De financiële dienst ontving van het Agentschap Binnenlands Bestuur volgende opmerkingen met betrekking tot het nieuwe retributiereglement begraafplaatsen dat werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 24 mei 2022:
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:
Enig artikel
De gemeenteraad keurt volgend 'Reglement begraafplaatsen Overijse' goed:
REGLEMENT BEGRAAFPLAATSEN OVERIJSE
INHOUDSTAFEL
1. GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN
1.1. ALGEMEEN
1.2. NIET-GECONCEDEERDE PERCELEN
1.3. CONCESSIES ALGEMEEN
1.4. CONCESSIES 20 JAAR INDIVIDUEEL
1.5. CONCESSIES 20 JAAR 2 PERSONEN
1.6. CONCESSIES 30/50 JAAR
1.7. STERRETJESTUIN
1.8. EREPERK VOOR OUDSTRIJDERS
1.9. GRAVEN VAN LOKAAL HISTORISCH BELANG
1.10. ONTGRAVINGEN
1.11. STROOIWEIDE, COLUMBARIUM EN URNENVELD
1.12. GRAFZERKEN, OPSCHRIFTEN EN GEDENKPLAATJES
1.13. PLANTEN & BLOEMEN
2. ORDEMAATREGELEN
3. SLOTBEPALINGEN
DEFINITIES:
• As(resten): Overblijfsel van een gecremeerd stoffelijk overschot.
• Begraafplaats: Een terrein waar overledenen begraven worden.
• Begraving: Begraving van een eerste stoffelijk overschot in een kelder, urnennis, een urnengraf of een graf in volle grond.
• Bijzetting: Begraving van een tweede of volgend stoffelijk overschot in een grafkelder, urnennis, een urnengraf of een graf in volle grond.
• Columbarium: Een muur voorzien van urnennissen.
• Concessie: Een concessie verleent aan de concessiehouder, diens echtgeno(o)t(e), bloed -en aanverwanten of een derde, het onoverdraagbaar en nominatief recht van gebruik en genot van een begraafplaats voor een bepaalde duur. Het betreft de begraving in volle grond, een grafkelder, begraving in een nis of columbarium. Een concessie verleent geen recht van eigendom.
• Concessiehouder: De titularis van de concessie, diegene die de concessie aanvraagt.
• Graf: Laatste rustplaats voor een lijk of asresten.
• Grafbedekking: Grafstenen, zerken, monumenten, beplanting, confessionele en niet confessionele symbolen.
• Graftekens: Gedenkteken op een graf in de vorm van een tekstbordje van hardsteen, van een of meer bloemen, een vaas, enz. van geglazuurd aardewerk of kunststof.
• Grafkelder: Een betonnen of gemetseld graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon een concessie is verleend tot het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten en asurnen.
• Lijkwade: Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging en moet eveneens beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden en eventuele latere wijzigingen.
• Omzetting: Wanneer een niet-geconcedeerd graf na een periode van 10 jaar alsnog wordt verlengd spreken we over een omzetting naar een concessie (individueel 20 jaar).
• Ontgraving: Uit een graf halen van een stoffelijk overschot of het weghalen van een asurn uit een urnennis of een urnengraf met de bedoeling te herbegraven, te cremeren of, in het geval van een asurn, te verstrooien of thuis te bewaren.
• Opruiming: Het verwijderen van alle grafbedekking op een perceel.
• Perceel: Eén graf, één nis.
• Perk: Een deel binnen de begraafplaats dat op zichzelf staat en bestaat uit graven van hetzelfde type.
• Rij: Een rij graven van hetzelfde type. Een rij ligt typisch volledig in een perk.
• Sterretjestuin: Een perk voorzien voor levenloos geboren kinderen ongeacht de duur van de zwangerschap en kinderen tot een maximumleeftijd van 12 jaar.
• Stoffelijk overschot: Dood lichaam of asresten van een mens waarvan het overlijden is vastgesteld door een geneesheer of beëdigd geneesheer.
• Strooiweide: Het perk dat gebruikt wordt voor de uitstrooiing van de as.
• Urne: Pot, vaas of ander recipiënt ter bewaring van de as van een gecremeerd persoon.
• Urnengraf: Een graf in de volle grond voor het begraven van asresten.
• Urnennis: Bewaarplaats voor één of twee urnen.
1. GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN
1.1. ALGEMEEN
Artikel 1.
De gemeente Overijse beschikt over volgende begraafplaatsen:
Artikel 2.
Op de begraafplaatsen Solheide (Brusselsesteenweg), Jezus-Eik (Kapucijnendreef) en Maleizen (Terhulpensesteenweg) gebeuren enkel en alleen nog bijzettingen in bestaande, niet vervallen en niet verwaarloosde concessies.
Artikel 3.
Op de begraafplaatsen Eizer, Jezus-Eik (Reebokweg), Terlanen en Tombeek bestaan volgende mogelijkheden:
Artikel 4.
Op de begraafplaats Hagaard bestaan volgende mogelijkheden:
Artikel 5.
Het begraven van stoffelijke overschotten is mogelijk:
Alle vormen van begraving, bijzetting en uitstrooiing zijn mogelijk binnen hogervermelde dagen en uren.
Het is verboden te begraven op zondag, wettelijke feestdagen en in de periode van 30 oktober tot 2 november.
Uitzonderingen op de dienstregeling kunnen enkel toegestaan worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6.
De begraafplaatsen zijn bestemd voor de teraardebestelling van een stoffelijk overschot, er kan eveneens uitgestrooid worden of bijgezet in een columbarium of urnenveld:
Artikel 7.
De teraardebestellingen op de gemeentebegraafplaatsen gebeuren zonder onderscheid van eredienst, noch van wijsgerige of godsdienstige opvattingen, door de zorgen van het gemeentepersoneel, in de gedeelten van de begraafplaatsen aangeduid door het gemeentebestuur of zijn afgevaardigde.
Artikel 8.
In geval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting van de
begraafplaats) kan een concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Hij heeft het recht op het kosteloos verkrijgen van een grafruimte of van een nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats.
De kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 9.
Een stoffelijk overschot wordt begraven in een kist of in een lijkwade. Een kist moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21 oktober 2005 van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden en eventuele latere wijzigingen.
Het gebruik van doodskisten, lijkwaden, producten en procedés die de natuurlijke en normale ontbinding van het stoffelijk overschot of de crematie beletten, is verboden.
Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaand aan de kisting, kan in de gevallen, zoals voorzien in hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, toegelaten worden.
1.2. NIET-GECONCEDEERDE PERCELEN
Artikel 10.
Niet-geconcedeerde percelen, ongeacht of het gaat om een grondperceel, een urnennis of een urnengraf, zijn bestemd voor de begraving van maximum één stoffelijk overschot.
Volgende afwijking worden toegestaan:
Artikel 11.
In niet-geconcedeerde grond geschiedt het begraven in afzonderlijke kuilen in de door het gemeentebestuur of zijn afgevaardigde aangeduide grafperken.
In deze niet-geconcedeerde gronden worden bijgevolg de begravingen boven elkaar, van echtgenoten of familieleden, niet toegestaan.
Artikel 12.
Niet-geconcedeerde percelen worden ter beschikking gesteld zowel voor begravingen in volle grond, in het urnenveld en bij columbaria. Deze kunnen niet voorafgaandelijk toegekend worden.
Artikel 13.
In een niet-geconcedeerd graf zullen de lichamen voor een termijn van tien jaar mogen rusten. Na het verstrijken van deze termijn, zal van ambtswege overgegaan worden tot het wegnemen van alle graftekens. Deze worden eigendom van de gemeente.
Artikel 14.
De terugname van de grafperken voor nieuwe begravingen, zal minstens één jaar voor de terugname, aan de naastbestaanden worden medegedeeld.
Deze mededeling zal gebeuren bij middel van afzonderlijke berichten en dit voor zover de nabestaanden gekend zijn bij het bestuur. De terugname van de grafperken zal tevens aangekondigd worden bij middel van aanplakbrieven.
Al wat nog, na de datum vastgesteld voor de terugname, op het te ontruimen perk berust, wordt beschouwd als overgelaten aan de gemeente.
Slechts wanneer men gedurende één jaar zowel aan het betrokken graf en aan de
ingang van de begraafplaatsen de beslissing tot verwijdering heeft bekendgemaakt, kan de gemeente tot een effectieve ontruiming van de niet-geconcedeerde percelen overgaan.
Artikel 15.
Een niet-geconcedeerd perceel, in volle grond, kan omgezet worden naar een concessie 20 jaar individueel mits toepassing van het retributiereglement. Het gemeentebestuur beslist in het kader van de goede werking van haar begraafplaatsen of een niet geconcedeerd graf bij omzetting naar een concessie al dan niet ambtshalve verplaatst zal worden naar een ander perk.
Artikel 16.
Niet-geconcedeerde graven hebben volgende afmetingen:
Artikel 17.
Een niet-geconcedeerde nis in een columbarium of urnenveld kan omgezet worden naar een concessie 20 jaar individueel mits toepassing van het retributiereglement.
1.3. CONCESSIES – ALGEMEEN
Artikel 18.
In toepassing van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004 draagt de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen zijn bevoegdheid over om de grafconcessies toe te kennen en te verlengen op de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 19.
Grafconcessies worden aangevraagd bij de gemeentelijke dienst Burgerzaken in het Administratief Centrum De Vuurmolen op een daartoe bestemd formulier.
De persoon die de concessie aanvraagt en bekomt, wordt aangeduid als concessiehouder.
Artikel 20.
De concessies worden zowel toegepast bij begravingen, bij het urnenveld als in een columbarium.
Artikel 21.
De concessies zijn onvervreemdbaar en onafstaanbaar.
Artikel 22.
De prijzen van de concessies zijn opgenomen in het retributiereglement begraafplaatsen Overijse vastgesteld door de gemeenteraad.
De prijs van de concessie moet geheel betaald worden vóór ingebruikneming van de grafconcessie.
Artikel 23.
De definitieve teraardebestelling op de begraafplaats van een andere gemeente, van het stoffelijk overschot van een persoon waarvoor een concessie werd bekomen, brengt van rechtswege het verval mee van de vergunde rechten, zowel voor de grond als voor de kelder, zonder terugbetaling van de door de concessiehouder betaalde sommen.
De grafbedekking dient binnen de drie maand na de definitieve overbrenging verwijderd worden, zo niet wordt het monument eigendom van de gemeente.
Artikel 24.
Indien het graf doorlopend onverzorgd, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is, wordt de verwaarlozing vastgesteld in een akte van de burgemeester. Deze akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na het verstrijken van deze termijn en bij niet herstelling, zal een einde gemaakt worden aan de concessie.
Artikel 25.
Minstens 1 jaar voor het verstrijken van de concessie wordt de mogelijkheid tot hernieuwing van de concessie bekendgemaakt volgens de voorziene wettelijke procedure. De concessie kan dan op, uitdrukkelijke vraag voor het verstrijken van de termijn hernieuwd worden.
Artikel 26.
Concessies kunnen in schijven van 10 jaar verlengd worden mits toepassing van het tariefreglement en met een maximum van 50 jaar per verlenging. Het aantal verlengingen van een concessie is onbeperkt.
1.4. CONCESSIES – 20 JAAR INDIVIDUEEL
Artikel 27.
De concessie 20 jaar wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen volgens de voorwaarden en het tarief bepaald door de gemeenteraad.
De termijn van 20 jaar loopt vanaf de beslissingsdatum door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 28.
De concessie 20 jaar individueel wordt enkel toegestaan voor één stoffelijk overschot.
Volgende afwijking worden toegestaan:
Artikel 29.
Voor deze individuele concessie bestaan volgende mogelijkheden:
Artikel 30.
De concessie heeft volgende afmetingen:
1.5. CONCESSIES – 20 JAAR VOOR 2 PERSONEN
Artikel 31.
De concessie 20 jaar wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen volgens de voorwaarden en het tarief bepaald door de gemeenteraad.
