Terug
Gepubliceerd op 01/06/2023

Notulen  Raad voor maatschappelijk welzijn

di 25/04/2023 - 20:00 Raadzaal - gemeentehuis

 

 

De raad voor maatschappelijk welzijn vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.

De voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn opent de zitting om 20 uur.

 

 

 

De voorzitter opent de zitting op 25/04/2023 om 20:00.

  • Openbaar

    • Normaal

      • Goedkeuring notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Sven Willekens, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Patricia Meerts, Ingrid Degand, Brigitte Braeckelaere, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 32 en 74
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 277 en 278, §1
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 augustus 2021 houdende vaststelling van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
        Feiten

        De beslissingen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 werden genotuleerd.

        Motivering

        De notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 omvatten de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijnde de vergadering van 25 april 2023.

        Financiële aspecten

        Geen.

        Relevante documenten
        • Notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023
        Stemming notulen
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel
        De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 21 maart 2023 met eenparigheid van stemmen goed.

      • Goedkeuring van het retributiereglement voor therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC)

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Sven Willekens, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Patricia Meerts, Brigitte Braeckelaere, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 77 en 78
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 maart 2009 houdende de aanpassing van de bijdragen van de cliënten van het PTC
        • Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019 houdende vaststelling van de bijdrageschaal voor therapiesessies binnen het Psychisch Therapeutisch Centrum en de vaststelling van het intern reglement
        • Beslissing van het vast bureau van 26 februari 2019 houdende de goedkeuring van de tariefverhoging van de medewerkers van het PTC
        • Beslissing van het vast bureau van 28 maart 2023 houdende voorbereiding op de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn houdende de goedkeuring van het retributiereglement voor therapiesessies binnen het PTC
        • Beslissing van het bijzonder comité voor de sociale dienst van 2 maart 2017 houdende de goedkeuring van het intern reglement van het PTC
        Feiten

        De tarieven en de inkomensschalen voor de therapiesessies binnen het PTC kenden een laatste aanpassing op 17 december 2019, de aanpassingen werden toegepast vanaf 1 januari 2020. Een aanpassing is noodzakelijk, gezien de herhaaldelijke indexeringen de afgelopen jaren. Hierdoor overschrijden een heel aantal gezinnen de grens van het maximum toegelaten netto inkomen en kunnen zij bijgevolg geen beroep doen op de hulpverlening binnen het PTC. Om het bereik van de gezinnen uit te breiden, wordt er een indexering van de inkomensschalen toegepast. De aanpassing situeert zich enkel bij de inkomens en niet bij de retributietarieven.

        Momenteel worden de tarieven voor de therapiesessies binnen het PTC als volgt toegepast:

        Gezinsinkomen

         

        < 1.050,00 euro

        5,00 euro

        1.051,00 euro – 1.125,00 euro

        10,00 euro

        1.126,00 euro – 1.250,00 euro

        14,00 euro

        1.251,00 euro – 1.450,00 euro

        20,00 euro

        1.451,00 euro – 1.750,00 euro

        26,00 euro

        1.751,00 euro – 2.250,00 euro

        31,00 euro

        2.251,00 euro – 3.000,00 euro

        40,00 euro

        Cliënten buiten Overijse zonder tussenkomst OCMW: 40,00 euro.
        Cliënten buiten Overijse met tussenkomst OCMW: 50,00 euro.
        De inkomensschalen zijn telkens te verhogen met 150,00 euro/kind ten laste.
        Deze schaal is lineair opgebouwd zodat de mindere inkomens minder moeten betalen en de hogere meer. De inkomensschaal met de tarieven werd het laatst herzien op de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019.

        Een aanpassing van het inkomen dringt zich op om tegemoet te komen aan meerdere gezinnen. Er zal geen aanpassing worden doorgevoerd op de tarieven voor de cliënten.

        De volgende bijdrageschaal wordt voorgesteld door het vast bureau:

        Gezinsinkomen

         

        < 1.250,00 euro

        5,00 euro

        1.251,00 euro – 1.300,00 euro

        10,00 euro

        1.301,00 euro – 1.500,00 euro

        14,00 euro

        1.501,00 euro – 1.700,00 euro

        20,00 euro

        1.701,00 euro – 2.050,00 euro

        26,00 euro

        2.051,00 euro – 2.600,00 euro

        31,00 euro

        2.601,00 euro – 3.500,00 euro

        40,00 euro

        Cliënten buiten Overijse zonder tussenkomst OCMW: 40,00 euro.
        Cliënten buiten Overijse met tussenkomst OCMW: 58,00 euro.
        De inkomensschalen zijn telkens te verhogen met 170,00 euro/kind ten laste.

        Naar aanleiding van de aanpassing van deze bijdrageschaal en een verwachting van bijkomende indexeringen in de toekomst, worden de tarieven uit het intern reglement gehaald. Er zal jaarlijks in het eerste kwartaal van een nieuw jaar een aanpassing van de tarieven worden doorgevoerd, rekening houdend met de indexeringen die zich hebben voorgedaan in het afgelopen jaar.

        De indexering van de netto inkomens zal ingaan vanaf 1 mei 2023.

        Motivering

        Binnen de huidige werking van het Psycho-Therapeutisch centrum (PTC) Overijse bieden 7 gespecialiseerde begeleiders en hulpverleners psychosociale bijstand aan kinderen, jongeren en volwassenen. Zes hulpverleners werken op zelfstandige basis, één kinderpsycholoog werkt in loondienst. Het OCMW betaalt de zelfstandige begeleiders een uurtarief van 58,00 euro (jaarlijks geïndexeerd). In alle discretie kunnen inwoners uit Overijse en de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart en Tervuren in het PTC terecht in functie van hulp bij verscheidene problematieken.

        Het PTC richt zich momenteel tot personen met een maximum netto gezinsinkomen van 3.000,00 euro per maand, te verhogen met 150,00 euro per kind ten laste. Inwoners van Overijse kunnen genieten van tarieven aangepast aan hun inkomen. Voor mensen uit de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart en Tervuren wordt momenteel het tarief van 40,00 euro gehanteerd. Er is voor deze cliënten, indien nodig, een samenwerking mogelijk met de OCMW‘s van de gemeenten Huldenberg, Hoeilaart en Tervuren met tussenkomst van OCMW wordt er een bedrag van 50,00 euro aangerekend.

        Gezinnen met een maandinkomen van meer dan 3.000,00 euro worden doorverwezen naar een privé-therapeut. Heel wat twee ouder gezinnen kunnen hierdoor geen beroep doen op de hulpverlening die wordt aangeboden binnen het PTC. Gezien de herhaaldelijke overschrijdingen van de spilindex sinds maart 2020, dringt een nieuwe indexering van de inkomenscategorieën zich op.

        De kinderbijslag werd op 1 januari 2020 hervormd, waarbij elk kind geboren vanaf januari 2020 een maandelijks bedrag van 171,49 euro ontvangt. Bij de aanpassing van de inkomenscategorieën, dient er dus ook rekening te worden gehouden met de aanpassing van de kinderbijslag.

        Een belangrijke doelstelling van het OCMW is tegemoet komen aan de hulpvragen van kwetsbare gezinnen en gezinnen met een laag inkomen. Heel wat gezinnen betalen nu een hoger tarief, gezien zij in een hogere inkomenscategorie terecht komen. Andere gezinnen worden dan weer noodgedwongen doorverwezen naar de privé-markt.

        De raad voor maatschappelijk welzijn dient de bijdrageschalen van het PTC vast te stellen na elke substantiële wijziging.

        Financiële aspecten

        De financiële aspecten verbonden aan deze beslissing worden als volgt geregeld:

        • Jaar: 2023 e.v.
        • Raming: MJP001887
        • Budgetsleutel (ARK/BV): 7000000/09090
        • Bedrag excl. btw: 26.000 EUR
        • Btw (0%): 0 EUR.
        Relevante documenten
        • Overzicht toepassing indexering netto inkomens sinds maart 2020
        Publieke stemming
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel

        De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het retributiereglement voor therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC) als volgt goed:

        Termijn en toepassingsgebied
        Artikel 1
        Met ingang van 1 mei 2023 wordt ten behoeve van het OCMW een retributie gevestigd op de therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC).

        Retributieplicht
        Artikel 2
        De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon die als cliënt gebruik maakt van de dienstverlening van het PTC. Bij minderjarige cliënten is de retributie verschuldigd door ouder/voogd van de minderjarige cliënt.

        Tarieven
        Artikel 3
        De tarieven voor de therapiesessies binnen het Psycho-Therapeutisch Centrum (PTC) worden als volgt vastgesteld:

        Voor cliënten die in Overijse wonen:

        Gezinsinkomen(*)

        Tarief per sessie

        < 1.250,00 euro

        5,00 euro

        1.251,00 euro – 1.300,00 euro

        10,00 euro

        1.301,00 euro – 1.500,00 euro

        14,00 euro

        1.501,00 euro – 1.700,00 euro

        20,00 euro

        1.701,00 euro – 2.050,00 euro

        26,00 euro

        2.051,00 euro – 2.600,00 euro

        31,00 euro

        2.601,00 euro – 3.500,00 euro

        40,00 euro

        (*) Inkomensschalen te verhogen met 170,00 euro per kind ten laste.

        De inkomenscategorie wordt bepaald op basis van een verklaring op eer van de cliënt.

        Jongeren van Overijse onder de achttien jaar die alleen in therapie komen, betalen 3,00 euro voor een sessie. Als de ouders betrokken worden, wordt dit aangepast naar een tarief op basis van het gezinsinkomen. Ook jongeren onder de achttien jaar die woonachtig zijn buiten Overijse maar schoollopen in het SMO (Sint-Martinusschool Overijse) of het GITO Overijse, betalen 3,00 euro. Zij worden doorgestuurd door het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding).

        Voor cliënten buiten Overijse:

        - zonder tussenkomst OCMW: 40,00 euro;
        - met tussenkomst OCMW: 58,00 euro.

        Sociaal tarief
        Artikel 4
        Enkel inwoners van Overijse hebben recht op een sociaal tarief. Een sociaal tarief (nultarief of verminderd tarief) is mogelijk na sociaal onderzoek door een maatschappelijk werker van het OCMW Overijse. Afhankelijk van de financiële situatie van de aanvrager zal een nultarief of een tarief lager dan het bedrag volgens het inkomensbarema worden voorgesteld.

        Het sociaal verslag wordt op het eerstvolgend bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) voorgelegd. De sessies met verminderd tarief kunnen nooit plaatsvinden vóór de datum van de zitting. Bij dringende doorverwijzingen wordt in eerste instantie het tarief volgens gezinsinkomen toegepast. Een herziening kan op het eerste volgende BCSD worden aangevraagd.

        Na de zitting van het bijzonder comité voor de sociale dienst maakt de maatschappelijk werker een betalingsverbintenis op. Deze wordt na ondertekening aan de cliënt bezorgd en als bijlage aan het PTC bezorgd. De cliënt neemt deze betalingsverbintenis mee bij het eerste consult.

        Vrijstellingen
        Artikel 5
        De retributie is niet verschuldigd bij annulatie, mits aan 1 van volgende voorwaarden voldaan wordt:
        - de toegewezen therapeut wordt verwittigd van de annulering minstens 24 uur voor de afspraak;
        - in geval van ziekte op vertoon van een doktersattest dat binnen de drie werkdagen wordt bezorgd;
        - bij overlijden in de familie (bewijs met overlijdensbericht wordt aangeleverd).

        Wijze van inning
        Artikel 6
        De retributie dient contant betaald te worden of na ontvangst van de factuur. Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.

        Bestuurlijk toezicht
        Artikel 7
        Deze beslissing wordt bekend gemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.

        Inwerkingtreding
        Artikel 8
        De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019 houdende vaststelling van de bijdrageschaal voor therapiesessies binnen het Psychisch Therapeutisch Centrum en de vaststelling van het intern reglement wordt opgeheven en vervangen door onderhavige beslissing vanaf 1 mei 2023.

      • Goedkeuring reglement van inwendig bestuur inzake modaliteiten voor gebruik van provisies voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Sven Willekens, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Patricia Meerts, Brigitte Braeckelaere, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 84
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 272
        • Beslissing van het vast bureau van 21 maart 2023 houdende voorbereiding van de beslissing van de OCMW-raad van 25 april 2023 houdende goedkeuring reglement van inwendig bestuur inzake modaliteiten voor gebruik van provisies voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijkse bestuur
        Feiten

        Overeenkomstig de regelgeving dient de raad voor maatschappelijk welzijn de nodige voorwaarden vast te stellen voor het gebruik van provisies voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur. Dit reglement van inwendig bestuur is van toepassing op alle personeelsleden die houder zijn van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur.

        Motivering

        Voor de vlotte werking van bepaalde diensten is er nood aan een provisieregeling waarbij de algemeen directeur, na advies van de financieel directeur, aan bepaalde personeelsleden een bedrag ter beschikking kan stellen voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur. De provisie kan toegekend worden onder de vorm van cash geld of door storting op een speciaal daartoe voorziene girale provisierekening van het bestuur, waaraan een debet- of creditkaart op naam van de provisiehouder wordt gekoppeld.

        Financiële aspecten

        Geen.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1
        De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement van inwendig bestuur inzake modaliteiten voor gebruik van provisies voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur als volgt goed:

        Artikel 1
        Dit reglement van inwendig bestuur werd opgemaakt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 272 van het Decreet Lokaal Bestuur en is van toepassing op alle personeelsleden die houder zijn van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur.
        Artikel 2
        De algemeen directeur kan onder zijn verantwoordelijkheid beslissen om personeelsleden van de gemeente of van het OCMW die onder zijn gezag staan, een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur ter beschikking te stellen. Dit gebeurt na advies van de financieel directeur en binnen het kader van de algemene voorwaarden zoals bepaald in dit reglement. Deze beslissing van de algemeen directeur wordt ter goedkeuring aan de bevoegde raad voorgelegd indien ze niet overeenstemt met het advies van de financieel directeur dat hij in volle onafhankelijkheid heeft verstrekt.
        Artikel 3
        Onder geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur wordt verstaan het betalen van kleine geldsommen in omstandigheden die noodzakelijk zijn voor het normale functioneren van de diensten. Het gaat om kosten waarvan de schuldeiser niet vooraf kan worden aangeduid of over uitgaven die moeilijk van de dienstverlening kunnen worden afgescheiden zonder dat de dienstverlening wordt gehypothekeerd.
        Het betreft dus niet het globale kasbeheer, waar de financieel directeur voor instaat. De term geringe exploitatie-uitgaven moet beperkt geïnterpreteerd worden.
        Artikel 4
        Het gebruik maken van provisies voor rekening van derden vreemd aan het bestuur, is verboden, tenzij dit wordt voorzien in een beheersovereenkomst goedgekeurd door de bevoegde raad.
        Artikel 5
        Het gebruik maken van provisies kan zowel contant als elektronisch gebeuren. De beslissing vermeld in artikel 2, geeft aan op welke wijze dit in elke individuele situatie gebeurt.
        De hoogte van de ter beschikking gestelde provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur is afhankelijk van de omvang en aard van de noodzakelijke kleine uitgaven en wordt na advies van de financieel directeur, middels behoorlijk gemotiveerd besluit, vastgesteld.
        Het bedrag van de ter beschikking gestelde provisie wordt tegen ontvangstbewijs aan de houder van de provisie voor geringe exploitatie-uitgaven overhandigd of wordt gestort op een daartoe speciaal voorziene financiële rekening bij een bankinstelling die nooit een debetsaldo kan vertonen.
        De personeelsleden zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het beheer ervan. De persoonlijke verantwoordelijkheid houdt in dat de houders van de provisie in eerste instantie zullen kunnen worden aangesproken voor kastekorten of uitgaven die later zouden worden betwist. De eerste verantwoording van het gebruik gebeurt bij de vraag tot aanvullen van de provisie.
        Aan een financiële rekening bij een bankinstelling kan een bankkaart worden gekoppeld en ter beschikking gesteld van de houder van de provisie. Cheques komen niet in aanmerking.
        Artikel 6
        Het personeelslid dient op het ogenblik van het gebruik maken van de provisie voor geringe exploitatie-uitgaven steeds een geldig betalingsbewijs te bekomen op één van onderstaande wijzen:

        • een factuur waarop door het personeelslid de vermelding 'voldaan' wordt aangebracht evenals datum, handtekening, naam en functie;
        • een kasticket;
        • een kwitantie overeenkomstig een eenvormig model.

        In afwijking op de vorige alinea, kunnen middels behoorlijk gemotiveerd besluit en na advies van de financieel directeur, uitzonderingen worden toegestaan.
        Artikel 7
        De op de kas provisie gedane uitgaven van de gemachtigde personeelsleden worden periodiek op voorlegging van een staat van uitgaven en de erbij horende bewijsstukken opgenomen in de boekhouding.
        Artikel 8
        Wanneer op een dienst één of meerdere personeelsleden een kasgeldprovisie ter beschikking werd gesteld, wordt door hen een elektronisch kasregister bijgehouden dat dagelijks wordt geactualiseerd. In dit kasregister dienen alle verrichtingen van het personeelslid dat / de personeelsleden die gebruik ma(a)k(t)en van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur te worden opgenomen, alsook de betaalwijze.
        Het kasregister dient minstens eenmaal per kwartaal of telkens wanneer de provisie is uitgeput te worden afgesloten, uitgeprint, ondertekend door het personeelslid / de personeelsleden aan wie een provisie ter beschikking werd gesteld voor geringe exploitatie-uitgaven en geviseerd door het diensthoofd dat toeziet op het naleven van de bepalingen van dit reglement van inwendig bestuur. Een afschrift ervan wordt overgemaakt aan de financieel directeur, samen met de nodige verantwoordingsstukken (kopieën facturen, dubbel kasticket, volledig ingevulde kwitantieboekjes, …).
        In afwijking op de vorige alinea kan, middels behoorlijk gemotiveerd besluit en na advies van de financieel directeur, in vrijstelling voor het bijhouden van een kasregister worden voorzien.
        Artikel 9
        Bij het overhandigen van de kasgeldprovisie wordt een verklaring voor ontvangst ondertekend door het betrokken personeelslid. Bij uitdiensttreding/pensionering wordt door het personeelslid het bedrag van de provisie, in voorkomend geval verminderd met het bedrag van de uitgaven die hij steeds regelmatig heeft verricht met de provisie en mits voorlegging van bewijsstukken betreffende de gedane uitgaven gestort in de kas of op een financiële rekening van het bestuur bij een bankinstelling.
        Op dit ogenblik zal eveneens een verificatie van de geldvoorraad plaatsvinden door de financieel directeur. Indien onregelmatigheden worden vastgesteld bij deze verificatie, wordt verwezen naar de bepalingen ingeval van diefstal/verlies. In het andere geval wordt door de algemeen directeur, op basis van een document uit de boekhouding hem verstrekt door de financieel directeur, kwijting verleend aan het personeelslid dat een provisie ter beschikking werd gesteld voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur.
        Artikel 10
        De provisie in kasgeld moet op een veilige plaats worden opgeborgen, behalve indien deze beschikbaar moet zijn ten behoeve van de dienst. Hiermee wordt bedoeld dat deze gelden zowel buiten als tijdens de diensturen, indien geen personeel aanwezig is, moeten opgeborgen worden in een geldkoffer of brandkoffer. De verantwoordingsstukken van reeds gedane uitgaven worden afzonderlijk en veilig bewaard (op een andere plaats dan het geld). De hoeveelheid contant geld aanwezig op de dienst moet zo beperkt mogelijk gehouden worden en dient in ieder geval beneden het bedrag van de verzekerde waarde te blijven. De maximale hoogte van de op de dienst aanwezige hoeveelheid contant geld wordt, na advies van de financieel directeur, middels behoorlijk gemotiveerd besluit vastgesteld.
        Het bewaren van geld voor rekening van derden vreemd aan het bestuur is verboden, tenzij dit wordt voorzien in een beheersovereenkomst goedgekeurd door de bevoegde raad.
        In afwijking op de vorige alinea, kan middels behoorlijk gemotiveerd besluit en na advies van de financieel directeur, tijdelijk – voor een welbepaalde periode en op beperkte schaal – in vrijstelling worden voorzien. Het bestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal of verlies van gelden die niet voor haar bestemd zijn.
        Artikel 11
        Minstens éénmaal per jaar verifieert de financieel directeur of een door hem aangestelde persoon onder zijn verantwoordelijkheid, de kasboekhouding en de geldvoorraad van de houders van een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijks bestuur. Van zijn bevindingen wordt een proces-verbaal gemaakt dat aan de algemeen directeur of aan het betrokken personeelslid wordt bezorgd. Dat proces-verbaal wordt zowel door het personeelslid als door de financieel directeur ondertekend.
        De financieel directeur kan ten allen tijde en zonder voorafgaande verwittiging overgaan tot verificatie van de kasboekhouding en de geldvoorraad. Hiervan wordt eveneens proces-verbaal opgesteld volgens de modaliteiten bepaald in de vorige alinea.
        Artikel 12
        Het bestuur sluit voor het bewaren van gelden op de dienst en het transporteren van gelden naar de kas en/of een bankinstelling, een verzekering af bij een erkende verzekeringsinstelling. Voor het transport doet het bestuur beroep op een externe dienstverlener, tenzij het gaat over beperkte sommen onder de 1.000,00 euro. Het wegbrengen van geld moet steeds met de meeste zorg en discretie gebeuren.
        Artikel 13
        In geval van vaststellen van diefstal van kasgeld, legt het diensthoofd van het personeelslid dat een provisie voor geringe exploitatie-uitgaven van het dagelijkse bestuur ter beschikking werd gesteld, onverwijld bij de lokale politie klacht neer. Iedere diefstal of verlies dient tevens onmiddellijk gemeld te worden aan de financieel directeur voor budgettaire en boekhoudkundige verwerking. Het bewijs van klacht neerlegging wordt overgemaakt aan de financieel directeur.
        De financieel directeur brengt zonder verwijl de algemeen directeur schriftelijk op de hoogte van elk tekort dat toe te schrijven is aan diefstal en zorgt voor registratie van het bewijs van klacht neerlegging in de inkomende briefwisseling. De algemeen directeur stelt op zijn beurt de bevoegde raad hiervan in kennis. Er wordt zonder verwijl overgegaan tot verificatie van de kas teneinde het bedrag van het tekort vast te stellen. Aan het proces-verbaal van verificatie wordt een toelichting over de omstandigheden en de bewarende maatregelen die werden genomen, toegevoegd.
        In geval van diefstal of verlies zal de algemeen directeur middels behoorlijk gemotiveerd besluit een uitspraak doen betreffende de aansprakelijkheid van het betrokken personeelslid, rekening houdend met de omstandigheden en het relaas van de feiten. Hierbij is het volgende van toepassing: indien het personeelslid bij de uitoefening van zijn functies het bestuur of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog of zijn zware schuld. Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt.
        Artikel 14
        De financieel directeur meldt alle onregelmatigheden en nalatigheden ten spoedigste en schriftelijk aan de algemeen directeur die op zijn beurt de bevoegde raad hiervan in kennis stelt.

        Artikel 2
        Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur en maakt deel uit van het organisatiebeheersingssysteem van het OCMW. De algemeen en financieel directeur worden belast met de uitvoering ervan.

      • Kennisneming van het voortgangsrapport over het 2de semester van 2022 met betrekking tot het meerjarenplan 2020-2025 voor gemeente en OCMW

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Sven Willekens, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Patricia Meerts, Brigitte Braeckelaere, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 40, §1 en 263
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikel 263
        • Decreet van 15 juli 2011 houdende de vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, inzonderheid artikel 29
        • Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, inzonderheid artikel 5
        • Beslissing van het vast bureau van 4 april 2023 houdende voorbereiding van de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 april 2023 houdende kennisneming van het voortgangsrapport over het 2e semester van 2022 met betrekking tot het meerjarenplan 2020-2025 voor gemeente en OCMW
        Feiten

        De voortgangsrapportering bevat overeenkomstig artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering minstens volgende elementen:

        1. een stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen van het meerjarenplan;
        2. een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar.

        Het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar bevat overeenkomstig artikel 5 van het ministerieel besluit minstens volgende elementen:

        1. een overzicht van de ontvangsten en uitgaven, opgesteld conform schema J1;
        2. een overzicht van de ontvangsten en uitgaven naar economische aard, opgesteld conform schema T2.

        Naast de weergave van de financiële gevolgen van het gevoerde beleid heeft deze rapportering tevens een evaluatiefunctie met betrekking tot de inhoud van het gevoerde beleid.

        Motivering

        Het komt aan de raad voor maatschappelijk welzijn toe kennis te nemen van de voortgangsrapportering.

        Financiële aspecten

        Geen.

        Relevante documenten
        • Voortgangsrapport 2de semester 2022
        Besluit

        Enig artikel
        De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het voortgangsrapport over het 2de semester van 2022 met betrekking tot het meerjarenplan 2020-2025 voor gemeente en OCMW zoals bepaald in artikel 263 van het Decreet Lokaal Bestuur.

      • Vaststelling jaarrekening 2022 lokaal bestuur Overijse (deel OCMW)

        Aanwezig: Joke Lenseclaes, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
        Inge Lenseclaes, voorzitter vast bureau
        Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, leden vast bureau
        Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Dieter Vanderhaeghe, algemeen directeur
        Afwezig: Sven Willekens, Dirk Devroey, leden vast bureau
        Patricia Meerts, Brigitte Braeckelaere, Jan Van Brabant, leden raad voor maatschappelijk welzijn
        Bevoegdheid
        • Decreet Lokaal Bestuur, 78, §2, 4°
        Juridische grond
        • Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 171, 176 en 249
        • Decreet van 15 juli 2011 tot vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd
        • Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC)
        • Ministerieel besluit van 12 september 2018 tot wijziging van het MB BBC
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (BVR BBC)
        • Besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 tot wijziging van het BVR BBC
        • Beslissing van het vast bureau van 4 april 2023 houdende voorbereiding van de beslissing van de OCMW-raad van 25 april 2023 houdende vaststelling van de jaarrekening 2022 van lokaal bestuur Overijse (deel OCMW)
        Feiten

        Elk jaar, vóór 30 juni, wordt de jaarrekening van het voorgaande boekjaar vastgesteld. De jaarrekening geeft het beleid weer dat gedurende het boekjaar werd gevoerd en evalueert de beleidsdoelstellingen en de mate waarin ze zijn bereikt. Daarnaast geeft de jaarrekening een zicht op de financiële gevolgen van het gevoerde beleid.

        De jaarrekening heeft een drievoudige functie:

        • een evaluatiefunctie met betrekking tot het gevoerde beleid;
        • een evaluatiefunctie met betrekking tot de autorisatie van de kredieten. Via de jaarrekening wordt nagegaan of het bestuur binnen de toegekende ramingen is gebleven;
        • een financiële functie omdat de jaarrekening een goed beeld geeft van de financiële situatie van het bestuur.

        De jaarrekening is grotendeels identiek opgebouwd als de beleidsrapporten van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan.

        Het budgettair resultaat van het boekjaar 2022 bedraagt 9.649.269 euro. Dit budgettair resultaat is veel positiever dan het meerjarenplan (-410.851) om volgende redenen:

        • op het exploitatiebudget werd 4.245.004 euro minder uitgegeven dan gebudgetteerd. De exploitatieontvangsten bedragen 164.458 euro minder dan gebudgetteerd;
        • proportioneel doet de grootste discrepantie tussen het gebudgetteerde en het werkelijke saldo zich voor in het investeringsbudget (6 miljoen euro). Ten opzichte van de gebudgetteerde investeringen (19,3 miljoen euro) werd in totaal 8,2 miljoen euro of 42,5% aan ontvangen facturen aangerekend. Dit komt omdat niet alle investeringen konden doorgaan zoals gepland en het saldo aan investeringskredieten grotendeels naar 2023 werd overgedragen;
        • in 2022 werd voor een bedrag van 14 miljoen euro aan nieuwe leningen opgenomen zoals ook in het MJP werd voorzien.

        Het beschikbaar budgettair resultaat 2022 (= inclusief resultaten vorige boekjaren) bedraagt 16.865.840 euro.
        De jaarrekening 2022 sluit af met een positieve autofinancieringsmarge van 3.111.688 euro.
        De algemene boekhouding 2022 eindigt met een balanstotaal van 203.563.464 euro en een tekort van het boekjaar van -1.639.506 euro.

        Motivering

        Het komt aan de raad voor maatschappelijk welzijn toe om het deel van het OCMW in de jaarrekening vast te stellen.

        Financiële aspecten

        Geen.

        Relevante documenten
        • Jaarrekening 2022 lokaal bestuur Overijse
        • Documentatie bij de jaarrekening 2022
        • Presentatie jaarrekening 2022
        Publieke stemming
        Aanwezig: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Danny De Kock, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Marcia De Wachter, Alan Pauwels, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu, Dieter Vanderhaeghe
        Voorstanders: Joke Lenseclaes, Inge Lenseclaes, Leo Van den Wijngaert, Jan De Broyer, Peter Lombaert, Myriam Vanderlinden, Jean Pierre Audag, Leen Gillis, Emmanuel Morel de Westgaver, Stefan Vanderlinden, Yves de Marnix de Sainte Aldegonde (Graaf), Lieven Bennekens, Jeroen Van San, Pierre-Emmanuel Dumont de Chassart, Martine Haegeman, Geoffroy d'Aspremont Lynden (Graaf), Dirk Dewaet, Ingrid Degand, Joris Kelchtermans, Roger Sombrijn, Fabienne Monbaliu
        Onthouders: Danny De Kock, Marcia De Wachter, Alan Pauwels
        Resultaat: Met 21 stemmen voor, 3 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1
        De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van het OCMW in bijgevoegde jaarrekening 2022 van het lokaal bestuur Overijse vast.
        Artikel 2
        Onderhavig besluit is onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht.

Vervolgens verklaart de voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn de vergadering voor gesloten.

Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,

Dieter Vanderhaeghe
algemeen directeur

Joke Lenseclaes
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn