Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  Raad voor maatschappelijk welzijn

wo 10/12/2025 - 20:00

Goedkeuring rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW

Aanwezig: Vera De Man, voorzitter
Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
Leo Van den Wijngaert, Joke Lenseclaes, Jan De Broyer, Jeroen Van San, Filip Boon, Danny De Kock, leden vast bureau
Sven Willekens, Leen Gillis, Peter Lombaert, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Joris Kelchtermans, Alan Pauwels, Martine Haegeman, Jan Van Brabant, Kryne Dekock, Tom Hanssens, Nele Demartelaere, Tim Vloebergh, Miranda Cornet, Alexandra Claeys, Sophie Lafosse, Rudi Coel, leden raad voor maatschappelijk welzijn
Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
Afwezig: Myriam Vanderlinden, Charles de Groot, leden raad voor maatschappelijk welzijn
Bevoegdheid
  • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 186
Juridische grond
  • Decreet Lokaal Bestuur
  • Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden en haar personeel, en latere wijzigingen
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 houdende de vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen en latere wijzigingen.
  • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2025 houdende de goedkeuring rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW
  • Beslissing van het vast bureau van 28 november 2025 houdende voorbereiding van de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn betreffende de goedkeuring rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel en OCMW personeel
Feiten

Op 20 januari 2023 werd het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen (nieuwe BVR RPR) goedgekeurd.

Het vorig besluit dateerde van 2007 voor de gemeente en 2010 voor het OCMW. Naast deze besluiten zijn er nog een aantal andere wettelijke teksten die als basis dienden voor de rechtspositie van het personeel, onder andere het besluit betreffende de toekenning en vaststelling van het vakantiegeld, het besluit betreffende de externe personeelsmobiliteit, het ministerieel besluit tot vaststelling van de lijst van de erkende diploma’s, ...

Voorgaande besluiten verdwijnen bij de inwerkingtreding van het nieuwe BVR RPR.

Wat nog meer typerend is en overeenstemt met de uitgangspunten van het nieuwe BVR RPR is dat in 82 artikelen alles wordt geregeld. Een van de centrale uitgangspunten van het nieuwe BVR RPR is dat veel autonomie en keuzevrijheid gelaten wordt aan de lokale besturen. Het nieuwe BVR RPR regelt enkel de minimale voorwaarden, hierbinnen kan elk lokaal bestuur een eigen richting uitgaan. Besturen kunnen er ook voor opteren om de bestaande regelingen te behouden, voor zover die in overeenstemming zijn met het nieuwe BVR RPR.

Tegelijkertijd kan het nieuwe BVR RPR mogelijks ook de concurrentie tussen de lokale besturen aanwakkeren.

Teneinde gebruik te maken van de lokale autonomie die de Vlaamse Regering biedt maar tegelijk ook alert te zijn voor het risico op concurrentie met omliggende besturen, hebben de personeelsdiensten en managementteams van het lokaal bestuur Overijse en Tervuren samen de denkoefening aangegaan om hun rechtspositieregeling en achterliggend personeelsbeleid te herwerken. Dit gezien voor deze twee besturen de uitdagingen op vlak van personeelsinzet en structuur gelijkaardig zijn in de streek.

In een eerste fase keurde de gemeenteraad op 23 juni 2025 reeds een eengemaakte rechtspositieregeling goed voor het voltallige gemeente en OCMW personeel met een aantal wijzigingen met beperkte financiële impact die zich voornamelijk situeren in de personeelsbeleidsdomeinen "werving en selectie" en "feedback- en opvolging".
In een latere fase, als onderdeel van de meerjarenplanning, is het de intentie om ook wijzigingen door te voeren met een explicietere financiële impact.

Echter specifiek rond het thema jaarlijks verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen leeft er een grote vraag om hier versneld in bij te sturen, vooral voor het personeel van de instellingen dat na 1 januari 2011 in dienst is gekomen (voor het lokaal bestuur Overijse betreft dit in hoofdzaak het personeel tewerkgesteld in het Woonzorgcentrum en de thuisdiensten). En dit omwille van volgende redenen:

Tot voor het besluit Vlaamse regering ter vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen van 20 januari 2023 (kortweg "BVR RPR 2023") kon het personeel van de instellingen dat na 1 januari 2011 in dienst kwam slechts 26 verlof verlof en 11 feestdagen worden toegekend.  Dit maakt dat bij het lokaal bestuur Overijse de personeelsleden van de instellingen, die na 1 januari 2011 in dienst kwamen, minder jaarlijks verlof en feestdagen toegekend krijgen dan het overige personeel die 30 verlofdagen en 14 feestdagen per kalenderjaren krijgen.   Sinds het nieuwe BVR RPR 2023 hebben lokale besturen de mogelijkheid om hierin bij te sturen.  
Verschillende lokale besturen pasten in die zin reeds het aantal dagen verlof en jaarlijkse feestdagen aan wat zeker voor het personeel in de instellingen, en meer specifiek de Woonzorgcentra, extra concurrentie creëert.  Bovendien zorgt het verschil in toekenning van jaarlijks verlof en feestdagen voor het personeel binnen het lokaal bestuur voor extra onvrede, zeker sinds het BVR RPR 2023 lokale besturen de mogelijkheid heeft gecreëerd hierin tegemoet te komen.

Als onderdeel van de denkoefening rond het personeelsbeleid die de personeelsdiensten en de managementteams van het lokaal bestuur Overijse en Tervuren zijn aangegaan werd onderstaand voorstel uitgewerkt voor wat betreft verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen:

  • Het personeel van het lokaal bestuur Overijse krijgt 33 dagen jaarlijks verlof toegekend vanaf 2026, behalve de personeelsleden van de instellingen die na 1 januari 2011 in dienst zijn. Zij zullen, bij wijze van overgang, in 2026 nog 32 vakantiedagen toegekend krijgen en pas vanaf 2027 33 dagen. Dit om zowel financieel als naar opmaak van de planningen (hoofdzakelijk in het woonzorgcentrum) de impact te spreiden.
  • Behalve de personeelsleden van de instellingen die na 1 januari 2011 in dienst zijn, krijgt het personeel van het lokaal bestuur Overijse naast de traditionele 10 Belgische feestdagen 4 extra feestdagen toegekend, namelijk de feestdag van de Vlaamse gemeenschap op 11 juli, de vrijdag na O.H. Hemelvaart, tweede kerstdag op 26 december en 2 januari. Het personeel van de instellingen die na 1 januari 2011 in dienst zijn krijgen enkel de feestdag van de Vlaamse gemeenschap op 11 juli extra toegekend.
  • Het principe van anciënniteitsdagen waarbij medewerkers per 5 jaar bestuursanciënniteit een bijkomende werkdag betaalde vakantie krijgen tot maximum 5 dagen, komt te vervallen. Medewerkers die in de voorbije jaren reeds anciënniteitsdagen hebben opgebouwd behouden deze ten persoonlijke titel onder de vorm van dienstvrijstelling. Redenen voor het afschaffen van dit principe zijn onder meer dat het BVR RPR 2023 bepaalt dat maximaal 35 verlofdagen mogen worden toegekend. Bovendien is het principe van de anciënniteitsdagen nu al niet van toepassing voor personeelsleden van de instellingen die na 1 januari in 2011 in dienst zijn gekomen.

Deze wijzigingen werden besproken met de vakorganisaties.

Motivering

Teneinde tegemoet te komen aan de vraag om meer gelijkwaardigheid te creëren tussen de verschillen personeelsgroepen op vlak van verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen is het wenselijk om aanpassingen door te voeren aan onderstaande artikelen in de rechtspositieregeling, en zoals toegevoegd in bijlage, opdat dit vanaf het kalenderjaar 2026 zo kan worden toegepast.

  • Artikel 203 en 205 in verband met de aanpassing van het aantal dagen jaarlijks verlof en stopzetten van het principe van anciënniteitsdagen.
  • Artikel 206 in verband met de gewijzigde feestdagen
  • Artikel 247 in verband met gewijzigde dienstvrijstellingen dienstvrijstellingen vanaf 2026
  • Artikels 256bis die beschrijft dat opbouwde anciënniteitsdagen ten persoonlijke titel als dienstvrijstellingen kunnen behouden blijven
  • Artikel 258 die de invoeringsdatum beschrijven van voorgaande wijzigingen.
Financiële aspecten

De slides als bijlage geven een overzicht van de huidige regeling en de nieuwe regeling jaarlijks verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen. 
Voor het algemeen personeel en het personeel van de instellingen in dienst voor 1 januari 2011 kan hieruit worden afgeleid dat zij alles samen op vlak van 'het jaarlijks verlof, de feestdagen en dienstvrijstellingen' evenveel afwezigheidsdagen behouden.
Het principe van de anciënniteitsdagen wordt stopgezet, maar het huidig personeel behoudt wel ten persoonlijke titel zijn dagen onder de vorm van dienstvrijstelling. In functie van een normaal personeelsverloop zal gaandeweg het totaal aantal afwezigheidsdagen hierdoor dalen. 

Voor het personeel van de instellingen in dienst na 1 januari 2011 kan worden afgeleid dat zij vanaf 2026 alles samen op vlak van 'het jaarlijks verlof, de feestdagen en dienstvrijstellingen' twee afwezigheidsdagen extra toegekend krijgen. Vanaf 2027 komen daar dan nog eens twee afwezigheidsdagen bij.
Extra verlof voor deze personeelsgroep betekent meer afwezigheid op de werkvloer. Voornamelijk in het woonzorgcentrum dient omwille van de continuïteit in de dienstverlening de nodige vervanging te worden voorzien die kan geraamd worden op +10.000,00 euro vanaf 2026 en nog eens +10.000,00 euro vanaf 2027.

Relevante documenten
  • Voorstel gewijzigde rechtspositieregeling personeel gemeente en OCMW Overijse
  • Slides met overzicht huidige regeling tov nieuwe regeling jaarlijks verlof, feestdagen en dienstvrijstellingen
Publieke stemming
Aanwezig: Vera De Man, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Joke Lenseclaes, Jan De Broyer, Jeroen Van San, Filip Boon, Danny De Kock, Sven Willekens, Leen Gillis, Peter Lombaert, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Joris Kelchtermans, Alan Pauwels, Martine Haegeman, Jan Van Brabant, Kryne Dekock, Tom Hanssens, Nele Demartelaere, Tim Vloebergh, Miranda Cornet, Alexandra Claeys, Sophie Lafosse, Rudi Coel, Dieter Vanderhaeghe
Voorstanders: Vera De Man, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Joke Lenseclaes, Jan De Broyer, Jeroen Van San, Filip Boon, Danny De Kock, Sven Willekens, Leen Gillis, Peter Lombaert, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Joris Kelchtermans, Alan Pauwels, Martine Haegeman, Jan Van Brabant, Kryne Dekock, Tom Hanssens, Nele Demartelaere, Miranda Cornet, Sophie Lafosse
Tegenstanders: Rudi Coel
Onthouders: Tim Vloebergh, Alexandra Claeys
Resultaat: Met 24 stemmen voor, 1 stem tegen, 2 onthoudingen
Besluit

Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de als bijlage toegevoegde rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW goed.

Artikel 2

De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2025 houdende goedkeuring rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door dit besluit.