De termijn van 20 jaar loopt vanaf de beslissingsdatum door het college van burgemeester en schepenen. Vanaf elke nieuwe bijzetting wordt de termijn met 20 jaar verlengd.
Artikel 32.
De concessie 20 jaar wordt toegestaan voor twee stoffelijke overschotten.
Artikel 33.
Voor deze concessie bestaan volgende mogelijkheden:
Artikel 34.
De concessie heeft volgende afmetingen:
1.6. CONCESSIES – 30/50 JAAR
Artikel 35.
De concessie 30/50 jaar wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen volgens de voorwaarden en het tarief bepaald door de gemeenteraad.
De termijn van 30/50 jaar loopt vanaf de beslissingsdatum door het college van burgemeester en schepenen. Vanaf elke nieuwe bijzetting wordt deze termijn hernieuwd.
Artikel 36.
De concessie 30/50 jaar wordt toegestaan voor:
Artikel 37.
De grafkelders op de begraafplaats ‘Hagaard’ zijn door het gemeentebestuur geplaatst. Eens het huidige grafveld met voorgeplaatste kelders volzet is, worden geen
nieuwe concessies meer toegestaan met kelder. Er gebeuren enkel nog bijzettingen in bestaande, niet vervallen en niet verwaarloosde concessies.
Artikel 38.
De concessie heeft volgende afmetingen:
1.7. STERRETJESTUIN
Artikel 39.
Op de begraafplaats 'Hagaard', Bredestraat 80, is een sterretjestuin voorzien voor levenloos geboren kinderen ongeacht de duur van de zwangerschap en kinderen tot een maximumleeftijd van 12 jaar. De sterretjestuin omvat een perk met kindergraven, een strooiweide en een herdenkingsmonument met een zone voor het plaatsen van een herdenkingssterretje.
Artikel 40.
Een begraving in de sterretjestuin wordt kosteloos toegestaan op verzoek van de ouders. Deze graven worden maximaal behouden en enkel opgeheven op verzoek van de nabestaanden, in geval van volstrekte noodzakelijkheid of van verval.
Artikel 41.
In de sterretjestuin wordt ook een aparte strooiweide voorzien. Het is niet toegestaan om op of aan deze strooiweide sierstukken, bloemen of andere versiersels te plaatsen.
Artikel 42.
Aan het herdenkingsmonument kan, ook retroactief, een uniform sterretje aangebracht worden ongeacht er een begraving of uitstrooiing heeft plaatsgevonden in de sterretjestuin. Het sterretje wordt door de gemeente gratis ter beschikking gesteld.
Artikel 43.
Het sterretje wordt enkel op vraag van de ouders aangebracht. De aanvraag dient te gebeuren via het voorziene aanvraagformulier bij de dienst Burgerzaken.
Artikel 44.
De gemeente voorziet de mogelijkheid om een gravure aan te brengen in het sterretje. Het opschrift is vrij te bepalen, maar kan behoudens namen of koosnamen enkel in de Nederlandse taal.
Artikel 45.
Het sterretje wordt geplaatst door de gemeentelijke dienst van de begraafplaatsen. De ouders worden door de gemeente op de hoogte gebracht van zodra het sterretje geplaatst is.
Artikel 46.
De ouders kunnen dit sterretje na verloop van tijd mee nemen mits hiervoor een schriftelijke vraag te richten aan het gemeentebestuur.
1.8. EREPERK VOOR OUD-STRIJDERS
Artikel 47.
Op de begraafplaats 'Hagaard' is een ereperk voorbehouden voor het begraven van de overleden oud-strijders van de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.
Artikel 48.
De nodige bewijzen om een overledene als oud-strijder te mogen begraven in het ereperk, worden door de familie aan de gemeente bezorgd.
Artikel 49.
Het ereperk voor oud-strijders wordt maximaal behouden. De graven zullen alleen maar opgeheven worden in geval van volstrekte noodzakelijkheid.
Artikel 50.
De concessies op het ereperk worden kosteloos toegestaan.
Artikel 51.
Ook op alle andere begraafplaatsen worden de bestaande graven van oud-strijders maximaal behouden en enkel opgeheven in geval van volstrekte noodzakelijkheid of verval.
1.9. GRAVEN VAN LOKAAL HISTORISCH BELANG
Artikel 52.
Het college van burgemeester en schepenen zal bekijken welke graven in aanmerking komen om opgenomen te worden op een lijst van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd.
Artikel 53.
De lijst bevat enkel de graven zonder concessie met een historische, artistieke, volkskundige of socioculturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
Artikel 54.
De graven op deze lijst dienen maximaal te worden bewaard en onderhouden door de gemeente.
1.10. ONTGRAVINGEN
Artikel 55.
Behalve op bevel van de rechterlijke overheid, mag tot geen ontgraving worden overgegaan zonder toelating van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 56.
De gemeente kan ten allen tijde een stoffelijk overschot over brengen naar een ander perk, wegens openbaar belang of om ernstige redenen.
Artikel 57.
De ontgraving gebeurt uitsluitend door de daartoe aangestelde begrafenisondernemer en de gemeente bepaalt zelf waar en wanneer de ontgraving wordt uitgevoerd.
Dit wordt gedaan in aanwezigheid van de betrokken begrafenisondernemer en van de verantwoordelijke van de begraafplaats.
Voor elke begraafplaats wordt een register gehouden waarin men alle gedane ontgravingen vermeldt conform het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en haar uitvoeringsbesluit.
Artikel 58.
Onder geen enkel voorwendsel mag een stoffelijk overschot uit een concessie ontgraven worden om het in een concessie van lagere categorie over te brengen.
Artikel 59.
Indien tot de ontgraving wordt overgegaan van een stoffelijk overschot uit een concessie met het oog op de overbrenging naar een ander kerkhof, geeft deze handeling nooit aanleiding tot terugbetaling door de gemeente van een vergoeding voor de overgelaten concessie.
1.11. STROOIWEIDE
Artikel 60.
Zodra de asurn, die de te verstrooien as bevat, op de begraafplaats aankomt, belast de begraafplaatsverantwoordelijke of zijn plaatsvervanger, zich met het toezicht van de documenten. De grafmaker gaat onmiddellijk over tot de verstrooiing van de as in het bijzijn van de familieleden en/of van de persoon die voor de lijkbezorging instaat.
Artikel 61.
De verstrooiing van de as geschiedt op een oppervlakte van vier vierkante meter. Deze oppervlakte mag niet gebruikt worden vooraleer de voorgaande verstrooide as geheel verdwenen is. De verstrooiing wordt verdaagd indien de weersomstandigheden ongunstig zijn.
Artikel 62.
De kransen en bloemenruikers worden op de voorziene bloementafel, zo deze aanwezig is, of in de nabijheid van de strooiweide neergelegd. Op de strooiweide en op de bloementafel zal geen enkel individueel grafteken mogen aangebracht worden.
Artikel 63.
Op de herdenkingsmuur aan de strooiweide mag een naamplaatje aangebracht worden dat door de gemeente ter beschikking gesteld en geplaatst wordt. Dit plaatje wordt na10 jaar verwijderd.
1.12. GRAFZERKEN, OPSCHRIFTEN EN GEDENKPLAATJES
Artikel 64.
Voor het plaatsen van een grafteken of -steen is een voorafgaandelijke goedkeuring vereist. Op de dienst Omgeving van de gemeente Overijse moet een door de aanvrager ondertekend formulier worden ingediend samen met volgende gegevens:
1) aanduiding van de begraafplaats;
2) het ontwerp, met aanduiding van afmetingen en te verwerken materialen;
3) aan te brengen tekst;
4) vermelding van de aard van het graf (niet-geconcedeerd, concessie 20/30/50 jaar).
Artikel 65.
Indien het te plaatsen grafbedekking aan alle vereisten van dit reglement beantwoordt, en de aanleg van andere graven niet schaadt, wordt het ontwerp voorzien van de vermelding ‘gezien en goedgekeurd’ door de gemeentelijke administratie.
Na ontvangst door de aanvrager van een aldus goedgekeurd ontwerp mag het grafteken geplaatst worden. Een grafbedekking geplaatst zonder toelating zal binnen de acht dagen na berichtgeving moeten worden verwijderd. Zo niet zal deze ambtshalve, ten laste en op risico van de opdrachtgever, worden weggenomen.
Artikel 66.
Op alle percelen, waar door de gemeente een betonnen draagbalk is voorzien, mag enkel een grafbedekking geplaatst worden onder de vorm van een rechtopstaande ‘kopzerk’.
Artikel 67.
De vorm van de kopzerk is vrij binnen volgende maximum afmetingen: hoogte 1,00 m; breedte 0,70 m; dikte 0,25 m.
De onderplaat dient te voldoen aan volgende afmetingen: diepte 0,60 m, breedte 0,99 m, dikte 0,10 m.
De onderplaat dient op de bestaande fundering te liggen met een oversteek van 0,35 m zodat de voorzijde in lijn ligt met de andere zerken in het perk.
De kopzerk dient op onderplaat geplaatst te worden boven de bestaande fundering
Voor de kindergraven zijn de afmetingen: hoogte 1,00 m; breedte 0,60 m; dikte 0,25 m.
De onderplaat dient te voldoen aan volgende afmetingen: diepte 0,60 m, breedte 0,89 m, dikte 0,10 m.
De onderplaat dient op de bestaande fundering te liggen met een oversteek van 0,35 m zodat de voorzijde in lijn ligt met de andere zerken in het perk.
De kopzerk dient op onderplaat geplaatst te worden boven de bestaande fundering.
Artikel 68.
Volgende materialen zijn toegelaten:
Alle zichtbare delen van de kopzerk worden degelijk afgewerkt, ook de achterzijde van de zerk.
Artikel 69.
Elke grafbedekking wordt geplaatst door de zorgen, op de kosten en onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager, die alle voorzorgsmaatregelen moet treffen om ongevallen en schade aan de nabijgelegen zerken te voorkomen.
Artikel 70.
Er mag geen publiciteit of vermelding van een firmanaam aangebracht worden op de grafbedekking.
Artikel 71.
Bij een concessie blijft de grafbedekking behouden gedurende de volledige termijn van de concessie. De grafbedekking dient steeds verzorgd te zijn.
Artikel 72.
Op zaterdag, zondag, feestdagen en van 30 oktober tot 2 november, mag geen grafbedekking geplaatst worden of mogen geen herstellingen worden uitgevoerd.
Artikel 73.
Na voltooiing van werken of herstellingen, moeten de uitvoerders der werken alle materiaal, afval, puin, enz. weghalen, de omgeving der gedenktekens reinigen, en de plaats waar de werken werden uitgevoerd, in behoorlijke staat herstellen.
Vuilnis, afval, puin, alsmede de aarde voortkomende van de graafwerken, moeten zonder verwijl, weggevoerd worden, ofwel naar de plaats aangeduid door de begraafplaatsverantwoordelijke, ofwel buiten de begraafplaats.
Artikel 74.
Bij columbarium en urnenveld:
Op de afsluitingsplaat wordt een geanodiseerd aluminium gedenkplaatje aangebracht volgens de onderrichtingen van de gemeente.
Het plaatje, met afmetingen 90x150x2 mm, wordt door de gemeente ter beschikking gesteld. Op het plaatje kan een kruis of ander symbool (tekening) gegraveerd worden, de naam en de voornaam van de overledene, het geboortejaar en jaar van overlijden, eventueel een tekst (gedicht, vers) als aandenken, enkel
Nederlandstalig. Voor het lettertype en lettergrootte heeft men de vrije keuze. Het inkleuren van de gravure gebeurt uitsluitend in het zwart.
Bij bijzettingen in een concessie wordt hetzelfde plaatje gebruikt voor de gegevens van de tweede overledene (dus één gedenkplaat).
Er mag eveneens een rechthoekige herdenkingsfoto aangebracht worden met maximaal benaderende afmetingen van 80 x 100 mm.
Artikel 75.
Bij strooiweide:
Ter nagedachtenis van de personen wiens as uitgestrooid is, kan op de herdenkingsmuur aan de strooiweide kosteloos en op aanvraag een naamplaatje aangebracht worden dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld.
Het naamplaatje wordt na 10 jaar door de gemeente verwijderd zonder voorafgaande melding. Op de strooiweide of bloementafel mogen geen individuele graftekens of sierstukken aangebracht worden.
Artikel 76.
Grafbedekking dat niet voldoet aan de bepalingen van dit reglement, dienen op verzoek onmiddellijk aangepast of verwijderd te worden. Indien dit binnen een termijn van 3 maanden niet is uitgevoerd, kan de gemeente zelf de aanpassing of verwijdering laten uitvoeren en de kosten hiervan terugvorderen.
1.13. PLANTEN & BLOEMEN
Artikel 77.
De nabestaanden van de overledenen blijven verantwoordelijk voor de aanplantingen en voor de geplaatste elementen in het grafperceel, alsook het onderhoud. Bij verwaarlozing zal de gemeente de nabestaanden verwittigen en om een onmiddellijke verzorging verzoeken.
Bij verzuim wordt de verwaarlozing vastgesteld in een akte van de burgemeester. Deze akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na het verstrijken van deze termijn en bij niet ongedaan maken van de verwaarlozing, zal van ambtswege overgegaan worden tot het wegnemen van alle grafbedekking. Deze worden eigendom van de gemeente.
Artikel 78.
Na een begraving, bijzetting in urnenveld/columbarium alsook tijdens de allerheiligenperiode mogen bloemstukjes en bloempotten aangebracht worden. Deze worden ambtshalve na ongeveer één maand verwijderd, tenzij omwille van weersomstandigheden vroegere verwijdering van verwelkte bloemen nodig is.
Artikel 79.
Bij de strooiweide worden de bloemen op de bloementafel gelegd of gezet, zo deze aanwezig is. Andere individuele afbeeldingen, graftekens, sierstukken enz. zijn niet toegelaten.
2. POLITIE- EN ORDEMAATREGELEN
Artikel 80.
De gemeentelijke begraafplaatsen kunnen het hele jaar vrij betreden worden door het publiek.
Artikel 81.
De openingsuren voor de noodzakelijke toegang met wagens, o.a. lijkwagens, voertuigen van aannemers, voertuigen voor mensen met beperkingen, … zijn:
Deze toegangen worden enkel verleend mits afspraak.
Artikel 82.
De toegang is verboden voor:
Artikel 83.
Het is op de begraafplaatsen verboden:
Artikel 84.
Gevonden voorwerpen dienen onmiddellijk aan de verantwoordelijke van de begraafplaats of aan de politie bezorgd te worden.
Artikel 85.
De gemeente is niet aansprakelijk voor diefstallen of beschadigingen in het nadeel van derden.
Artikel 86.
De burgemeester, de verantwoordelijke van de begraafplaats of de politie kan de toegang tot de begraafplaats verbieden voor de personen die de vermelde bepalingen overtreden, of kan de personen onmiddellijk de begraafplaats doen verlaten.
Artikel 87.
Voor zover wetten, decreten en andere besluiten, reglementen of verordeningen geen andere straffen of sancties voorzien, worden de inbreuken op bepalingen van dit reglement bestraft met politiestraffen of met administratieve sancties van maximaal 250,00 euro.
3. SLOTBEPALINGEN
Artikel 88.
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen zullen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, in zoverre zij niet door het decreet aan een andere overheid worden toegewezen en niet in strijd zijn met het niet-discriminatieprincipe.
Artikel 89.
Dit reglement is van toepassing onverminderd de geldende wetten, decreten, besluiten en algemene en provinciale reglementen of verordeningen.
Artikel 90.
Het vorige reglement begraafplaatsen Overijse, van 24 mei 2022, wordt opgeheven op het ogenblik dat dit besluit in werking treedt.
Artikel 91.
Dit huishoudelijk reglement begraafplaatsen Overijse treedt in werking de vijfde dag na bekendmaking.
Artikel 92.
Een afschrift van het reglement begraafplaatsen Overijse wordt toegezonden aan de hogere overheid.