslijnen inzake wonen van het beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant:
Voorstel afbakeningen in het voorontwerp van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan
De woonkernen worden afgebakend en daarbinnen gedifferentieerd.
Buiten deze woonkernen worden de gebieden met een woonbestemming gedifferentieerd.
De toewijzing aan een categorie weerspiegelt de intentie om verdere verdichting en groei van het wonen af te remmen. ‘Te bestendigen woonwijken’ zijn verkavelingen die niet vlakbij een dorpshart of hoogdynamisch centrum liggen of die we omwille van landschappelijke redenen niet beschouwen als onderdeel van een woonkern. Grote delen van de woonparken zullen behoren tot de 'Groene woonwijken', mogelijks ook andere gebieden die een belangrijke rol spelen in de landschapsstructuur. Hier zal het beleid extra voorwaarden met betrekking tot lage dichtheid en groene karakter ondersteunen:
Er zijn volgende overdrukken:
Te herstructureren zones (overdruk)
In de gemeente Overijse wordt een hele reeks gebieden aangeduid als zones waar een herstructurering aangewezen is. Het RUP heeft enkel consequenties voor grotere sites: sites van een omvang van meerdere normale woonkavels. Hier geldt enerzijds een verplichting: clustering van bebouwing. Anderzijds wordt hier een kans voor de eigenaars gecreëerd: wie stedenbouwkundige lasten vervult, mag een grotere woningdichtheid voorzien. Omdat het niet te voorspellen is welke percelen in één projectvoorstel betrokken zullen zijn, worden hier en daar ook gewone woonkavels in de overdruk opgenomen, omdat er een herstructurering op verschillende percelen tegelijk wel mogelijk is. Alle overdrukken zijn gecategoriseerd in de toelichtingsnota van het PRUP.
Te herstructureren zones in het kader van het duurzaam waterbeheer.
Voor waterbeheer betekent de overdruk dat op grotere projectsites de bebouwing wordt geclusterd zodat er voldoende ruimte vrij blijft voor waterdoorvoer, wateropvang, verbreding of meandering van de waterloop, … Stedenbouwkundige lasten kunnen bv. ingevuld worden als grondafstand voor waterwerken. De afbakeningen van deze zones worden hier niet uitgebreid gemotiveerd: de motivering vloeit voort uit de analyses en conclusies van het hemelwaterplan.
Te herstructureren zones in het kader van groenverbindingen of aanleg trage wegen die de groene stapstenen verbinden in functie van de beleving ervan.
Op verschillende plekken zijn er ‘te herstructureren zones’ aangeduid die behoud of realisatie van groenstructuren doorheen het woonweefsel moeten verzekeren. Stedenbouwkundige lasten kunnen hier bijvoorbeeld bestaan uit grondafstand voor een trage weg of een groenstrook bij het publiek domein.
De laatste doorzichten tussen openruimtekamers vrijwaren of herstellen.
Op verschillende plaatsen in de gemeente is nauwelijks nog een opening in de lintbebouwing te bespeuren. De meest uitgesproken voorbeelden zijn de Terhulpensesteenweg ten Zuiden van de kern Maleizen en de Hoeilaartsesteenweg ten Westen ervan. We duiden een aantal zones aan waar bebouwing op grotere sites kansen biedt om nog een doorzicht naar de achterliggende openruimtekamers te behouden of opnieuw te creëren.
Delen van beboste of zeer groene sites met een woonbestemming behouden of lokaal publiek groen aanleggen.
Tot slot zijn er heel lokaal een aantal sites aangeduid waar kansen zijn voor een publiek park of groen plekje, waar nog zeer groene percelen een woonbestemming én ontsluiting hebben zodat ze in principe verkavelbaar zijn.
Grondbeleid voeren - Recht van voorkoop
De VCRO maakt het mogelijk om een aantal instrumenten van grondbeleid te koppelen aan een RUP. Via dit RUP worden een aantal percelen opgenomen in voorkooprecht.
Het RUP regelt de manier waarop er in de verschillende gebieden met een bestemming van hoofdcategorie ‘wonen’ aan ruimtelijk rendement kan worden gedaan of niet. Het RUP houdt hierbij niet enkel rekening met de ligging van de gebieden nabij voorzieningenclusters en bereikbaarheid. Het PRUP schenkt ook veel aandacht aan de versterking van landschap, groenstructuren en duurzaam waterbeheer. Op specifieke plekken met een woonbestemming werd vanuit verschillende bronnen plekken aangeduid waar een klassieke bouwwijze niet is aangewezen: vanuit de hemelwaterplannen, het onderzoek voor het beeldkwaliteitsplan en het bomenbeleidsplan van Horizon+, de voorbereidende onderzoeken in kader van Brabantse Wouden, … Vanuit samenleggen van deze analyses werden ‘te herstructureren zones’ aangeduid.
Het is niet uitgesloten dat de beoogde herstructurering tot stand komt op privaat initiatief. Een opname in een onteigeningsplan is dus niet aan de orde. Wel willen de gemeenten geen kansen laten liggen om, bij nakende eigendomsoverdracht, na te kijken of zij de percelen in kwestie kunnen verwerven om de herstructurering uit te voeren en vooral, om invulling te geven aan de lokale doelstellingen rond waterbeheer, creatie van landschapsdoorzichten, creatie van trage verbindingen, …
Daarom worden alle percelen die gevat zijn onder de overdruk ‘te herstructureren zone’ opgenomen in het recht van voorkoop. Het recht van voorkoop wordt toegekend aan de gemeente Overijse voor een periode van 15 jaar.
In kader van de plenaire vergadering stelde de gemeente Overijse de vraag om te bekijken of ANB zich wil intekenen op het voorkooprecht van gronden in functie van de realisatie van de bos- en landschapsverbindingen in het kader van Brabantse Wouden. ANB heeft dit intern afgetoetst en liet aan de provincie en de gemeente Overijse weten dat ze op het grondgebied van Overijse niet zal intekenen op het voorkooprecht.
Extra doelstellingen van het PRUP: voorschriften opheffen
De VCRO voorziet dat een RUP al dan niet bestaande voorschriften kan opheffen. Bij de vaststelling van een RUP moet steeds bepaald worden welke bestaande voorschriften met het RUP worden opgeheven. Op vraag van de gemeenten onderzocht en beslist de provincie om via dit provinciale RUP bepaalde BPA’s of RUP's waarvan het nut niet meer duidelijk is, op te heffen. De gemeente Overijse verzocht de provincie eveneens om te evalueren welke verkavelingsvergunningen volledig zijn uitgevoerd en eventueel kunnen worden opgeheven. Ook werd in het kader van dit planproces nagekeken of alle bepalingen uit het gewestplan wel moeten behouden blijven. De resultaten van deze analyses en de lijst van op te heffen voorschriften zijn te vinden in hoofdstuk 7 en worden meer in detail behandeld in de bijlage 2 ‘evaluatie planningscontext en opheffen voorschriften’.
Het is wel belangrijk hier te vermelden dat er enkele principes hard werden vastgelegd bij deze evaluatie.
Gericht opheffen van gewestplanvoorschriften.
De volgende voorschriften uit de gewestplannen worden met dit RUP opgeheven.
Opheffen bouwverordening Randfederatie Halle.
Dit PRUP heft alle bepalingen op van de bouwverordening van de Randfederatie Halle van 27 januari 1975, vastgesteld bij koninklijk besluit van 4 oktober 1976. Deze oude bouwverordening, die van toepassing was in deelplan 3 (Sint-Genesius-Rode) en deelplan 2 (Overijse), is vermoedelijk nooit uitdrukkelijk opgeheven. De bepalingen worden voor de zekerheid opgeheven.
Opheffen van (delen van) BPA’s.
Een aantal BPA’s maakten woonkavels mogelijk in openruimtebestemmingen: de gemeente verkiest deze BPA’s dan in hun geheel te behouden, omdat ook voor de zone-eigen stukken de bepalingen goed stroken met het beleid van voorliggend RUP. Verschillende BPA’s regelen voorzieningen van openbaar nut of openruimtegebieden en blijven behouden. Enkele BPA’s regelen volumes die sterk afwijken van de omgeving: om discussies bij verbouwingen of sloop en nieuwbouw te vermijden, blijven ook deze best behouden.
Conclusie is dat geen enkel BPA kan worden opgeheven met voorliggend RUP.
Opheffen van verkavelingsvergunningen.
Behouden:
Opheffen:
Verkavelingen die volledig worden opgeheven: 608 dossiers of wijzigingen.
Verkavelingen die deels worden opgeheven: 139 dossiers of wijzigingen.
De (deels) op te heffen verkavelingen worden weergegeven op het plan ‘opgeheven voorschriften’ en op een lijst bijgevoegd in het PRUP.
De gemeente Overijse organiseerde op 23 november en 14 december 2023 in De Vuurmolen een eigenaarsoverleg omtrent het resultaat van het onderzoek naar het opheffen van verkavelingen. Op die manier werden eigenaars van een lot in een verkaveling die zal worden opgeheven in kader van het PRUP persoonlijk op de hoogte worden gesteld voorafgaand aan de bekendmaking van het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan waar de opheffing wordt meegenomen. In het stadium van ontwerp van PRUP zal vervolgens een openbaar onderzoek lopen waarbij een decretaal verplichte infovergadering wordt georganiseerd. Dit is voorzien in februari 2024.
Procedure
Nadat het ontwerp van Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+' voorlopig vastgesteld is, kan een openbaar onderzoek over het ontwerp van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan georganiseerd worden. De uitgebrachte adviezen en bezwaren tijdens dit openbaar onderzoek worden behandeld door de PROCORO, die een advies formuleert aan de provincieraad over de al of niet aanpassing van het plan. De provincieraad stelt vervolgens het plan definitief vast.
Timing
Voor het PRUP wordt de volgende tijdsplanning gehanteerd:
Parallel daarmee zal de goedkeuringsprocedure van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening lopen:
Het infomoment over PRUP en verordening wordt voorzien op 19 februari 2024 in CC Den Blank.
Beeldkwaliteitsplan en bomenbeleidsplan, opgemaakt vanuit het strategisch project Horizon+
Het Beeldkwaliteitsplan (BKP), als analysewerk en onderbouwing van PRUP en verordening, worden samen met het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening aan de gemeenteraad van januari voorgelegd.
In het voorjaar van 2024 zal ook het andere product uit het Horizon+ project, het bomenbeleidsplan, aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het is belangrijk om alle informatie in een gericht en gedoseerd communicatie en participatieproces mee te nemen.
Het is aangewezen dat het Beeldkwaliteitsplan (BKP) vanuit het strategisch project Horizon+, als analysewerk en onderbouwing van PRUP en verordening, samen met het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening ter goedkeuring aan de gemeenteraad van januari wordt voorgelegd.
De gemeenteraad dient advies te geven bij het ontwerp van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+'.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad geeft een gunstig advies bij het ontwerp van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+'.
Ontwerp stedenbouwkundige verordening 'Woonkernen Horizon+' en bijhorende plan-m.e.r.-screening
Op basis van het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening en de bijhorende plan-m.e.r.-screening kan de goedkeuringsprocedure ervan worden opgestart door het college van burgemeester en schepenen.
Inleiding
Een van de actieplannen bij de opmaak van het meerjarenplan is 'AP05 Overijse voert een ruimtelijk beleid waarbij wordt ingezet op het vrijwaren en versterken van de open ruimte, kwalitatieve verdichting op de juiste plaatsen met een duidelijke en veilige mobiliteitsinfrastructuur en publieke ruimte'. Hieronder vallen verschillende acties, zoals 'Inzetten op een brede visie rond ruimtelijke ordening' en het 'Uitwerken van een instrumentenpakket om op ruimtelijk vlak regie te voeren'. De opmaak van een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening woonkernen Horizon+ en parallel hiermee een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening vallen onder deze acties en hebben als voornaamste doel om meer uniformiteit te brengen in de stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn in Overijse.
Het strategisch project Horizon+ is een samenwerkingsverband met volgende kernpartners: de gemeenten Tervuren, Overijse, Hoeilaart en Sint-Genesius-Rode, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse overheid. Het project is ontstaan doordat er zich nieuwe ruimtelijke vraagstukken stelden op vlak van toenemend ruimtegebruik en verhardingsgraad, ruimtelijke versnippering, landschapsgebruik en recreatieve ontsluiting in de regio nabij het Zoniënwoud. De partners van het strategisch project Horizon+ werken aan een toekomstgericht en duurzaam ruimtelijk beleid waarbij het wonen, werken, voorzieningen zijn geconcentreerd in goed uitgeruste en duurzaam bereikbare woonkernen. Buiten de kernen ligt de focus op de afstemming van het wonen en de bebouwing op de openruimtestructuren: landbouwgebieden, valleien, bosstructuren. In de gebieden met woonbestemming buiten de woonkernen wordt groei van het wonen niet gestimuleerd.
Verordeningen bieden de gemeente de mogelijkheid de beleidslijnen juridisch te verankeren.
Doel van de stedenbouwkundige verordening
De verordening ‘woonkernen Horizon+’ heeft als doel om de manier te regelen waarop in Overijse in de toekomst kan worden gebouwd met respect voor het mooie landschap. Ze behandelt enkel gebieden met een woonbestemming en focust vooral op de functie wonen.
De verordening baseert zich op de afbakeningen die werden voorbereid in het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (of PRUP) ‘Afbakening woonkernen Horizon+’. Dit plan maakt een differentiatie in de gebieden met een woonbestemming op de plannen van de ruimtelijke ordening, en bedeelt ze toe aan verschillende soorten zones.
Dit PRUP onderscheidt enerzijds zones die een echte centrumfunctie vervullen op maat van de woonkern (de ‘hoogdynamische centra’ en de ‘dorpsharten’) en enkele aanpalende zones die geschikt gelegen zijn om het wonen nog wat verder te laten ontwikkelen (de ‘te optimaleren woonwijken’) en concentraties van grootschalige (handels)gebouwen buiten de centra (‘gemengd bebouwde zones’). Deze zones vormen niet de belangrijkste focus van de verordening in deze (eerste) fase. Hier wordt vergund op basis van de principes van de goede ruimtelijke ordening, in afwachting van nadere uitwerking voor deze zones. Dit was een bewuste keuze. Immers, algemene voorschriften uitwerken voor gebieden waar we inzetten op kernversterking en verdichting is geen eenvoudige taak en vergt heel veel gebiedsgericht onderzoek. In deze gebieden is de structuur van percelen en gebouwen vaak veel fijnmaziger. Het is ook veel moeilijker om voorschriften uit te werken die kwalitatieve verdichting toelaten (dus: meer volume, meer compact programma, onderzoek naar bouwen in binnengebieden, …) en die op heel veel verschillende soorten kavels of sites de goede ruimtelijke ordening garanderen. We beperken ons in dit soort zones dan ook tot enkele maatregelen met betrekking tot het beschermen van groen.
Het PRUP duidt daarnaast vele zones aan waar het niet de bedoeling is dat het aantal woningen er nog sterk toeneemt. Onbebouwde kavels die correct ontsloten zijn kunnen nog worden benut voor woningbouw, maar er wordt niet ingezet op ‘inbreiding’ van wonen in tuinzones en binnengebieden, op smallere percelen, op meergezinswoningen. Het gaat om drie types woonzones. De lint- en verspreide bebouwing vinden we vooral in het westen van onze gemeente en bestaat uit lintbebouwing in de open ruimte. De groene woonwijken vinden we nabij het Zoniënwoud en enkele groene stapstenen naar of langs de valleien. Het gaat om wijken met een bestemming of karakter van woonpark. Daarnaast zijn er de ‘te bestendigen woonwijken’: dit zijn verkavelingen of historische bebouwingsfragmenten die ofwel verder liggen van een voorzieningencentrum en daarom best niet te veel woninggroei kennen, ofwel aansluiten bij een heel beperkt voorzieningenaanbod in kleine dorpjes. De drie soorten zones hebben uiteenlopende landschappelijke kenmerken. Deze verordening regelt hoe hier in de toekomst kan worden gebouwd en verhard, onder welke voorwaarden er nog mag worden verkaveld, welke groen- en watervoorzieningen er worden verwacht. Net omdat ze landschappelijk andere kenmerken hebben, krijgen ze (soms licht) andere voorschriften. In alle drie is het de bedoeling om bestaande bouwrechten te behouden, maar tegelijk te vermijden dat er nog teveel nieuwe bouwrechten bij komen.
Deze verordening heeft geen betrekking op de zonevreemde woningen of constructies die zich niet bevinden in de afgebakende woonzones van het PRUP. Het gaat om het gros van de zonevreemde woningen (behalve reeds samenhangend gerealiseerde woonreservegebieden). Zij vallen terug op de bestaande decretale regelgeving, zolang hier niet anders over is beslist.
Opbouw en gebruik van de verordening
De verordening bestaat uit een hoofdstuk per soort woonzone, te beginnen met de te bestendigen woonwijken, dan de groene woonwijken en daarna de lintbebouwing. Per hoofdstuk wordt het ruimtelijke toepassingsgebied vastgelegd: over welke gebieden met een woonbestemming het gaat. Dit komt overeen met de afbakeningen in het ontwerp PRUP ‘Afbakening woonkernen Horizon+’. Daarna volgen telkens de voorschriften over verkavelen, bouwen en verharden, groen, … In deze fase van de verordening zijn enkel voor die drie genoemde zones uitgebreide voorschriften geschreven.
Daarna volgt een vierde hoofdstuk waarin een uiterst beperkte set van voorschriften (met betrekking tot groen) komt voor het gebied buiten de zones van hoofdstukken 1 - 3. Zoals uitgelegd, kunnen deze in volgende fase verder worden uitgebreid.
Tenslotte is een laatste hoofdstuk toegevoegd met algemene bepalingen. De algemene bepalingen leggen nog eens helder het toepassingsgebied van de verordening uit: zowel ruimtelijk als met betrekking tot het soort programma’s en handelingen. Vervolgens bevatten de algemene bepalingen ook de definities, vaak bedoeld om te verklaren hoe een begrip uit de voorschriften moet worden bepaald of berekend. Daarna leggen we hier uit hoe deze verordening zich verhoudt tot andere stedenbouwkundige voorschriften. Die vinden we in het gewestplan Halle-Vilvoorde, bijzondere plannen van aanleg, verkavelingen, het genoemde provinciale RUP ‘afbakening woonkernen Horizon+’ en andere ruimtelijke uitvoeringsplannen. Het is belangrijk om te beseffen dat de meeste van deze voorschriften voorgaan op de bepalingen van deze verordening.
Procedure
Nadat het ontwerp van stedenbouwkundige verordening 'Woonkernen Horizon+' met bijhorende plan-m.e.r.-screening door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld is, kan een openbaar onderzoek van dertig dagen georganiseerd worden, alsook wordt een adviesronde opgestart zoals beschreven in de VCRO.
Timing
Voor de stedenbouwkundige verordening wordt de volgende tijdsplanning gehanteerd:
Het infomoment over PRUP en verordening wordt voorzien op 19 februari 2024 in CC Den Blank.
Beeldkwaliteitsplan en bomenbeleidsplan, opgemaakt vanuit het strategisch project Horizon+
Het Beeldkwaliteitsplan (BKP), als analysewerk en onderbouwing van PRUP en verordening, wordt samen met het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening aan de gemeenteraad van januari voorgelegd.
In het voorjaar van 2024 zal ook het andere product uit het Horizon+ project, het bomenbeleidsplan, aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het is belangrijk om alle informatie in een gericht en gedoseerd communicatie en participatieproces mee te nemen.
Het is aangewezen dat het Beeldkwaliteitsplan (BKP) vanuit het strategisch project Horizon+, als analysewerk en onderbouwing van PRUP en verordening, samen met het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening ter goedkeuring aan de gemeenteraad van 23 januari 2024 wordt voorgelegd.
De gemeenteraad dient kennis te nemen van het ontwerp van de stedenbouwkundige verordening 'Woonkernen Horizon+' met bijhorende plan-m.e.r.-screening.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraad neemt kennis van het ontwerp van stedenbouwkundige verordening 'Woonkernen Horizon+' met bijhorende plan-milieueffectrapportscreening.
Notarissen en vastgoedmakelaars kunnen informatie over onroerende goederen bij het lokaal bestuur aanvragen.
Lokale besturen zijn op zoek naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen.
Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie en vastgoeddossiers tussen bronhouders en aanvragers, zoals in eerste instantie notarissen en vastgoedmakelaars.
Vlaanderen heeft gekozen voor een gefaseerde uitrol. In oktober 2022 ging het Vastgoedinformatieplatform van start (met de eerste lokale besturen) voor notarissen en vastgoedmakelaars. De aansluitingsmomenten van de lokale besturen werden ingedeeld in 7 ‘waves’. De aansluiting voor de gemeente Overijse werd vastgelegd tussen 14 november 2023 en 14 december 2023 (wave 7). Naar aanleiding van een aantal problemen op vlak van doorrekening van de retributie werd de mogelijkheid gegeven om de aansluiting uit te stellen. Overijse maakte hier gebruik van en trad in op 9 januari 2024.
Ondertussen werd op 22 december 2023 het decreet in verband met vastgoedinformatie goedgekeurd en is de testfase achter de rug. Het decreet bepaalt de rechten en plichten in het kader van de verwerking van vastgoedinformatie. Het Vastgoedinformatieplatform zorgt ervoor dat aanvragers informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld kunnen ontvangen. Op die wijze kunnen potentiële kopers van onroerende goederen met kennis van zaken een beslissing nemen over een onroerend goed. Dit Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook 'Athumi' genoemd).
Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee. De gemeente wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan te verhalen.
De gemeente Overijse vindt het belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed.
De gemeente Overijse wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager ervan te verhalen.
De gemeenteraad is bevoegd om dergelijke retributie vast te stellen.
De opbrengsten van deze retributie worden begroot onder MJP002398:
Enig artikel
De gemeenteraad keurt onderstaand reglement van de aansluiting tot het Vastgoedinformatieplatform (VIP) als volgt goed:
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;
Artikel 2 - Algemeen
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.
Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Overijse een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
Artikel 3 - Aanvragen van vastgoedinformatie
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi (https://www.vlaanderen.be/digitaal-vlaanderen/athumi-het-vlaams-datanutsbedrijf/vastgoedinformatieplatform/gebruikersomgeving-vastgoedinformatieplatform).
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
Artikel 4 - Bedrag
Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:
| Voorwerp aanvraag | Retributiebedrag per kadastraal perceel |
| Product vastgoedinlichtingen zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet | 100,00 euro |
Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.
Artikel 5 - Inning
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en terbeschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Overijse en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.
Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Overijse wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.
De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Overijse en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als bijlage bij dit reglement.
Artikel 7 - Ondertekening
De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Overijse via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 8 - Vervanging en opheffing voorgaande reglementering
Dit reglement vervangt en heft met ingang van 1 februari 2024 alle retributiereglementen op die betrekking hebben op aanvragen van producten, die kunnen worden aangevraagd via het Vastgoedinformatieplatform, meer bepaald de beslissing van de gemeenteraad van 5 september 2023 houdende de vaststelling van het retributiereglement op de aanvraag van vastgoedinformatie via het Vastgoedinformatieplatform.
Dit reglement heft met ingang van 1 februari 2024 (inwerkingtreding van het decreet over het vastgoedinformatieplatform) de beslissing van de gemeenteraad van 28 november 2023 houdende de goedkeuring van het reglement van de aansluiting tot het Vastgoedinformatieplatform op.
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 februari 2024.
Op 17 januari 2024 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Emmanuel Morel de Westgaver met volgend aanvullend agendapunt:
'Hoeveel bezwaarschriften tegen de voorgestelde vergunning van Lidl werden ingediend.
Wat is het standpunt van het college van burgemeester en schepenen over dit project.
Over het voorstel van parking aan de Schransdreef, volgende opmerkingen:
+ Het huis n° 6 wordt afgebroken en omgevormd tot een parking. De huizen n° 4, 6 en 8 hebben geen voortuin en hun voorgevels palen dus direct aan het voetpad. De Schransdreef is een smalle straat waar het nu al voor de wagens het opletten is wanneer ze elkaar kruisen.
Het is dan duidelijk dat het gevaarlijk zal zijn om deze parking in- of uit te rijden.
En dit, met een groot risico voor de voetgangers.
+ In het laatste infoblad van de gemeente werden de nieuwe bouwregels toegelicht. Het PRUP (Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan) heeft niet tot doel om de bestemming van gronden te wijzigen: bestaande woonzones blijven woonzones. Zo wil de gemeente het open en groen karakter van Overijse behouden en beschermen. De Schransdreef is 100% woonzone zodat de 2 bouwkavels n° 6 en 16, gelegen dicht bij elkaar, niet in een parking kunnen omgevormd worden. Moet de provincie ook haar goedkeuring geven?
Er zijn dus maar pas nieuwe bouwregels in voege en er worden nu door Lidl afwijkingen gevraagd die in strijd zijn met deze bouwregels.
+ Het kruispunt Brusselsesteenweg-Hengstenberg-Schransdreef wordt dan zeker een probleem. Als men de huidige wegmarkeringen volgt zal het verkeer komende van Jezus Eik het moeilijk hebben om de Schransdreef in te rijden. Komende van de Schransdreef richting Jezus Eik is er maar plaats voor 2 wagens aan de lichten op de Brusselsesteenweg!!! Gevolg : files en files.
+ Besluit: een parking in de Schransdreef is gevaarlijk en in strijd met de huidige PRUP-regels. De enige oplossing is dat Lidl een aanvraag indient voor een ondergrondse parking via de N4.'
Schepen Jan De Broyer antwoordt:
'Op de vraag hoeveel bezwaarschriften er zijn binnengekomen kunnen we melden dat dit in deze procedure, welke nog niet werd afgerond, niet relevant is.
Er zijn verschillende bezwaren binnengekomen tijdens het openbaar onderzoek welke liep van 10 november 2023 tot 9 december 2023. Het college van burgemeester en schepenen is nog niet in kennis gesteld van al deze bezwaren. De eindtermijn van deze procedure loopt tot 10 februari 2024.
Het standpunt van het college van burgemeester en schepenen zal via de beslissing over dit omgevingsdossier kenbaar gemaakt worden binnen de gestelde termijn.
De percelen langs de Schransdreef zijn hoofdzakelijk gelegen in een woonparkzonering.
De woonparken zijn gebieden waarin de gemiddelde woningdichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte beslaan.
Hier dient de aanvraag ook aan te voldoen. Er dient binnen de omgevingsaanvraagprocedure geen advies van de provincie gevraagd te worden.
Er zijn nog geen 'nieuwe spelregels'. Het PRUP is in opmaak en nog niet definitief en staat los van deze omgevingsaanvraag.
U kan via de website van het omgevingsloket alle informatie vinden over dit dossier (termijnen, hoe bezwaar indienen, ...).'
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Op 17 januari 2024 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart met volgend aanvullend agendapunt:
'Op woensdag 17/01 is er veel sneeuw gevallen in onze gemeente. Dit was al enkele dagen op voorhand aangekondigd door verschillende meteorologische instituten en de media. Ondanks deze waarschuwing waren de meeste (alle?) straten woensdag avond nog volgesneeuwd. Gezien de hoeveelheid aan sneeuw kan dat op zich in een zekere zin begrepen worden voor de kleinere straten. Maar 's avonds was de Brusselsesteenweg nog altijd compleet volgesneeuwd wat tot zeer gevaarlijke situaties kon leiden. Toch verwonderlijk voor één van de belangrijkste assen van onze gemeente.
Welke acties heeft de gemeente genomen om zich voor te bereiden op deze sneeuw?
Hoe komt het dat woensdag avond de Brusselsesteenweg nog vol sneeuw lag?'
Schepen Sven Willekens antwoordt:
'Gelukkig wisten we goed op voorhand wat ons te wachten stond. Wij waren dus ook paraat. Alle mensen en het materiaal dat beschikbaar was, is ingezet van woensdagmiddag tot vrijdagochtend. Bij ons weten zijn er weinig of geen zware incidenten geweest op het gemeentelijk wegennet.
We hebben hier en daar ook extra ingrepen gedaan om ongevallen te voorkomen.
Op gewestwegen (niet alleen op de N4-Brusselsesteenweg) waren er wel hier en daar problemen, vooral door de extra vriestemperaturen, met het zwaar vervoer.
Een groot aantal vrachtwagens heeft de autoweg verlaten en zijn via de gewestwegen beginnen te rijden. Er heeft onder andere een vrachtwagen in schaar gestaan op de steenweg.
Het zout moet eerst platgereden worden om echt efficiënt te kunnen werken. Dit was in Overijse niet altijd het geval. Van de kerk van het centrum tot in Jezus-Eik was er een immense opstopping door die vrachtwagen in schaar. Het geheel heeft bijna 2 uur tijd in beslag genomen. Dit was het enige noemenswaardige incident waar wij weet van hebben. Het lijkt dus misschien alsof er niet veel gebeurd is, maar dat is absoluut niet het geval, integendeel.'
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Op 17 januari 2024 ontving het gemeentebestuur een e-mail van gemeenteraadslid Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart met volgend aanvullend agendapunt:
'Sinds enkele jaren moeten Overijsenaren zich inschrijven zodat hun kerstboom opgehaald zou worden. Dit zorgt elk jaar voor frustraties bij bewoners. Veel mensen vergeten zich inderdaad in te schrijven en daarboven komt Interrand soms niet opdagen ondanks een correcte inschrijving. En wanneer mensen zich niet inschrijven, maar toch hun kerstboom buiten zetten komt Interrand die toch wel ophalen. Waarom is zo'n inschrijvingssysteem dus eigenlijk nog nodig? Zou het niet meer efficiënt om gewoon een datum vast te stellen zonder inschrijvingssysteem? Gezien het aantal kerstbomen moet Interrand toch in alle straten van de gemeente passeren. Het is dus niet dat hier zo veel optimalisatie kan van komen.'
Gemeenteraadslid Joris Kelchtermans (voorzitter Interrand) antwoordt:
'Het klopt dat men mij vorig jaar beloofd had dat de verwerker van GFT, de kerstbomen erbij zou nemen.
We werden in november-december dus geconfronteerd met de informatie dat we opnieuw naar het oude systeem moesten grijpen voor de kerstbomen dit jaar. We blijven dus hopen dat dit tegen volgend jaar in orde is.'
Enig artikel
Het aanvullend agendapunt wordt besproken.
Vervolgens verklaart de voorzitter de vergadering voor gesloten.
Namens de gemeenteraad