De raad voor maatschappelijk welzijn vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.
De voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn opent de zitting om 20 uur.
De voorzitter opent de zitting op 10/12/2025 om 20:00.
De beslissingen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2025 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2025 omvatten de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2025 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijnde de vergadering van 10 december 2025.
Geen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2025 met eenparigheid van stemmen goed.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de mogelijkheid tot vragen stellen tijdens de zitting met betrekking tot de agendapunten van gemeente- en OCMW-raadszittingen van 16 december 2026 over het meerjarenplan 2026-2031 in aanwezigheid van de financieel directeur.
Vanwege de nieuwe legislatuur worden alle huidige reglementen onder de loep genomen om te worden behouden, bijgestuurd of opgeheven.
Gezien de stopzetting van de dienst Gezinsopvang vanaf 1 juli 2025 moeten de hieraan verbonden reglementen worden opgeheven.
De financiële gevolgen van de opheffing van deze reglementen zijn terug te vinden in de notulen waarin de stopzetting van de dienst Gezinsopvang werd goedgekeurd en in de notule waarin de ontbinding van Huis van het Kind Druivenstreek werd goedgekeurd.
Artikel 1
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 september 2023 houdende het retributiereglement ter inning van ontvangsten voor gezinsopvang wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Artikel 2
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 september 2023 houdende het huishoudelijk reglement gezinsopvang wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Vanwege de nieuwe legislatuur worden alle huidige reglementen onder de loep genomen om te worden behouden, bijgestuurd of opgeheven.
De ontbinding van het samenwerkingsverband Huis van het Kind Druivenstreek tussen OCMW en gemeente Hoeilaart en OCMW en gemeente Overijse is goedgekeurd vanaf 1 januari 2026, waardoor ook het reglement ter promotie van opvoedingsondersteunende initiatieven moet worden opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Het financiële gevolg van de opheffing van dit reglement is terug te vinden in de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 april 2025 houdende de goedkeuring van de ontbinding van het samenwerkingsverband Huis van het Kind Druivenstreek tussen OCMW en gemeente Hoeilaart en OCMW en gemeente Overijse vanaf 1 januari 2026, de oprichting van een eigen Huis van het Kind in Overijse vanaf 1 januari 2026 en het engagement om de mogelijkheid te onderzoeken om een Huis van het Kind op te richten met de 5 Druivenstreekgemeenten.
Enig artikel
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 maart 2022 houdende de goedkeuring van het reglement ter promotie van opvoedingsondersteunende initiatieven in de gemeenten Hoeilaart en Overijse wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026.
Op 20 januari 2023 werd het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen (nieuwe BVR RPR) goedgekeurd.
Het vorig besluit dateerde van 2007 voor de gemeente en 2010 voor het OCMW. Naast deze besluiten zijn er nog een aantal andere wettelijke teksten die als basis dienden voor de rechtspositie van het personeel, onder andere het besluit betreffende de toekenning en vaststelling van het vakantiegeld, het besluit betreffende de externe personeelsmobiliteit, het ministerieel besluit tot vaststelling van de lijst van de erkende diploma’s, ...
Voorgaande besluiten verdwijnen bij de inwerkingtreding van het nieuwe BVR RPR.
Wat nog meer typerend is en overeenstemt met de uitgangspunten van het nieuwe BVR RPR is dat in 82 artikelen alles wordt geregeld. Een van de centrale uitgangspunten van het nieuwe BVR RPR is dat veel autonomie en keuzevrijheid gelaten wordt aan de lokale besturen. Het nieuwe BVR RPR regelt enkel de minimale voorwaarden, hierbinnen kan elk lokaal bestuur een eigen richting uitgaan. Besturen kunnen er ook voor opteren om de bestaande regelingen te behouden, voor zover die in overeenstemming zijn met het nieuwe BVR RPR.
Tegelijkertijd kan het nieuwe BVR RPR mogelijks ook de concurrentie tussen de lokale besturen aanwakkeren.
Teneinde gebruik te maken van de lokale autonomie die de Vlaamse Regering biedt maar tegelijk ook alert te zijn voor het risico op concurrentie met omliggende besturen, hebben de personeelsdiensten en managementteams van het lokaal bestuur Overijse en Tervuren samen de denkoefening aangegaan om hun rechtspositieregeling en achterliggend personeelsbeleid te herwerken. Dit gezien voor deze twee besturen de uitdagingen op vlak van personeelsinzet en structuur gelijkaardig zijn in de streek.
In een eerste fase keurde de gemeenteraad op 23 juni 2025 reeds een eengemaakte rechtspositieregeling goed voor het voltallige gemeente en OCMW personeel met een aantal wijzigingen met beperkte financiële impact die zich voornamelijk situeren in de personeelsbeleidsdomeinen "werving en selectie" en "feedback- en opvolging".
In een latere fase, als onderdeel van de meerjarenplanning, is het de intentie om ook wijzigingen door te voeren met een explicietere financiële impact.
Echter specifiek rond het thema jaarlijks verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen leeft er een grote vraag om hier versneld in bij te sturen, vooral voor het personeel van de instellingen dat na 1 januari 2011 in dienst is gekomen (voor het lokaal bestuur Overijse betreft dit in hoofdzaak het personeel tewerkgesteld in het Woonzorgcentrum en de thuisdiensten). En dit omwille van volgende redenen:
Tot voor het besluit Vlaamse regering ter vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen van 20 januari 2023 (kortweg "BVR RPR 2023") kon het personeel van de instellingen dat na 1 januari 2011 in dienst kwam slechts 26 verlof verlof en 11 feestdagen worden toegekend. Dit maakt dat bij het lokaal bestuur Overijse de personeelsleden van de instellingen, die na 1 januari 2011 in dienst kwamen, minder jaarlijks verlof en feestdagen toegekend krijgen dan het overige personeel die 30 verlofdagen en 14 feestdagen per kalenderjaren krijgen. Sinds het nieuwe BVR RPR 2023 hebben lokale besturen de mogelijkheid om hierin bij te sturen.
Verschillende lokale besturen pasten in die zin reeds het aantal dagen verlof en jaarlijkse feestdagen aan wat zeker voor het personeel in de instellingen, en meer specifiek de Woonzorgcentra, extra concurrentie creëert. Bovendien zorgt het verschil in toekenning van jaarlijks verlof en feestdagen voor het personeel binnen het lokaal bestuur voor extra onvrede, zeker sinds het BVR RPR 2023 lokale besturen de mogelijkheid heeft gecreëerd hierin tegemoet te komen.
Als onderdeel van de denkoefening rond het personeelsbeleid die de personeelsdiensten en de managementteams van het lokaal bestuur Overijse en Tervuren zijn aangegaan werd onderstaand voorstel uitgewerkt voor wat betreft verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen:
Deze wijzigingen werden besproken met de vakorganisaties.
Teneinde tegemoet te komen aan de vraag om meer gelijkwaardigheid te creëren tussen de verschillen personeelsgroepen op vlak van verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen is het wenselijk om aanpassingen door te voeren aan onderstaande artikelen in de rechtspositieregeling, en zoals toegevoegd in bijlage, opdat dit vanaf het kalenderjaar 2026 zo kan worden toegepast.
De slides als bijlage geven een overzicht van de huidige regeling en de nieuwe regeling jaarlijks verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen.
Voor het algemeen personeel en het personeel van de instellingen in dienst voor 1 januari 2011 kan hieruit worden afgeleid dat zij alles samen op vlak van 'het jaarlijks verlof, de feestdagen en dienstvrijstellingen' evenveel afwezigheidsdagen behouden.
Het principe van de anciënniteitsdagen wordt stopgezet, maar het huidig personeel behoudt wel ten persoonlijke titel zijn dagen onder de vorm van dienstvrijstelling. In functie van een normaal personeelsverloop zal gaandeweg het totaal aantal afwezigheidsdagen hierdoor dalen.
Voor het personeel van de instellingen in dienst na 1 januari 2011 kan worden afgeleid dat zij vanaf 2026 alles samen op vlak van 'het jaarlijks verlof, de feestdagen en dienstvrijstellingen' twee afwezigheidsdagen extra toegekend krijgen. Vanaf 2027 komen daar dan nog eens twee afwezigheidsdagen bij.
Extra verlof voor deze personeelsgroep betekent meer afwezigheid op de werkvloer. Voornamelijk in het woonzorgcentrum dient omwille van de continuïteit in de dienstverlening de nodige vervanging te worden voorzien die kan geraamd worden op +10.000,00 euro vanaf 2026 en nog eens +10.000,00 euro vanaf 2027.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de als bijlage toegevoegde rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW goed.
Artikel 2
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2025 houdende goedkeuring rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit besluit.
Vervolgens verklaart de voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn de vergadering voor gesloten.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Dieter Vanderhaeghe
algemeen directeur
Vera De Man
voorzitter