De burgemeester kan op grond van de artikelen 134, §1 en 135, §2 Nieuwe Gemeentewet een gemotiveerde beslissing nemen waarbij maatregelen worden genomen om de openbare orde en de volksgezondheid te beschermen indien het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners.
Dergelijke beslissing vervalt dadelijk indien het niet door de gemeenteraad in de eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd.
De burgemeester heeft op woensdag 24 juni 2026 te horen gekregen dat er een aangekondigde actie 'Code Rood/Stop Arming Israël' zou plaatsvinden van vrijdag 26 juni 2026 tot en met maandag 29 juni 2026. Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen op te stellen. In dit geval was er echter sprake van hoogdringendheid, enerzijds om de openbare orde te kunnen waarborgen en handhaven, en anderzijds omdat de eerstvolgende gemeenteraad pas plaatsvond op dinsdagavond 30 juni 2026, dus na de geplande betoging. Om snel te kunnen optreden, was het aangewezen dat de burgemeester een beslissing nam op basis van hoogdringendheid.
Op basis van artikel 134, §1 van het Decreet Lokaal Bestuur werd volgende beslissing van de burgemeester genomen op 25 juni 2026: hoogdringende tijdelijke politieverordening 2026-42 houdende veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de aangekondigde actie 'Code Rood/Stop Arming Israël' van vrijdag 26 juni 2026 tot en met maandag 29 juni 2026.
De gemeenteraad dient de beslissing van de burgemeester van 25 juni 2026 te bekrachtigen.
Geen.
Artikel 1
De beslissing van de burgemeester van 25 juni 2026 houdendehoogdringende tijdelijke politieverordening 2026-42 houdende veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de aangekondigde actie 'Code Rood/Stop Arming Israël' van vrijdag 26 juni 2026 tot en met maandag 29 juni 2026, wordt bekrachtigd.
Artikel 2
Deze beslissing valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht zoals voorgeschreven door artikelen 286 en volgende en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.