De raad voor maatschappelijk welzijn vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.
De voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn opent de zitting om 20 uur.
De voorzitter opent de zitting op 23/03/2022 om 10:55.
De beslissingen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 februari 2022 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 februari 2022 omvatten de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 februari 2022 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijnde de vergadering van 22 maart 2022.
Geen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 22 februari 2022 met eenparigheid van stemmen goed.
De raad van bestuur Huis van het Kind Druivenstreek heeft een subsidiereglement uitgewerkt dat gericht is op het stimuleren van opvoedingsondersteunende initiatieven. Verenigingen aangesloten bij erkende gemeentelijke adviesraden, scholen en hun ouderraden binnen Overijse en Hoeilaart, partners van Huis van het Kind Druivenstreek en ondersteuningscentra voor jeugdzorg in Overijse en Hoeilaart kunnen deze subsidie aanvragen. De aanvraagdossiers kunnen ad hoc worden ingestuurd, waarna binnen het Huis van het Kind Druivenstreek wordt beoordeeld of de aangevraagde activiteit of het project in aanmerking komt voor de subsidie.
De toelagen worden uitgekeerd door Huis van het Kind Druivenstreek.
Het huidige reglement loopt momenteel al meer dan 5 jaar sinds de kennisneming van het college van burgemeester en schepenen op 31 mei 2016. Tijdens de raad van bestuur Huis van het Kind Druivenstreek op 16 december 2021 werden de aanpassingen besproken met de leden.
De aanpassingen werden gemaakt om meer initiatieven te kunnen ondersteunen, door onder andere ook projecten mee te ondersteunen.
Het afgelopen jaar (ook gezien de corona omstandigheden) werden er geen aanvragen ingediend. Door de toevoeging van een projectsubsidie (met een maximum subsidiëring van 1.500 euro) en een bredere omschrijving van mogelijke activiteiten (maximum subsidiëring van 250 euro), namelijk vormingen, lezingen en activiteiten wordt er getracht het reglement meer toegankelijk te maken.
De subsidie zal betaald worden vanuit het budget van Huis van het Kind Druivenstreek, dat bij het OCMW van Overijse beheerd wordt. De toelagen van beide gemeenten blijft onveranderlijk, aangezien de toekenning van deze subsidie gebeurt binnen de perken van de voorziene kredieten.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement ter promotie van opvoedingsondersteunende initiatieven in de gemeenten Hoeilaart en Overijse als volgt goed:
Artikel 1 - Algemene bepalingen en doelstelling
In het kader van de realisatie van de doelstellingen van het Huis van het Kind Druivenstreek en met het oog op het uitbreiden van het netwerk van partners, voorziet het samenwerkingsverband financiële ondersteuning. Binnen de perken van de daartoe voorziene middelen en overeenkomstig de bepaling van dit reglement, kan het Huis van het Kind Druivenstreek financiële ondersteuning toekennen voor het stimuleren van laagdrempelige initiatieven die in het teken staan van opvoedingsondersteuning en gericht zijn naar de doelgroep van Huis van het Kind Druivenstreek.
De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitwerking, de organisatie en de financiële afhandeling van het project. Het Huis van het Kind Druivenstreek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor activiteiten die in dit kader worden ondernomen.
Artikel 2 - Begunstigden
De financiële ondersteuning kan toegekend worden aan initiatiefnemers die met hun activiteit geen commercieel winstbejag voor ogen hebben, zijnde:
Artikel 3 - Voorwaarden
§ 1 – De toekenning van deze subsidie gebeurt binnen de perken van de voorziene kredieten. Een toegekende subsidie kan niet hoger zijn dan de reële gemaakte subsidiabele kosten.
§ 2 – Enkel opvoedingsondersteunende initiatieven die gericht zijn naar kinderen en jongeren tot en met 24 jaar, ouders en opvoedingsondersteuners komen in aanmerking.
De activiteiten moeten minstens passen binnen 1 van volgende pijlers:
- preventieve gezondheidszorg;
- opvoedingsondersteuning;
- ontmoeting en sociale cohesie bevorderen.
Er kan subsidie gevraagd worden voor het organiseren van vormingen, lezingen, activiteiten en er kan subsidie gevraagd worden voor projecten.
§ 3 – Door de financiële ondersteuning aan te vragen, engageert de organisator zich om het initiatief kwalitatief te omkaderen.
§ 4 – Het initiatief van de organisator vindt plaats op het grondgebied van Overijse of Hoeilaart.
§ 5 – Het initiatief moet publiek toegankelijk zijn (niet uitsluitend voor leden).
§ 6 – Elke organisator kan maximaal 1 keer per kalenderjaar een aanvraag doen voor deze ondersteuning.
§ 7 – De organisator vermeldt op alle communicatie en promotiemateriaal ‘met steun van + (logo) Huis van het Kind Druivenstreek’.
§ 8 – De organisator engageert zich om een banner of herasdoek van het Huis van het Kind Druivenstreek te plaatsen op de locatie van het initiatief voor de duur van het initiatief.
§ 9 – De organisator geeft de goedkeuring om het initiatief te promoten via de kanalen van Huis van het Kind Druivenstreek en haar partners (website, nieuwsbrief, brochures, Facebook,…)
§ 10 – Het initiatief is niet partijpolitiek gekleurd.
Artikel 4 - De financiële ondersteuning voor vormingen, lezingen, activiteiten
§ 1 – De financiële ondersteuning bedraagt maximum 250 euro per aanvraag per initiatief en bedraagt maximaal 50% van de subsidieerbare kosten.
§ 2 – De enige subsidieerbare kosten zijn:
§ 3 – Het financieel overzicht van het initiatief moet een volledig beeld geven op alle inkomsten en uitgaven. De subsidieerbare kosten moeten volledig en transparant uitgewerkt zijn in het ingediende overzicht.
§ 4 – De financiële ondersteuning is niet cumuleerbaar met andere subsidies voor dit initiatief. Activiteiten die over meerdere dagen gespreid worden, worden als één activiteit beschouwd.
Artikel 5 - De procedure voor financiële ondersteuning voor vormingen, lezingen, activiteiten
§ 1 – De aanvraag wordt ingediend bij het Huis van het Kind Druivenstreek via huisvanhetkinddruivenstreek@overijse.be uiterlijk 4 weken vóór de datum van het initiatief.
Het aanvraagdossier bevat volgende stukken:
§ 2 – Huis van het Kind Druivenstreek beoordeelt elke aanvraag. De aanvragen worden chronologisch behandeld. In het geval er meer aanvragen binnenkomen dan de budgettaire ruimte toelaat, wordt de financiële ondersteuning uitgekeerd aan de projecten die het eerst werden ingediend. Een bevestiging dat de aanvraag conform de voorwaarden in dit reglement zijn, wordt binnen de 2 weken meegedeeld aan de organisator.
§ 3 – Uitbetaling ondersteuning gebeurt na insturen van dossier bij huisvanhetkinddruivenstreek@overijse.be. Dit gebeurt uiterlijk één maand na afloop van de activiteit. Het dossier bevat een oplijsting van alle kosten en opbrengsten van de activiteit. Als bijlage bij de aanvraag dienen alle bewijsstukken, die de aanvraag kunnen staven, te worden toegevoegd. Bijvoorbeeld: factuur, folder, affiche, …
Opgelet: bij het niet naleven van de voorwaarden, of bij onduidelijkheden in het financiële verslag, behoudt Huis van het Kind Druivenstreek zich het voorrecht het toegekende bedrag aan te passen of te schrappen.
Het Huis van het Kind Druivenstreek behoudt zich het recht voor om alle onderzoeken uit te voeren die vereist zijn voor de behandeling van de aanvraag. Ze kan daartoe de aanwending van de subsidie ter plaatse controleren.
Artikel 6 - De financiële ondersteuning voor projecten
§ 1 – Een project is een activiteit die opvoedingsondersteunend werkt naar de doelgroep. Deze kan gericht zijn op het bevorderen van het mentaal welzijn of het voorkomen van kwetsbare situaties. Een project voldoet standaard aan volgende criteria:
De financiële ondersteuning bedraagt maximum 1.500 euro per aanvraag per initiatief. Voor eenzelfde project kan maximaal drie maal na elkaar een projectsubsidie worden toegestaan, met een maximale frequentie van één project per kalenderjaar.
§ 2 – Het financieel overzicht van het initiatief moet een volledig beeld geven op alle inkomsten en uitgaven. De subsidieerbare kosten moeten volledig en transparant uitgewerkt zijn in het ingediende overzicht.
§ 3 – De financiële ondersteuning is niet cumuleerbaar met andere subsidies voor dit initiatief. Activiteiten die over meerdere dagen gespreid worden, worden als één activiteit beschouwd.
Artikel 7 - De procedure bij de financiële ondersteuning voor projecten
§ 1 – De aanvraag wordt ingediend bij het Huis van het Kind Druivenstreek via huisvanhetkinddruivenstreek@overijse.be voor 30 april van het kalenderjaar. Het aanvraagdossier bevat volgende stukken:
§ 2 – Huis van het Kind Druivenstreek beoordeelt elke aanvraag. In het geval er meer aanvragen binnenkomen dan de budgettaire ruimte toelaat, beoordeelt de Raad van Bestuur aan welke projecten financiële ondersteuning wordt uitgekeerd. Een bevestiging dat de aanvraag conform de voorwaarden in dit reglement zijn, wordt binnen de 2 weken meegedeeld aan de organisator.
Indien er nog budget overblijft na 30 april, zullen projecten die na 30 april ingediend worden chronologisch behandeld worden.
§ 3 – Uitbetaling ondersteuning gebeurt na insturen van dossier bij huisvanhetkinddruivenstreek@overijse.be. Dit gebeurt uiterlijk één maand na afloop van de activiteit . Het dossier bevat een oplijsting van alle kosten en opbrengsten van de activiteit. Als bijlage bij de aanvraag dienen alle bewijsstukken, die de aanvraag kunnen staven, te worden toegevoegd. Bijvoorbeeld: factuur, folder, affiche, …
Opgelet: bij het niet naleven van de voorwaarden, of bij onduidelijkheden in het financiële verslag, behoudt Huis van het Kind Druivenstreek zich het voorrecht het toegekende bedrag aan te passen of te schrappen.
Het Huis van het Kind Druivenstreek behoudt zich het recht voor om alle onderzoeken uit te voeren die vereist zijn voor de behandeling van de aanvraag. Ze kan daartoe de aanwending van de subsidie ter plaatse controleren.
Artikel 8 - evaluatie
Het huidig subsidiereglement wordt jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd en aangepast door de Raad van Bestuur.
Artikel 9 - inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2022.
Artikel 10 - Bestuurlijk toezicht
Dit reglement is onderhevig aan de bekendmakings- en meldingsplicht van de artikelen 286 ev. en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Overijse is als lokaal bestuur verplicht om een participatiereglement te hebben. Dat is er tot op vandaag niet.
Bij de aanvang van de nieuwe legislatuur werden opnieuw de nieuwe statuten van de dorps- en adviesraden goedgekeurd. Daarbij is toen ook besloten dat er werk gemaakt moest worden van een denkoefening om de adviesvorming binnen Overijse beter te laten verlopen.
Dit resulteerde in het dorps- en adviesradentraject (DAR). Dit werd opgestart bij de aanstelling van de deskundige Publiekswerking, begin 2020.
Verloop traject en terugkoppelingen
Het traject doorliep verschillende fases:
Op verschillende momenten werd hierover teruggekoppeld met een stand van zake naar het vast bureau.
(In februari 2022 werd ook nog een toelichting gegeven aan de gemeenteraadscommissie Mens en Interne zaken.)
Adviezen
Alle erkende dorps- en adviesraden, de individuele burgers die betrokken waren op dit traject en de gemeentelijke administratie kregen de kans om advies te geven op het voorstel (zie bijlage). Ook de gemeenteraadscommissie gaf advies. Al deze adviezen kunnen worden nagelezen in de verschillende bijlagen.
Al deze input werd meegenomen in de herwerking van het participatiereglement en de basisstatuten. Elk van (de onderdelen van) deze adviezen werd in overweging genomen, maar niet elk advies kon worden gevolgd. Waarom?
De adviezen die wel gevolgd konden worden zorgden voor een aanpassing in de documenten. Deze aanpassingen werden gemarkeerd in bijlagen Basisstatuten_definitief.pdf en Participatiereglement_definitief.docx. In zitting van 1 maart 2022 besliste het college van burgemeester en schepenen om nog een aanvulling in artikel 10 van het participatiereglement bij te voegen. Dit werd in het groen gemarkeerd in de bijlagen.
Resultaat
Het participatiereglement en basisstatuten worden ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Beide documenten zijn opgesteld voor zowel de gemeente als voor het OCMW. Dit om ervoor te zorgen dat adviesvorming binnen beiden gelijklopend kan verlopen en elkaar kan versterken.
Kanttekening
Heel deze denkoefening staat los van de erkenning van verenigingen en nominatieve toelagen. Hierover doen het participatiereglement en de basisstatuten dus geen uitspraak.
Dit participatiereglement en de basisstatuten zijn het resultaat van een traject dat zeer grondig en diepgaand gevoerd is. Daarenboven is het volledige traject op een participatieve manier verlopen.
Het nieuwe participatiemodel is een antwoord op veel noden en ambities die in het voortraject geformuleerd zijn. Het is een nieuw model en uiteraard zal de participatiecultuur nog moeten groeien. Maar de uitvoerige testfase toonde al aan dat dit zal werken. En ook nu gebeurt dit eigenlijk gewoon al: verschillende testcases lopen nog door en ook nieuwe adviesvormingstrajecten die nu worden opgestart worden op de manier die in het participatiemodel staat uitgeschreven aangepakt. Met nu al merkbare meerwaarde ten opzichte van het 'oude' systeem.
Daarnaast is het belangrijk om voor ogen te houden dat het nieuwe participatiemodel een dynamisch model is. Er is ruimte voorzien om waar nodig blijvend te evolueren. Dit zorgt ervoor dat er steeds met een relevante aanpak kan blijven gewerkt worden. Uiteraard is een permanente vinger aan de pols noodzakelijk. Daarom wordt er voorgesteld om na 1 jaar operationeel zijn een eerste evaluatie te doen.
Daarom is het wenselijk dat de raad voor maatschappelijk welzijn beide documenten goedkeurt.
Beide documenten worden apart ter goedkeuring voorgelegd.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het participatiereglement als volgt goed:
Artikel 1
Zowel de gemeente als het OCMW Overijse keuren volgend participatiereglement goed. Binnen de gemeente is de gemeenteraad hiervoor bevoegd en wordt er ook een taak weggelegd voor het college van burgemeester en schepenen. Voor wat betreft het OCMW is de raad voor maatschappelijk welzijn bevoegd en is er ook een taak weggelegd voor het vast bureau.
Daar waar er in dit reglement sprake is van de organen gemeenteraad en college van burgemeester en schepenen dient dit betreffende het OCMW gelezen te worden als raad voor maatschappelijk welzijn en vast bureau.
Titel 1: Toepassingsgebied
Artikel 2 – Toepassingsgebied
Dit reglement geeft, in toepassing van artikel 304 van het Decreet Lokaal Bestuur, nadere invulling aan een aantal vormen van inspraak, betrokkenheid en participatie vanwege burgers en anderen die bijdragen aan het gemeenschapsleven in Overijse ten aanzien van het beleid, de besluitvorming en de dienstverlening.
Deze regeling is welteverstaan niet beperkend bedoeld: naast de inspraakvormen die in dit reglement uitdrukkelijk worden genoemd, zal het gemeentebestuur steeds ook nog op andere manieren zijn belanghebbenden kunnen informeren, consulteren en betrekken.
Dit reglement heeft geen toepassing op gemeentelijke commissies, zoals de GECORO (gemeentelijk commissie ruimtelijke ordening).
Titel 2: Definities
Artikel 3 – Definities
Titel 3: Participatie aan het bestuur
Artikel 4 – Doel
De gemeente heeft als doel om haar beleid, waar mogelijk in participatie met de burger, vorm te geven. Hiervoor is advies aan het bestuur cruciaal. Om dit te bekomen, werkt de gemeente Overijse met een open en flexibel participatiemodel dat zoveel mogelijk burgers probeert te betrekken en integraal uitgewerkte adviezen moet voortbrengen.
Artikel 5 - Wat wordt bedoeld met een advies?
Een advies voldoet aan volgende criteria:
Artikel 6 - Adviesvormen
We onderscheiden twee vormen van advies:
Beide soorten zijn erg waardevol en kunnen elkaar aanvullen. Daarom behandelt het participatiemodel binnen Overijse beide soorten.
Artikel 7 - Algemene principes
Om participatie binnen Overijse zo waardevol mogelijk te laten zijn, gaan we uit van volgende principes:
Artikel 8 - Participatiemodel: het drieschillenmodel
Deze algemene principes werden vertaald in de werking van het drieschillenmodel. Dit model bestaat uit drie schillen waarbinnen participatie vormt krijgt:
De drie schillen werken samen en zorgen ervoor dat adviezen vanuit de brede samenleving verder vorm krijgen en goed onderbouwd richting het bestuur kunnen vertrekken.
Artikel 9 – Verloop van een advies
Elk advies of idee voor een advies dient tot bij de helikoptergroep te geraken. Dit kan op tal van manieren:
Het is de helikoptergroep die het verdere verloop in gang zet.
Afhankelijk van welk soort advies (zie artikel 6), verloopt de adviesvorming op een andere manier.
Na ontvangst van een advies neemt het college van burgemeester en schepenen binnen de vier weken een standpunt hierover in. Een kennisneming is niet gelijk aan een standpunt. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen nog éénmalig bijkomende verduidelijking of een aanvulling op het advies vragen om vervolgens een standpunt in te nemen. De helikoptergroep zorgt ervoor dat de nodige terugkoppeling naar de indiener gebeurt en publiceert het resultaat op de gemeentelijke website.
Het verloop is schematisch opgevat zoals hierna weergegeven.
Titel 4: Helikoptergroep
Artikel 10 – Samenstelling
De helikoptergroep bestaat uit een mix van administratie en burgers met complementaire profielen. Hierin is steeds de dienst publiekswerking van de gemeente vertegenwoordigd.
Leden van de helikoptergroep voldoen aan volgend profiel: zij hebben een groot en divers netwerk en hebben expertise of affiniteit met proces(-begeleiding) van een participatietraject.
Deze groep bestaat uit maximum tien leden, waarvan de helft – 1 personen zijn met een functie binnen de administratie.
Ook de mandataris bevoegd voor participatie kan hierbij aansluiten. De voorzitters van de dorps- en adviesraden kunnen hier vrijblijvend op aansluiten om te verkennen of ze zich in de toekomst willen engageren als lid van de helikoptergroep.
Een engagement binnen deze helikoptergroep duurt minstens 1 jaar en maximum 6 jaar. Kandidaten kunnen zich melden via de gemeentelijke website. Er zal steeds een gesprek plaatsvinden tussen de deskundige publiekswerking en de kandidaat om te kijken of en hoe de kandidaat een aanvulling kan zijn binnen de helikoptergroep. Hierbij is steeds een afdelingshoofd van de gemeentelijke administratie aanwezig.
De samenstelling van deze groep wordt jaarlijks ter kennisgeving voorgelegd en goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11 – Taak
De helikoptergroep neemt binnen het drieschillenmodel een helikopterrol op voor de gemeente en het OCMW. Dit wil zeggen, ze:
Daarnaast is de helikoptergroep verantwoordelijk voor de organisatie van KLAP.
Artikel 12 – Werking
De helikoptergroep overlegt minstens maandelijks. Indien nodig frequenter, dit opdat nieuw binnengekomen adviesvragen vlot kunnen worden opgepikt en het overleg met het bestuur actueel blijft.
Artikel 13 – Transparantie
De helikoptergroep communiceert over haar werking op de website van de gemeente en van het OCMW. Ook worden twee aanspreekpunten (een burger en medewerker van de dienst publiekswerking van de gemeente) hierop kenbaar gemaakt.
Titel 5: Ad hoc adviesgroep
Artikel 14 – Taken
Een adviesgroep heeft als taak om zich over een adviesvraag (proactief én op vraag) te buigen en een waardevol, integraal advies te formuleren richting het bestuur. Hiervoor gebruikt zij haar eigen expertise/kennis. Indien nodig kan een adviesgroep externe expertise inroepen of extra initiatieven nemen om dit advies verder vorm te doen krijgen. (vb. een experiment, een bevraging, …).
Artikel 15 – Samenstelling en opstart
Een adviesgroep is een groep burgers die (ad hoc) werd samengesteld. Dit in functie van de voorliggende adviesvraag die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. De helikoptergroep doet suggesties over de samenstelling van deze groep met betrekking tot nodige profielen en/of expertises. De grootte van deze groep kan variëren in functie van interesse, noodzakelijkheid, het te doorlopen traject, ….
De adviesgroep mag volgens artikel 304, §3 Decreet Lokaal Bestuur maximum bestaan uit 2/3e van de leden van eenzelfde geslacht.
Personeelsleden van de gemeentelijke administratie en de administratie van het OCMW, mandatarissen of leden van het comité maken geen deel uit van een adviesgroep.
Een adviesgroep start steeds op met een ontwerpworkshop. Deze wordt ondersteund door de helikoptergroep. De workshop heeft als doel om een traject te bepalen om tot een waardevol advies te komen en nog ontbrekende betrokkenen te definiëren.
Artikel 16 – Werking
De werking van de adviesgroep wordt door de leden van de adviesgroep zelf en in functie van het te doorlopen traject bepaald.
De adviesgroep voorziet minimaal volgende functies:
Artikel 17 - Budget
Een adviesgroep kan een werkingsbudget aanvragen bij de helikoptergroep. Het college van burgemeester en schepenen kan dit toekennen aan de adviesgroep.
Artikel 18 – Rol van de administratie
De administratie voorziet een gemeentelijk aanspreekpunt dat zorgt voor de nodige inhoudelijke expertise. Andere vormen van ondersteuning op afroep kunnen worden bekeken. Bij de uiteindelijke adviesvorming heeft de administratie geen stem.
Artikel 19 – Rol van de mandatarissen
Per traject bekijkt de adviesgroep waar de aanwezigheid van (een) mandataris(sen) een meerwaarde kan zijn. Dit in functie van het kaderen van reeds gekozen beleid en het opvangen van signalen of het capteren van de gevoerde discussie. Het kan op geen enkele manier de bedoeling zijn dat mandatarissen mee de discussie binnen de adviesgroep inhoudelijk sturen noch de bijeenkomst bijwonen op het moment dat het advies effectief gevormd wordt.
Artikel 20 – Rol van de externen
Externen zijn personen die noch burger zijn, noch behoren tot de administratie van de gemeente. Zij kunnen indien nodig ook betrokken worden binnen een adviesgroep. Dit om verschillende redenen.
Tijdens de ontwerpworkshop bij de start van een adviesgroep wordt deze nood bekeken en indien nodig worden hier verdere specificaties afgesproken (vb. welke expertise is vereist, wanneer in het traject worden zij betrokken, welke rol hebben zij, …). Bij de uiteindelijke adviesvorming hebben deze externen geen stem.
Artikel 21 – Opvolging door de helikoptergroep
De helikoptergroep volgt de adviesgroep procesmatig op. Indien nodig neemt zij een ondersteunende rol op in de begeleiding van de ontwerpworkshop bij de start van een adviesgroep of bekijkt zij samen met de adviesgroep of een bijsturing van het uitgetekende traject nodig is of externe expertise betrokken moet worden.
Artikel 22 – Ontbinding
Eens een adviesgroep het voorziene traject heeft doorlopen en het advies finaal vorm heeft gekregen, neemt het college van burgemeester en schepenen hiervan kennis. Vervolgens neemt het college van burgemeester en schepenen een standpunt in en koppelt dit terug naar de adviesgroep. Waarna de adviesgroep zich ontbindt.
Een adviesgroep kan zichzelf ten alle tijden ontbinden.
Titel 6: KLAP
Artikel 23 - KLAP
Om zoveel mogelijk burgers te betrekken, organiseert de gemeente minstens één keer per jaar KLAP. Dit is een open participatiemoment waarop elke burger mee kan komen nadenken over Overijse.
KLAP heeft volgende doelstellingen:
De uitwerking van dit moment (dit kan iedere keer anders worden ingevuld) wordt opgenomen door de helikoptergroep en wordt opgevolgd door het college van burgemeester en schepenen.
De uitkomst van dit participatiemoment zal door middel van een verslag worden kennisgegeven aan college van burgemeester en schepenen en dient als input om verder beleid te voeren.
Titel 7: Talentendatabank
Artikel 24 – Talentendatabank
Burgers kunnen hun engagement of interesse kenbaar maken aan het bestuur door zich te registreren in de talentendatabank. Deze databank zal ook als basis dienen om burgers actief te betrekken binnen een adviesgroep. Burgers die bepaalde talenten/interesses aanduiden in de talentendatabank zullen door de helikoptergroep worden gecontacteerd bij de start van een nieuwe adviesgroep, gelinkt aan hun opgegeven interesses/talenten. De burgers kunnen dan reageren op de oproep.
Alle persoonsgebonden gegevens die in deze databank worden opgenomen, worden verwerkt volgens de privacyverklaring die kan terug gevonden worden op website.
Artikel 25 – Aanleveren advies
Elk advies dat aangeleverd wordt aan het bestuur, dient te gebeuren door het invullen van een (online) sjabloon. Dit sjabloon wordt dan door de helikoptergroep overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen.
Titel 8: Dorps- en adviesraden
Artikel 26 – Dorps- en adviesraden
Gemeente Overijse verbindt zich er toe tot het organiseren van de wettelijke verplichte adviesorganen. Daarnaast zijn ook andere thematische/lokaal georganiseerde raden steeds mogelijk.
Artikel 27 – Erkenning en ontbinding
De erkenning van een dorps- of adviesraad gebeurt door gemeenteraad én raad voor maatschappelijk welzijn. Per thema kan er maar één erkende raad zijn. Het besluit hierover wordt genomen door de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn, na aanlevering van een advies door de helikoptergroep.
Tegenover de erkenning van een raad staat dat er verwacht wordt dat zij actief bijdragen aan participatietrajecten in de grote kern, waarbij het lokaal bestuur expliciet vraagt om aan deel te nemen.
Een erkenning door de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn duurt tot uiterlijk het jaar na de huidig lopende legislatuur. Indien de erkenning niet hernieuwd wordt voor het einde van deze termijn valt de erkenning weg.
De dorps- of adviesraad legt jaarlijks door middel van verslag ter kennisgeving de (wijziging in) samenstelling van de kerngroep (op naam) voor aan het college van burgemeester en schepenen en vast bureau.
Artikel 28 – Interne organisatie
Elke structurele, thematisch georganiseerde gemeentelijke raad bepaalt zelf haar interne werking en voldoet minimaal aan de basisstatuten, goedgekeurd door de gemeenteraad.
Deze basisstatuten zijn de minimale statuten voor de erkende dorps- en adviesraden. Toevoegingen hierop zijn mogelijk, geen aanpassingen of schrappingen.
Het is niet de bedoeling dat de eventueel aangevulde statuten de flexibele werking in de weg staat én kansen tot participatie beknot.
Elke toevoeging aan de statuten of huishoudelijk reglement dienen ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen worden voorgelegd.
Artikel 29 – Taken
De dorps- en adviesraden kunnen een actieve rol opnemen binnen de brede samenleving en de grote kern. De specifieke taken van een dorps- of adviesraad worden vermeld in de basisstatuten.
Artikel 30 – Rol binnen het drieschillenmodel
Wanneer een adviesgroep binnen de grote kern gevormd wordt, zijn de dorps- of adviesraden mogelijk te betrekken partners, dit in functie van de voorliggende adviesvraag. Dit betekent dat leden van de raad zich binnen deze adviesgroep kunnen engageren of dat de raad mee op zoek kan gaan naar geschikte personen uit hun achterban om mee in de adviesvorming te betrekken.
Indien een adviesvraag zich beperkt tot het thema van een advies- of dorpsraad en geen andere partners betrokken dienen te worden, zal de adviesvraag alleen door die raad behandeld worden.
Titel 9: Digitale participatie
Artikel 31 – Digitale participatie
De gemeente beschikt over een digitaal participatieplatform. Dit kan gebruikt worden wanneer dit een meerwaarde is, aanvullend op andere participatievormen.
Voorwaarden om deel te nemen aan digitale participatie en de promotie hiervan worden steeds bepaald in functie van de voorliggende adviesvraag (en het bepaalde traject).
Titel 10: Overgangsmaatregelen
Artikel 32 – Statuten dorps- en adviesraden
Erkende dorps- en adviesraden moeten vanaf 1 januari 2023 werken volgens deze basisstatuten. In tussentijd blijven de huidige statuten gelden. Elke raad dient deze nieuwe statuten ter kennisgeving voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen. Indien de dorps- of adviesraad gebruik maakt van een huishoudelijk reglement wordt dit eveneens ter kennisgeving voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed dat het participatiereglement in voege treedt vanaf 1 april 2022.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed om tegen eind 2023 het nieuwe participatiemodel te evalueren.
Artikel 4
Deze beslissing is onderhevig aan de bekendmakings- en meldingsplicht van de artikelen 286 ev. en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Overijse is als lokaal bestuur verplicht om een participatiereglement te hebben. Dat is er tot op vandaag niet.
Bij de aanvang van de nieuwe legislatuur werden opnieuw de nieuwe statuten van de dorps- en adviesraden goedgekeurd. Daarbij is toen ook besloten dat er werk gemaakt moest worden van een denkoefening om de adviesvorming binnen Overijse beter te laten verlopen.
Dit resulteerde in het dorps- en adviesradentraject (DAR). Dit werd opgestart bij de aanstelling van de deskundige publiekswerking, begin 2020.
Verloop traject en terugkoppelingen
Het traject doorliep verschillende fases:
Op verschillende momenten werd hierover teruggekoppeld met een stand van zake naar vast bureau.
(In februari 2022 werd ook nog een toelichting gegeven aan de gemeenteraadscommissie Mens en Interne zaken.)
Adviezen
Alle erkende dorps- en adviesraden, de individuele burgers die betrokken waren op dit traject en de gemeentelijke administratie kregen de kans om advies te geven op het voorstel (zie bijlage). Ook de gemeenteraadscommissie gaf advies. Al deze adviezen kan je nalezen in de verschillende bijlagen.
Al deze input werd meegenomen in de herwerking van het participatiereglement en de basisstatuten. Elk van (de onderdelen van) deze adviezen werd in overweging genomen, maar niet elk advies kon worden gevolgd. Waarom?
De adviezen die wel gevolgd konden worden zorgden voor een aanpassing in de documenten. Deze aanpassingen werden in geel gemarkeerd in bijlagen Basisstatuten_definitief.pdf en Participatiereglement_definitief.docx. In zitting van 1 maart 2022 besliste het college van schepenen en burgemeester om nog een aanvulling in artikel 10 van het participatiereglement bij te voegen. Dit werd in het groen gemarkeerd in de bijlagen.
Resultaat
We leggen het participatiereglement en basisstatuten ter goedkeuring aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Beide documenten zijn opgesteld voor zowel de gemeente als voor het OCMW. Dit om ervoor te zorgen dat adviesvorming binnen beiden gelijklopend kan verlopen en elkaar kan versterken.
Kanttekening
Heel deze denkoefening staat los van de erkenning van verenigingen en nominatieve toelagen. Hierover doen het participatiereglement en de basisstatuten dus geen uitspraak.
Dit participatiereglement en de basisstatuten zijn het resultaat van een traject dat zeer grondig en diepgaand gevoerd is. Daarenboven is het volledige traject op een participatieve manier verlopen.
Het nieuwe participatiemodel is een antwoord op veel noden en ambities die in het voortraject geformuleerd zijn. Het is een nieuw model en uiteraard zal de participatiecultuur nog moeten groeien. Maar de uitvoerige testfase toonde al aan dat dit zal werken. En ook nu doen we het eigenlijk gewoon al: verschillende testcases lopen nog door en ook nieuwe adviesvormingstrajecten die nu worden opgestart worden op de manier die in het participatiemodel staat uitgeschreven aangepakt. Met nu al merkbare meerwaarde ten opzichte van het 'oude' systeem.
Daarnaast is het belangrijk om voor ogen te houden dat het nieuwe participatiemodel een dynamisch model is. Er is ruimte voorzien om waar nodig blijvend te evolueren. Dit zorgt ervoor dat we steeds met een relevante aanpak kunnen blijven werken. Uiteraard is een permanente vinger aan de pols noodzakelijk. Daarom wordt er voorgesteld om na 1 jaar operationeel zijn een eerste evaluatie te doen.
Daarom is het wenselijk dat de raad voor maatschappelijk welzijn beide documenten goedkeurt.
Beide documenten worden apart ter goedkeuring voorgelegd.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de basisstatuten voor de erkende dorps- en adviesraden als volgt goed:
(Grijs = enkel van toepassing op adviesraden, Blauw = enkel van toepassing op dorpsraden)
Artikel 1. Doelstelling van de raad
X-raad Overijse is een … (rechtsvorm), erkend door de gemeente Overijse, met een adviesfunctie inzake X (thema/het leven in gehucht X) in al haar aspecten, hierna raad genoemd. De raad heeft tot doel het gemeentelijk beleid te adviseren binnen het thema van de raad met het oog op het opnemen van een actieve rol in het grotere participatiekader van de gemeente.
Om deze doelstelling te verwezenlijken zal de raad:
- autonoom advies geven aan de gemeentelijke overheid, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek, over alle aangelegenheden die de raad belangrijk acht in het kader van haar betreffende thema;
- betrokken zijn bij de opmaak van en advies geven over de strategische meerjarenplanning binnen haar thema;
- overleg en samenwerking stimuleren tussen verschillende stakeholders (burgers, verenigingen, overheid, partners, ..) binnen haar thema, maar evenzeer tussen verschillende dorps-en adviesraden, om tot een gefundeerd advies te kunnen komen;
- zo ruim mogelijk aan participatie doen binnen de gemeente om zo een gefundeerd advies te creëren, met draagvlak;
- het dorpsleven activeren en mensen uit hetzelfde gehucht bij elkaar brengen.
De participatiestructuur zoals die ondersteund wordt door de gemeentelijke overheid wordt toegelicht in het participatiereglement.
Artikel 2. Organen, samenstelling en leden van de raad
De raad is samengesteld uit twee verschillende organen: een kerngroep en een ruimer netwerk aan (ad hoc) deelnemers.
Kerngroep
De kerngroep is een vaste groep leden die geregeld bij elkaar komt om de opvolging van de verschillende adviesvragen te bespreken. Ze fungeert als dagelijks bestuur van de raad. De kerngroep bestaat uit minimum 3 ‘vaste vertegenwoordigers’. De (wijziging in) samenstelling van deze kerngroep wordt via verslag jaarlijks ter kennisgeving voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
De leden zijn ‘vaste vertegenwoordigers’ en dienen aan volgende voorwaarden te voldoen:
Minimum 3/4e van de leden moet inwoner zijn van het desbetreffende gehucht.
De kerngroep heeft oog voor instroom van nieuwe leden in de kerngroep én het ruimere netwerk.
Ruimer netwerk aan (ad hoc) deelnemers
Ter uitbreiding van de vaste vertegenwoordigers en om de doelstelling rond het betrekken van meerdere betrokkenen in een participatief netwerk te bewerkstelligen, kunnen afhankelijk van het respectievelijke thema (een groep van) extra deelnemers gevraagd of uitgenodigd worden. Hiervoor kan de raad naast gericht mensen aanspreken ook een open oproep gebeuren. Deze mensen zetelen dan niet als vaste vertegenwoordigers in de raad, maar komen vanuit een bepaalde insteek mee overleggen. Dit kan zijn als expert rond een thema, als partnerorganisatie, maar evengoed als niet verenigde burger. Deze deelnemers zijn eveneens niet per sé betrokkenen binnen het thema van de raad, maar kunnen transversaal mee advies verlenen (bijvoorbeeld iemand van een jeugdorganisatie die mee nadenkt over cultuur). Deze deelnemers hebben geen enkele verplichting om een vaste rol op te nemen, en worden enkel gevraagd mee te werken voor minstens de tijd dat een bepaald thema aan de orde is.
De helikoptergroep kan hierin ook een rol vervullen om het netwerk uit te breiden (zie Participatiereglement).
De mensen die in dit uitgebreider netwerk zitten, moeten niet voldoen aan dezelfde voorwaarden als de kerngroep (partners of experten kunnen ook uit andere gemeenten komen) m.u.v. het politieke mandaat.
Elk lid van de raden (zowel uit kerngroep als ad hoc) dient het algemene en gemeentelijke belang (of doelgroepenbelang) te vertegenwoordigen en niet enkel het persoonlijke belang of het belang van een organisatie.
Rol administratie
Er is een vast aanspreekpunt voorzien vanuit de gemeente. Deze medewerker garandeert de agendering van het verslag op het college van burgemeester en schepenen of vast bureau.
Afhankelijk van de agenda kunnen andere medewerkers van de administratie uitgenodigd worden om aan te sluiten op een vergadering van de raad om een inhoudelijke toevoeging of toelichting te bieden.
Er is een vast aanspreekpunt voorzien vanuit de gemeente dat verantwoordelijk is voor praktische zaken m.b.t. connectie met de gemeente. Deze medewerker garandeert de agendering van het verslag op het college van burgemeester en schepenen of vast bureau, voedt waar nodig de agenda en kan op afroep en in functie van beschikbaarheid aansluiten voor administratieve ondersteuning, het faciliteren van de vergadering en het geven van een toelichting.
Afhankelijk van de agenda kunnen andere medewerkers van de administratie uitgenodigd worden om aan te sluiten op een vergadering van de raad om een inhoudelijke toevoeging of toelichting te bieden.
Rol van de mandatarissen
Mandatarissen zijn niet structureel aanwezig op bijeenkomsten van een dorps- of adviesraad. Er wordt steeds bekeken waar de aanwezigheid van (een) mandataris(sen) een meerwaarde kan zijn. Dit in functie van het kaderen van reeds gekozen beleid en het opvangen van signalen of het capteren van de gevoerde discussie. Zoals in het participatiereglement bepaald, kan een mandataris noch inhoudelijk sturen noch de bijeenkomst bijwonen op het moment dat het advies effectief gevormd wordt.
Artikel 3. Werking van de raad
De kerngroep garandeert onderling overleg met betrekking tot het thema van de raad / het leven in het gehucht.
Het ruimere netwerk kan onder impuls van de kerngroep doorheen het jaar samenkomen naargelang de noden.
De kerngroep en het ruimere netwerk:
De goedgekeurde vergaderverslagen die minimaal de adviezen van de kerngroep omvatten, worden via het gemeentelijk aanspreekpunt elektronisch overgemaakt aan het gemeentebestuur.
De beslissingen of feedback van het gemeentebestuur die volgen op een advies van de raad worden steeds teruggekoppeld naar de kerngroep. Alle verslagen en adviezen kunnen transparant opgevolgd worden via de gemeentelijke website.
Artikel 4. Bevoegdheden van de leden van de kerngroep
De vaste vertegenwoordigers van een raad zijn de officiële bestuurders van de raad. Zij hebben de volgende bevoegdheden die niet gedelegeerd kunnen worden (met uitzondering van de externe vertegenwoordiging).
Voorzitter van de raad
Secretaris
Penningmeester
Artikel 5. Begroting en rekening van de raad
Jaarlijks worden de rekeningen van het verlopen jaar (en de begroting van het volgende jaar) door de penningmeester voorgelegd aan het ruime netwerk ter goedkeuring.
Het gedeelte van de jaarrekening bekostigd met de ontvangen toelage van de gemeente worden ter kennisgeving via verslag aan het college van burgemeester en schepenen bezorgd.
Artikel 6. Statutenwijziging en Ontbinding
De kerngroep beslist over een eventuele statutenwijziging of ontbinding van de raad. Bij ontbinding van de raad is een twee derde meerderheid nodig van de (volmachthouders) van de leden van de kerngroep. Deze beslissing dient bevestigd te worden door de twee derde van de leden van het ruimere netwerk.
Bij ontbinding van de raad, worden de netto kasgelden overgemaakt aan de financieel directeur van de gemeente. Hierbij is de mogelijkheid om een advies aan te leveren aan het gemeentebestuur over de bestemming van deze middelen.
Artikel 7. Duurtijd van engagementen
Elk lid van de raad kiest de duur van zijn/haar engagement binnen die raad. Leden van de kerngroep van de raad engageren zich voor een termijn van x jaar. Dit kan steeds verlengd worden. Een voorzitter kan echter maximaal 2 maal opnieuw herverkozen worden. Indien er niemand gevonden wordt om het voorzitterschap voor de nieuwe termijn op te nemen, mag de huidige voorzitter toch opnieuw herverkozen worden.
Artikel 8. Huishoudelijk reglement
De raad kan een huishoudelijk reglement opstellen indien zij dit nodig acht. Dit reglement mag geen bepalingen omvatten die strijdig zijn met de basisstatuten.
Het huishoudelijk reglement en de aanpassingen ervan worden ter info doorstuurt naar het vast bureau.
Artikel 9. Bestemming ontvangen toelage
Indien de raad een toelage ontvangt van het lokaal bestuur, dient deze aangewend te worden om de doelstellingen van de raad te realiseren.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed dat de dorps- en adviesraden tot 31 december 2022 de tijd krijgen om hun statuten te wijzigen op basis van de goedgekeurde basisstatuten.
Artikel 3
Deze beslissing is onderhevig aan de bekendmakings- en meldingsplicht van de artikelen 286 ev. en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Vervolgens verklaart de voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn de vergadering voor gesloten.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Dieter Vanderhaeghe
algemeen directeur
Joke Lenseclaes
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn