Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgend subsidiereglement kinderopvang baby's en peuters goed:
Artikel 1 - Algemene bepalingen
1.1 Doel
Binnen de grenzen van de in het meerjarenplan opgenomen budgetten kan het college van burgemeester en schepenen een gemeentelijke subsidie toekennen aan elke organisator kinderopvang van baby’s en peuters die beschikt over een vergunning van het Agentschap Opgroeien, ongeacht de rechtspersoonlijkheid of rechtsvorm van de organisator. Met deze subsidies wil het lokaal bestuur voldoende, toegankelijke en kwaliteitsvolle kinderopvang stimuleren. Dit als onderdeel van een lokaal gezinsbeleid dat aansluit bij de noden van alle kinderen, jongeren en gezinnen (MJP).
De toekenning van de gemeentelijke subsidies gebeurt volgens de hierna bepaalde voorwaarden.
1.2 Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
- Kinderopvang: verzamelterm voor verschillende mogelijkheden om kinderen op bestendige wijze op te vangen, op het moment dat ze (nog) niet naar school gaan en waarvoor er betaald moet worden.
- Opvang baby’s en peuters: kinderopvang georganiseerd voor kinderen van 0 tot 3 jaar (of tot het kind naar school gaat).
- Organisator kinderopvang: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die kinderopvang organiseert op een locatie vergund door het Agentschap Opgroeien of met een subsidiebelofte van het Agentschap Opgroeien.
- Eigenaar: diegene die de eigendomsrechten heeft over de plaats waar de gezinsopvang of groepsopvang georganiseerd wordt.
- Opvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt in één of meerdere aan elkaar grenzende ruimtes.
- Gezinsopvang: kleinschalige kinderopvang, vaak in de gezinswoning van de onthaalouder, voor maximaal 8 kinderen gelijktijdig aanwezig.
- Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning of een subsidiebelofte voor 9 of meer kindplaatsen.
- Opvangplaats: de opvangplaats op basis waarvan de capaciteit, de bezetting of de subsidiëring van de opvanglocatie kan worden berekend. Een voltijdse opvangplaats komt overeen met één kind dat elk opvangmoment voltijds aanwezig is. Een opvangplaats kan dus door meerdere kinderen worden ingenomen als die niet voltijds aanwezig zijn.
- Nieuwe opvangplaatsen: capaciteitsuitbreiding die nog niet vergund is door het Agentschap Opgroeien op het moment van de subsidietoezegging. Omschakeling van gezinsopvang naar groepsopvang worden niet als capaciteitsuitbreiding beschouwd.
- Vergunde plaats: plaats waarvoor de organisator een vergunning heeft.
- Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor de organisator een beslissing tot toekenning van de subsidies heeft.
- Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor Agentschap Opgroeien de subsidie effectief betaalt.
- Subsidiebelofte: Agentschap Opgroeien kent subsidiebeloftes toe aan een organisator om nieuwe plaatsen te kunnen realiseren op een bepaald moment. Als de plaatsen worden vergund vraagt de organisator de omzetting van de subsidiebelofte naar een subsidietoekenning aan.
- Basissubsidie - vrije prijs (T1): is de subsidie voor kinderopvang waar gezinnen een vrije prijs betalen. Organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen.
- Subsidie inkomenstarief (T2): is de subsidie voor kinderopvang waar de gezinnen een prijs betalen op basis van het inkomen en kinderen van bepaalde gezinnen voorrang krijgen. Organisatoren moeten aan de voorwaarden van de basissubsidie voldoen en bijkomende voorwaarden.
- Inclusieve kinderopvang: kinderopvang van een kind met een specifieke zorgbehoefte samen met kinderen zonder specifieke zorgbehoeften.
- Specifieke zorgbehoeften: medische of psychosociale moeilijkheden waardoor meer intensieve zorg nodig is.
- Lokaal Loket Kinderopvang: neutraal informatie- en ondersteuningspunt voor iedereen met een vraag naar of over kinderopvang, in de vorm van een netwerk van lokale actoren die relevant zijn voor kinderopvang.
- Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK): een adviesorgaan dat alle actoren samenbrengt die betrokken zijn bij kinderopvang voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Het LOK tracht op een transparante en constructieve manier het kinderopvangbeleid van het lokaal bestuur mee vorm te geven, te ondersteunen en te adviseren.
- VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
- Meerjarenprogrammatie: een initiatief van de Vlaamse Regering om het tekort aan kinderopvangplaatsen, specifiek met een inkomenstarief, aan te pakken lopende van 2025 tot 2029.
1.3 Algemene voorwaarden
Organisatoren kinderopvang komen in aanmerking voor een subsidie als ze voldoen aan volgende vereisten:
Komen niet in aanmerking voor een subsidie: opvanglocaties waarvoor het lokaal bestuur een negatief opportuniteitsadvies gaf.
Artikel 2 - Start- of uitbreidingssubsidie
2.1 Doel
Binnen de grenzen van de in het meerjarenplan opgenomen budgetten (budgetsleutel 0945/6493000 (MJP001212)), wordt een eenmalige subsidie verleend voor nieuwe opvangplaatsen van baby’s en peuters, vergund door het Agentschap Opgroeien, volgens de bepalingen zoals hierna vastgelegd. Met deze subsidie wil het lokaal bestuur bijdragen aan voldoende kinderopvangplaatsen op haar grondgebied.
2.2 Subsidiebedrag
Het college van burgemeester en schepenen kent een start- of uitbreidingssubsidie toe aan nieuwe plaatsen voor baby’s en peuters met een basissubsidie of met een subsidie inkomenstarief. De subsidie bedraagt 600,00 euro per nieuwe plaats.
2.3 Procedure
- Aanvraag: het aanvraagformulier 'Start- of uitbreidingssubsidie voor nieuwe opvangplaatsen van baby’s en peuters' wordt volledig ingediend via het e-loket op de website. Door indiening van de aanvraag verklaart de begunstigde zich uitdrukkelijk akkoord met de bepalingen van dit reglement en met de controle- en terugvorderingsbevoegdheid van het lokaal bestuur.
- Ontvangstmelding: na het indienen van de aanvraag, bezorgt het lokaal bestuur aan de aanvrager een ontvangstbevestiging.
- Check: de aanvraag wordt binnen een termijn van twee maanden onderzocht door de dienst Kinderopvang en Opvoedingsondersteuning van het lokaal bestuur Overijse.
Indien de organisator een onvolledig dossier indient, neemt de dienst Kinderopvang en Opvoedingsondersteuning contact op met de organisator en dient deze binnen de 15 werkdagen de ontbrekende stukken te bezorgen. Bij gebreke wordt de subsidieaanvraag afgewezen.
Indien het dossier volledig is en alle voorwaarden voldaan zijn, legt de dienst Kinderopvang en Opvoedingsondersteuning de aanvraag ter goedkeuring voor aan het college van burgemeester en schepenen.
- Beslissing door het college van burgemeester en schepenen: het college van burgemeester en schepenen kan de subsidie toekennen binnen de grenzen van de in het meerjarenplan opgenomen budgetten en mits naleving van de voorwaarden vooropgesteld in het huidige reglement. Het college van burgemeester en schepenen kan de subsidie afwijzen mits een gemotiveerd besluit. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan geen beroep ingediend worden.
- Uitbetaling: de uitbetaling van de start- of uitbreidingssubsidie gebeurt na goedkeuring van de aanvraag door het college van burgemeester en schepenen en dit mits voldaan is aan de bepalingen zoals opgenomen in het huidige reglement.
2.4 Controle
Het lokaal bestuur Overijse behoudt zich het recht om ter plaatse na te gaan of de voorwaarden zoals vastgelegd in dit reglement worden nageleefd door de organisator die de subsidie aanvraagt.
2.5 Terugvordering
Indien de bepalingen van dit reglement niet worden nageleefd of indien de aanvrager niet tegemoetkomt aan de voorwaarden kan het lokaal bestuur, behalve in geval van overmacht aan te tonen door de aanvrager, overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toegekende subsidie.
De subsidie wordt teruggevorderd als de organisator:
- de voorwaarden van dit reglement niet naleeft;
- zijn activiteiten stopzet of ophoudt te bestaan binnen de 5 jaar na de opstart;
- de wetgeving niet naleeft of een inbreuk pleegt tegen de openbare orde die een negatieve weerslag heeft op de uitvoering;
- valse verklaringen heeft afgelegd met het oog op het genieten van de subsidie;
- de controle door het lokaal bestuur verhindert.
Artikel 3 - Investeringssubsidie voor nieuwe plaatsen groepsopvang
3.1 Doel
De Vlaamse Regering investeert in kwalitatieve, flexibele en betaalbare kinderopvang, waarbij het creëren van bijkomende plaatsen een absolute prioriteit is. Hiertoe werd op 24 oktober 2025 een besluit Vlaamse Regering (BVR) goedgekeurd tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren kinderopvang voor infrastructuur.
3.2 Subsidiebedrag
Het Lokaal bestuur Overijse beschikt over een totaalbedrag van 186.666,67 euro om organisatoren kinderopvang te ondersteunen bij hun infrastructuurkosten voor nieuwe opvangplaatsen. Organisatoren kinderopvang kunnen een investeringssubsidie krijgen binnen de limieten van dit budget en zolang er middelen beschikbaar zijn. Conform het BVR gelden volgende bijkomende limieten indien de organisator voor deze kinderopvanglocatie:
- al VIPA-steun geniet:
- de financiële ondersteuning bedraagt maximaal 15% van de reële bouwkosten;
- met een maximum van 3.500,00 euro per nieuwe kindplaats;
- en een limiet van 62.222,22 euro. Zo kan het lokaal bestuur met de totale investeringspremie minstens drie verschillende opvanglocaties ondersteunen;
- geen VIPA-steun geniet:
- de financiële ondersteuning bedraagt maximaal 60% van de reële bouwkosten;
- met een maximum van 3.500,00 euro per nieuwe kindplaats;
- en een limiet van 62.222,22 euro. Zo kan het lokaal bestuur met de totale investeringspremie minstens drie verschillende opvanglocaties ondersteunen.
Reële bouwkosten zijn in geval van:
- werken: de finale kosten die gerelateerd zijn aan ruwbouw, technische uitrusting, afwerking, uitrusting en meubilering, studie- en algemene kosten, omgevingswerken en niet terugvorderbare btw die gerelateerd is aan deze onkostenposten;
- aankoop: de finale aankoopprijs, de notariskosten, de registratiebelasting of registratierechten en niet terugvorderbare btw die gerelateerd is aan de aankoop.
3.3 Voorwaarden
Conform het BVR, artikel 4, 1°, komen organisatoren kinderopvang in aanmerking voor de investeringssubsidie als ze voldoen aan volgende vereisten:
- de opvanglocatie beschikt over een vergunning groepsopvang op het moment van de aanvraag of uiterlijk bij de eerste uitbetaling van de investeringspremie;
- de organisator kinderopvang voert zelf de investering uit;
- de organisator kinderopvang aanvaardt dat Zorginspectie controle kan uitoefenen op de aanwending van de financiële ondersteuning en krijgt daarbij toegang tot alle relevante documenten;
- de aanvrager verbindt zich ertoe om de bestemmingsduur van gesubsidieerde infrastructuur te respecteren. Deze bestemmingsduur bedraagt minstens 10 jaar in geval van onroerende goederen en minstens 25 jaar in geval van roerende goederen. Bij vroegtijdige onderbreking brengt de aanvrager het Lokaal Loket Kinderopvang op de hoogte. In geval van overname kan de bestemmingsduur worden verdergezet zolang de bestemming (dit is groepsopvang van baby’s en peuters) behouden blijft;
- de subsidie wordt toegekend in overeenstemming met de Europese staatssteunregels (artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Het lokaal bestuur bezorgt hiervoor bij de aanvraag een verklaring op eer.
- dit kan onder de de-minimisregeling indien de begrenzing van 750.000,00 euro (voor drie boekjaren) wordt gerespecteerd. Het lokaal bestuur registreert de de-minimissteun bij het Europese eAidRegister (eAIR);
- als de begrenzing van de de-minimisregelgeving niet gerespecteerd kan worden, is het DAEB-besluit van toepassing (besluit 2012/21/EU van de EU Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen);
- hoewel de standaardduur van een DAEB-opdracht maximaal 10 jaar bedraagt, kan deze termijn voor infrastructuurinvesteringen verlengd worden tot de afschrijvingstermijn van de investering, mits dit objectief wordt gemotiveerd (conform artikel 4, §4 van het besluit 2012/21/EU). Voor gebouwen kan dit bijvoorbeeld 20 of 25 jaar zijn, afhankelijk van de gebruikelijke afschrijvingstermijn.
- de begunstigde verbindt zich ertoe de met deze subsidie gefinancierde investeringen en aankopen te realiseren op een objectieve, zorgvuldige, transparante en marktconforme wijze, met eerbiediging van de beginselen van behoorlijk bestuur en gelijke behandeling van potentiële leveranciers, aannemers en dienstverrichters.
Komen niet in aanmerking voor de investeringspremie: opvanglocaties met een vergunning gezinsopvang.
3.4 Procedure
- Aanvraag: het aanvraagformulier 'Investeringspremie voor gesubsidieerde groepsopvang van baby’s en peuters' wordt volledig ingediend via het e-loket op de website. Door indiening van de aanvraag verklaart de begunstigde zich uitdrukkelijk akkoord met de bepalingen van dit reglement en met de controle- en terugvorderingsbevoegdheid van het lokaal bestuur.
- Ontvangstmelding: na het indienen van de aanvraag, bezorgt het lokaal bestuur aan de aanvrager een ontvangstbevestiging.
- Check: de aanvraag wordt binnen een termijn van twee maanden onderzocht door de dienst Kinderopvang en Opvoedingsondersteuning van het lokaal bestuur Overijse.
Indien de organisator een onvolledig dossier indient, neemt de dienst Kinderopvang en Opvoedingsondersteuning contact op met de organisator en dient deze binnen de 15 werkdagen de ontbrekende stukken te bezorgen. Bij gebreke wordt de subsidieaanvraag afgewezen.
Indien het dossier volledig is en alle voorwaarden voldaan zijn, legt de dienst Kinderopvang en Opvoedingsondersteuning de aanvraag ter goedkeuring voor aan het college van burgemeester en schepenen.
- Beslissing door het college van burgemeester en schepenen: het college van burgemeester en schepenen kan de subsidie toekennen binnen de grenzen van het beschikbare budget en mits naleving van de voorwaarden vooropgesteld in het huidige reglement. Het college van burgemeester en schepenen kan de subsidie afwijzen mits een gemotiveerd besluit. Binnen de 10 werkdagen na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt de aanvrager hierover geïnformeerd. Hierbij wordt vermeld hoeveel de totale subsidie bedraagt en of de financiële ondersteuning 15% dan wel 60% van de reële bouwkost bedraagt. Er wordt ook toegelicht hoe de verdere opvolging zal gebeuren en de middelen worden vastgelegd bij de Financiële dienst.
- Uitbetaling: het dossier wordt verder opgevolgd via het e-loket van VIPA. Daar dient de aanvrager de facturen in. Wanneer 25% van het subsidiebedrag is bereikt, wordt de eerste schijf aan subsidies uitbetaald. Wanneer vervolgens 50% van het totale subsidiebedrag is bereikt, wordt de tweede schijf aan subsidies uitbetaald. Wanneer de laatste 25% is bereikt, wordt de derde schijf uitbetaald. Om het dossier af te sluiten, wordt een finale check gedaan van alle ingediende facturen en wordt dit tegenover het totale subsidiebedrag gezet. De subsidie mag 15% of 60% van de totale bouwkost niet overschrijden.
- Afsluiting van het dossier: het lokaal bestuur bezorgt aan de organisator een bevestigingsmail wanneer het vooraf vastgelegde subsidiebedrag volledig werd uitbetaald.
3.5 Controle
Het lokaal bestuur heeft het recht om, rechtstreeks of via daartoe gemachtigde diensten, de aanwending van de subsidie, de naleving van dit reglement en de naleving van de toepasselijke regelgeving ter plaatse of op afstand te controleren. De begunstigde verleent daartoe alle nodige medewerking en verschaft alle gevraagde inlichtingen en documenten binnen de door het lokaal bestuur opgelegde termijn.
De begunstigde houdt daarom alle offertes, bestelbonnen, facturen, betalingsbewijzen, contracten, vergelijkingen van prijsaanvragen en andere relevante documenten bij waaruit de rechtmatigheid en de marktconformiteit van de bestedingen blijken. Deze stukken worden gedurende de volledige duur van de subsidiëring en daarna gedurende de wettelijke bewaartermijn bewaard en op eerste verzoek van het gemeentebestuur of de bevoegde toezichthoudende diensten voorgelegd.
3.6 Terugvordering
Indien de bepalingen van dit reglement niet worden nageleefd of indien de aanvrager niet tegemoetkomt aan de voorwaarden kan het lokaal bestuur, behalve in geval van overmacht aan te tonen door de aanvrager, overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toegekende subsidie.
De subsidie wordt teruggevorderd als de organisator:
- de voorwaarden van dit reglement niet naleeft;
- de bestemmingsduur van 25 jaar voor onroerende goederen en 10 jaar voor roerende goederen niet respecteert;
- de subsidies aanwendt voor een ander doel dan waarvoor zij waren toegekend;
- in staat van faillissement verkeert of failliet wordt verklaart;
- zijn activiteiten stopzet of ophoudt te bestaan;
- binnen 5 jaar na toekenning van de subsidie: 100% terugvordering;
- tussen 5 en 10 jaar: 75% terugvordering;
- tussen 10 en 15 jaar: 50% terugvordering;
- tussen 15 en 20 jaar: 25% terugvordering;
- na 20 jaar: geen terugvordering meer.
- de wetgeving niet naleeft of een inbreuk pleegt tegen de openbare orde die een negatieve weerslag heeft op de uitvoering;
- valse verklaringen heeft afgelegd met het oog op het genieten van de subsidie;
- de in de aanvraag omschreven investeringen niet realiseert en de motiveringen van de organisator niet worden aanvaard;
- de controle door het lokaal bestuur verhindert;
- het lokaal bestuur overcompensatie vaststelt (conform DAEB-regelgeving).
Elke wijziging van bestemming, exploitant of eigenaar van het gebouw dient vooraf te worden gemeld bij het lokaal bestuur. Enkel een overdracht van eigendom of een zakelijk recht wordt aanvaard als de kinderopvangcapaciteit mee verhuist naar een andere locatie binnen dezelfde gemeente en de initiële bestemming (dit is groepsopvang van baby’s en peuters) behouden blijft. Elke andere wijziging wordt beschouwd als een ongeoorloofde bestemmingswijziging en leidt tot een gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toegekende subsidie.
Artikel 4 - Inwerkingtreding
Onderhavig reglement treedt in werking 5 dagen na de bekendmaking ervan en loopt tot, behoudens vroegere aanpassing, vervanging, of afschaffing, tot 1 september 2031. Er wordt voorzien om het reglement te evalueren in 2028.
Artikel 2
Dit reglement valt onder de bekendmakings- en meldingsplicht van artikelen 286, §1 en 330 van het Decreet Lokaal Bestuur.