De raad voor maatschappelijk welzijn vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.
De voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn opent de zitting om 20 uur.
De voorzitter opent de zitting op 25/04/2023 om 20:00.
De beslissingen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 omvatten de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijnde de vergadering van 25 april 2023.
Geen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 met eenparigheid van stemmen goed.
De tarieven en de inkomensschalen voor de therapiesessies binnen het PTC kenden een laatste aanpassing op 17 december 2019, de aanpassingen werden toegepast vanaf 1 januari 2020. Een aanpassing is noodzakelijk, gezien de herhaaldelijke indexeringen de afgelopen jaren. Hierdoor overschrijden een heel aantal gezinnen de grens van het maximum toegelaten netto inkomen en kunnen zij bijgevolg geen beroep doen op de hulpverlening binnen het PTC. Om het bereik van de gezinnen uit te breiden, wordt er een indexering van de inkomensschalen toegepast. De aanpassing situeert zich enkel bij de inkomens en niet bij de retributietarieven.
Momenteel worden de tarieven voor de therapiesessies binnen het PTC als volgt toegepast:
| Gezinsinkomen |
|
| < 1.050,00 euro |
5,00 euro |
| 1.051,00 euro – 1.125,00 euro |
10,00 euro |
| 1.126,00 euro – 1.250,00 euro |
14,00 euro |
| 1.251,00 euro – 1.450,00 euro |
20,00 euro |
| 1.451,00 euro – 1.750,00 euro |
26,00 euro |
| 1.751,00 euro – 2.250,00 euro |
31,00 euro |
| 2.251,00 euro – 3.000,00 euro |
40,00 euro |
Cliënten buiten Overijse zonder tussenkomst OCMW: 40,00 euro.
Cliënten buiten Overijse met tussenkomst OCMW: 50,00 euro.
De inkomensschalen zijn telkens te verhogen met 150,00 euro/kind ten laste.
Deze schaal is lineair opgebouwd zodat de mindere inkomens minder moeten betalen en de hogere meer. De inkomensschaal met de tarieven werd het laatst herzien op de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019.
Een aanpassing van het inkomen dringt zich op om tegemoet te komen aan meerdere gezinnen. Er zal geen aanpassing worden doorgevoerd op de tarieven voor de cliënten.
De volgende bijdrageschaal wordt voorgesteld door het vast bureau:
| Gezinsinkomen |
|
| < 1.250,00 euro |
5,00 euro |
| 1.251,00 euro – 1.300,00 euro |
10,00 euro |
| 1.301,00 euro – 1.500,00 euro |
14,00 euro |
| 1.501,00 euro – 1.700,00 euro |
20,00 euro |
| 1.701,00 euro – 2.050,00 euro |
26,00 euro |
| 2.051,00 euro – 2.600,00 euro |
31,00 euro |
| 2.601,00 euro – 3.500,00 euro |
40,00 euro |
Cliënten buiten Overijse zonder tussenkomst OCMW: 40,00 euro.
Cliënten buiten Overijse met tussenkomst OCMW: 58,00 euro.
De inkomensschalen zijn telkens te verhogen met 170,00 euro/kind ten laste.
Naar aanleiding van de aanpassing van deze bijdrageschaal en een verwachting van bijkomende indexeringen in de toekomst, worden de tarieven uit het intern reglement gehaald. Er zal jaarlijks in het eerste kwartaal van een nieuw jaar een aanpassing van de tarieven worden doorgevoerd, rekening houdend met de indexeringen die zich hebben voorgedaan in het afgelopen jaar.
De indexering van de netto inkomens zal ingaan vanaf 1 mei 2023.
Binnen de huidige werking van het Psycho-Therapeutisch centrum (PTC) Overijse bieden 7 gespecialiseerde begeleiders en hulpverleners psychosociale bijstand aan kinderen, jongeren en volwassenen. Zes hulpverleners werken op zelfstandige basis, één kinderpsycholoog werkt in loondienst. Het OCMW betaalt de zelfstandige begeleiders een uurtarief van 58,00 euro (jaarlijks geïndexeerd). In alle discretie kunnen inwoners uit Overijse en de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart en Tervuren in het PTC terecht in functie van hulp bij verscheidene problematieken.
Het PTC richt zich momenteel tot personen met een maximum netto gezinsinkomen van 3.000,00 euro per maand, te verhogen met 150,00 euro per kind ten laste. Inwoners van Overijse kunnen genieten van tarieven aangepast aan hun inkomen. Voor mensen uit de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart en Tervuren wordt momenteel het tarief van 40,00 euro gehanteerd. Er is voor deze cliënten, indien nodig, een samenwerking mogelijk met de OCMW‘s van de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart en Tervuren met tussenkomst van OCMW wordt er een bedrag van 50,00 euro aangerekend.
Gezinnen met een maandinkomen van meer dan 3.000,00 euro worden doorverwezen naar een privé-therapeut. Heel wat twee ouder gezinnen kunnen hierdoor geen beroep doen op de hulpverlening die wordt aangeboden binnen het PTC. Gezien de herhaaldelijke overschrijdingen van de spilindex sinds maart 2020, dringt een nieuwe indexering van de inkomenscategorieën zich op.
De kinderbijslag werd op 1 januari 2020 hervormd, waarbij elk kind geboren vanaf januari 2020 een maandelijks bedrag van 171,49 euro ontvangt. Bij de aanpassing van de inkomenscategorieën, dient er dus ook rekening te worden gehouden met de aanpassing van de kinderbijslag.
Een belangrijke doelstelling van het OCMW is tegemoet komen aan de hulpvragen van kwetsbare gezinnen en gezinnen met een laag inkomen. Heel wat gezinnen betalen nu een hoger tarief, gezien zij in een hogere inkomenscategorie terecht komen. Andere gezinnen worden dan weer noodgedwongen doorverwezen naar de privé-markt.
De raad voor maatschappelijk welzijn dient de bijdrageschalen van het PTC vast te stellen na elke substantiële wijziging.
De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het retributiereglement voor therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC) als volgt goed:
Termijn en toepassingsgebied
Artikel 1
Met ingang van 1 mei 2023 wordt ten behoeve van het OCMW een retributie gevestigd op de therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC).
Retributieplicht
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon die als cliënt gebruik maakt van de dienstverlening van het PTC. Bij minderjarige cliënten is de retributie verschuldigd door ouder/voogd van de minderjarige cliënt.
Tarieven
Artikel 3
De tarieven voor de therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC) worden als volgt vastgesteld:
Voor cliënten die in Overijse wonen:
| Gezinsinkomen(*) |
Tarief per sessie |
| < 1.250,00 euro |
5,00 euro |
| 1.251,00 euro – 1.300,00 euro |
10,00 euro |
| 1.301,00 euro – 1.500,00 euro |
14,00 euro |
| 1.501,00 euro – 1.700,00 euro |
20,00 euro |
| 1.701,00 euro – 2.050,00 euro |
26,00 euro |
| 2.051,00 euro – 2.600,00 euro |
31,00 euro |
| 2.601,00 euro – 3.500,00 euro |
40,00 euro |
(*) Inkomensschalen te verhogen met 170,00 euro per kind ten laste.
De inkomenscategorie wordt bepaald op basis van een verklaring op eer van de cliënt.
Jongeren van Overijse onder de achttien jaar die alleen in therapie komen, betalen 3,00 euro voor een sessie. Als de ouders betrokken worden, wordt dit aangepast naar een tarief op basis van het gezinsinkomen. Ook jongeren onder de achttien jaar die woonachtig zijn buiten Overijse maar schoollopen in het SMO (Sint-Martinusschool Overijse) of het GITO Overijse, betalen 3,00 euro. Zij worden doorgestuurd door het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding).
Voor cliënten buiten Overijse:
- zonder tussenkomst OCMW: 40,00 euro;
- met tussenkomst OCMW: 58,00 euro.
Sociaal tarief
Artikel 4
Enkel inwoners van Overijse hebben recht op een sociaal tarief. Een sociaal tarief (nultarief of verminderd tarief) is mogelijk na sociaal onderzoek door een maatschappelijk werker van het OCMW Overijse. Afhankelijk van de financiële situatie van de aanvrager zal een nultarief of een tarief lager dan het bedrag volgens het inkomensbarema worden voorgesteld.
Het sociaal verslag wordt op het eerstvolgend bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) voorgelegd. De sessies met verminderd tarief kunnen nooit plaatsvinden vóór de datum van de zitting. Bij dringende doorverwijzingen wordt in eerste instantie het tarief volgens gezinsinkomen toegepast. Een herziening kan op het eerste volgende BCSD worden aangevraagd.
Na de zitting van het bijzonder comité voor de sociale dienst maakt de maatschappelijk werker een betalingsverbintenis op. Deze wordt na ondertekening aan de cliënt bezorgd en als bijlage aan het PTC bezorgd. De cliënt neemt deze betalingsverbintenis mee bij het eerste consult.
Vrijstellingen
Artikel 5
De retributie is niet verschuldigd bij annulatie, mits aan 1 van volgende voorwaarden voldaan wordt:
- de toegewezen therapeut wordt verwittigd van de annulering minstens 24 uur voor de afspraak;
- in geval van ziekte op vertoon van een doktersattest dat binnen de drie werkdagen wordt bezorgd;
- bij overlijden in de familie (bewijs met overlijdensbericht wordt aangeleverd).
Wijze van inning
Artikel 6
De retributie dient contant betaald te worden of na ontvangst van de factuur. Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Bestuurlijk toezicht
Artikel 7
Deze beslissing wordt bekend gemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
Inwerkingtreding
Artikel 8
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019 houdende vaststelling van de bijdrageschaal voor therapiesessies binnen het Psychisch Therapeutisch Centrum en de vaststelling van het intern reglement wordt opgeheven en vervangen door onderhavige beslissing vanaf 1 mei 2023.
Overeenkomstig de regelgeving dient de raad voor maatschappelijk welzijn de nodige voorwaarden vast te stellen voor het gebruik van provisies voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur. Dit reglement van inwendig bestuur is van toepassing op alle personeelsleden die houder zijn van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur.
Voor de vlotte werking van bepaalde diensten is er nood aan een provisieregeling waarbij de algemeen directeur, na advies van de financieel directeur, aan bepaalde personeelsleden een bedrag ter beschikking kan stellen voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur. De provisie kan toegekend worden onder de vorm van cash geld of door storting op een speciaal daartoe voorziene girale provisierekening van het bestuur, waaraan een debet- of creditkaart op naam van de provisiehouder wordt gekoppeld.
Geen.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement van inwendig bestuur inzake modaliteiten voor gebruik van provisies voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur als volgt goed:
Artikel 1
Dit reglement van inwendig bestuur werd opgemaakt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 272 van het Decreet Lokaal Bestuur en is van toepassing op alle personeelsleden die houder zijn van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur.
Artikel 2
De algemeen directeur kan onder zijn verantwoordelijkheid beslissen om personeelsleden van de gemeente of van het OCMW die onder zijn gezag staan, een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur ter beschikking te stellen. Dit gebeurt na advies van de financieel directeur en binnen het kader van de algemene voorwaarden zoals bepaald in dit reglement. Deze beslissing van de algemeen directeur wordt ter goedkeuring aan de bevoegde raad voorgelegd indien ze niet overeenstemt met het advies van de financieel directeur dat hij in volle onafhankelijkheid heeft verstrekt.
Artikel 3
Onder geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur wordt verstaan het betalen van kleine geldsommen in omstandigheden die noodzakelijk zijn voor het normale functioneren van de diensten. Het gaat om kosten waarvan de schuldeiser niet vooraf kan worden aangeduid of over uitgaven die moeilijk van de dienstverlening kunnen worden afgescheiden zonder dat de dienstverlening wordt gehypothekeerd.
Het betreft dus niet het globale kasbeheer, waar de financieel directeur voor instaat. De term geringe exploitatie-uitgaven moet beperkt geïnterpreteerd worden.
Artikel 4
Het gebruik maken van provisies voor rekening van derden vreemd aan het bestuur, is verboden, tenzij dit wordt voorzien in een beheersovereenkomst goedgekeurd door de bevoegde raad.
Artikel 5
Het gebruik maken van provisies kan zowel contant als elektronisch gebeuren. De beslissing vermeld in artikel 2, geeft aan op welke wijze dit in elke individuele situatie gebeurt.
De hoogte van de ter beschikking gestelde provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur is afhankelijk van de omvang en aard van de noodzakelijke kleine uitgaven en wordt na advies van de financieel directeur, middels behoorlijk gemotiveerd besluit, vastgesteld.
Het bedrag van de ter beschikking gestelde provisie wordt tegen ontvangstbewijs aan de houder van de provisie voor geringe exploitatie-uitgaven overhandigd of wordt gestort op een daartoe speciaal voorziene financiële rekening bij een bankinstelling die nooit een debetsaldo kan vertonen.
De personeelsleden zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het beheer ervan. De persoonlijke verantwoordelijkheid houdt in dat de houders van de provisie in eerste instantie zullen kunnen worden aangesproken voor kastekorten of uitgaven die later zouden worden betwist. De eerste verantwoording van het gebruik gebeurt bij de vraag tot aanvullen van de provisie.
Aan een financiële rekening bij een bankinstelling kan een bankkaart worden gekoppeld en ter beschikking gesteld van de houder van de provisie. Cheques komen niet in aanmerking.
Artikel 6
Het personeelslid dient op het ogenblik van het gebruik maken van de provisie voor geringe exploitatie-uitgaven steeds een geldig betalingsbewijs te bekomen op één van onderstaande wijzen:
In afwijking op de vorige alinea, kunnen middels behoorlijk gemotiveerd besluit en na advies van de financieel directeur, uitzonderingen worden toegestaan.
Artikel 7
De op de kas provisie gedane uitgaven van de gemachtigde personeelsleden worden periodiek op voorlegging van een staat van uitgaven en de erbij horende bewijsstukken opgenomen in de boekhouding.
Artikel 8
Wanneer op een dienst één of meerdere personeelsleden een kasgeldprovisie ter beschikking werd gesteld, wordt door hen een elektronisch kasregister bijgehouden dat dagelijks wordt geactualiseerd. In dit kasregister dienen alle verrichtingen van het personeelslid dat / de personeelsleden die gebruik ma(a)k(t)en van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur te worden opgenomen, alsook de betaalwijze.
Het kasregister dient minstens eenmaal per kwartaal of telkens wanneer de provisie is uitgeput te worden afgesloten, uitgeprint, ondertekend door het personeelslid / de personeelsleden aan wie een provisie ter beschikking werd gesteld voor geringe exploitatie-uitgaven en geviseerd door het diensthoofd dat toeziet op het naleven van de bepalingen van dit reglement van inwendig bestuur. Een afschrift ervan wordt overgemaakt aan de financieel directeur, samen met de nodige verantwoordingsstukken (kopieën facturen, dubbel kasticket, volledig ingevulde kwitantieboekjes, …).
In afwijking op de vorige alinea kan, middels behoorlijk gemotiveerd besluit en na advies van de financieel directeur, in vrijstelling voor het bijhouden van een kasregister worden voorzien.
Artikel 9
Bij het overhandigen van de kasgeldprovisie wordt een verklaring voor ontvangst ondertekend door het betrokken personeelslid. Bij uitdiensttreding/pensionering wordt door het personeelslid het bedrag van de provisie, in voorkomend geval verminderd met het bedrag van de uitgaven die hij steeds regelmatig heeft verricht met de provisie en mits voorlegging van bewijsstukken betreffende de gedane uitgaven gestort in de kas of op een financiële rekening van het bestuur bij een bankinstelling.
Op dit ogenblik zal eveneens een verificatie van de geldvoorraad plaatsvinden door de financieel directeur. Indien onregelmatigheden worden vastgesteld bij deze verificatie, wordt verwezen naar de bepalingen ingeval van diefstal/verlies. In het andere geval wordt door de algemeen directeur, op basis van een document uit de boekhouding hem verstrekt door de financieel directeur, kwijting verleend aan het personeelslid dat een provisie ter beschikking werd gesteld voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur.
Artikel 10
De provisie in kasgeld moet op een veilige plaats worden opgeborgen, behalve indien deze beschikbaar moet zijn ten behoeve van de dienst. Hiermee wordt bedoeld dat deze gelden zowel buiten als tijdens de diensturen, indien geen personeel aanwezig is, moeten opgeborgen worden in een geldkoffer of brandkoffer. De verantwoordingsstukken van reeds gedane uitgaven worden afzonderlijk en veilig bewaard (op een andere plaats dan het geld). De hoeveelheid contant geld aanwezig op de dienst moet zo beperkt mogelijk gehouden worden en dient in ieder geval beneden het bedrag van de verzekerde waarde te blijven. De maximale hoogte van de op de dienst aanwezige hoeveelheid contant geld wordt, na advies van de financieel directeur, middels behoorlijk gemotiveerd besluit vastgesteld.
Het bewaren van geld voor rekening van derden vreemd aan het bestuur is verboden, tenzij dit wordt voorzien in een beheersovereenkomst goedgekeurd door de bevoegde raad.
In afwijking op de vorige alinea, kan middels behoorlijk gemotiveerd besluit en na advies van de financieel directeur, tijdelijk – voor een welbepaalde periode en op beperkte schaal – in vrijstelling worden voorzien. Het bestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of verlies van gelden die niet voor haar bestemd zijn.
Artikel 11
Minstens éénmaal per jaar verifieert de financieel directeur of een door hem aangestelde persoon onder zijn verantwoordelijkheid, de kasboekhouding en de geldvoorraad van de houders van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur. Van zijn bevindingen wordt een proces-verbaal gemaakt dat aan de algemeen directeur of aan het betrokken personeelslid wordt bezorgd. Dat proces-verbaal wordt zowel door het personeelslid als door de financieel directeur ondertekend.
De financieel directeur kan ten allen tijde en zonder voorafgaande verwittiging overgaan tot verificatie van de kasboekhouding en de geldvoorraad. Hiervan wordt eveneens proces-verbaal opgesteld volgens de modaliteiten bepaald in de vorige alinea.
Artikel 12
Het bestuur sluit voor het bewaren van gelden op de dienst en het transporteren van gelden naar de kas en/of een bankinstelling, een verzekering af bij een erkende verzekeringsinstelling. Voor het transport doet het bestuur beroep op een externe dienstverlener, tenzij het gaat over beperkte sommen onder de 1.000,00 euro. Het wegbrengen van geld moet steeds met de meeste zorg en discretie gebeuren.
Artikel 13
In geval van vaststellen van diefstal van kasgeld, legt het diensthoofd van het personeelslid dat een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijkse bestuur ter beschikking werd gesteld, onverwijld bij de lokale politie klacht neer. Iedere diefstal of verlies dient tevens onmiddellijk gemeld te worden aan de financieel directeur voor budgettaire en boekhoudkundige verwerking. Het bewijs van klacht neerlegging wordt overgemaakt aan de financieel directeur.
De financieel directeur brengt zonder verwijl de algemeen directeur schriftelijk op de hoogte van elk tekort dat toe te schrijven is aan diefstal en zorgt voor registratie van het bewijs van klacht neerlegging in de inkomende briefwisseling. De algemeen directeur stelt op zijn beurt de bevoegde raad hiervan in kennis. Er wordt zonder verwijl overgegaan tot verificatie van de kas teneinde het bedrag van het tekort vast te stellen. Aan het proces-verbaal van verificatie wordt een toelichting over de omstandigheden en de bewarende maatregelen die werden genomen, toegevoegd.
In geval van diefstal of verlies zal de algemeen directeur middels behoorlijk gemotiveerd besluit een uitspraak doen betreffende de aansprakelijkheid van het betrokken personeelslid, rekening houdend met de omstandigheden en het relaas van de feiten. Hierbij is het volgende van toepassing: indien het personeelslid bij de uitoefening van zijn functies het bestuur of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog of zijn zware schuld. Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
Artikel 14
De financieel directeur meldt alle onregelmatigheden en nalatigheden ten spoedigste en schriftelijk aan de algemeen directeur die op zijn beurt de bevoegde raad hiervan in kennis stelt.
Artikel 2
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur en maakt deel uit van het organisatiebeheersingssysteem van het OCMW. De algemeen en financieel directeur worden belast met de uitvoering ervan.
De voortgangsrapportering bevat overeenkomstig artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering minstens volgende elementen:
Het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar bevat overeenkomstig artikel 5 van het ministerieel besluit minstens volgende elementen:
1. een overzicht van de ontvangsten en uitgaven, opgesteld conform schema J1;
2. een overzicht van de ontvangsten en uitgaven naar economische aard, opgesteld conform schema T2.
Naast de weergave van de financiële gevolgen van het gevoerde beleid heeft deze rapportering tevens een evaluatiefunctie met betrekking tot de inhoud van het gevoerde beleid.
Het komt aan de raad voor maatschappelijk welzijn toe kennis te nemen van de voortgangsrapportering.
Geen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het voortgangsrapport over het 2de semester van 2022 met betrekking tot het meerjarenplan 2020-2025 voor gemeente en OCMW zoals bepaald in artikel 263 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Elk jaar, vóór 30 juni, wordt de jaarrekening van het voorgaande boekjaar vastgesteld. De jaarrekening geeft het beleid weer dat gedurende het boekjaar werd gevoerd en evalueert de beleidsdoelstellingen en de mate waarin ze zijn bereikt. Daarnaast geeft de jaarrekening een zicht op de financiële gevolgen van het gevoerde beleid.
De jaarrekening heeft een drievoudige functie:
De jaarrekening is grotendeels identiek opgebouwd als de beleidsrapporten van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan.
Het budgettair resultaat van het boekjaar 2022 bedraagt 9.649.269 euro. Dit budgettair resultaat is veel positiever dan het meerjarenplan (-410.851) om volgende redenen:
Het beschikbaar budgettair resultaat 2022 (= inclusief resultaten vorige boekjaren) bedraagt 16.865.840 euro.
De jaarrekening 2022 sluit af met een positieve autofinancieringsmarge van 3.111.688 euro.
De algemene boekhouding 2022 eindigt met een balanstotaal van 203.563.464 euro en een tekort van het boekjaar van -1.639.506 euro.
Het komt aan de raad voor maatschappelijk welzijn toe om het deel van het OCMW in de jaarrekening vast te stellen.
Geen.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van het OCMW in bijgevoegde jaarrekening 2022 van het lokaal bestuur Overijse vast.
Artikel 2
Onderhavig besluit is onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht.
Vervolgens verklaart de voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn de vergadering voor gesloten.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Dieter Vanderhaeghe
algemeen directeur
Joke Lenseclaes
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn