De raad voor maatschappelijk welzijn vergadert ingevolge een regelmatige bijeenroeping door de voorzitter volgens de regels van het Decreet Lokaal Bestuur.
De voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn opent de zitting om 20 uur.
De voorzitter opent de zitting op 20/09/2022 om 20:00.
De beslissingen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 augustus 2022 werden genotuleerd.
De notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 augustus 2022 omvatten de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 augustus 2022 en moeten ter goedkeuring worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, zijnde de vergadering van 20 september 2022.
Geen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 augustus 2022 met eenparigheid van stemmen goed.
Bijkomend aan de decretale verplichting om het beleid van dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen toe te lichten, heeft het bestuur besloten om ook te rapporteren over de werking in de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Dit met als doel om de transparantie binnen het bestuur te verhogen.
De raad voor maatschappelijk welzijn dient kennis te nemen van de verstrekte toelichting bij het beleid van de intergemeentelijk samenwerkingsverbanden.
Geen.
Enig artikel
Verdaagd.
Op 22 augustus 2022 ontving de voorzitter van het BCSD een e-mailbericht van mevrouw Sara Brankaer, waarin zij meedeelt haar ontslag in te dienen als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD) na de BCSD-zitting van 13 september 2022.
Een uittredend lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst zal worden vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig de initiële voordrachtsakte. Het uittredend lid blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd.
Uit de voordrachtsakte van 12 december 2018 van Overijse2002-N-VA blijkt dat de eerste opvolger de heer Tom Hanssens is, tweede opvolger mevrouw Bieke Van Wassenhove. Gezien de heer Tom Hanssens intussen zelf lid is van het BCSD, kan de tweede opvolger aangesteld worden.
De raad voor maatschappelijk welzijn dient kennis te nemen van het ontslag van mevrouw Sara Brankaer als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Geen.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het ontslag van mevrouw Sara Brankaer als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst na de BCSD-zitting van 13 september 2022.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis dat mevrouw Bieke Van Wassenhove, tweede opvolger van het ontslagnemend lid, gevraagd werd om het mandaat als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst op te nemen en de geloofsbrieven voor te leggen. De geloofsbrieven zullen onderzocht worden waarna mevrouw Bieke Van Wassenhove de eed kan afleggen in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur en zij aangesteld is als lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Het park Mariëndal behoort momenteel tot het privédomein van het OCMW Overijse. Omwille van de noodzaak tot het realiseren van een rooilijn langs de J.Bt. Dekeyserstraat is het noodzakelijk om het park te desaffecteren uit het privatief onroerend patrimonium van het OCMW en toe te voegen aan het openbaar domein van de gemeente Overijse.
Belfius heeft nog opstalrecht op de grond van het park door de bouw van het woonzorgcentrum. Dit opstalrecht dient beëindigd te worden. De geel gearceerde delen in de ontwerpakte zullen bij de opmaak van de definitieve akte verder worden aangevuld.
De raad voor maatschappelijk welzijn dient haar goedkeuring te verlenen om het park te desaffecteren uit het privatief onroerend patrimonium van het OCMW en toe te voegen aan het openbaar domein van de gemeente Overijse en keurt de ontwerpakte voor het beëindigen van het recht van opstal goed.
Kosten met betrekking tot de opmaak van de nodige notariële akten.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn verklaart zich akkoord met de desaffectatie uit het privatief onroerend OCMW-patrimonium van de secties L210C (Vijver Mariëndal) en L241G (Park Mariëndal) en affectatie naar het openbaar gemeentelijk patrimonium, en het schrappen van het opstalrecht Belfius.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de bijgevoegde ontwerpakte 'Beëindiging recht van opstal' goed.
Huurcontract
Vanaf 1 januari 2019 is het Vlaams woninghuurdecreet van toepassing. Het huidig huurcontract en reglement zijn herbekeken en aangepast aan het Vlaams woninghuurdecreet. Deze huurovereenkomst is geldig bij verhuur vanaf 21 september 2022.
Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige contract opgesomd:
Indexering
De indexering van een appartement moet wettelijk gezien plaatsvinden op de verjaardag van het contract. Tot op vandaag gebeurt dit standaard voor alle appartementen op 1 mei. Daarnaast wordt er gerekend met de index van het jaar voordien, in plaats van met de index geldig op de startdatum van de huurovereenkomst (bijvoorbeeld: startdatum huurovereenkomst 1 januari 2006, bij indexering op 1 mei 2021 wordt als startdatum 1 mei 2020 ingevoerd in plaats van een indexering op 1 januari 2021 met als startdatum 1 januari 2006).
Door deze toepassing is er bij alle huurders waarvan de overeenkomst niet gestart is op 1 mei al een indexering doorgevoerd voordat de eerste verjaardag van hun huurovereenkomst had plaatsgevonden. De huurders kregen bij ondertekening van hun overeenkomst wel de info dat de indexering op 1 mei plaatsvond, maar wettelijk gezien is dit niet correct.
Om deze foutieve berekeningen recht te zetten, wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2023 de indexering op de juiste manier door te voeren, dus met de correcte startdatum en op de verjaardag van het contract. Bij huurcontracten waarbij het verschil hoger zal zijn als 50 euro per maand, wordt voorgesteld dit in twee jaar recht te trekken om de extra kosten voor de huurder niet in 1 keer te groot te maken.
De bewoners van het Brouwershof krijgen hierover tijdens een bewonersraad de nodige info en ontvangen nadien een persoonlijke brief met daarin de details.
Prijszetting
Zoals wettelijk verplicht werd een schatting uitgevoerd van de kleine en grote appartement door de erkende landmeter Ward Bartholomees van Exba. Er werd rekening gehouden met de extra voordelen van de appartementen (water inbegrepen, conciërge die oproepbaar is, beschikbaarheid woonassistent, personenalarm) en de schatting is afgetoetst met de huurprijs van gelijkaardige flats in de buurt.
Een groot appartement is geschat op 925,00 euro een klein appartement op 790,00 euro. Toekomstgericht worden deze prijzen dan ook als verhuurprijs gebruikt.
Bij het verhuren van een flat moet er een schattingsverslag aanwezig zijn dat maximaal 2 jaar oud is. In de toekomst moet hier dus rekening mee worden gehouden bij verdere verhuur.
Recent is er boven water gekomen dat er een groot appartement voor de huurprijs van een klein appartement verhuurd wordt. Dit geeft een verschil van 188,15 euro per maand dat de huurder te weinig betaald tegenover de schatting. De huurder betaalt reeds van 1 april 2011 te weinig voor dit appartement. Deze fout kan pas worden rechtgezet wanneer de huidige huurder de flat verlaat.
EPC
Volgens het woninghuurdecreet moet er per flat een geldig EPC-attest beschikbaar zijn en een kopie hiervan bij aanvang van de huur worden overhandigd aan de huurder. Momenteel is er voor geen enkele flat een EPC-attest beschikbaar. Binnen de werkingsmiddelen van de dienst Facilitair Beheer is hier wel budget voor, dus dit wordt zo snel mogelijk in orde gebracht.
Procedure
Indien nodig zal de sociaal assistent bij de kandidaten een huisbezoek inplannen, indien dringendheid vereist is, kan dit voorgelegd worden aan het bijzonder comité van de sociale dienst om van de volgorde van de wachtlijst af te wijken. Dit zou indien nodig plaatsvinden bij mensen die een uitnodiging hebben ontvangen van een vrijgekomen appartement en interesse hebben in de huur.
Het is noodzakelijk dat de raad voor maatschappelijk welzijn de vernieuwing van de huurovereenkomst, de indexering, de procedure en de prijszetting van de appartementen in het Brouwershof goedkeurt gezien:
Een verhoging van inkomsten door aangepaste verhuurprijzen volgens het schattingsverslag en een correct doorgevoerde indexering.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de vernieuwing van de procedure en de huurovereenkomst van de appartementen van het Brouwershof goed.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de jaarlijkse indexering op de verjaardag van de huurcontracten van de appartementen van het Brouwershof goed.
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de de prijszetting van verhuur door schatting van de appartementen van het Brouwershof goed.
De inflatie is de laatste maanden sterk gestegen. Het leven is met andere woorden gevoelig duurder geworden en dit is vooral te wijten aan de sterke stijging van de energieprijzen. Het huidige indexatiemechanisme van de dagprijzen laat voorzieningen toe om maximaal één keer per jaar de dagprijzen te indexeren.
De indexatie verloopt via het e-loket waar een formulier toelaat om op een eenvoudige manier de prijzen aan de inflatie aan te passen (indexcijfer van de consumptieprijzen).
Nu de inflatie hoog is, staat het Agentschap Zorg en Gezondheid toe om tijdelijk de indexatiefrequentie te versnellen. Dit betekent dat elke voorziening in de periode van 1 maart 2022 tot en met 28 februari 2023 de mogelijkheid heeft in het e-loket een dossier aan te maken om 6 maanden na toepassing van de laatste dagprijsindexatie een nieuwe dagprijsindexatie toe te passen.
De indexering van Den Blijk gebeurt jaarlijks in mei. De extra indexatie zou plaatsvinden 6 maanden na de vaste indexatie van mei, dit wil dus zeggen op 1 november 2022.
Hieronder de nieuwe dagprijs voor een appartement in Den Blijk:
| Beschrijving type appartement |
Capaciteit | Huidige prijs |
Nieuwe dagprijs |
|
|
|||
| Grote flat inname voor 2014 |
5 | 18,68 euro | 19,46 euro |
| Grote flat inname na 2014 |
7 | 23,09 euro | 24,06 euro |
| Kleine flat inname na 2014 | 2 | 19,33 euro | 20,14 euro |
De bewoners ontvangen 30 dagen voor de ingang van de nieuwe dagprijs een communicatie via brief hierover.
Om tegemoet te komen aan de hogere kosten van de voorzien zou de indexering plaatsvinden op 1 november 2022, 6 maand na de jaarlijkse indexering van mei 2022.
Een verhoging van inkomsten dankzij een extra doorgevoerde indexering.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de extra indexering van de erkende serviceflats Den Blijk goed.
De prijzen van de maaltijden, soep en dessert voor de scholen zijn sinds 2008 niet meer aangepast. Bij de huidige prijszetting zit er standaard een dessert bij de kleine en grote maaltijd maar dit is nooit gefactureerd geweest. Tot op vandaag wordt de soep per 10 liter geleverd, maar gefactureerd per kom soep, opgesplitst in kleine en grote porties. Na controle blijkt dat er meer soep wordt geleverd dan waarvoor wordt betaald.
Hierbij een overzicht van de huidige prijszetting:
| Maaltijden school | Huidige prijs |
| Kleine maaltijd | 3 euro |
| Grote maaltijd | 4 euro |
| Soep 125 ml | 0,19 euro |
| Soep 250 ml | 0,38 euro |
| Soep 1 liter | 1,5 euro |
| Dessert | 0,5 euro |
Gezien de stijgende kosten van personeel, ingrediënten, vervoer, elektriciteit, ... dient een herziening van de prijzen zich aan. Vermits in de scholen de maaltijden trimestrieel worden besteld, is het aangewezen de prijsaanpassing door te voeren vanaf 1 januari 2023. De gemeentelijke scholen en de politie worden hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Rekening houdend met de stijging in kosten en marktconforme prijzen, hieronder het overzicht van aangepaste prijzen:
In dit overzicht zijn de prijzen zo aangepast dat het dessert inbegrepen is. Soep wordt hierbij geleverd en gefactureerd per 5 liter.
Vanaf 1 januari 2023 zorgt dit voor een verhoging van de inkomsten.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aangepaste prijszetting voor maaltijden voor de scholen en soep voor de politie goed:
Maaltijdbedeling
De maaltijdbedeling aan huis maakt deel uit van de thuiszorgdiensten binnen het OCMW. Deze hebben tot doel om gebruikers met een verminderde zelfredzaamheid op een menswaardige manier in hun vertrouwde omgeving te laten wonen. De doelgroep omvat hulpbehoevenden die ten gevolge van ziekte, hoge leeftijd, fysieke of mentale beperking, sociale omstandigheden niet meer in staat zijn om zelf hun maaltijden te bereiden.
De gebruikers betalen een inkomensgerelateerde bijdrage voor een geleverde maaltijd. Als de gebruiker geen financieel onderzoek wenst, wordt het maximumtarief toegekend.
Het reglement van de maaltijdbedeling werd voor het laatst herzien in 2019, vastgesteld op de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 november 2019 met ingang van 1 maart 2020.
De volgende bijdragebarema's werden afgebakend:
| Inkomen (euro) |
Kostprijs per maaltijd |
| 0 - 1 250 euro |
6,75 euro |
| 1 251 - 1 500 euro |
7,55 euro |
| >1501 euro |
8,75 euro |
Een indexering van deze inkomstenschalen is nooit doorgevoerd. De spilindex is reeds 6 maal overschreden sinds november 2019.
De ondergrens van de inkomstenbarema's is niet meer relevant. Het bedrag van een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is verhoogd naar 1368,05 euro waardoor gebruikers met een minimuminkomen niet meer in de laagste schaal vallen.
Sociaal Restaurant
Elke donderdag tovert een enthousiaste groep vrijwilligers de cafetaria van het Woonzorgcentrum Mariëndal om tot een gezellig restaurant. Je kan elke donderdagmiddag eten tussen 11.30 en 13.30 uur, behalve tijdens de schoolvakanties.
Voor wie:
Kostprijs:
Een maaltijd bestaat uit soep, hoofdgerecht en dessert. Je krijgt ook water en 1 tas koffie. Andere dranken kan je bijbestellen volgens de prijslijst van de cafetaria.
De prijs van de maaltijd wordt berekend op basis van het inkomen. De huidige tarieven zijn te raadplegen op de website en kunnen ook telefonisch meegedeeld worden.
Aangezien de gebruikersbijdrage niet meer conform is met de huidige minimuminkomens, niet meer aangepast is sinds 2019 en zowel de kostprijs van de ingrediënten, de verpakkingen en de personeelskost is gestegen, is het aangewezen dat deze wordt herzien. De aanpassing situeert zich bij de lage inkomstenschalen waardoor het tegemoet komt aan de opdracht van een OCMW als sociale dienstverlener.
De volgende bijdrageschaal wordt voorzien; deze is voornamelijk aangepast om tegemoet te komen aan de noden van de gebruikers met de laagste inkomsten:
| Inkomen (euro) |
Kostprijs per maaltijd |
| 0 - 1 400 euro |
7,50 euro |
| 1 401 - 1 600 euro |
8,50 euro |
| >1 601 euro |
10,00 euro |
Op de tweede maaltijd geldt een korting van 2,00 euro.
De tarieven worden uit het reglement gehaald en afzonderlijk vastgesteld zodat bij indexering geen aanpassing van het reglement moet worden doorgevoerd.
Naar aanleiding van de aanpassing van deze bijdrageschaal werd het reglement aangepast.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst van 16 augustus 2022 heeft positief advies verleend om de bijdrageschalen en het reglement aan te passen.
Na goedkeuring van de raad voor maatschappelijk welzijn op 20 september 2022 worden de gebruikers schriftelijk op de hoogte gebracht van deze aanpassingen. Deze treden in werking vanaf 1 november 2022.
Sociaal Restaurant
Bij de opstart van het sociaal restaurant stellen de thuisdiensten voor om de prijs gelijk te stellen met de prijs van de maaltijdbedeling.
| Inkomen (euro) |
Kostprijs per maaltijd |
| 0 - 1 400 euro |
7,50 euro |
| 1401 - 1 600 euro |
8,50 euro |
| >1601 euro |
10,00 euro |
Aangepaste inkomsten als gevolg van de vernieuwde gebruikersbijdrage.
Artikel 1
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 november 2019 houdende vaststelling van de gebruikersbijdrage maaltijdbedeling en de aanpassing van het reglement en gebruikersovereenkomst, wordt opgeheven.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgende gebruikersbijdrage maaltijden aan huis goed vanaf 1 november 2022:
| Inkomen (euro) |
Kostprijs per maaltijd |
| 0 - 1 400 euro |
7,50 euro |
| 1401 - 1 600 euro |
8,50 euro |
| >1601 euro |
10,00 euro |
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de bijdrage voor de maaltijden via het sociaal restaurant goed vanaf 1 november 2022.
| Inkomen (euro) |
Kostprijs per maaltijd |
| 0 - 1 400 euro |
7,50 euro |
| 1401 - 1 600 euro |
8,50 euro |
| >1601 euro |
10,00 euro |
Artikel 4
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgend reglement voor de maaltijdbedeling goed vanaf 1 november 2022:
Onze thuiszorgdiensten hebben tot doel om gebruikers met een verminderde zelfredzaamheid op een menswaardige manier in hun vertrouwde omgeving te laten wonen.
Hulpbehoevenden die ten gevolge van ziekte, hoge leeftijd, fysieke of mentale beperking, sociale omstandigheden niet meer in staat zijn om hun eten te bereiden.
Schema bijdragebarema
De gebruiker betaalt een inkomensgerelateerde bijdrage per maaltijd. De bijdragen zijn vastgesteld op de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 september 2022. Op de tweede maaltijd geldt een korting van 2,00 euro. Als de gebruiker geen financieel onderzoek wenst, wordt het maximumtarief toegekend.
De indexering van de inkomens wordt jaarlijks voorgelegd op de raad van maatschappelijk welzijn.
Bijdrageberekening
Men moet rekening houden met alle inkomsten:
Onder inkomsten dienen te worden verstaan:
1. Beroepsinkomsten
het gemiddelde netto maandinkomen over de laatste 3 maanden
en/of
het belastbaar inkomen vermeld op de laatste belastingbrief, verminderd met de onroerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing en vermeerderd of verminderd met terug- of bijbetaling van de personenbelasting gedeeld door 12.
het netto-inkomen, bekomen door het bruto belastbaar inkomen vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting, te verminderen met de onroerende voorheffing, bedrijfsvoorheffing, voorafbetalingen en bijbetalingen, en te vermeerderen met de terugbetalingen. Dit eindbedrag wordt gedeeld door 12.
Indien de financiële situatie van de gebruiker een sterke wijziging ondergaat (werkloosheid, faillissement, scheiding, …) moet de bijdrage aangepast worden aan de veranderde situatie. In dergelijke gevallen kan men zich baseren op het inkomen van de laatste maand.
In geval van gecombineerde inkomstenbronnen (vb. bediende met bijberoep als zelfstandige) dient ook een gecombineerde berekeningswijze te worden uitgevoerd.
2. Roerende inkomsten
Intresten van belegde kapitalen, aandelen, obligaties en dergelijke, over een heel jaar geteld en gedeeld door 12.
3. Inkomsten uit onroerende goederen
Deze inkomsten zijn opgenomen in de berekening van de personenbelasting.
Indien de berekening gebeurt op basis van het netto maandinkomen, geldt volgende regeling:
het totale geïndexeerde kadastraal inkomen van alle onroerende goederen, uitgezonderd dat van de eigen woning, wordt gedeeld door 12 en gevoegd bij het maandelijks inkomen.
Uitzonderingen:
4. Sociale uitkeringen
Alle vervangingsinkomens en sociale tegemoetkomingen dienen in rekening te worden gebracht, zonder enige uitzondering. Ook hier wordt een gemiddelde genomen van de laatste drie maanden.
In geval van ziekte- of werkloosheidsuitkeringen wordt het dagbedrag vermenigvuldigd met 26.
5. Andere inkomens
Bijvoorbeeld: ongevallenvergoeding, renten van levensverzekeringen, lijfrenten e.d. (niet limitatieve lijst): al deze inkomsten moeten worden meegerekend.
Onderhoudsgelden moeten voor de ontvangende partij opgeteld worden bij het inkomen. Voor de betalende partij wordt het niet als inkomen beschouwd en moet het afgetrokken worden van het netto maandinkomen.
6. Komen niet in aanmerking als inkomen:
De bijdrage wordt jaarlijks herzien en voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Indien er zich tussentijdse wijzigingen voordoen die het vaststellen van de bijdrage kunnen beïnvloeden, wordt door het diensthoofd een sociaal onderzoek verricht.
Afwijking van de bijdragen
Op basis van een sociaal onderzoek door de maatschappelijk assistent kan er op individuele basis afgeweken worden op bovenstaande berekeningswijze.
Er wordt rekening gehouden met sociale, financiële en familiale factoren.
De maatschappelijk werker maakt een sociaal verslag op en formuleert een gefundeerd voorstel.
Het dossier wordt voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst dat een beslissing neemt. Deze gemotiveerde beslissing wordt aan de gebruiker betekend.
Doelgroep
Wie kan er bij het OCMW terecht voor maaltijden aan huis?
1. personen vanaf 65 jaar,
2. personen die recht hebben zijn op een uitkering van de zorgverzekering,
3. personen met een score van minimum 12 punten op de schaal van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid,
4. zwaar zieken mits medisch attest (dat attest moet om de 6 maanden hernieuwd worden) na goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst,
5. personen die zich ten gevolge van ziekte, een ongeval of een hospitalisatie in een dringende noodsituatie bevinden na goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst,
6. personen die zich in een sociale noodsituatie bevinden na goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Aanvragen
De dagen dat de gebruiker de maaltijden wenst, worden bij de aanvraag vastgelegd in samenspraak met de verantwoordelijke van de dienst. Een wijziging van de leveringsdagen worden ten minste één week op voorhand aan de verantwoordelijke meegedeeld.
Bij de start dient het reglement ondertekend te worden.
De dienstverantwoordelijke vraagt de contactgegevens van de gebruiker en de contactgegevens van een familielid of kennis (om te kunnen verwittigen bij onrustwekkende afwezigheid).
Leveringen
De maaltijden worden enkel aan huis bedeeld. De thuisbedeling gebeurt volgens een welbepaalde route. De gebruiker kan dus onmogelijk zelf het uur bepalen waarop het eten gebracht wordt.
De maaltijden worden bereid in het woonzorgcentrum Mariëndal en bestaan uit soep, een hoofdmaaltijd en een dessert die deel uitmaken van een evenwichtig en gezond samengesteld menu. Gebruikers die geen soep of geen dessert wensen kunnen geen vermindering krijgen op de maaltijdprijs.
Wekelijks wordt een menu aan de gebruiker bezorgd.
Ze worden klaar gemaakt via het koude-lijnprincipe. Dit wil zeggen dat het voedsel vers bereid wordt in de keuken en na snelle koeling wordt het vacuüm verpakt. Hierdoor kunnen de maaltijden perfect bewaard worden in de koelkast zonder smaakverlies.
De verdeling van de maaltijden gebeurt door de chauffeurs van het OCMW. Ze worden koud en vacuüm verpakt geleverd. Om de kwaliteit en de houdbaarheid te garanderen is het belangrijk dat deze maaltijden in de koelkast worden bewaard.
De maaltijden kunnen opgewarmd worden in de microgolfoven op het moment dat de gebruiker wenst uw maaltijd te nuttigen. Dit vereist dat de gebruiker een microgolfoven in huis heeft.
| Maaltijd van |
Wordt geleverd op |
| Maandag |
Maandag |
| Dinsdag |
Dinsdag |
| Woensdag |
Woensdag |
| Donderdag |
Woensdag |
| Vrijdag |
Vrijdag |
| Zaterdag |
Vrijdag |
| Zondag |
Vrijdag |
Procedure
De dienstverantwoordelijke noteert de aanvraag / wijziging op het daarvoor bestemde formulier en legt dit document op het bureau van de chauffeurs. De chauffeurs noteren deze melding in het boek en bezorgen de lijst aan de kok. Ze tekenen het formulier van de thuisdiensten af en bezorgen dit terug aan de dienstverantwoordelijke.
Op het einde van de maand bezorgen de chauffeurs de lijst van de aan huis bezorgde maaltijden aan de administratie thuisdiensten en op basis van deze gegevens wordt de factuur opgemaakt.
Betalingen
Elke maand ontvangt de gebruiker een factuur van de geleverde maaltijden van de betreffende maand. Er wordt gevraagd om de betalingen via domiciliëring te laten gebeuren binnen de 30 dagen.
De gebruiker betaalt nooit rechtstreeks aan de bezorger van de maaltijd.
Bij 3 openstaande facturen kan de hulp opgeschorst of stopgezet worden. Alvorens dit te doen, zal het OCMW nagaan of er samen tot een oplossing kan worden gekomen.
Opzeggen van maaltijden
Aangezien de kok reeds enkele dagen vóór de leveringsdagen kookt, is het belangrijk om aanvragen en wijzigingen tijdig door te geven.
Onderstaand schema legt uit wanneer de wijzigingen moeten worden doorgeven. Bij laattijdige afzeggingen wordt de maaltijd aangerekend.
| Maaltijd van |
Wanneer aanvragen of wijzigen |
| Maandag |
Donderdag van de week ervoor |
| Dinsdag |
Vrijdag van de week ervoor |
| Woensdag |
Vrijdag van de week ervoor |
| Donderdag |
Maandag |
| Vrijdag |
Maandag |
| Zaterdag |
Woensdag |
| Zondag |
Woensdag |
Er wordt gevraagd bij de stopzetting een reden op te geven in functie van de registratie.
De gebruiker geeft toestemming dat het OCMW de noodzakelijke gegevens van de kruispuntbank raadpleegt om een administratief dossier op te bouwen.
De poetsdienst maakt deel uit van de thuisdiensten binnen het OCMW. Deze hebben tot doel om gebruikers met een verminderde zelfredzaamheid op een menswaardige manier in hun vertrouwde omgeving te laten wonen. De doelgroep omvat hulpbehoevenden die ten gevolge van ziekte, hoge leeftijd, fysieke of mentale beperking, sociale omstandigheden niet meer in staat zijn om hun woning zelfstandig schoon te maken.
De gebruikers betalen een inkomensgerelateerde bijdrage voor de gepresteerde hulp. Als de gebruiker geen financieel onderzoek wenst, wordt het maximumtarief toegekend.
Het reglement van de poetsdienst werd voor het laatst herzien in 2019, vastgesteld op de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 november 2019 en met ingang van 1 maart 2020.
De volgende bijdragebarema's werden afgebakend:
| Inkomen | Kostprijs per uur |
| 0 - 1 200 euro | 5,50 euro |
| 1 201 - 1 400 euro | 7,00 euro |
| 1 401 - 1 500 euro | 8,50 euro |
| 1 501 - 3 000 euro | 10,00 euro |
| > 3 001 euro | 15,00 euro |
Een indexering van deze inkomstenschalen is nooit doorgevoerd. De spilindex is reeds 6 maal overschreden sinds deze aanpassing in 2019.
De ondergrens van de inkomstenbarema's is niet meer relevant. Het bedrag van een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is verhoogd naar 1 368,05 euro waardoor gebruikers met een minimuminkomen niet meer in de laagste schaal vallen.
Aangezien de gebruikersbijdrage niet meer conform is met de huidige minimuminkomens, niet meer aangepast is sinds 2019 en de spilindex 6 keer werd overschreden, is het aangewezen dat deze wordt herzien. Bij de aanpassing is er rekening gehouden met de opdracht van een OCMW als sociale dienstverlener.
Vanuit de thuisdiensten wordt voorgesteld om de schalen te verhogen vanaf 1 november 2022 overeenkomstig het barema van IGO. Omdat de schalen op vandaag zeer dicht bij elkaar liggen en er bij het minimum en maximum van sommige schalen slechts een verschil van 100 euro was, wordt er een schaal verwijderd.
De volgende bijdrageschalen worden voorgesteld:
| Inkomen | Kostprijs per uur |
| 0 - 1 400 euro | 6,00 euro |
| 1 401 - 1 800 euro | 8,00 euro |
| 1 801 - 3 000 euro | 12,00 euro |
| > 3 001 euro | 17,00 euro |
Deze zijn voornamelijk aangepast om tegemoet te komen aan de hogere kosten (personeelskosten, kilometervergoeding), rekening houdend met de noden van de gebruikers met de laagste inkomsten.
De tarieven worden uit het huishoudelijk reglement gehaald en afzonderlijk vastgesteld zodat bij indexering geen aanpassing van het huishoudelijk reglement moet worden doorgevoerd. De indexering van de inkomens en de gebruikersbijdrage volgt de indexering van de sociale uitkeringen.
Naar aanleiding van de aanpassing van deze bijdrageschaal werden het reglement en de gebruikersovereenkomst aangepast.
Het bijzonder comité voor de sociale dienst van 16 augustus 2022 heeft positief advies verleend om de bijdrageschalen, de gebruikersovereenkomst en het reglement aan te passen zoals voorgelegd.
Na goedkeuring van de raad voor maatschappelijk welzijn worden alle huidige gebruikers via brief op de hoogte gebracht van de aangepaste gebruikersbijdrage, ontvangen zij een aangepast reglement en wordt er een nieuwe gebruikersovereenkomst ondertekend. De aangepaste gebruikersbijdrage gaat dan in vanaf 1 november 2022.
Aangepaste inkomsten op basis van de herziene gebruikersbijdrage.
Artikel 1
De beslissing van de raad van maatschappelijk welzijn van 19 november 2019 houdende vaststelling van de gebruikersbijdrage poetsdienst en de aanpassing van het reglement en gebruikersovereenkomst, wordt opgeheven.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt volgende gebruikersbijdrage voor de poetsdienst goed:
| Inkomen | Kostprijs per uur |
| 0 - 1 400 euro | 6,00 euro |
| 1 401 - 1 800 euro | 8,00 euro |
| 1 801 - 3 000 euro | 12,00 euro |
| > 3 001 euro | 17,00 euro |
Artikel 3
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de bijgevoegde gebruikersovereenkomst goed.
Artikel 4
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement van de poetsdienst vanaf 1 november 2022 goed:
Onze thuisdiensten hebben tot doel om gebruikers met een verminderde zelfredzaamheid op een menswaardige manier in hun vertrouwde omgeving te laten wonen.
Hulpbehoevenden die ten gevolge van ziekte, hoge leeftijd, fysieke of mentale beperking, sociale omstandigheden niet meer in staat zijn om zelf hun woning zelfstandig schoon te maken.
Schema bijdragebarema
De gebruikers betalen een inkomensgerelateerde bijdrage voor de gepresteerde hulp. Als de gebruiker geen financieel onderzoek wenst, wordt het maximumtarief toegekend.
De bijdragen zijn vastgesteld op de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 september 2022.
De indexering van de inkomens wordt jaarlijks voorgelegd op de raad van maatschappelijk welzijn.
Bijdrageberekening
Men moet rekening houden met alle inkomsten:
Onder inkomsten dienen te worden verstaan:
1. Beroepsinkomsten
het gemiddelde netto maandinkomen over de laatste 3 maanden
en/of
het belastbaar inkomen vermeld op de laatste belastingbrief, verminderd met de onroerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing en vermeerderd of verminderd met terug- of bijbetaling van de personenbelasting gedeeld door 12.
het netto-inkomen, bekomen door het bruto belastbaar inkomen vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting, te verminderen met de onroerende voorheffing, bedrijfsvoorheffing, voorafbetalingen en bijbetalingen, en te vermeerderen met de terugbetalingen. Dit eindbedrag wordt gedeeld door 12.
Indien de financiële situatie van de gebruiker een sterke wijziging ondergaat (werkloosheid, faillissement, scheiding, …) moet de bijdrage aangepast worden aan de veranderde situatie. In dergelijke gevallen kan men zich baseren op het inkomen van de laatste maand.
In geval van gecombineerde inkomstenbronnen (vb. bediende met bijberoep als zelfstandige) dient ook een gecombineerde berekeningswijze te worden uitgevoerd.
2. Roerende inkomsten
Intresten van belegde kapitalen, aandelen, obligaties en dergelijke, over een heel jaar geteld en gedeeld door 12.
3. Inkomsten uit onroerende goederen
Deze inkomsten zijn opgenomen in de berekening van de personenbelasting.
Indien de berekening gebeurt op basis van het netto maandinkomen, geldt volgende regeling:
het totale geïndexeerde kadastraal inkomen van alle onroerende goederen, uitgezonderd dat van de eigen woning, wordt gedeeld door 12 en gevoegd bij het maandelijks inkomen.
Uitzonderingen:
4. Sociale uitkeringen
Alle vervangingsinkomens en sociale tegemoetkomingen dienen in rekening te worden gebracht, zonder enige uitzondering. Ook hier wordt een gemiddelde genomen van de laatste drie maanden.
In geval van ziekte- of werkloosheidsuitkeringen wordt het dagbedrag vermenigvuldigd met 26.
5. Andere inkomens
Bijvoorbeeld: ongevallenvergoeding, renten van levensverzekeringen, lijfrenten e.d. (niet limitatieve lijst): al deze inkomsten moeten worden meegerekend.
Onderhoudsgelden moeten voor de ontvangende partij opgeteld worden bij het inkomen. Voor de betalende partij wordt het niet als inkomen beschouwd en moet het afgetrokken worden van het netto maandinkomen.
6. Komen niet in aanmerking als inkomen:
De bijdrage wordt jaarlijks herzien en voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Indien er zich tussentijdse wijzigingen voordoen die het vaststellen van de bijdrage kunnen beïnvloeden, wordt door het diensthoofd een sociaal onderzoek verricht.
Afwijking van de bijdragen
Op basis van een sociaal onderzoek door de maatschappelijk assistent kan er op individuele basis afgeweken worden op bovenstaande berekeningswijze.
Er wordt rekening gehouden met sociale, financiële en familiale factoren.
De maatschappelijk werker maakt een sociaal verslag op en formuleert een gefundeerd voorstel.
Het dossier wordt voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst dat een beslissing neemt. Deze gemotiveerde beslissing wordt aan de gebruiker betekend.
Doelgroep
Wie kan er bij het OCMW terecht voor poetshulp?
1. personen vanaf 65 jaar,
2. personen die recht hebben zijn op een uitkering van de zorgverzekering,
3. personen met een score van minimum 12 punten op de schaal van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid,
4. zwaar zieken mits medisch attest (dat attest moet om de 6 maanden hernieuwd worden) na goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst,
5. personen die zich ten gevolge van ziekte, een ongeval of een hospitalisatie in een dringende noodsituatie bevinden na goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst,
6. personen die zich in een sociale noodsituatie bevinden na goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Werkuren en prestaties
De gebruiker kan van de poetshulp gebruik maken in blokken van 4 uren per week.
De gebruikelijke prestatie-uren zijn: van 8 uur tot 12 uur en van 12u30 tot 16u30 of van 13 uur tot 17 uur. De poetsvrouwen hebben recht op 15 minuten pauze per blok van 4 uur.
Van deze uren kan niet worden afgeweken, tenzij de werknemer in opdracht van het OCMW andere verplichtingen heeft, bv. zoals medische controle,…
De hulp die door het OCMW van Overijse aangeboden wordt betreft enkel poetshulp. Onder poetshulp kan verstaan worden het wekelijkse onderhoud van de woning.
Betalingen
Na elke poetsbeurt vult de gebruiker de uren van de geboden hulp in en tekent het prestatieblad af. Elke maand ontvangt de gebruiker een factuur van de prestaties van de betreffende maand. Er wordt gevraagd om de betalingen via domiciliëring te laten gebeuren binnen de 30 dagen.
De gebruiker betaalt nooit rechtstreeks aan de poetsvrouw.
Bij 3 openstaande facturen kan de hulp opgeschorst of stopgezet worden. Alvorens dit te doen, zal het OCMW nagaan of er samen tot een oplossing kan worden gekomen.
Afwezigheid werknemer
Het OCMW zorgt voor een kwalitatieve uitvoering van de dienst door competente medewerkers volgens het afgesproken schema. Het OCMW brengt vooraf de gebruiker op de hoogte van wijzigingen, en dit uiterlijk de vrijdag voorafgaande aan het tijdstip van de dienstverlening.
Bij onvoorziene omstandigheden zoals ziekte, verlof wegens overmacht of omstandigheidsverlof van de werknemer wordt de gebruiker zo snel mogelijk verwittigd.
Het OCMW zal ten alle tijde trachten om te voorzien in vervanging, zonder deze evenwel te kunnen garanderen. Bij vervangingen kunnen zich wijzigen voordoen in werkuren of werkdagen.
Afwezigheid van de gebruiker
De gebruiker dient het OCMW te verwittigen ten laatste de 2de werkdag voorafgaand aan de dag van de prestatie.
Wanneer de gebruiker meerdere weken na elkaar geen hulp wenst, verwittigt hij de verantwoordelijke ten laatste twee weken op voorhand.
Bij elke laattijdige verwittiging en/of niet aangekondigde afwezigheid van de gebruiker zal het OCMW een vergoeding vragen aan de gebruiker. Deze vergoeding bedraagt een prijs van vier gepresteerde uren.
Wanneer de klant een 2de maal moet worden aangemaand om de verplichtingen na te komen, zal het OCMW daarenboven een administratieve onkostenvergoeding van 25 euro aanrekenen.
Duur van de overeenkomst en opzegbepalingen
Deze overeenkomst is afgesloten voor onbepaalde duur. Ze is door beide partijen opzegbaar, schriftelijk of mondeling mits het respecteren van een opzegtermijn van 1 maand vanaf de kennisgeving. Bij overlijden of opname in een woonzorgcentrum is er geen opzegtermijn bepaald.
Indien blijkt dat de afspraken die gemaakt werden in deze overeenkomst herhaaldelijk niet nagekomen worden, kan de poetshulp eenzijdig stopgezet worden.
Er wordt gevraagd bij de stopzetting een reden op te geven in functie van de registratie.
Het doel van de minder mobielen centrale is mensen met een beperkt inkomen die problemen ondervinden om zich te verplaatsen, vervoeren en hen op die manier uit hun sociaal isolement te halen.
Het gaat meestal om mensen die omwille van ziekte of ouderdom geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. De dienst is niet bedoeld als ziekenvervoer. Het vervoer gebeurt hoofdzakelijk om sociale redenen.
Volgende onderdelen uit het huidige reglement zijn niet meer actueel:
Het is nodig om volgende aanpassingen door te voeren in het reglement:
Geen.
Enig artikel
De raad van maatschappelijk welzijn keurt volgend reglement minder mobielen centrale (MMC) goed:
Doelstelling
Het doel van de minder mobielen centrale is mensen vervoeren met een beperkt inkomen die problemen ondervinden om zich te verplaatsen en hen op die manier uit hun sociaal isolement te halen.
Het gaat meestal om mensen die omwille van ziekte of ouderdom geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. De dienst is niet bedoeld als ziekenvervoer. Het vervoer gebeurt hoofdzakelijk om sociale redenen.
Voorwaarden om lid te worden
Aanvragers moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
Onder inkomsten dienen te worden verstaan:
1. Beroepsinkomsten
Het gemiddelde netto maandinkomen over de laatste 3 maanden
en/of
het belastbaar inkomen vermeld op de laatste belastingbrief, verminderd met de onroerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing en vermeerderd of verminderd met terug- of bijbetaling van de personenbelasting gedeeld door 12.
Het netto-inkomen, bekomen door het bruto belastbaar inkomen vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting, te verminderen met de onroerende voorheffing, bedrijfsvoorheffing, voorafbetalingen en bijbetalingen, en te vermeerderen met de terugbetalingen. Dit eindbedrag wordt gedeeld door 12.
Indien de financiële situatie van de gebruiker een sterke wijziging ondergaat (werkloosheid, faillissement, scheiding, …) moet de bijdrage aangepast worden aan de veranderde situatie. In dergelijke gevallen kan men zich baseren op het inkomen van de laatste maand.
In geval van gecombineerde inkomstenbronnen (vb. bediende met bijberoep als zelfstandige) dient ook een gecombineerde berekeningswijze te worden uitgevoerd.
2. Roerende inkomsten
Intresten van belegde kapitalen, aandelen, obligaties en dergelijke, over een heel jaar geteld en gedeeld door 12.
3. Inkomsten uit onroerende goederen
Deze inkomsten zijn opgenomen in de berekening van de personenbelasting.
Indien de berekening gebeurt op basis van het netto maandinkomen, geldt volgende regeling:
het totale geïndexeerde kadastraal inkomen van alle onroerende goederen, uitgezonderd dat van de eigen woning, wordt gedeeld door 12 en gevoegd bij het maandelijks inkomen.
Uitzonderingen:
4. Sociale uitkeringen
Alle vervangingsinkomens en sociale tegemoetkomingen dienen in rekening te worden gebracht, zonder enige uitzondering. Ook hier wordt een gemiddelde genomen van de laatste drie maanden.
In geval van ziekte- of werkloosheidsuitkeringen wordt het dagbedrag vermenigvuldigd met 26.
5. Andere inkomens
Bijvoorbeeld: ongevallenvergoeding, renten van levensverzekeringen, lijfrenten e.d. (niet limitatieve lijst): al deze inkomsten moeten worden meegerekend.
Onderhoudsgelden moeten voor de ontvangende partij opgeteld worden bij het inkomen. Voor de betalende partij wordt het niet als inkomen beschouwd en moet het afgetrokken worden van het netto maandinkomen.
6. Komen niet in aanmerking als inkomen
Betalingen
Elke gebruiker dient een lidmaatschapsbijdrage te betalen. Deze bedraagt voor 1 persoon: 12 euro per jaar of 6 euro na 30 juni; voor een koppel/samenwonenden 18 euro per jaar of 9 euro na 30 juni. Personen die onder andere omstandigheden samenwonen (zussen, broers, vrienden) worden niet als samenwonenden beschouwd en dienen elk afzonderlijk lidgeld te betalen.
De gebruiker ontvangt jaarlijks een overschrijving van het OCMW voor de lidmaatschapsbijdrage. Na de betaling ontvangt de gebruiker een lidkaart. De helft van het lidgeld komt toe aan het OCMW, de andere helft wordt doorgestort naar Mpact.
Voor de rit zelf betaalt de gebruiker aan de vrijwilliger een kilometervergoeding van 0,41 euro per kilometer. Het aantal kilometers wordt geteld vanaf de woning van de vrijwilliger tot hij/zij weer thuis is. Indien de vrijwilliger ter plaatse 30 minuten of langer moet wachten, wordt er ook een wachtvergoeding aangerekend. Dit houdt het volgende in:
De wachtvergoeding kan maximum 4 euro bedragen. Na afloop van de rit, betaalt de gebruiker de som van de vergoedingen contant aan de chauffeur en ontvangt hiervoor een betalingsbewijs.
Het OCMW betaalt jaarlijks 0,038 euro per gereden kilometer aan Mpact, bestemd voor de omniumverzekering van de chauffeurs.
Bijzonder comité voor de sociale dienst
Elke nieuwe aanvraag wordt individueel onderzocht door de OCMW – maatschappelijk werker. Het dossier wordt voorgelegd op het bijzonder comité voor de sociale dienst dat een beslissing neemt. Deze beslissing wordt aan de gebruiker betekend.
Praktische werking
- Vervoer aanvragen
- Afspraken
- Verzekering
Zowel de gebruiker als de chauffeur worden door de MMC verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid. Deze verzekering dekt de wederzijdse schade aan derden, die zou kunnen toegebracht worden tijdens het in- en uitstappen en tijdens het verloop van de rit.
Mpact heeft voor alle vrijwillige chauffeurs een omniumverzekering afgesloten. Deze dekt alle schade aan het voertuig van de chauffeur zelf bij een ongeluk dat door hemzelf werd veroorzaakt. Het OCMW van Overijse verzekert elke vrijwilliger voor lichamelijke schade.
Het gebruik van de Leidraad als kader voor organisatiebeheersing werd goedgekeurd op de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 juni 2016 en op de gemeenteraad van 1 september 2015.
Artikel 219, lid 2 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat de algemeen directeur aan het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn rapporteert over het organisatiebeheersingssysteem uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar.
De kwaliteitscoördinator stelt in opdracht van de algemeen directeur het jaarrapport op.
Het jaarverslag organisatiebeheersing 2021 werd bijgevoegd.
Organisatiebeheersing is een geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen over:
Het organisatiebeheersingssysteem van het lokaal bestuur bepaalt hoe dit moet gebeuren (bv. de procedures, controlemaatregelen). Dat systeem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten. Een aantal onderdelen van dit systeem zijn ook decretaal bepaald (vb. visum).
Organisatiebeheersing is dus een middel om de doelstellingen te bereiken en een continue opdracht waar al de medewerkers dagelijks, al dan niet bewust, mee bezig zijn.
Geen.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de rapportering van de organisatiebeheersing door de algemeen directeur onder de vorm van bijgevoegd jaarverslag organisatiebeheersing 2021.
Vervolgens verklaart de voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn de vergadering voor gesloten.
Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,
Dieter Vanderhaeghe
algemeen directeur
Joke Lenseclaes
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn