De gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de commissievoorzitter Mens, Interne Zaken en Financiën volgens de bepalingen van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 18 februari 2025.
De commissievoorzitter opent de zitting om 20 uur.
De beslissingen van de vergadering van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën van 4 november 2025 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën van 4 november 2025 omvatten de beslissingen van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën van 4 november 2025 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende gewone vergadering van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën, zijnde de vergadering van 12 maart 2026.
Geen.
Enig artikel
De gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën van 4 november 2025 goed met eenparigheid van stemmen.
Voor de uitrol van het BOA-decreet zijn de Vlaamse beleidsprioriteiten dat Overijse als lokaal bestuur:
Inzake het concretiseren van het erkenningskader werd er aan het college van burgemeester en schepenen op 16 december 2025 een presentatie gegeven met een schets van voorlopige krijtlijnen voor het erkenningskader en een draft om tot een financieel kader te komen. Vervolgens werden de aanvullingen en bedenkingen die hierop werden gegeven, verwerkt tot een eerste uitgeschreven versie van het erkenningskader en van een financieel kader.
Op 13 januari 2026 werd er een infomoment voor de schooldirecties van de basisscholen uit Overijse georganiseerd om, enerzijds de verdere uitwerking van het BOA-decreet toe te lichten, en anderzijds ook de 1ste klanken van hen mee te krijgen op het voorgestelde erkenningskader en financieel kader.
Op 22 januari 2026 kwam het lokaal samenwerkingsverband (LSV), bestaande uit betrokken ouders, verenigingen, schooldirecties, interne medewerkers en mandatarissen, alsook andere externe geïnteresseerden voor een allereerste keer samen om eveneens het BOA-traject van Overijse toe te lichten en feedback te verkrijgen op voorlopige kaders.
Gezien de veelheid aan info was het zowel voor de schooldirecteurs als voor de leden van het LSV onmogelijk om hier meteen een advies op te formuleren. Er werd dan ook gekozen om de verder uitgewerkte (voorlopige) documenten op een later tijdstip meer in de diepte te bespreken. Hiervoor vinden overlegmomenten plaats begin/half maart.
Tijdens de klankbordgroep op 12 februari 2026 werd het erkenningskader en financieel kader verder verfijnd en mondde dit uit in een voorlopig erkenningsreglement en financieel kader.
Op 3 februari 2026 gaf Agentschap Opgroeien een online presentatie om het wijzigingsbesluit BOA van 23 januari 2026 toe te lichten aan de lokale besturen. Hierin werd toegelicht dat de datum voor de aanvraag van de inkorting van de overgangstermijn om als lokaal bestuur vervroegd te starten op 1 januari 2026 van 31 oktober 2025 werd aangepast naar 15 februari 2026 en dit volgend op het advies van de Raad van State van 9 januari 2026.
Aanvankelijk werd er in Overijse niet gekozen om vervroegd op te starten op 1 januari 2026, omwille van de tijdsdruk en ook omdat sommige zaken dan zouden uitgewerkt zijn zonder zeker te zijn van de juridische basis vanuit Vlaanderen. Aangezien deze juridische basis intussen door het wijzigingsbesluit BOA van 23 januari 2026 uitgeklaard is, de toelichting hierover heeft plaatsgevonden tijdens een webinar op 3 februari 2026 en de deadline voor indienen van een aanvraag werd verlaat naar 15 februari 2026, werd er door het college van burgemeester en schepenen - gezien de strikte deadline vanuit Vlaanderen - een voorafname gedaan op een besluit van de gemeenteraad om alsnog de aanvraag in te dienen tot inkorting van de overgangstermijn teneinde te proberen ± 160.000,00 euro extra aan BOA subsidie van de Vlaamse Overheid te verkrijgen. Op 18 februari 2026 kwam er vanuit het Agentschap Opgroeien een positieve beslissing als antwoord op de aanvraag voor vervroegde stopzetting van de overgangstermijn BOA onder voorbehoud van goedkeuring regelgeving (zie bijlage). Logischerwijs volgt hiervan nog een gemeenteraadsbeslissing waarin gevraagd wordt de vervroegde stopzetting goed te keuren en de opstart van het BOA beleid inwerking te laten treden, retroactief vanaf 1 januari 2026. Het Agentschap Opgroeien spreekt in dit kader van een groeipad voor de lokale besturen, waarbij ze aangeven dat de reglementering doorheen de maanden en jaren verder vorm zal moeten krijgen en waar nodig bijgestuurd.
Erkenningsreglement
Het erkenningsreglement kadert binnen het BOA-decreet en heeft als doel het helder vastleggen van de voorwaarden, procedures en kwaliteitscriteria voor de erkenning van aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten in de gemeente. Het lokaal bestuur wil hiermee een kwaliteitsvol, toegankelijk en veilig aanbod voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar garanderen. Organisaties die opvang en/of activiteiten aanbieden binnen het lokaal beleidskader op het grondgebied van Overijse kunnen erkend worden. De erkenning kan aanleiding geven tot het toekennen van subsidies, het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst, het plaatsen van een overheidsopdracht voor specifieke diensten en/of andere vormen van ondersteuning. In het erkenningsreglement worden algemene voorwaarden bepaald waaraan moet worden voldaan om erkend te kunnen worden. Daarnaast zijn er categorieën uitgewerkt waaraan telkens specifieke voorwaarden van erkenning zijn toegekend. Als bijlage is de voorlopige uitwerking terug te vinden.
Rapport BOA
In dit rapport wordt het BOA-decreet toegelicht en komen de verschillende fases in de uitwerking hiervan aan bod, gaande van het voortraject met de behoeftebevraging en de visietekst, de omgevingsanalyse naar het actieplan, het lokaal samenwerkingsverband en het erkenningsreglement tot de implementatie. Hierin zijn ook al de krijtlijnen en uitgangspunten voor het financieel kader van de verdeling van de BOA-middelen onder de erkende opvangaanbieders in Overijse opgenomen. Na goedkeuring hiervan dienen deze als vertrekpunt om het subsidiereglement uit te werken. Vermits de BOA-subsidies in 2026 lager zijn dan vanaf 2027 (zie financiële aspecten) moet er worden gekeken of er voor 2026 een injectie vanuit de BOA boost middelen nodig is.
Verdeling middelen onder scholen
Binnen het flankerend onderwijs is het verplicht om de sociale voordelen die aan de gemeentelijke scholen worden toegekend ook toe te kennen aan niet-gemeentelijke scholen. In de verdeling van de BOA-middelen aan de scholen wordt er gewerkt met 3 aandelen: het aantal locaties, het aantal kinderen op de school en een impulssubsidie. Vanuit de omgevingsanalyse van BOA is gebleken dat zowel de kinderen als de ouders groot belang hechten aan de gedecentraliseerde voor- en naschoolse opvang. Om de scholen aan te moedigen de opvang gedecentraliseerd te blijven organiseren, wordt hieraan 20% van de subsidies gekoppeld. Daarnaast wordt het aantal kinderen per school ten opzichte van het totaal aantal lagereschoolkinderen in Overijse meegenomen om 60% van de subsidies te verdelen. Hierbij krijgt elke school wel een minimum van 7.500,00 euro, waarna de rest van dit aandeel wordt verdeeld volgens leerlingenaantal. Deze middelen kunnen worden ingezet voor de verloning van de gekwalificeerde toezichters. Er wordt hierbij gewerkt met een maximumbedrag dat een school gefinancierd kan krijgen. De scholen gaan hierover moeten rapporteren, waarbij deze middelen niet voor andere doeleinden dan voor de verloning van toezichters mogen worden gebruikt. Tot slot is er ook een impulssubsidie die in verhouding van het aantal kinderen op de school ten opzichte van het totaal aantal lagereschoolkinderen in Overijse wordt verdeeld. Deze kunnen worden ingezet om de strategische keuzes uit de visie rond het activiteitenaanbod op school verder te stimuleren. Het voorstel is om 20% van de totale middelen voor de scholen hieraan toe te wijzen. Deze subsidie kan worden ingezet voor verloning van gekwalificeerde toezichters en/of voor het realiseren en toegankelijk maken van een activiteitenaanbod na school en/of tijdens schoolvakanties op school. Deze middelen worden toegekend aan de hand van rapportage.
De verdeling zal zeker evaluatie en mogelijks bijsturing vragen in de komende jaren. Zo lijkt het interessant om op termijn te evalueren of er rekening moet worden gehouden met het totaal aantal kinderen in een school - zoals nu uitgewerkt - of dat het accurater is om te vertrekken van het aantal kinderen dat effectief gebruik maakt van de voor- en naschoolse opvang. Dit zal dan ook zeker onderdeel uitmaken van een noodzakelijke evaluatie van zowel het erkenningsreglement als subsidiereglement, wat onderdeel uitmaakt van het groeipad zoals beschreven door het Agentschap Opgroeien.
In zitting van de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën van 17 maart 2025 werd de visie van het decreet BOA toegelicht. Ook nu wenst het bestuur in de vervolgstappen van de uitrol van dit decreet, met name bij de opmaak van het erkenningsreglement en de uitwerking van het financieel kader, de gemeenteraadsleden tijdig te betrekken.
Artikel 1
De gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën neemt kennis van de toelichting van het voorlopige erkenningsreglement en het BOA rapport met betrekking tot het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).
Artikel 2
De gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën geeft volgend advies aangaande het voorlopige erkenningsreglement met betrekking tot het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) en aangaande het BOA rapport: in het BOA-decreet wordt in artikel 9, §1, de opdracht aan het lokaal samenwerkingsverband toegekend om het lokaal bestuur te adviseren bij de opdrachten vermeld in artikel 4. Dit betreft onder andere een adviesverlening vanuit het lokaal samenwerkingsverband over een vraag tot erkenning. Het lokaal bestuur kan enkel gemotiveerd afwijken van dit advies. De leden van de gemeenteraadscommissie vragen om voorgaande expliciet toe te voegen aan het erkenningskader.
Namens de gemeenteraadscommissie Mens, Interne Zaken en Financiën